Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 355
AD VALVAS — 8 MAART 1985
3
Probleem actieve euthanasie vanuit recht en ethiek op studiedag belicht
,,Euthanasie kan laatste geloofsdaad zijn" Mag actieve euthanasie worden toegepast? Rond deze vraag vond op vrijdag 1 maart een studiedag plaats aan de Vrije Universiteit, waarop het euthanasievraagstuk vanuit juridisch, ethisch en medisch-praktisch gezichtspunt werd bekeken. In werkelijkheid werd de centrale vraag wat voorzichtiger geformuleerd: Is het verantwoord in de gezondheidszorg de grens naar de zogenaamde actieve, directe, euthanasie te overschrijden? Vanuit de juridische hoek is er al met al weinig bezwaar tegenin te brengen, zo bleek tijdens de bijeenkomst, maar de ethische kant is verdeeld. Met name de katholieke ethicus prof. drs. W. C. M. Klijn had bezwaren. De medische invalshoek werd vertegenwoordigd door de internist prof. dr. C. van der Meer van de VU: „De moderne therapieën hebben euthanasie opgewekt. Zelfs met drie procent kans op genezing aanvaardt een zwaar zieke een therapie. De ontluisterende, inhumane, toestand van de patiënt wanneer de therapie is mislukt, is de verantwoordelijkheid van de arts. Dan is euthanasie de laatste geloofsdaad." In de discussie rond het legaliseren van euthanasie ligt de nadruk op het verschil tussen actieve en passieve euthanasie. Tijdens de studiedag, georganiseerd door de Calvinistische Juristenvereniging samen met het katholieke Thijmgenootschap, was het vooral Van der Meer, hoogleraar interne geneeskunde aan de VU, die het verschil helder wist te verwoorden: „Passieve euthanasie is het opzettelijk niet-handelen door de medicus, waarop de dood bij de patiënt volgt. Dat niet-handelen kan het stoppen van de zuurstof-toevoer zijn, het onderbreken van een bepaalde therapie of het niet behandelen van een longontsteking bij een chronische patiënt. Actieve euthanasie is daarentegen het levensverkortend handelen, zodat de patiënt op een snelle wijze sterft, binnen een half u u r bijvoorbeeld." Uit ethisch gezichtspunt zag Van der Meer weinig verschil tussen deze twee vormen. Een standpunt dat niet gedeeld werd door de hoogleraar ethiek aan de Katholieke Theologische Hogeschool in Amsterdam, prof. Klijn. Hij vindt actief ingrijpen door de arts opdat de dood erop volgt verwerpelijk: „Ik meen als ethicus dat het niet vol te houden is dat er geen verschil is tussen actieve en passieve euthanasie." Hij plaatste dan ook een volmondig „nee" als antwoord op de centrale vraag van de bijeenkomst „Is het verantwoord in de gezondheidszorg de grens naar zogenaamde actieve - directe - euthanasie te overschrijden?" In het geval van het wel toelaten van actieve euthanasie zouden volgens Klijn grenzen komen te vervallen, waardoor de waarde van het leven verdwijnt. Het lijden van de patiënt zou de toetssteen yoor het wel of niet ingrijpen van de arts worden en volgens Klijn stelt men dan voortdurend de vraag of het lijden nóg erger moet worden wil actieve euthanasie worden toegepast. Als katholiek ethicus volgt Klijn met deze opvatting de lijn die de bisschoppen onlangs ten aanzien van euthanasie hebben gekozen. Zij vinden het „een misdaad tegen het leven" en keuren alleen goed dat het leven soms wordt verlengd. Volgens hen moet de patiënt „natuurlijk" kunnen sterven wanneer de dood onherroepelijk naderbij komt en verdere behandeling verlenging van het lijden betekent. Volgens de in zwang zijnde terminologie „passieve euthanasie" dus, maar de bisschoppen gebruiken die benaming niet, zij erkennen geen onderscheid tussen actieve en passieve euthanasie. Mr. Ch. J. Enschedé, oud-hoogleraar strafrecht, ziet vanuit zijn terrein g€en bezwaar tegen eu-
Aart Bouwmeester thanasie op verzoek, zolang de rechter maar het laatste woord behoudt om de individuele gevallen te kunnen beoordelen. „Zelfmoord is niet verboden," stelde hij, zodat euthanasie op verzoek van de patiënt, wanneer hij volledig afhankelijk is van de arts, geen rechtskundige bezwaren oplevert. „Is de patiënt niet geheel afhankelijk van de arts, dan zal de laatste hooguit hem door inlichtingen of middelen de juiste weg mogen wijzen." Een tweede geval dat Enschedé onderscheidde was de coma-patiënt. „Ik denk hierbij aan men-
„Ook de gevoelens van naaststaanden spelen een rol in de beslissing van de arts," nam Enschedé een, naar bleek, discutabel standpunt in. Ook zij zijn in zekere zin cliënten van de arts. Het concrete geval bepaalt hoe zwaar die gevoelens en verlangens moeten wegen. Mevrouw Van TUI van de Stichting voor Vrijwillige Euthanasie stelde hier tegenover dat de arts altijd de belangen van de patiënt voorop moet stellen: „De problemen van de omstanders horen niet tot de arts/patiënt relatie en mogen dus niet opgelost worden door een comateuze patiënt uit het lijden te helpen." Van Till greep de gelegenheid die de bijeenkomst bood aan door te wijzen op het belang van euthanasieverklaringen waarin tot uitdrukking gebracht kan worden onder welke omstandigheden men niet meer verder wenst te leven. „We kunnen het probleem van de naaststaanden op dit moment niet oplossen, maar wel in de toekomst. Een euthanasieverklaring moet iets vanzelfsprekends worden." Daarbij moet in de wet geregeld worden, vindt zij, welke zekerheid de patiënt kan hebben. Hij moet erop aan kunnen dat aan zijn wensen gehoor wordt gegeven.
