Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 299
AD VALVAS — 8 FEBRUAR11985
3
Medische VU-studenten krijgen college over geneeskunde en levensbeschouwing
Arts heeft patiënt nodig De verhouding tussen de arts en de patiënt wordt vertroebeld door een „automatisering" van het contact tussen deze twee. Niet alleen de steeds uitgebreidere technologie speelt daar een rol in, maar ook zaken als het invoeren van training in gesprekstechnieken tijdens de opleiding van medische studenten. De effectiviteit van de medische wetenschap schijnt er weliswaar mee gediend, maar of de patiënt er ook werkelijk mee geholpen wordt is maar de vraag. De geneeskundefaculteit aan de VU organiseerde woensdag 30 januari een zogeheten actualiteitscollege over dit onderwerp, waarbij de opvatting naar voren kwam, dat de arts zich meer aan het gebod van de liefde dient te houden.
„De arts zonder patiënt is maar een zielige figuur," viel tijdens het college uit de mond van prof. dr. J. M. Broekman, hoogleraar filosofie en medische ethiek aan de VU op te tekenen. De levensbeschouwing van de arts wordt zelden besproken buiten in het oog springende situa-' ties als het vroegtijdig beëindigen van het ongeboren leven, abortus, het eveneens vroegtijdig beëindigen van verdergevorderd leven, euthanasie, of incidentelere situaties zoals het geval waarover Ad Valvas in april 1984 berichtte, het ongedaan maken van een sterilisatie bij een lesbienne opdat zij samen met haar vriendin aan een gezin kon beginnen, zü het dan n a een kunstmatige bevruchting. Deze lastige en actuele aangelegenheden ontweek de medische faculteit voor haar college over levensbeschouwing, het ging uitsluitend over „niet-grenssituaties".
Aart Bouwmeester Naast prof. Broekman was ook prof. dr. C. van der Meer uitgenodigd, die als voorzitter van de ethische commissie van het ziekenhuis en hoogleraar inwendige geneeskunde een wat meer praktijkgericht verhaal wist te houden dan het zware filosofische retoreren van zijn collega. Beide geleerden kwamen met een spoorboekje voor levensbeschouwelijk gedrag, met als kernpunt het bijbelse gebod van de liefde, geheel in styl met het vooroordeel dat ten opzichte van „gereformeerde wetenschap" heerst. De verzamelde derde- en vierdejaars studenten hadden hier geen kritiek op, gezien het gebrek aan animo tijdens de gelegenheid tot vragenstellen na de monologen van de hoogleraren.
Eén van de interessantste vragen die tijdens het college behandeld werd, luidde: Heeft de patiënt de arts nodig, of de arts de patiënt? Ten aanzien van het eerste geval zullen weinigen problemen hebben. Immers, de arts staat kennis ter beschikking die de patiënt van een euvel zou moeten kunnen verhelpen. Daar gaat de huidige geneeskunde dan ook van uit, betoogde prof. Broekman: „Wij hebben geen andere wetenschap ter beschikking staan om geneeskunde te bedrijven dan één die uitgaat van een vaststaand, trots, ik-bewustzijn, die aanleert om standaards in situaties juist toe te passen." Dit is geen juiste manier om a a n geneeskunde te doen, vond hij, de arts moet zich namelijk, net als ieder ander mens, realiseren dat hij (of zij) er niet was wanneer de ander er niet is. - „De arts zonder patiënt is maar een zielige fig u u r " - Als alternatief is er de liefde, die is fundamenteel op de ander gericht: „De ik-gerichtheid moet overwonnen worden, kapot worden gemaakt, zodat er erkenning komt voor de ander. Dat zou een nieuw licht werpen op het wezen van de technologie. Dat zou ons de mond snoeren over vragen wat wel en niet mag met de nieuwe technologische mogelijkheden. Daar ligt een enorme opgave om de liefde te bedrijven ...", de aanwezigen glimlachen, „Vergeef me dit grove woord, wij hebben het grof gemaakt. W^etenschap bedrijven en ~ liefde bedrijven staan als het ware in eikaars verlengde." Volgens Broekman is juist de VU een plaats waar bekeken moet worden of de arts-patiënt relatie niet anders kan zijn dan tot n u toe gebruikelijk. In de huidige situatie kan het Hjden van de patiënt niet werkelijk a a n de orde komen. De arts wordt er wel mee
Prof. dr. C. van der Meer en prof. dr. J. M. Broekman, sprekers tijdens het college „Geneeskunde en Levensbeschouwing". (Foto AVC/VU) geconfronteerd, maar door de eenzijdige relatie kan de patiënt niet werkelijk geholpen worden. ,,Durft de VU onderzoek te doen n a a r het lijden van de patiënt a a n de medische wetenschap?" Deze vraag achtte de filosoof sterk genoeg om zijn verhaal mee af te sluiten.
