Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 211
AD VALVAS — 30 NOVEMBER 1984
7
Bestuurder Landelijke Studentenvakbond Gerard Bosman op congres:
„Grootste vijand studentenbeweging zijn de studenten zelf" De Nederlandse studentenbeweging beraadde zich in Utrecht. Zo'n veertig personen bogen zich over de vraag: hoe verder? Welke doelen, welke weg er heen? Zijn we een beweging van studenten of een vakbond? Meer vragen dan een mens ooit in z'n leven kan beantwoorden. Gerard Bosman, bestuurder van de Landelijke Studentenvakbond (LSVB) zucht op het eind van het gesprek: „Het klinkt misschien cynisch, maar de grootste vijand van de studentenbeweging, dat zijn de studenten.. . Dit jaar, in 1984, is het éénentwintig jaar geleden dat de studentenvakbeweging werd opgericht. Het zou dus het jaar moeten zijn waarin de studentenbeweging in Nederland de jaren des onderscheids, of zo men wil, de volwassenheid bereikt zou hebben. En om met de deur in huis te vallen: de studentenbeweging in Nederland staat er slecht voor. Een pijnlijke constatering. Het congres van de LSVB, de Landelijke Studentenvakbeweging, dat afgelojjen weekend in Utrecht plaatsvond, veranderde daar ook weinig aan. Het isolement waar de studentenbeweging in verkeert, werd door niemand ontkend. Een vertegenwoordigster van de Leeuwardense studentenvakbond „Strijt" verwoordde het eerlijk en openhartig: „Hoe kunnen we eigenlijk de studenten interesseren voor die dingen waar we mee bezig zijn? We bereiken hen gewoon niet meer." Het was een onverbloemde manier van vertalen van wat in het jargon heet: mobiliseren, aktievoeren, meeting. Grelukkig durfde niemand te bestrijden dat men diep in een isolement zit, alle - gematigd - optimistische verhalen ten spijt. De crisis zit dieper. De meerderheid van de studenten is niet georganiseerd in een studentenvakbond. En de studentenvakbonden zelf zijn onderling verdeeld. Eindeloos werd gebakkeleid over de vraag of men zich moest richten op de directe belangen van studenten, (studiefinanciering, huren, collegegeld), of dat men zich moest richten op politisering of - derde alternatief - dat de studentenbeweging zich vooral bezig moest gaan houden met wetenschapskritiek.
Habermas
Peter Baggen uit Wageningen meende het de aanwezigen a a n te moeten doen om drie kwartier
dat studenten ook politiek bedrijven; de belangbehartigers menen dat de studentenbeweging zich afzijdig moet houden van issues als kernwapens, de apartheid in Zuid-Afrika etc. Het merkwaardige is, dat de Wageningse studentenvakbond, als woordvoerder van de wetenschapskritiek als belangrijkste taak voor de studentenbeweging, zelf een reduktie- en faciliteitenbureau heeft, waar iedereen jaloers op zou worden. En bovendien zo'n slordige vijfduizend leden heeft die vooral op deze directe belangenbehartiging afkomen.
Woorden-gegoochel
BertoMerx/UP lang het werk van de Duitse filosoof Habermas door te exerceren om te concluderen dat „kolonialisering, normering en disciplinering alleen mogelijk is binnen het bestaande interpretatiekader", a c h z e l t regelmatig onderbrekend met de uitroep: „Dat was wel een bijzonder moeilijk te begrijpen gedeelte." In de zaal stak heel voorzichtig een klein stormpje van woede op. Niemand, behalve 'e'en student sociologie uit Groningen, had begrepen waar het over ging. Naar zijn mening had de spreker trouwens niets van Habermas begrepen. De vraag n a a r nadere uitleg van de occulte brij neo-germanismen die over de tafel vlogen werd hoogl\artig afgedaan met: „Dit is ook zeer moeilijk, men zal er zelf intensieve studie van moeten maken." Dit haast pathologische exposé van kennis had een fnuikend resultaat: de discussie over wat de studentenbeweging met de inhoud van de wetenschap moet doen, was gelijk plat geslagen. Het is diep treurig: Habermas had eindjaren zestig invloed in de studentenbeweging, onderging een zekere verkettering in de jaren zeventig, en keert in 1984 weer terug. In het Duits noemen ze dat een „ewige Werdegang". In de discussie over de vraag of de studentenbeweging zich moet bezighouden met de directe belangbehartiging van studenten lagen de meningen mijlen ver uit elkaar. Het ene kamp stelt dat de studentenvakbonden niet a a n enge groepsbelangen, of groepsegoïsme, moeten doen. Het andere kamp wil juist wel dat de studentenbeweging zich om de directe belangen van de studenten bekommert. De anti-belangenbehartigers willen dat de studenten zich op fundamentele kritiek op de gangbare wetenschap gooien.