Zelfbeschikkingsrecht
De gevaren bij euthanasie liggen in het misbruik ervan. Was er wel een verzoek tot levensbeëindigen of wordt medisch falen verdoezeld? Spelen de verzekeringen een rol in het geval? Ook een veranderende houding ten aanzien van de bejaarden in de maatschappij kan een gevolg zijn van gelegaliseerde euthanasie. Deze zaken werden aangeroerd door mr. T. M. Schalken, advocaat-generaal in Amsterdam: „Tegen misbruik moeten waarborgen worden gecreëerd. En dat
Achter de tafel de sprekers op de studiedag (Foto AVC/VU) sen, die na een calamiteit in leven zijn, dankzij een continue en levensreddende behandeling, die oorspronkelijk ten doel had de kansen voor het vinden en toepassen van een therapie open te houden. Maar, die bleek niet voorhanden." Volgens Enschedé hebben we hier te maken met het falen van de medische technologie, waardoor de behandeling na een aanvankelijk succes, het in leven houden van de patiënt, doodliep. De levensreddende behandeling heeft - dus - haar doel gemist en geen zin meer. Er behoeft tegen het beëindigen van het leven van deze groep van coma-patiënten rechts-theoretisch geen bezwaar te bestaan, oordeelde Enschedé, zich beroepend op eerdere gevallen waarbij sprake was van een toelaatbare beëindiging van een levensreddende behandeling, die n a a r gangbare, medische, maatstaven zinloos was.
is bij uitstek de functie van het recht. Hier doet zich dan meteen het p u n t van verschil van mening voor: welke ruimte kan het recht bieden om nog een behoorlijke garantie te kunnen blijven geven. Het is een noodzaak om grenzen te trekken bij het vaststellen van die garantie. Het overschrijden van de grens naar actieve, directe e u t h a n p i e , voor zover die niet tot het normaal medisch handelen behoort, kan uitsluitend vanuit het zelfbeschikkingsrecht worden gefunderd." Daarmee uitte Schalken kritiek op de Hoge Raad, die in een euthanasiezaak in Alkmaar zajn uitspraak bij het objectief medisch inzicht liet aansluiten en niet bij het zelfbeschikkingsrecht. Ook het begrip zelfbeschikking is inmiddels in de discussie rond euthanasie een grote rol gaan spelen en 'op deze bijeenkomst be-
een samenleving die pluriform is. Het gevaar schuilt, zo oordeelde hij, dat een uniforme waarde van het leven wordt opgedrongen, zonder dat daarbij rekening gehouden wordt met de individuele moraal van de mens. Die pluriformiteit moet niet te vroeg in de discussie gebracht worden, luidde de reactie van prof. Klijn. Dat zou alleen maar schade kunnen doen. In de ethische discussie, waarin volgens Klijn alleen maar gezegd wordt „moeten we het wel of niet doen", is nog niet sprake van een ge- of verbod van een gezagsinstantie. Dat komt later wel.
