Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 448
AD VALVAS — 26 APRIL 1985
Verkiezingskatern 2
Kandidaten voor universiteitsraad moeilijk te vinden
De stille drama's achter de verkiezingen In tegenstelling tot alle andere raden zijn voor de universiteitsraad niet alle zetels vacant. De studenten hebben een zittingsperiode van slechts één jaar. Op hun stoelen kunnen dus allemaal nieuwe mensen gekozen worden. Maar voor het wetenschappelijk en het technisch én administratief personeel geldt dat zij mensen kiezen voor twee jaar. Ongeveer de helft van de leden verlaat zijn post en moet door middel van verkiezingen vervangen worden. En dan zijn er natuurlijk nog de buitenuniversitaire leden - de groep Verenigingsleden - die niet gekozen maar benoemd worden en die voorlopig nog mogen blijven zitten. Voor diegenen die wél op verkiesbare plaatsen zitten, lag er de afgelopen weken de moeilijke taak om hun eigen plaatsvervangers te zoeken. Het valt tegenwoordig niet mee om iemand zo ver te krijgen zitting te nemen in de universiteitsraad. Een groot aantal mensen, ook op de Vrije Universiteit heeft het idee dat „het toch allemaal niets uithaalt". Ad Valvas sprak met een aantal huidige, voormalige en toekomstige universiteitsraadsleden. Wat beweegt hen om dit werk te doen? En: wie zou het merken als de raad gewoon wordt opgeheven? "Ik ben gevraagd om me verkiesbaar te stellen," zegt mevrouw M. Hulsmann. „Voordat ik in de universiteitsraad ging, ben ik lid geweest van besturen van kleuterspeelplaatsen en andere dingen dingen die verband hadden met de scholen van mijn kinderen. Ik vond het dan ook geen grote stap om ook bij mijn werk zitting te nemen in een raad." Zo werd zij raadslid voor de Onafhankelijke TAS. Het verhaal van Margriet Hulsm a n n staat niet op zichzelf. Het blijkt dat de meeste mensen die zich bereid verklaren in de raad te gaan zitten, reeds eerder een bestuursfunctie hebben bekleed. Zij kijken niet al te zwaar op tegen het werk en de papierwinkel die gepaard gaan met dit soort arbeid. Eveline Kok, voor de tweede keer kandidaat voor het Democratisch Akkoord (DAK), formuleert het als volgt: „Je krijgt één dag in de week om dit werk te doen. Je kunt er echter gemakkelijk een weektaak van maken. Hoe je functioneert, ligt dus helemaal aan jezelf." Toch hebben niet alle leden het helemaal zelf in de hand. Studenten hebben slechts één jaar om zich in te werken en om van de opgedane kennis gebruik te maken. Vroeger wilden er nog wel eens studenten zijn die zich voor een tweede keer op een verkiesbare plaats lieten zetten, maar met de invoering van de tweefasenstructuur en de steeds grotere studiedruk zijn dit soort mensen uitzonderingen geworden. Perry Quak van de VU Studenten Organisatie (VUSO), Henk Bosdijk, lid van de Progressieve Kies 'Vereniging (PVK) en Eddy van den Bogaard (JOVD-AmsterdamVU) weten alles van de perikelen van het student-raadslid. Eddy van den Bogaard is het afgelopen jaar opgetreden als fractie-assistent van het enige raadslid van zijn partij. De andere twee zijn scheidende universiteitsraadsleden. Vooral voor de twee kleine fracties VUSO en JOVD-AmsterdamVU valt het vaak niet mee overal van op de hoogte te zijn. De PKV bevindt zich in een relatief goede positie. „Er wordt nu eenmaal van je verwacht datje over ieder onderwerp dat op de agenda staat je mening geeft," zucht Perry Quak. „Zelfs als je niets hebt toe te voegen aan wat anderen reeds gezegd hebben, neem je als fractie het woord. Doe je dat niet dan denken de overige raadsleden dat je je stukken niet gelezen hebt." Henk Boswijk valt hem hier op aan. „Ik vind dat overdreven. Het valt mij juist op dat de andere fracties veel
Karin van hierop Jan van der V^n waardering hebben voor het werk dat de studenten verrichten." Toch blijft het probleem voor de kleine studentenfracties dat zij in korte tijd veel werk moeten verzetten. VUSO en JOVD-Amsterdam-VU zijn niet altijd in staat om alle commissievergaderingen bij te wonen. Zfe missen daardoor nog wel eens belangrijke discussies. Alle studenten kunnen voor een j a a r raadswerk een half jaar verlenging van de toegestane studieduur krijgen, maar dan raken ze wel in de knel met h u n beurs. De drieduizend gulden onkosten vergoeding die de studenten voor het raadswerk krijgen, maakt de kosten later in de opleiding niet goed.