Ook de organisatie van studenten leverde een rivier van een discussie op. Moet het een vakbond zijn, een belangenbehartigingsclub, of moet het een sociale beweging zijn? De beste definitie van sociale beweging die er circuleerde was: een sociale beweging houdt zich bezig met een bepaald aspect zoals kraken, kruisraketten of kernenergie. Een vakbond zou dan bredere aspecten van het bestaan omvatten. Het soms hopeloos woorden-gegoochel bereikt het hoogtepunt met de vraag: „Moeten we ons n u zelf definiëren als studentenbeweging of als
studentenvakbond?" Men krijgt de neiging om te antwoorden: „What's in a n a m e . . . "
Forum
's Avonds was er een forum. Vertegenwoordigers van de vredesbeweging, de wetenschapswinkels, de HBO-raad, de PSP, de beweging van alleenstaanden, lieten h u n licht schijnen over de problemen van de studentenbeweging. Mevrouw Sonja van der Gaat, van de beweging van vrouwen tegen kruisraketten, legde een soort liefdesverklaring af waarin zij hoopte op actieve ondersteuning van de zijde van de wetenschappers en studenten voor onderzoek n a a r de kemwapenproblematiek. De wetenschapswinkels constateerden dat de invloed van studenten bij hen merkbaar en aanzienlijk was in de beginfase van een wetenschapswinkel. Als een winkel echter professionaliseert komen de werkloze academici h u n plaats innemen. De vertegenwoordigster van de belangenvereniging alleenstaanden constateerde met enige bitterheid: „Er zijn bij ons wel eens studenten geweest, maar dat bleek te zijn om een scriptie te schrijven . . . " Deze mevrouw ontmaskerde op
een aardige manier het holle geschreeuw dat men solidair zou moeten zijn met andere sociale bewegingen. In concreto verklaarde iedereen dat men hulp en ondersteuning van studenten zeer op prijs zou stellen. Men had er - spijtig genoeg - totnutoe niet veel van gemerkt. ' „We zijn bezig om langzaam uit het diepe dal te kruipen waar we vorig jaar nog in zaten," zegt Harm Hartman, de voorzitter van de LSVB. „We zijn een beetje dichter bij elkaar gekomen omdat we de tijd hebben genomen fundamenteel te .discussiëren over de richting waar we heen willen." De tegenstellingen tussen de verschillende vakbonden staan toch nog steeds als een huis overeind? Hartman: „Men kende de reden en de achtergronden van deze meningsverschillen niet zo goed. Het belang van dit congres was niet om in twee dagen even een beleid voor de studentenvakbonden te bakken."
Bang
Gerard Bosman, bestuurslid van de LSVB: „De grootste tegenstanders van de studentenbeweging zijn de studenten zelf. Studenten vinden het niet normaal dat ze voor h u n eigen belangen opkomen. Men is bang voor groepsegoisme." Het perspectief voor de komende jaren? Harm Hartman: „Het perspectief ligt in een sterke organisatie met een hoge continuïteit. We moeten een onderhandelingspartner voor minister Deetman worden waar hij niet omheen kan. Ook hebben we meer zelfverzekerdheid nodig. Het moet gewoon normaal ssijn datje als student lid bent van een studentenvakbond. Het is maf om het te zeggen, de pers en de politiek nemen ons serieuzer dan de studenten zelf."
(Foto Bram de Hollander)
„Buitenlandse verdachte mist adequate hulp van tolk" „Voor tolkenbijstand is een buitenlandse verdachte tot op. heden overgeleverd aan het spel der vrije krachten. Hij kan een 'echte' krijgen, een amateur, een 'assistent-rechercheur' of geen." Aldus mr. Arthur Frid, criminoloog aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, in het decembernummer van het maandblad PROCES. Hij komt tot de conclusie, dat „de kwaliteit en ook de fre-
quentie van tolkenbijstand in onze strafrechtspleging is blijven hangen in de sfeer van willekeur, op zijn best welwillendheid." De Nederlandse wetgeving op dit gebied acht Frid volstrekt ontoereikend en in strijd met het Verdrag van Rome. Dit leidt volgens hem tot chaotische praktijken. Zo blijken tolken in strafzaken vaak geenszins op h u n taak berekend. Een beroepsopleiding is namelijk niet voorgeschreven. Meer dan eens komt het voor, met name op het politiebureau, dat zij zich
zelfs partijdig opstellen. Recherche, rechtercommissaris en rechtbank werken elk met eigen, provisorisch samengestelde tolkeniysten. Landelijk worden uiteenlopende tarieven gehanteerd. De aanwezigheid van een tolk is pas ter terechtzitting wettelijk verplicht. Gevolg is, dat politie- en justitieambtenaren herhaaldeUjk zonder diens bemiddeling het verhoor ter hand nemen. Initiatieven, o.a. van het Nederlands Genootschap van Vertalers, om aan deze ongewenste situatie een eind te maken, liepen om verschillende redenen op niets uit. In zijn artikel hekelt de a u t e u r „het autonome optreden van poUtie en justitie, en de mis-
plaatste tolerantie van de overheid". Ook de tolken gaan naar zijn mening niet vrijuit: velen maken misbruik van het feit, dat zij letterlijk en figuurlijk een vrij beroep uitoefenen, dat nauwelijks a a n enige controle onderhevig is. Frid spreekt van een inbreuk op de procesgang van buitenlandse verdachten. Hij vindt, dat de tolkenbijstand radicaal dient te veranderen, n a a r opzet en inhoud. Hij noemt drie vereisten. Om te beginnen moet het tolken in strafzaken een vak apart worden. Daarvoor zijn nodig: gedrags- en beroepsregels, een strafrechtelijke scholing, alsmede een tolk- en taaltechnische specialisatie (pro-
fessionalisering). De frequentie van het tolken moet voorts drastisch worden opgevoerd, overeenkomstig de rechtsbeginselen als neergelegd in het Verdrag van Rome; in de praktijk én in de wetgeving. Dit betekent gratis tolkenbijstand op alle voor de verdachte essentiële momenten in het strafproces (intensivering). De Buro's voor Rechtshulp zouden in de naaste toekomst „tolkenpiketdiensten" moeten opzetten: toewijzing van professionele tolken aan alle strafrechtelijke instanties. Daarnaast dient er per arrondissement een orgaan te komen, belast met toezicht en tuchtrechtspraak (coördisatie controle).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's