Mr. T. Schalken: Zelfbeschikkingsrecht uitgangspunt. (Foto AVC/VU) steedde men er in ruime mate aandacht aan. Prof. Visser 't Hooft, hoogleraar rechtsfilosofie in Utrecht, kleurde het begrip in: „Het gaat om het prijs geven van het eigen leven." En dat is heel iets anders dan het funderen op een algemeen en fundamenteel zelfbeschikkingrecht, vond Visser 't Hooft. „Zelfbeschikking kan slechts waarde hebben doordat wij waarde hechten aan bepaalde aspecten van ons mens-zijn." De zelfbeschikking is daarmee niet een autonoom begrip, een basisrecht, maar kan pas kracht krijgen wanneer duidelijk omschreven wordt in welke gevallen de zelfbeschikking van kracht is. Het draait uiteindelijk om de wil tot leven, vindt de rechtsfilosoof, waarbij de betrokken persoon het laatste woord heeft. De maatschappij mag de patiënt die euthanasie wil wijzen op het menszijn en de waarden die daaraan verbonden zijn, maar niet op het er zijn. Prof. dr. H. M. Kuitert, ethicus
aan de theologische faculteit van de v u , voegde hier het zijne aan toe, met zijn onvermijdelijke vermogen tot het uiten van kritiek op actuele nieuwsfeiten: „Ik zou wat n a a r voren willen brengen over die zelfbeschikking. Ik denk dat in iedere discussie over euthanasie altijd drie dingen aan de orde komen: Het recht op leven, is dat veilig gesteld, het recht op uitoefening van mijn autonomie, en de quality of life-vraag, zeg maar. Ben je tegen dat overschrijden van de grens, dan heb je dus altijd drie entrees om te proberen je vingers ergens achter te krijgen. Mijnheer Borgman, ik mag hier toch vrij praten mijnheer de voorzitter, mijnheer Borgman van de Tweede Kamer, die probeert het altijd via dat eerste, die zegt dan: dat recht op leven is niet altijd even veilig op deze manier. Wat ik hier nu proef, is vooral dat recht op autonomie, in de wandelgangen zelfbeschikking genoemd." Kuitert vroeg zich af wat hij met de zelfbeschikking aan moest in
Natuurlijk sterven
Ten aanzien van het begrip natuurlijk sterven, dat door de katholieke bisschoppen in de discussie rond euthanasie is geworpen, werden enkele schampere opmerkingen geplaatst. Kuitert: „Een verwarrende opvatting is dat alleen de n a t u u r ons mag doden, bij de heer Klijn betekent dat: alleen de ziekte mag een factor zijn, en niet de dokter. Ik denk dat daarbij niet juist n a a r het huidige medisch handelen wordt gekeken. Wij zijn niet meer natuurlijk, wij zijn doorspekt en doorregen met alle mogelijke medische behandelingen." Oud-hoogleraar ethiek aan de universiteit van Utrecht, dr. J. de Graaf, plaatste het in het zelfbeschikkingsrecht: „Men heeft het gevoel dat er een afhankelijkheid van medische techniek is ontstaan, waar de mensen zich tegen verweren. En dan roepen ze: zelfbeschikking! Maar dat roepen ze niet omdat ze zo vreselijk over zichzelf willen beschikken in alle mogelijke toestanden, maar omdat ze hier het nadrukkelijke gevoel hebben, de techniek beschikt over mij."
Dwaalspoor
De ethicus Kuitert stelde aan de jurist Enschedé de vraag of het afbreken van de kunstmatige voeding bij een patiënt in langdurig coma vergelijkbaar is met het afbreken van de beademingsapp a r a t u u r en dus onder passieve euthanasie zou komen te vallen. Het antwoord van Enschedé luidde dat het inderdaad vergelijkbaar is en gaf daarmee een glanzend voorbeeld van het gevaar dat in de discussie door niet-medici over euthanasie schuilt. De internist Van der Meer wees op zijn bescheiden wijze de heren op h u n dwaalspoor door te vertellen dat er verschillende vormen van kunstmatige voeding bestaan. De ene brengt het voedsel in de maag van de patiënt en de ander „voedt" via een sonde in een ader, direct in de bloedsomloop dus. Bij het onderbreken van de eerste mogelijkheid zou dus wat gemakkelijker van actieve euthanasie sprake kunnen zijn. Op de stelling van mevrouw Tromp van de Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie, dat passieve euthanasie in feite het in stand houden van het lijden is, reageerde Van der Meer: „Dat is maar betrekkelijk. U mag dat zo niet zeggen," om vervolgens te wijzen op de mogelijkheden van de medische wetenschap om pijn te verzachten en het sterven alleszins acceptabel te laten verlopen. Tot slot van de bijeenkomst hield voorzitter Gerbrandy van de Calvinistische Juristenvereniging een onnavolgbaar betoog waarin gepoogd werd een samenvatting te leveren. Gerbrandy's voomamelijkste drijfveer leek echter een stellingname te leveren tegenover de katholieke bisschoppen, waarvan er twee aanwezig waren, door nadrukkelijk te wijzen op Jezus Christus als uitgangspunt bij al het moois wat te horen was geweest, zonder dat euthanasie als „misdaad tegen het leven" was gekarakteriseerd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's