Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 279
AD VALVAS — 25 JANUAR11985
„ri s voor Leienaars en weduwnaars"
lefonisch bereikbaar bent" werken. Tot 's avonds tien u u r toe, als ik dat wil. Dat zou ik in Tilburg eens moeten proberen. Daar word je om half zeven de hogeschool uitgeschopt. Hier heb je dag en nacht toegang. En je wordt van twee kanten niet gestoord, niet door universitaire beslommeringen, en niet door je gezin." Ype Poortinga maakt geen gebruik van de ovemachtingsmogelijkheden op het NIAS-terrein. Door de week verblijft hij met drie andere fellows in een door het NIAS gehuurde flat in Wassenaar. Ook daar is alles weer keurig geregeld: het NIAS zorgt voor de inrichting en het schoonhouden van de flat. Poortinga vindt het NIAS een „geweldig goed instituut" en weet eigenlijk maar één nadeel te noemen: „Het staat te dicht bij Tilburg. Ik ben hier nog telefonisch bereikbaar." Drs. Mayke de Jong (34) behoort tot de jongste fellows die dit jaar op het instituut verblijven en is tevens één van de weinige nietgepromoveerden. Ze is lid van de Nijmeegse vakgroep Middeleeuwse Geschiedenis. Op het NIAS verricht zij in het kader van h a a r promotie onderzoek n a a r de aspecten van de overdracht van kinderen aan kloosters in het Frankische rijk, een onderwerp dat uitstekend binnen de nucleus „Bildung" past.
ke produktle, verzorgd door het secretariële ondersteuningsteam van het NIAS. Degenen die van een computer gebruik willen maken kunnen ook op het NIAS terecht. Voor de Amerikanen is dat meestal niet nodig: die nemen doorgaans h u n eigen personal computer mee. In de loop der jaren hebben heel wat wetenschappers met klinkende namen van de diensten van het NIAS gebruik gemaakt. In het - merkwaardigerwijs driejaarlijkse - Annual Report komen we de namen tegen van mensen als C. Dessaur, H. Eysenck, F. Maatje en H. van den Bergh. Op de deelnemerslijst van dit jaar prijken onder anderen de namen van J. Goedegebuure, J. Ritsen, J. van Heerden en de befaamde Amerikaanse econoom R. Day. Het glorieuze verleden van het instituut vindt men terug in de rij plastic naamplaatjes op de deurpost van de fellow-studeercabines die daar door de leiding van het NIAS met veel gevoel voor traditie, keurig
van part-time opleidingen. Nadat in 1980 door regering en parlement het besluit was genomen ook in Nederland een OU op te starten, voelden de WO-instelUngen zich blijkbaar bedreigd en dienden en masse aanvragen in bij het ministerie van onderwijs. Alleen al in de afgelopen twee jaar hebben de reguliere universiteiten meer dan zestig aanvragen bij de minister ingediend om deeltijdopleidingen te mogen verzorgen. Uit angst voor een wildgroei van avonden weekendstudies schreef de OU in een brief a a n minister Deetman dat het hoge aantal aanvragen de jonge onderwijsinstelling in hoge mate verontrust. In dit schrijven pleit het College van Bestuur van de OU voor een betere taakverdeling tussen de OU en de reguliere universiteiten en hogescholen en voor een betere spreiding van studies. Door een overdaad aan opleidingen en een versnippering van activiteiten vreest de OU voor een ongelijke concurrentie. Het CvB merkt in de brief op dat op het gebied van part-time opleidingen wel enige ruimte voor concurrentie moet zijn. „Een ze-
gerangschikt n a a r jaar van verblijf, onder elkaar worden geplakt.
