Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 251
AD VALVAS — 11 JANUAR11985
11
Waterzuiveringsinstallatie helpt niet, constateren onderzoekers
Natuurmonumenten gooide vier miljoen weg in water Naardermeer Kom je aan het Naardermeer, dan kom je aan de Nederlandse natuurbescherming. Dit moerasgebied in het Gooi was de eerste aankoop van de Vereniging tot Bescherming van Natuurmonumenten. In het begin van deze eeuw roemden mensen als Jac. P. Thijsse de schoonheid van dit gebied. Ook de overheid durfde dit symbool van de Hollandse natuur niet te doorkruisen met een tweede spoorlijn (naar Almere) en kocht haar geweten vrij met vier miljoen gulden. Natuurmonumenten investeerde deze som in een waterzuiveringsinstallatie, maar die zal volgens VU-biologen weinig effect hebben. Waar halen we schoon water vandaan om onze schaarse natuur te redden? De geschiedenis van het Naardermeer staat bol van menselijke ingrepen. In de vorige eeuw zijn verschillende pogingen ondernomen om het meer droog te leggen en er werd een sjjoorbaan aangelegd, die het gebied in tweeën deelde. Aan het begin van deze eeuw hing het voortbestaan van het natuurgebied werkelijk aan een zijden draadje: de gemeente Amsterdam maakte plannen om het Naardermeer als vuilstortplaats te gaan exploiteren. Dit was in 1905 de aanleiding tot de oprichting van de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten, die in 1906 het gebied aankocht en het in stand kon houden als uniek vogel- en plantenreservaat. De laatste decennia zijn er rond het Naardermeer nieuwe problemen ontstaan. Het gebied ontleent zijn unieke karakter aan de bijzonder vochtige ondergrond. Het gebied staat niet in open verbinding met de omliggende boezemwateren en om de waterstand in de zomermaanden op peil te houden werd vanouds water uit de Vecht ingelaten. Het Vechtwater ging echter zo sterk in kwaliteit achteruit dat men moest besluiten de inlaat van dit water stop te zetten omdat anders ook de waterkwaliteit van het Naardermeer snel achteruit zou lopen. Het grote probleem is de eutrofiëring: door de grote hoeveelheden voedingstoffen, zoals fosfaten, in het water vertonen bepaalde waterplanten een explosieve groei en verstikken letterlijk het overige leven in het water. Na het stop zetten van de inlaat van Vechtwater rees echter een nieuw probleem: het waterpeil daalde en door uitdroging kwamen alsnog grote hoeveelheden voedingsstoffen vrij in het water.
'Schadevergoeding' Om deze problemen te bestuderen en mogelijke oplossingen aan te dragen n a m Natuurmonumenten een ingenieursbureau in de arm. Terwijl dit bureau zich stortte op het schrijven van een serie rapporten diende zich alweer het volgende probleem aan: de overheid plande een tweede spoorlijn (naar Almere) dwars door het gebied heen. Natuurmonumenten vormde met andere natuurbeschermende instanties een gesloten front tegen deze nieuwe aantasting en uit vrees voor langlopende procedures sloot de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat Tuinman met de natuurbeschermers een compromis. De spoorlijn werd 500 meter opgeschoven en Natuurmonumenten kreeg als „schadevergoeding" een bedrag van 4,2 miljoen gulden. Inmiddels is van dit geld een zuiveringsinstallatie gebouwd, waarmee water uit het IJmeer
m a n Hillebrand heeft zich de laatste jaren beziggehouden met het ontwikkelen van een theorie over het proces van eutrofiëring. Langzamerhand zijn de deskundigen het wel eens geworden over hoe dit proces verloopt. In een voedselarm water overheersen de kranswieren en in een bepaalde reeks wordt bij toenemend fosfaatgehalte steeds een andere plantensoort overheersend. Zo zien de VU-onderzoekers in het Naardermeer al jaren grote hoeveelheden „flab" (drijvende waterplanten) in het water. Uitgaande van zijn theorie voorspelt Herman dat door de werking van de zuiveringsinstallatie het fosfaatgehalte iets zal dalen en een massale vegetatie van drijfblad zal optreden. Deze wortelen in de bodem en door de jarenlange instroom van fosfaten is de bodem zo vol van deze voedingstof dat het nog jarenlang effect zal hebben.