Directie en commissarissen
De functie van een universiteitsraad is grofweg te vergelijken met die van de Tweede Kamer, of, zoals prof. dr. L. Bak, sinds driejaar raadslid voor het Onafhankelijk WP, het uitdrukt: „College van bestuur en universiteitsraad verhouden zich tot elkaar als directie en raad van commissarissen van een bedrijf." Om haar functie naar behoien te kunnen vervullen heeft de universiteitsraad het budget- en het initiatiefrecht. Van het eerste wordt vrij uitgebreid gebruik gemaakt. Aan het initiatiefrecht komen de overbezette raadsleden in de regel slechts in zijn allerprilste vorm toe, namelijk door het opstellen en aannemen van moties. Werkelijk uitgewerkte voorstellen die tot doel hebben om het bestuur van de universiteit te veranderen moet men van de raad niet verwachten. De studentenfracties geven als reden voor het links laten liggen van het initiatiefrecht dat zij het al druk genoeg hebben met het bijhouden van de lopende zaken. Mevrouw Kok van het DAK wijst er op dat er wel eens pogingen in die richting ondernomen worden. „Laatst hebben we op voorstel van Margriet Hulsmann van de Onafhankelijke TAS gesproken over de organisatie van het onderwijs. Dat was op initiatief van de raad." Ze geeft echter meteen toe dat zoiets nog niet hetzelfde is als komen met een uitgewerkt plan. Professor Bak geeft een dere reden. „Er zijn in veel geledingen. Tussen geen stembusakkoorden
heel ande raad hen zijn of ande-
re afspraken. Wie in zo'n situatie een initiatief ontplooit, weet dat hij niet veel kans maakt om zijn plan er door te loodsen. Er vindt toch een politisering plaats," zegt Bak. Zonder uitgebreide ontwikkelingen op het gebied van het initiatiefrecht, maar mét het budgetrecht is de raad vooral een groep mensen die zich bezighoudt met het bespreken van voorstellen die het college van bestuur ter tafel brengt. Veel van de onderwerpen worden ingegeven door zaken die uit Den Haag vanTiet ministerie voor onderwijs en wetenschappen komen overwaaien. Om een kleine greep te doen uit de grabbelton van onderwerpen: het afgelopen jaar heeft de raad moeten spreken over de laatste maatregelen die genomen moesten worden in het kader van de taakverdelingsoperatie (TVC) van minister Deetman en over de nieuwe wet op het wetenschappelijk onderwijs (WWO). Zulke zaken nemen veel tijd in beslag. Dit is niet tot genoegen van iedereen. „Het college van bestuur is wel eens wat erg druk met de Haagse zaken," vindt Eveline Kok. „Ze zouden zich meer bezig moeten houden met het verkopen van het beleid naar binnen toe." Professor Bak spreekt de angst uit dat het College bij alle drukte rond grote gebeurtenissen als de TVC-operatie de raad gaat omzeilen. „Er hoort vanuit het college een voortdurende /eedbaek te zijn met de universiteitsraad," vindt hij. „De raad moet steeds kunnen vragen: jongens, waar zijn jullie mee bezig. Die controlerende functie is er strikt genomen wel, maar vaak is er een situatie waarin vragen, oppositie of discussie vanuit de raad als een hinderpaal worden ervaren. De werkelijke beslissingen dreigen langs een ander circuit te verlopen.
