Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 291
AD VALVAS — 1 FEBRUAR11985
„Op de universiteit leer je geen vak"
ptt ie (Foto Bram de Hollander)
demici begint ieit te worden is tenslotte geen beroepsopleiding. Een luxe-redenering die stand kon houden in een tijd dat de medicijnen-student vanzelfsprekend geneeskundige en een student frans automatisch leraar frans werd. Maar langzaam maar zeker gaan faculteiten zich bekommeren om wat heet de behoeften van de arbeidsmarkt. Niet alleen vanuit een welgemeend gevoel van „morele verplichting", maar ook vanuit het oogpunt van eigenbelang: wanneer blijkt dat in een bepaalde studierichting geen brood zit, leidt dat er uiteindelijk toe dat potentiële studenten naar andere opleidingen uitwijken en dat komt de positie en omvang van een faculteit niet bepaald ten goede. Een overzicht van initiatieven aan de VU. Sociale Dienst was beduidend minder vlot met de medewerking: „'t Is een bureaucratische instelling. Ik heb in mei '84 een aanvraag ingediend om te mogen werken met behoud van uitkering. Pas in augustus kreeg ik toestemming." Soms wordt die toestemming niet verleend, is zijn ervaring. „Ze accepteren bij voorbeeld niet de reden dat je iets om handen wilt hebben. Ik heb als argument opgegeven... (volgt fraaie volsin over het nut van werkervaring en het stijgen van kansen op de arbeidsmarkt van biologen)." En inderdaad: sinds hij met zijn onderzoek aan de VU bezig is, wordt hij vaker uitgenodigd voor een sollicitatieproces, merkt J a n Maarten. Voordien viel hij vaak eerder uit de boot wegens gebrek aan ervaring. „Heel vervelend, maar een keertje zal het wel lukken - ik zat al een paar keer bij de laatste vier."
Via-via
Een ander voordeel van het vrijwilligers-onderzoek aan de VU is dat je op die manier in de picture blijft, vindt hij. Veel tijdelijke vacatures worden namelijk niet via - vaak langdurige - open sollicitatieprocedures opgevuld, maar
m
'onderhands', via-via. J a n Maarten werkt 32 u u r per week en als 'beloning' mag hij zijn uitkering houden. Geeft het geen vreemd gevoel als je ziet dat collega-biologen heel wat meer verdienen? Jan-Maarten: „Op zich is dat wel vervelend, m a a r . . . eh . . . ik beschouw mezelf nog als student en die krijgt ook niet veel geld. Maar het zou een rare zaak worden wanneer zeg maar de ene helft van de vakgroep vrijwilligerswerk doet en de andere helft betaald werk afleverd. Een ontwikkeling die je in de gaten moet houden." Gerrit Wildenbeest (34) is eind '81 afgestudeerd als antropoloog. Na een verblijf in het buitenland en het verrichten van allerhande baantjes werd hij in november '83 gastonderzoeker aan de VU. Hij liep al enige tijd rond met plannen voor een onderzoek naar de textielnijverheid in Winterswijk en nu deed zich de gelegenheid voor die plannen ook uit te voeren, want de faculteit betaalde, n a overleg van een begroting, de onkosten. Contact houden met je vakgenoten, voorkomen dat je geïsoleerd
Vervolg op pag. 9
Arjen Lont studeerde augustus 1983 af in de experimentele natuurkunde, met het vaste voornemen aan het werk te gaan in het bedrijfsleven. In hoog tempo en met goede resultaten had hij zijn doctoraalstudie afgerond. Als bijvakken had hij wiskunde, dat verplicht is, en wetenschapsfilosofie, hetgeen hem interesseerde en bovendien in korte tijd te doen was. Na een jaar werkloosheid en een cursus management bij de Baak, het studiecentrum van de werkgeversorganisatie VNO, is hij terecht gekomen in het bedrijfsleven, waar hij een computeropleiding krijgt. „Alleen goed zijn in je hoofdvakstudie is niet voldoende om buiten je vakgebied een baan te vinden. De eisen in het bedrijfsleven liggen heel anders dan op de universiteit. Het is er veel minder vakgericht. Alleen bij sollicitaties wordt meer gekeken n a a r je vak dan n a a r het zelfstandig kunnen werken bij voorbeeld. Er wordt wel gekeken naar je bijvakken. Economie of iets in de computers geeft je een goede ingang." Aldus Arjen, die het een beetje zijn eigen schuld vindt dat hij die bijvakken niet gekozen heeft. „Het is niet de schuld van docenten, die vooral de nadruk leggen op goed onderzoek. Oriëntatie op de arbeidsmarkt is niet h u n taak." Economie en informatica zaten wel in het pakket dat de managementcursus van de Baak aanbood. Arjen: „De Baak-cursus is heel algemeen en van alle vakken is het niveau zodanig dat je zonder basiskennis in k u n t stappen. Daarnaast krijg je een aantal sociale vaardigheden, die je tijdens
je studie niet leert. Via een stage zou je dan in een bedrijf op een managementpositie kunnen komen. Die stages bleken vooral aan te sluiten op wat je al kon, op je vak. Het waren niet zozeer managements tages."