Maarten de Hoog Annelies Stolp
Mest
Herman Hillebrand vult verder aan: „Er spelen nog veel meer factoren een rol. Het Naardermeer is een open systeem, het is vreselijk dynamisch en er ligt bij de aalscholverkolonie een berg mest van ettelijke tonnen. Het is best mogelijk dat die vogelkolonie zo eutrof lerend werkt dat de rest gerommel in de marge blijft. Het is volstrekt belachelijk dat men met een rekenlineaal een waterstaatkundige operatie doorvoert om een biologisch systeem te beïnvloeden, zonder dat er op een behoorlijke manier een bioloog bij betrokken is om hier zinnige dingen over te zeggen. Dat is alsof je een geneesmiddelenfabrikant de patiëntenzorg in handen geeft, daar moet een huisarts tussen zitten." Hoewel de VU al jaren onderzoek doet in het Naardermeer zijn de biologen pas officieel benaderd
dat het Naardermeer gered zou zijn door deze installatie. Bij de opening werd gezegd dat dit een unieke gebeurtenis voor Nederland was. De know-how die daarbij is opgebouwd zou ook van toepassing kunnen zijn op andere gebieden. Maar wat je ziet is dat de kennis ophoudt bij het binnenhalen van het geld en het plaatsen van een installatie." Wat souden de onderzoekers doen als sij vier miljoen kregen om, het Naardermeer te herstellen? Pierre de Vries: „Wél een zuiveringsinstallatie bouwen, maar niet zo'n dure, en onderzoeken of we het water ook kunnen ontdoen van nitraten. Omdat het er op lijkt dat deze stoffen de belangrijkste factor zijn in de overmatige algengroei, moet je die proberen te beperken. Verder moet de vogelkolonie worden aangepakt. Deze moet zodanig van het gebied geïsoleerd worden dat geen voedingsstoffen meer in het Naar-
van fosfaten wordt ontdaan en vervolgens het Naardermeer wordt ingepompt. De problemen rond de waterkwantiteit lijken hiermee opgelost, maar wat betreft de waterkwaliteit zijn er nog veel vragen. Hoewel men bij Natuurmonumenten spreekt van een uniek gebeuren in Nederland vragen anderen zich af wat de effecten op langere termijn zullen zijn van deze zuiveringsinstallatie. Om deze effecten te bestuderen werd een samenwerkingsverband aangegaan met de betrokken overheden (zuiveringschap en provinciale waterstaat) en onderzoekers van de afdeling plantensystematiek en oecologie van lagere planten van de subfaculteit biologie van de VU. Het doel van het onderzoek was het beschrijven van de situatie op dit moment (de „nulsituatie") en de situatie gedurende een aantal jaren vanaf het moment dat de installatie in werking is, om zodoende het effect ervan te kunnen vaststellen. In november werd een tussentijdse presentatie gegeven van een jaar lang speurwerk in het Naardermeer.
