Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 169
5
AD VALVAS — 9 NOVEMBER 1984
Nieuwe informatie-technologie een vorm van koopmansbedrog? massacommunicatie Werd voorheen onze samenleving vaak gekarakteriseerd hoogleraar a a n de UvA, een week eerder als een industriële of een kapitalistische maatschappij, hield. Hij waagde het, een paar volgens sommigen staan we nu op de drempel van de kanttekeningen te plaatsen bij de van de technologiinformatie-maatschappij. Het begrip lijkt een kwalita- zegeningen sche vooruitgang. ' tief ander type samenleving aan te duiden. Niet langer is de produktie van goederen bepalend voor de samenleving maar de alom tegenwoordige aanwezigheid van de ]Push-button democracy media. Weg met al die oude problemen en tegenstellin- Hamelink ] karakteriseerde de ] nieuwe ontwikkelingen in de megen! Als we werkelijk op de drempei van een nieuw tijdperk staan, dan is het volstrekt logisch dat in het Studium Generale een college-cyclus a a n dit fenomeen gewijd wordt. In de afgelopen weken lieten een aantal deskundigen h u n licht schijnen over deze „nieuwe orde". Daarbij bleek in het algemeen dat die orde helemaal niet zo nieuw is, en dat het maar zeer de vraag is of de maatschappelijke verhoudingen erdoor veranderd worden. Studenten, stafleden en TAS-leden moeten aangevoeld hebben dat het zogenaamde „informatietijdperk" een mythisch begrip is. Of misschien moest men wel gewoon studeren of werken. In ieder geval, de lezingencyclus werd gehouden in grote collegezalen die bevolkt werden door een handjevol mensen. Dat gold ook voor het afsluitende forum dat 30 oktober werd gehouden en waarvoor op het eerste gezicht toch een aantal interessante lieden waren uitgenodigd. Zo waren aanwezig: Harry Lockefeer (hoofdredacteur van de Volkskrant), Richard Schoonhoven (KRO), ing. J. W. Reinold (WVC, belangrijke m a n achter de medianota), en Ben van Kaam (vu-magazine). Het forum stond onder leiding van prof. dr. J. van Cuilenburg (communicatiewetenschappen VU). Niettemin moet achteraf geconstateerd worden dat de wegblijvers gelijk hadden. De weinige toehoorders werden anderhalf u u r zoetgehouden met oppervlakkig gekeuvel en zeer algemene opmerkingen. Werkelijke discussiepunten waren er bijna niet; en voor zover ze er waren, bij voorbeeld over de rol van de overheid in de technologische sturing, bleken ze voor globaal geïnteresseerden nauwelijks interessant te zijn. Harry Lockefeer mocht benadrukken dat hü van de „nieuwe media" geen werkelijke bedreiging verwacht voor de dagbladjournalistiek. Volgens hem zijn de kranten nog altijd een sterk en modem medium met een solide structuur. Lockefeer denkt dat de krant zich zal aanpassen a a n de technologische ontwikkelingen, zonder er daardoor onderdoor te gaan. Net zoals de krant de opkomst van de televisie moeiteloos overleefd heeft..
Koos Neuvel Richard Schoonhoven verdedigde het eigen standje vanuit een ideëel beroep op het belang van de minderheden: „De overheid moet randvoorwaarden creëren die de Nederlandse omroep in staat stellen om te concurreren met buitenlandse signalen. Primair staat dat de omroep in staat moet blijven programma's te maken voor minderheden." Schoonhoven zag
Tenminste, zo staat het in het definitieve statutenvoorstel dat de voorbereidingscommissie n a a r de universiteits- en hogeschoolbesturen heeft gezonden. Wil dit nieuwe universitaire front tegen Den Haag echter ook binnen het hoger onderwijs succes hebben,
Bovendien twijfelt Hamelink a a n het vermogen van de televisie om
Het forum o.l.v. prof. J. van Cuilenburg Cuilenbur (midden). Links van hem Volkskrant-hoofdredacteur Harry Lockefeer (op de hoek) en Ben van Kaam van VU-magasine. VI Uiterst rechts Richard Schoonhoven (KRO) met naast hem ing. J. W. Reinold, ambtenaar van WVi WVC. (Foto A VCI VU) • bovendien een tendens dat de wereld wordt aangepast a a n de media. Vooral sportgebeurtenissen worden soms speciaal voor de t.v. gecreëerd. Interessanter en diepgaander was de lezing die Cees Hamelink,
Universiteitenclub nog weinig democratisch De collegevoorzitters krijgen minder macht en de raden ietsje meer in de "Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten.