Chinese goochelaar
De Tilburgse psycholoog dr. Ype Poortinga heeft het op het NIAS uitstekend n a a r zijn zin. Op de Tilburgse hogeschool voelde hij ssich ieder jaar meer als een „Chinese goochelaar die alle bordjes draaiende moet zien te houden." „Ik voel me hier een stuk minder opgejaagd. Tijdens je normale werk als wetenschappelijk medewerker ren je altijd van hot n a a r haar. J e rept je van colleges n a a r vergaderingen en tussentijds staan er altijd studenten voor je deur. De volgende dag ben je zo gaar als boter en dan begint alles weer van voren af aan. Hier kan ik me ongestoord a a n mijn onderzoek wijden." 's Ochtends ben ik een slow starter, altijd geweest. Na de lunch kom ik pas echt op gang. Maar dan kan ik ook de hele dag door-
kere mate van onderlinge wedijver als drijfveer voor kwaliteitsverbetering kan ons inziens zeer waardevol zijn", „maar", zo staat verder te lezen, „concurrentie kan door een overmatig en versnipperd aanbod ook ontaarden in een ondoelmatig aanwenden van overheidsfinanciën." In een antwoord op de brief van de OU heeft de minister op zijn beurt aan alle Nederlandse universiteiten laten weten dat de grote belangstelling van de WOinstellingen voor part-time opleidingen hem eveneens zorgen baart. De angst voor wildgroei en ondoelmatigheid is voor de minister aanleiding geweest een terughoudend goedkeuringsbeleid inzake deeltijdstudies te voeren. De Open Universiteit zal in de eerste helft van dit jaar in bescheiden mate nieuwe studenten toelaten tot haar cursussen. Het CvB van de OU heeft minister Deetman laten weten dat de bestaande wachtlijsten ten minste tot 1 juli noodzakelijk blijven.
„In het begin zag ik wel enigszins tegen het verblijf op. Zal ik het allemaal wel kunnen bijhouden? vroeg ik me af. Ik denk dat dat toch voor meer fellows wel een beetje gold. Bij de lezingen, die de fellows van tijd tot tijd voor elkaar organiseren was de sfeer in het begin erg fel. Er werd veel kritische zin ten toon gespreid. Nu is iedereen wat milder en makkelijker voor elkaar. Men durft fouten te maken en af en toe te zeggen dat men het zelf ook niet precies weet." „We hebben n u ook een erg enthousiaste jaargroep, dat scheelt. Ik doe hier heel veel nuttige contacten voor de toekomst op. Door gesprekken met oudere, ervaren mensen heb ik bijvoorbeeld al veel geleerd, zowel op praktisch als op meer theoretisch gebied, over publikatiemogelijkheden of nieuwe onderzoekmethoden."
Bootreis
Het interdiscipUnaire karakter van het instituut krijgt, naast de lezingen, vooral gestalte door de informele gesprekken die de fellows van diverse vakgebieden, desnoods 's nachts tot in de kleine
Voor de periode september 1983 tot het studiejaar 1988/1989 heeft het ministerie van OW voor slechts elf part-time studies op WO-niveau een fiat verleend. Naast dit besluit tekent minister Deetman wel aan dat enige concurrentie hem niet per se ongewenst lijkt, een mening die gedeeld wordt door prof. Storm. „Die concurrentie is alleen maar goed, dat is, zolang de OU geen breekijzer wordt die de fundamenten van de reguliere universiteiten breektr „Volgens mij hoeft niemand bang te zijn voor concurrentie; er is geen goede samenwerking zonder tegenwerking. Het enige waar we wel bang voor moeten zijn is dat Op dit moment hebben zich ruim 32.000 mensen aangemeld voor een cursus aan de OU. Daarvan zijn 17.000 op de wachtlijst geplaatst. Thans studeren 15.000 personen aan de OU en er mag verwacht worden dat dit aantal tot aan de zomer niet of nauwelijks zal groeien.