Bekeren Eerbied voor het leven als grondslag voor de medische ethiek verbindt de humanistische en christelijke opvatting in deze, luidde de redenering van prof. Van der Meer, die het legitiem achtte het gebod van de liefde als verlengstuk daarvan te zien. Maar wanneer een arts zich baseert op een christelijke levensbeschouwing loert het gevaar van een bekeringsdrang ten opzichte van patiënten die om hulp vragen, bij voorbeeld vanuit het sterfbed. Hier moet de opdracht van de arts in de gaten gehouden worden, vond Van der Meer, en bekeren is daar niet in opgenomen. De patiënt vraagt om hulp. Dan mag de arts wel over zijn eigen levensbeschouwing spreken wanneer daarom gevraagd wordt, maar de patiënt moet beslissen of daarop doorgegaan moet worden.
toename van de bewapening, signaleren." „Ik heb mensen in de zaal aangeraden lid te worden van internationale organisaties, zoals de 'medical association for the prevention of nuclear war'. Ik heb ook in 'Gezondheidswerkers tegen kernbewapening' gezeten. In persoonlijk contact met mijn collega's probeer ik met ze erover te praten, ze bewust te maken."
Biochemicus Henk Porck legde artsenbelofte af op promotie
„Ook chemici zouden de eed van Hipocrates moeten afleggen" „De mensheid zou gebaat zijn bij een, met de eed van Hypocrates vergelijkbare, ambtseed voor chemici, fysici en biologen, waarin onder getuige verklaard wordt dat zij hun kennis niet ten dienste zullen stellen voor het ontwikkelen van materialen en methoden die de vernietiging van menselijk leven tot doel hebben," luidt een van de stellingen bij het proefschrift van de biochemicus Henk Porck. Dr. Porck liet het niet bij een stelling, maar voegde de daad bij het woord. Hij sprak tijdens zijn promotie op de VU daadwerkelijk de belofte uit. De reacties varieerden tussen felicitaties en kritiek: „Fijn dat het nu eindelijk eens gezegd is" en „Kennis is toch waardevrij en de toepassing is geen zaak van de onderzoeker maar van de politici". We zochten Henk Porck op. Aanleiding voor de stelling was dat Henk Porck ervan overtuigd is dat de onderzoeker in deze niet neutraal is. „Je wetenschappelijke collega's werken elders in laboratoria a a n de ontwikkeling van wapens. Ze gebruiken kennis die Jij ook hebt. Als je daarbij beseft hoeveel geld er op wereldschaal wordt besteed aan onderzoek n a a r en ontwikkeling van wapens, geeft datje toch een vreemd gevoel. Tien procent van de militaire uitgaven wordt aan dit onderzoek besteed. Dat lijkt mee te
Jos van der Schot vallen, maar het is een kwart van de totale onderzoeksgelden. Ook van de natuurwetenschappers en technologen werkt een kwart in de wapenresearch en voor fysici is dat zelfs de helft. Ik vind dat een blamage voor het vak. Uit het gevoel van verspilling van geld, materiaal en kennis ben ik op die stelling gekomen." Moet je so'n stelling nu verplicht
stellen of alleen op vrijwillige basis uit laten spreken? Mensen die dan toch al achter die stelling staan kunnen dan een symbolische daad stellen. „Het is meer dan een symbolische daad. Het heeft practische consequenties, voor degene die de eed uitspreekt, maar ook voor het totaal van de natuurwetenschappen. Het leeft bij de mensen. Er is een groep die er tussen in zit, weifelaars die je kunt overhalen n a a r jouw standpunt. Met die eed is natuurlijk niet het probleem van de bewapening uit de wereld. Je moet het zien als een aanzet, een manier waarop je als wetenschapper uiting kan geven aan je maatschappelijke verantwoordelijkheid. Er gaat ook invloed vanuit, er wordt over gesproken." „Persoonlijk ben ik er voor om zo'n eed verplicht te stellen, maar ik zie ook het gevaar dat de belofte iets vaags heeft. Een eed die verplicht wordt gesteld moet veel duidelijker en specifieker omlijnd zijn. Verder heb je het gevaar dat het een papieren belofte wordt, waar jezelf niet eens zo bij stil gestaan hebt. Dat een wetenschapper zegt 'Ik heb die eed afgelegd, n u hoef ik me niet meer met de politieke consequenties bezig te houden. Ik kan weer a a n het werk'." „Een alternatief is dat je ze de keuze geeft om een eed af te leg-