( dia als een vorm van koopmansbedrog. De redenering is dat de 1 wetenschappelijkigroeiende technische beheersing tegelijker1 tijd kwalitatieve verbeteringen 1 met zich meebrengt. Daaruit 1 wordt dan weer geconcludeerd 1 dat het noodzakelijk en verstan< dig is, je bij die ontwikkelingen < a a n te sluiten. Zo wordt de voorispelling dat de opkomst van de een iinformatie-technologieën niet te stuiten proces is, een self~ ] fullfilling prophecy. 1 De nieuwe technieken hebben ] volgens Hamelink eerder de nei1
afnemers (ABC, CBS, NBC), en h u n verlangens bepalen wat er geproduceerd wordt. Mag datgene wat uit deze concentratie van productie en consumptie ontstaat, nog informatie genoemd worden?" De media suggereren ook een wereld waar wij allen by horen. Als a a n mensen gevraagd wordt waarom zij televisie kijken wordt vaak het antwoord gegeven „om op de hoogte te blijven" en „het gevoel dat ik meetel". Volgens Hamelink is dit soort participatie een fictie: „de democratie die de nieuwe media scheppen is een 'push-button democracy', je mag slechts over zeer marginale zaken meepraten. Met de huiscomputer wordt de informatie over de wereld binnen handbereik gebracht. Maar hoeveel informatie is daar niet bij waar we niets mee kunnen?"
dan zal het vermoedelijk nog veel democratischer moeten. Formeel heeft de nieuwe Vereniging, die begin 1985 h a a r taak moet aanvangen, geen enkele macht. Niet over de minister, niet over de instellingen. Haar invloed daarentegen zal vermoedelijk des te groter zijn. Niet voor niets hebben de collegevoorzitters zelf de voorbereidingscommissie gevormd. De hoogste gezagsdragers van de dertien universiteiten en hogescholen en de Open Universiteit willen i n de toekomst bij confrontaties met de minister één front vormen, zelf taken verdelen
ging om de ongelijkheid, de elite en de centralisatie te versterken: „Er bestaat geen vrije markt in de informatie-industrie. Er is een zeer grote concentratie, er zijn 80 bedrijven die zo'n driekwart van de productie voor h u n rekening nemen. Ook zijn er maar weinig
werkelijk informatie te geven: „televisie is eigenlijk een ontzettend vervelend medium, dat heel geschikt is voor reclame en amusement, maar niet voor non-fictie. Door snelle camera-wisselingen, montage e.d. moet het beeld voortdurend boeiend gemaakt
voor een ander het doet en zo h u n autonomie redden. Ze hadden aanvankelijk ook in de uiteindelijke Vereniging zichzelf een belangrijke plaats toegedacht. Ze zouden in het „bestuurlijk overleg" de vergaderingen met de minister voorbereiden. Maar de colleges van Leiden, Twente en Utrecht vonden dat de voorzitters te veel macht n a a r zich toe trokken. Ze wisten op de valreep de statuten zodanig veranderd te krijgen dat in het eindvoorstel elk collegelid die taak msig vervullen. Ook in de instellingen zelf was het eerste voorstel van de voorbereidingscommissie niet onverdeeld enthousiast ontvangen. De universiteits- en hogeschoolraden, die nog steeds het laatste woord hebben en ook uiteindelijk de statuten van de Vereniging moeten goedkeuren, werden niet of nauwelijks genoemd. De raadsvoorzitters van Leiden en Utrecht hebben daarentegen protest aangetekend, met als re-
sultaat een passage in de statuten over „interne procedures in de universiteiten" die moeten worden nageleefd. De raden, zo luidt de uitleg, moeten de richtlijnen vaststellen voor h u n collegeleden-vertegenwoordigers en de besluiten van de vereniging bekrachtigen, en dus ook tijdig de agenda's en verslagen kunnen inzien. De raadsvoorzitters echter willen verder gaan. Zij vinden dat de door de raden vastgestelde begrotingen en ontwikkelingsplannen (meerjarenplannen) van de instellingen de basis moeten zijn van waaruit de nieuwe Vereniging werkt, dat een aantal bevoegdheden van de raden met n a a m en toenaam in de statuten moeten worden opgenomen en dat die statuten slechts met steun van twee derde van elke universiteits- of hogeschoolraad veranderd mogen worden. Alleen op die manier wordt de inbreng van stu-
worden, daar k u n je heel erg mee manipuleren." Maar heb je ook bij het geschreven en gesproken woord geen noodzakelijke vertekening van de werkelijkheid? Hamelink beaamde deze vraag, m a a r volgens hem is het bewustzijn van mensen, dat kranten m a a r een bepaald idee van de werkelijkheid geven, groter dan bij televisie. Bij t.v. gaat het om het visuele, en datgene watje met eigen ogen ziet, is geloofwaardiger dan datgene wat je van een ander hoort.