Inspelen
stages zijn ook een onderdeel van het bijvak „Beleid en bestuur". Dit bijvak wordt verzorgd door de vakgroep maatschappelijke aspecten van de natuurwetenschappen op de bèta-faculteit van de VU; Deze vakgroep organiseert ook het facultaire studiu m Generale over de aansluiting tussen de opleiding en de beroepspraktijk. Volgens professor Erik-Jan Tuininga speelt dit bijvak in op de arbeidsmarkt voor exacte wetenschappers. „Circa 90 procent van de banen voor afgestudeerde natuurwetenschappers zitten bij de overheid en het bedrijfsleven, steeds minder in het onderzoek en het onderwijs. Bij de overheid komen natuurwetenschappers op nieuwe plaatsen waar vroeger voornamelijk economen en juristen werden aangesteld. Bij voorbeeld bij Economische Zaken voor het technologiebeleid en de energievoorziening en bij Binnenlandse Zaken voor rampenplannen en risicoanalyses. Voor al deze banen zullen universitair afgestudeerden moeten concurreren met TH-mensen. Ik denk dat die TH-ers het zoals het er n u voor staat zullen winnen." In de TH-opleidingen zitten verplicht een drietal externe stages, terwijl op de universiteiten de enige werkervaring die is van on-
Niet alleen letterkundige Het Documentatiecentrum Werkgelegenheid Letteren (gevestigd in kamer 12A-15 van het hoofdgebouw) bevindt zich onmiskenbaar in de opbouwfase. Het documentatiesysteem moet nog op poten gezet worden en uitgeknipte personeelsadvertenties liggen nog verspreid over de bureau's. „Ik moet nog veel contacten leggen," vertelt Margreeth Kok die vanaf oktober vorig jaar vanuit een begeleidende facultaire werkgroep het centrum beheert. Zelf is ze ook werkloos. Of liever gezegd: baanloos, want ze is 32 u u r per week, met behoud van uitkering, met dit centrum in de weer. „Officieel ben ik nu werkgelegenheidsfunctionaris," zegt ze lachend. Dat de werkgelegenheid voor afgestudeerde letterkundigen er somber uit ziet is genoegzaam bekend. Het traditionele afzetgebied voor deze doctorandi, het onderwijs, biedt steeds minder mogelijkheden. Het geboortecijfer is de afgelopen jaren stevig gedaald en dat betekent dat er minder schoolklassen worden gevuld en bijgevolg minder leraren nodig zijn. Daar komt nog bij dat het aantal afgestudeerden van deze faculteit in Nederland tussen 1970 en 1983 meer dan verdrievoudigd is. Een derde factor die de toekomstperspectieven negatief zal beïnvloeden, is de waarschijnlijk zeer beperkte toelating tot de leraren- en onderzoeksvariant van de tweede fase. Binnen de letterenfaculteit is men n u naarstig op zoek n a a r andere segmenten van de arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld de rijksoverheid. Het blijkt echter dat deze potentiële werkgever niet altijd een juist beeld heeft van wat een letterkundige in huis heeft, vertelt Margreeth. Ze pakt enkele uitgeknipte personeelsadvertenties van de overheid en zegt: „Wanneer men academici zoekt voor algemene beleidsfuncties, denkt men bijna automatisch a a n sociale wetenschappers, juristen of economen - niet aan
letterkundigen." Ze geeft toe dat niet alleen bij overheidsfunctionarissen het beeld „gecorrigeerd" moet worden, maar ook bij de studenten zelf. „Het zou kunnen zijn dat afgestudeerde nauwelijks op deze advertentie reageren - ik moet dat nog uitzoeken. Wellicht denken ze zelf dat ze alleen maar geschikt zijn voor het onderwijs en hebben ze onvoldoende weet van alternatieven."
Margreeth Kok.