uurtjes, met elkaar kunnen hebben. Oud-fellow dr. Karel Soudijn, die in 1980 en 1981 op het NIAS zijn proefschrift over de kwaliteit van de psycho-therapie schreef, vergelijkt het verblijf op het instit u u t met een bootreis. „Het is alsof je met z'n allen op een schip zit en een lange reis maakt. Je k u n t het niet laten met elkaar te praten. Door de reacties van anderen, die niet op jouw terrein werken, leer je vaak dingen die buiten je normale oogkleppen liggen. Ik heb bijvoorbeeld veel geleerd van de theaterwetenschappers, vooral op het gebied van de semiotiek. Semiotiek is een methode om erachter te komen wat er in teksten allemaal indirect kan worden overgedragen. Bij psychotherapie speelt een dergelijke indirecte beïnvloeding ook een rol." „Wetenschappers hebben per definitie de neiging solitair bezig te zijn," zegt Ype Poortinga. „Men zou daarom de aanwezigheid bij de warme lunch en het dagelijkse uurtje volleybal eigenlijk verplicht moeten stellen. Dan wordt men als het ware gedwongen om contacten te leggen. Nu gebeurt het nog te vaak dat vooral buitenlandse fellows die hier met h u n vrouw of gezin verblijven zich aan deze, ik noem het maar rituelen, onttrekken. En dat is jammer." Op het NIAS mag alles maar hoeft niets. Wetenschappers die geen weerstand zouden kunnen bieden aan de verleiding de hele dag op h u n bed te blijven liggen en zich 's avonds over te geven aan de geneugten van het nabije Amsterdamse nachtleven, zal door de leiding van het instituut geen strobreed in de weg worden gelegd.
Over de nek
Toch is de druk om te presteren vrij groot. „Ieder jaar gaan er wel een paar mensen over h u n nek," zegt Ype Poortinga. „Er wordt een groot beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid." Het „thuisfront", de collega's van de eigen vakgroep, die vaak een deel van de onderwijs- en bestuurstaken hebben moeten overnemen van de „vrijgestelde", verwacht veel van de fellow die een jaar lang de gelegenheid heeft gekregen zich in alle rust op zijn onderzoek te richten. „Er zijn mensen geweest die er helemaal geflipt uitkwamen, die het echt niet aankonden," aldus „former fellow" dr. P. Leupen. „De druk is het grootst bij mensen die moeten promoveren. Die hebben er al een hele tijd aan gewerkt en dan zeggen ze in h u n vakgroep: vooruit, nog één jaar NIAS, maar dan moet het echt af zijn. Voor die mensen is het NIAS de laatste kans als het ware." Maar nog andere, persoonlijke, problemen kunnen een verblijf op het NIAS ernstig bemoeilijken. „Het NIAS is er voor Leienaars en weduwnaars, beweert men wel
we te veel energie verbruiken in het elkaar de loef af steken! Voelen de gewone universiteiten zich bedreigd door de komst van de Open Universiteit? Danny Backx, coördinator van de Dienst Studentenzaken en Welzijn van de Tilburgse hogeschool, vraagt zich af of de OU daadwerkelijk 18tot 21-jarigen weghoudt van de WO-instellingen. „Er zijn redenen om aan te nemen dat dat niet zo licht zal gebeuren. Zeker omdat jongeren, wanneer ze van het VWO komen, de kadans van de opleiding liever voortzetten op een gewone universiteit. De OU biedt toch een andere vorm van onderwijs en n a a r verwachting d u u r t een studie daar ook langer!" Het studentendecanaat van de Rijksuniversiteit van Utrecht laat weten dat daar over concurrentie tussen de OU en de andere wetenschappelijke instellingen nog niet concreet is nagedacht. Sinds de start van de Open Universiteit is het aantal kandidaten dat zich bij de Universiteit van Amsterdam inschreef voor het afleggen van een colloquium doct u m licht gedaald, wat volgens studentendecaan Vunderink te wijten is a a n de komst van de OU.