Luddisme „In de negentiende eeuw had je een groep handwerkers, die luddieten genoemd werden, die zich verzetten tegen de mechanisering. Deze handwerkers verzetten zich tegen de vooruitgang door de nieuwe machines kapot te slaan. Zij werden onmiddellijk door de overheid geëxecuteerd. Deze luddieten waren geen woestelingen, h u n protest was een politiek protest, z y konden niets meer met h u n kennis, de technieken beheersten hen en bevoordeelden de beheerders." Aldus Cees Hamelink a a n het slot van zijn lezing, en hij vroeg zich af of het geen tijd wordt voor een 20eeeuws luddisme, want „de werkelijke problemen van onze samenleving laten zich niet definiëren in computertermen". Is Hamelink een dorpsgek, een hopeloos geval uit de romantischconservatieve doos? Als we terugkeren n a a r de forumleden die zich een week later over de stellingen van Hamelink uitlieten, lijkt die vraag met ja beantwoord te moeten worden. Richard Schoonhoven maakte een schampere opmerking over de protestantse voorkeur voor het woord, en het wantrouwen tegen het beeld, die hij bij Hamelink bespeurde. Hamelink's stellingen werden beoordeeld als pessimistisch, waar men het eigen optimisme tegenover stelde. Om dat optimisme kracht by te zetten heeft WVC-ambtenaar Reinold zijn strategieën al klaar. We moeten beginnen met het beïnvloeden van de jeugd: „Nieuwe generaties zullen beter gewend zijn om met informatie om te gaan. Door educatie moeten de jongeren vertrouwd worden gemaakt met de nieuwe technieken, ze moeten leren kiezen. Het schrikeffect dat misschien aanvankelijk optreedt zal plaatsmaken voor een gewenningseffect." Zo worden de geesten rijp gemasseerd voor de technologische vernieuwing. Met fier, opgeheven hoofd blikken we vooruit, en stappen we met gepast vertrouwen de toekomst tegemoet.
denten en pwrsoneel van de instel"lingn gewaarborgd. De Utrechtse raadsvoorzitter P. Sanger noemt het „niet slim" dat de collegevoorzitters in h u n eindvoorstel zo weinig van die voorstellen hebben overgenomen. „Ons protest wijst op wantrouwen binnen de instellingen," z ^ t hij. „Door de invloed van de raden buiten de deur te houden geven de collegevoorzitters te kennen dat er voor dat wantrouwen alle reden is." En een Vereniging die niet de steun heeft van alle instellingen, vermoedt hij, begint weinig. De raadsvoorzitters bepalen vrijdag 9 november h u n gemeenschappelijk standpunt. Daarna is het woord a a n de raden zelf, die waarschijnlijk zullen proberen de statuten in h u n voordeel te wijzigen. Of dat lukt birmen binnen twee maanden zodat de Vereniging begin volgend jaar een feit is; is daarbij zeer de vraag. (UP, Lin Tabak)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's