Lek De oorzaak van de eutrofiëring van het Naardermeer ligt niet alleen in de inlaat van Vechtwater. Hoewel er geen rechtstreekse verbindingen zijn met het omringende gebied, is de invloed hiervan niet gering. Het Naardermeer ligt op een plaats in Nederland waar de zandgrond overgaat in een veengebied. Hierdoor staat het in verbinding met verschillende grondwaterstromen en volgens één van de onderzoekers is het Naardermeer „zo lek als een vergiet". Water komt a a n de noordoostk a n t binnen en verlaat het gebied weer aan de zuidwestkant. Verder is er een grote aalscholverkolonie in het gebied en deze vogels, die zo kenmerkend zijn voor dit natuurgebied, zorgen via h u n uitwerpselen voor een grote aanvoer van voedingstoffen. Volgens berekeningen van Natuurmonumenten brengen de aalscholvers jaarlijks 1400 kg fosfaat in het gebied. De inlaat van Vechtwater zorgde jaarlijks ook voor 400 kg fosfaat, door de zuiveringsinstallatie wordt dit teruggebracht tot de helft. Herman Hillebrand en Pierre de Vries, beiden betrokken bij het samenwerkingsverband zijn nogal sceptisch over het effect van de waterzuiveringsinstallatie. Her-
Aan de rand van het Naardermeer staat de waterzuiveringsinstallatie houten schuurtjes tussen de bomen. (Foto Bram de Hollander) Pierre de Vries onderzoekt het water op de hoeveelheid fosfaten en nitraten (ook een voedingstof) met behulp van „bio-ossays" (meten van de groeipotenties van een plant onder toevoeging van verschillende hoeveelheden voedingstoffen. Zijn conclusie is nogal opzienbarend: „De resultaten tot n u toe wijzen uit dat in het Naardermeer voor onze testalg en met onze methode de nitraten en niet de fosfaten de beperkende factor in de groei zijn. Je k u n t dat natuurlijk niet rechtstreeks vanuit het laboratorium vertalen n a a r het Naardermeer, maar het geeft wel een hele sterke aanwijzing. Het wegnemen van de fosfaten, zoals n u met de zuiveringsinstallatie gebeurt, is dus eigenlijk dweilen met de kraan open. Zolang de installatie dus IJmeerwater inlaat dat van zichzelf minder nitraten bevat dan het water van het Naardermeer wordt het eutrofieringsproces iets vertraagd, m a a r hier is geen controle op en zodra het ingelaten water meer nitraten bevat dan zal via de zuiveringsinstallatie de eutrofiëring juist bevorderd worden, ondanks de defosfatering."
door Natuurmonumenten toen het geld al verdeeld was en de zuiveringsinstallatie al in aanbouw was. Onderzoek moest dus plaatsvinden op basis van vrijwilligheid en op basis van wederzijds profijt. Op de vraag waarom niet in een eerder stadium biologen bij het project zijn betrokken reageert men bij Natuurmonumenten als volgt: „Je kunt wel tot in het oneindige onderzoek doen. Er moesten n u concrete maatregelen genomen worden, we moest n u heel gericht op korte termijn tot een uitvoerbare oplossing komen."
Nog meer kritiek Herman Hillebrand heeft nog meer kritiek op de installatie: „Dit is een hoog-technologische oplossing. Wij hebben het idee dat het ook aanzienlijk goedkoper had gekund. Voor het natuurgebied de Botshol, waar we een zelfde soort onderzoek hopen te gaan doen, ligt een plan klaar voor een zuiveringsinstallatie die ongeveer een ton gaat kosten. Een zelfde installatie wordt ook al in de Loosdrechtse Plassen toegepast. In de kranten werd geschreven
in twee aan de omgeving
aangepaste
dermeer kunnen komen. Daarvoor moet een damwand worden geplaatst rond de kolonie. En baggeren. Het slib bevat enorme hoeveelheden fosfaten en nitraten en die hebben zich in het slib verzameld. Uiteraard k u n je van die vier miljoen makkelijk een bioloog aanstellen die een aantal jaren onderzoek doet om het proces te volgen. Het is toch te gek dat in Nederlands bekendste natuurgebied men wel alles weet van de vogels en de planten, maar nog nooit iemand de waterplanten goed heeft onderzocht." Herman Hillebrand: „We willen dit onderzoek ook continueren in de Botshol. We merken ook aan het relatieve succes waarmee onze afgestudeerden een baan vinden dat er duidelijk behoefte bestaat a a n dit soort kennis. Dat is ook een reden om dit onderzoek voort te zetten. Dat is echter een groot probleem, want de vakgroep waarin dit onderzoek plaatsvindt wordt opgeheven." Herman en Pierre rekenen er echter op dat Natuurmonumenten in de toekomst geld voor dit onderzoek beschikbaar zal stellen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's