eens," zegt Leupen. „En er zit wel enige waarheid in die uitspraak. De Leienaars, de mensen die uit het westen van ons land komen, zijn vaak oververtegenwoordigd. Die kunnen immers 's avonds gewoon thuis slapen. De weduwnaars zijn de mensen die of een ontwricht huwelijksleven hebben of om andere reden alleen in het leven staan." „Voor mensen uit de provincie, die een redelijk opgewekt tot normaal huwelijk hebben, is het eigenlijk niet zo leuk om op het NIAS te verblijven. Door de week moet je 's avonds dan alleen op je kamer zitten, en die zijn niet zo geweldig, dat zijn jongenskamertjes. Je k u n t wat gaan pingpongen, volleyballen of een kaartje leggen, maar ja, het is niet optimaal. En om je tien u u r per dag aan de wetenschap over te geven is ook een beetje te veel van het goede. Dat zijn volgens mij de redenen dat er n a a r verhouding altijd zo veel mensen uit het westen op het NIAS zitten. Ik weet dat verscheidene collega's van mij wel eens een uitnodiging hebben gehad, maar die niet konden aannemen door dit soort praktische problemen."
Elitair
„Het NIAS is een elitaire instelling." Deze kritiek viel vooral in de jaren zeventig nogal eens te beluisteren. Een kritiek die men in de tegenwoordige tijd, waarin volop gepraat wordt over het inrichten van centres d'excellence, beslist van de hand wijst. Karel Soudijn, die zich tijdens zijn verblijf op het NIAS „als een prins in een vorige eeuw" waande, zegt er het volgende over: „Elitair? Ik vind dat uitstekend. J e komt eindelijk eens aan je onderzoek toe. Ik vond het stimulerend en heerlijk. En je zit er toch m a a r voor een jaar? Anders zou ik het wel bezwaarlijk vinden." Dit j a a r gaat het instituut alweer zijn vijftiende levensjaar in. In 1982 hielden directie en fellows h u n h a r t vast: de vrees was gegrond dat het NIAS de taakverdelingsoperatie niet zou overleven. Naar algemeen wordt aangenomen heeft de directeur-generaal van het hoger onderwijs, dr. R. J. in 't Veld (inderdaad: „former fellow"), er het zijne toe bijgedragen het NIAS van de ondergang te redden, al zal tot 1987 een half miljoen bezuinigd moeten worden. Die redding van het NIAS heeft de zegen van dr. P. Leupen: „Het is een zekere luxe, dat wel. Maar het NIAS is één van de weinige mogelijkheden waar je als gepromoveerde nog rustig onderzoek kan verrichten. Op de universiteiten word je, als je eenmaal gepromoveerd bent, direct gepakt voor beheer en bestuur, en dat is nogal lullig. Bovendien bestaan er voor de bêtawetenschappers ook de meest fantastische instituten. Het is uitstekend dat de geestes- en sociale wetenschappers n u ook eens zoiets hebben."
„Maar meer kan ik er ook niet over zeggen, er is nog geen exact cijfermateriaal beschikbaar. Aan de part-time opleidingen hebben we nog niet gemerkt dat de OU verschenen is." Het hoofd van de afdeling voorlichting van de Katholieke Universiteit Nijmegen gelooft dat de universiteiten niet bang hoeven te zijn voor de OU. De KUN is het in ieder geval niet; de OU gaat h a a r werkzaamheden zelfs verrichten van af het Nijmeegse universiteitsterrein. De Tilburgse prof. dr. R. de Moor, rector-magnificus van de Tilburgse hogeschooir Misschien kaapt de OU in de toekomst wel veel part-time studenten voor onze neus weg, maar het kan ook andersom gaan; dus dat OU-cursisten na twee jaar studie gebruik maken van de mogelijkheid de studie te voltooien aan een reguliere universiteit. De rollen zijn dan precies omgedraaid. Zo als de zaken er n u voor staan, blijft het toch een kwestie van speculeren en taxeren". (UP, Tilburg, Monique van Blijswijk)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's