(Foto AVC/VV)
Toch is het zo dat nu al ruim een kwart van de werkende afgestudeerde letterkundigen een baan buiten de onderwijssector heeft weten te vinden. Welke banen dat precies zijn is onbekend, netzomin als bekend is hoe letterkundigen daar terecht gekomen zijn, aan welke eisen ze moeten voldoen en wat ze terugkijkend van h u n studie vinden. Om die reden vindt Margreeth het van belang om contactavonden met oud-studenten te organiseren om ervaringen uit te wisselen. Een tweede alternatief dat de pijn van de werkloosheid zou kunnen verzachten, wordt gevormd door de commerciële sector van de arbeidsmarkt. Letterkundigen in het bedrijfsleven zijn tot nog toe
derzoeker in de universitaire research. Dit is te zien als een interne stage. „In de stage van het bijvak Beleid en bestuur krijgen de studenten zicht op de onderzoeksprogrammering in een bedrijf en het omgaan met beleidsinformatie," licht Tuininga toe. Voorlopig zal er nog wel een taakverdeling blijven, die dit soort stages bij onze vakgroep houdt. De subfaculteiten nemen wel elementen van het arbeidsmarktvraagstuk op in de encyclopediecolleges, maar daar blijft het bij."
Ervaring opdoen
Arjen Lont denkt dat beleid en bestuur in principe een goed bijvak is als het een interfacultair karakter krijgt, met economie en bedrijfskundige aspecten erin. Over stages zegt hij: „Een bedrijf is natuurlijk geen filantropische instelling. Je komt er op een plaats in je eigen vakrichting. Je zult echter toch wel ervaring opdoen over de manier van werken in een bedrijf." Arjen is terug gekomen van zijn idee om direct na zijn studie in het management terecht te komen. „Op de universiteit leer je geen vak. Dat komt pas in een bedrijf. Je moet weten waarover je het hebt, het produkt kennen, dan pas kun je het managen." Om uiteindelijk toch op een managementfunctie uit te komen is een stage of een cursus bij de Baak volgens Arjen wel een goede binnenkomer. Verder is de computer momenteel hèt gat in de arbeidsmarkt. Dat de ideeën wat betreft stages, althans op de VU, drastisch veranderen blijkt wel uit de vraag die Tuininga aan het einde van ons gesprek aan mij stelt: „Weet jÜ nog een docent op de faculteit die tegen stages is? Ik kan er geen vinden voor het debat pro en contra stages, dat in het studium generale gepland is." (J. v.d. S.) een zeldzame verschijning. Bij oliegigant Shell werken bijvoorbeeld maar vier letterendoctorandi op een totaal van 2300 academici. Maar voorlopig lijkt het bedrijfsleven weinig geporteerd van de gedachte hierin veranderingen aan te brengen. Een jaar terug toonde een aantal personeelsfunctionarissen van grote bedrijven zich bereid de discussie over dit onderwerp aan te gaan met enkele hoogleraren en letterenfaculteiten in den lande. De bezwaren van de zijde van het bedrijfsleven om letterkundigen in h u n gelederen op te nemen, logen er niet om. Ze missen de juiste spirit, de commerciële ambitie en ze hebben meestel geen drive om zaken zo snel mogelijk voor elkaar te krijgen, meende een van hen. Dat kwam hard aan bü de heren hoogleraren. Om toch een positief geluid te laten klinken, concludeerden beide partijen dat wanneer studenten stages gaan lopen in bedrijven, men een realistischer beeld van elkaar zou kunnen krijgen. Volgens Margreeth moet er in een eerdere fase van de studie aandacht worden geschonken aan beroepenoriëntatie. „Als je in een vroeg stadium weet op welke sectoren je wilt mikken, kan je zo goed mogelijk uitgerust op de arbeidsmarkt verschijnen." „Dat betekent overigens niet," voegt ze daar direct aan toe, „dat je je helemaal k u n t fixeren op wat er op die markt gebeurt, want die is natuurlijk ook niet statisch. Over vier jaar kunnen er immers heel andere functies nodig zijn." Het komende jaar moet ze een omvangrijk takenpakket uitvoeren, variërend van het verzamelen van arbeidsmarktverkenningen tot het adviseren van de facultaire onderwijscommissie. „Maar ik ben al blij als het me lukt binnen een jaar het probleem van de werkgelegenheid onder de aandacht te brengen van mensen hier op de faculteit," verzucht ze. „Bij velen van hen lijkt het probleem nog niet aan de orde. Maar voordat de nood aan de man komt, moeten er alternatieven besproken en geboden worden." (W.C.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's