Bak gaat de oppositie echter niet uit de weg. „We zijn hier op de VU misschien wel eens wat te meegaand, soms zijn we wat naïef. Bij die hele taakverdelingsoperatie bijvoorbeeld, heb ik wel gedacht dat we ons veel te fatsoenlijk opgesteld hebben. Ondanks de zucht van verlichting die n u in veel subfaculteiten wordt geslaakt, vind ik niet dat we er zo best afgekomen zijn." Volgens Bak had de universiteitsraad zich achteraf wat feller moeten opstellen. Er zijn raadsleden die anders aankijken tegen het werken in de raad. Perry Quak van de VUSO ziet het vooral als zijn werk om toezicht te houden op het doen en laten van het college van bestuur. „Dat doe je ofwel door je mond te houden en dus in te stemmen met het beleid, of door kritiek te leveren," zegt hij. „Ik vind het wel teleurstellend dat op veel serieuze kritiek door het college nauwelijks wordt ingegaan. Je moet heel agressief achter een 2!aak aanzitten, wil je bewerkstelligen dat ze ook werkelijk ergens op ingaan." „Ja, en daar houden VUSO en JOVD-Amsterdam-VU niet van," sniert Henk Boswijk. Naar de mening van Boswijk boekt de PKV meer resultaten dan andere fracties, omdat zij de zaken beter en kritischer volgt. Het is echter duidelijk dat vooral de VUSO een grote voorkeur heeft voor vreedzame samenwerking, zowel met het college als met de andere fracties. Ook Margriet Hulsmann heeft er bezwaar tegen om h a a r werk in de raad te beschouwen als het plaatsnemen in de oppositiebanken. „Ik vind het onzin de raad als een machtsfunctie te zien," zegt ze zeer beslist. „De universiteitsraad loopt zo goed, omdat de mensen er juist bezig zijn met sa-
menwerken, niet met elkaar nodeloos kritiseren. Iedereen heeft een inbreng op zijn eigen terrein. Je k u n t van het college van bestuur niet verwachten dat zij weten welke problemen zich voordoen bij de TAS. Wij brengen dat in en hopen dan dat zonodig het beleid wordt bijgesteld."
Lijsten
„Nee, valt Eveline Kok h a a r bij, ik zie het echt niet in termen van regeringspartijen en oppositie, ondanks het feit dat ik het wel goed vind dat er nu een Hjstenstelsel is gekomen. Het DAK had al lang een fractie en een programma. Ik geloof dat dat de kiezer meer duidelijkheid geeft." Margriet Hulsmann hecht minder belang aan het lijstensysteem. De Onafhankelijke TAS stelde zich tot n u toe op het standpunt dat de mensen gekozen worden op persoonlijke titel. Je stemt op iemand omdat hij hetzelfde soort werk doet als jij en omdat je denkt dat hij geschikt is voor het overleg in de raad, denkt mevrouw Hulsmann. Daarom stelt ze: „Ik zie het Hjstenstelsel als een andere manier om de raadszetels te verdelen, verder niets. Het voordeel is datje plaatsen die tussentijds vacant komen, kunt opvullen met iemand die van dezelfde lijst afkomstig is als degene die de raad verlaat. Vroeger verliep dat wel eens anders. Als je pech had, kwam er toen iemand op de lege plaats die een mening verkondigde die linea recta inging tegen de houding van degene die aanvankelijk de meeste stemmen had gehaald." „Het wordt nu duidelijker wat de programmatische inhoud van de verschillende geledingen is," merkt professor Bak op. „Het
Vervolg op pag. 8
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's