In vier punten gaf de internist ten slotte richtlijnen aan de verzamelde studenten die h u n zouden moeten helpen om te gaan met h u n levensbeschouwing ten opzichte van de patiënten. Als eerste het advies om te leven n a a r de eigen levensbeschouwing: „Greef voorbeeld aan de anderen, wees geen alcoholverslaafde of kettingroker; heb je vijanden lief." Vervolgens: „Heb werkelijke zorg voor de patiënt; cijfer jezelf weg." „Dring je geloof niet op maar sta wel stand-by," en als laatste: „Vraagje af hoe je zelf zou willen dat je behandeld werd en tracht daarmee de motieven voor je eigen handelen op te sporen." In antwoord op de vraag n a a r de maatschappelijke positie van de arts wisten de sprekers zich duidelijk uit te spreken. Van der Meer: „Ik zie de arts niet als een bijzonder mens. Omdat hy of zij een hulpverlener is, gebeurt het vaak dat de arts op een voetstuk wordt geplaatst. Terwijl er toch vaak maar intuïtief beslissingen worden genomen." Broekman: ,,De arts wordt in de rol van de weter gedrongen. Ondanks dat moeten we bedenken dat we daarin niet aan ons mens-zijn toekomen. Dan hebben we de ander juist nodig."
Henk Porck: „Er gaat iets veranderen als mensen te kennen geven bewust met hun vak besig te gijn." (Foto AVC/VU) gen. Je laat dan het initiatief bij de persoon zelf. Het wordt dan voor degene die de belofte aflegt een bewuste beslissing, waar hij dan ook in zijn latere werk de consequenties van moet trekken." Draag je je persoonlijke visie ook uit in je werk? „Het is wel mijn bedoeling om dat te doen. Ik heb het gedaan op een congres over 'human genetics', biJ een lezing over de gevolgen van radioactieve straling op erfelijk materiaal. Ik heb toen gewezen op het gevaar van de kernbewapening. Ik heb gezegd dat we ons als genetici hier tegen uit kunnen spreken. Je k u n t als arts aangeven datje een ziekte waar je mee bezig bent ook op die manier preventief wilt behandelen. Je k u n t ook de oorzaak, die ligt in de
„Ik heb ook een bijvak polemologie gedaan en een bijvak geschiedenis en maatschappelijke aspecten van de natuurwetenschappen. Ik ben daarnaast nog actief lid geweest van de Vredesbeweging, Stop de N-bom, stop de kernwapenwedloop. Daarin k u n je door je kennis van de chemie en van de fysiologie aangeven wat de gevolgen zijn van het kernwapengebruik in Hiroshima en Nagasaki." Denk je dat er iets gaat veranderen in de natuurwetenschappen als meer mensen die eed afleggen? „De wetenschappelijke wereld is wellicht een log apparaat, waar je niet zomaar verandering in aan kunt brengen. Ik geloof echter dat er iets gaat veranderen als mensen te kennen geven bewust met h u n vak bezig te zijn. Daar gaat een uitstralende werking vanuit. Ik ben wat dat betreft optimist." Dat er wel iets kan veranderen blijkt misschien uit de gang van zaken bij zijn promotie. In eerste instantie mocht Porck zijn eed slechts in het besloten gedeelte van de promotie afleggen, na het „hora est". De discussie binnen het college van dekanen had echter tot gevolg dat een van de opponenten zijn vraag verving. Hij stelde een vraag over de stelling, zodat Henk in het openbare gedeelte alsnog zijn belofte mocht uitspreken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's