Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 216

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 216

7 minuten leestijd

AD VALVAS — 30 NOVEMBER 1984

12

Een marginale activiteit In een met kasten afgescheiden gedeelte van een practicumruimte is de biologiewinkel gehuisvest. Op de muren affiches en artikelen uit Ad Valvas. Hier wordt bemiddeld tussen klanten, op zoek naar wetenschappelijke kennis, en onderzoekers. Het belangrijkste criterium om via de biologiewinkel de zo fel begeerde wetenschappelijke kennis te bemachtigen is bezitloosheid. „Een klant moet onvoldoende middelen hebben om het onderzoek zelf te bekostigen en de^ vragen mogen geen commercieel oogmerk hebben," zo vermeldt de folder van de biologiewinkel op de "VU. De folder en het briefpapier hebben een zwaan als beeldmerk, waarschijnlijk als symbool van de bedreigde natuur, die de winkeliers zo ter harte gaat. De kalender op de muur stopt op 31 december 1984 en er staat bij die dag: oudjaar/ontslag Reina. Over een maand wordt het biologiewinkel werk overgenomen door een lid van de vaste staf. Tot die tijd mag Reina Pasma één dag in de week op de winkel passen. Als gevolg van de taakaanpassingsprocedure bij de subfaculteit Biologie verdwijnen alle student-assistenten en zal ook de biologiewinkel in het vervolg door een medewerker beheerd worden. Reina voelde zich overrompeld door een verzoek om een interview („ik treed niet zo graag op de voorgrond") maar stemde uiteindelijk toch toe: de zwanezang van Reina Pasma. „In 1981 ben ik als vrijwilliger bij de biologiewinkel gekomen, later werd ik student-assistent. Ik heb zelf de aanvraag geschreven voor die plaats en toen die werd goedgekeurd, ben ik gevraagd om de plaats op te vullen. Het heeft wel even geduurd voordat het subfaculteitsbestuur ermee instemde, maar n a het verhaal over de winkel in Ad Valvas (in de herfst van 1983) is de zaak in een stroomversnelling gekomen. Ik heb hier een jaar gewerkt, per 1 januari word ik ontslagen en neemt Herman Hillebrand mijn taak over. We worden wel met meer dan 30 % gekort, want ik werk hier één dag in de week en Herman besteedt nu één tiende van zijn tijd aan de biologiewinkel. We zijn daar m a a r niet hard tegen ingegaan, dat heeft toch weinig zin." „Toen de biologiewinkel werd opgericht ben ik er niet meteen op afgestapt. Er zaten allemaal vriendjes en vriendinnetjes van mij en ik dacht: „Daar ga ik me niet mee bezighouden." Maar na een jaar hielden ze er nog niet mee op en ging ik dus ook meedoen. Ik vind de Biologiewinkel een goede instelling, omdat het een schakel vormt tussen universitaire kennis en de maatschappij. Het is belangrijk voor de studenten omdat ze hier zinvol onderzoek kunnen doen. Normaal gesproken komt het verslag van een onderzoek, dat door studenten is

Advertentie

KUPEBUS/BV AUTOVERHUUR V. d. Madeweg 1, Amsterdam, telefoon 924755 naast metrostation Duivendrectit Middenweg 175, Amsterdam, telefoon 938790 STUDENTEN 20% KORTING

uitgevoerd in een boekenkast terecht en er gebeurt verder niets mee. Als je werk doet voor de biologiewinkel is het veel duidelijker dat er iets met je resultaten gebeurt. Naar de samenleving toe is de biologiewinkel belangrijk omdat wij werken voor groepen die weinig geld hebben; ik vind het van groot belang dat ook Jan-in-de-straat kan beschikken over wetenschappelijke kennis want democratie is coch voor een groot gedeelte gebaseerd op toegang tot informatie. Voor grote bedrijven is dat geen enkel probleem, m a a r voor actiegroepen en particulieren wel." „Ik doe hier de administratie, schrijf brieven en hou het archief bij. Verder behandel ik nieuwe vragen, we zijn n u toe a a n nummer negenenveertig. Er zijn hier twee vaste vrijwilligers en een aantal mensen die af en toe iets doen. We komen één keer jier week bij elkaar en enkele keren per jaar vergadert de biologiewinkelcommissie, waarin iedere vakgroep een vertegenwoordiger heeft. Die commissie is erg belangrijk want de

probleem zit, maar die vormen dan geen organisatie. Zo kwam er een groepje mensen n a a r ons toe met de vraag of er bij het oude fort in Aalsmeer vleermuizen nestelden. Bü dat fort wilde de brandweer van Aalsmeer oefeningen gaan houden. De mensen in de b u u r t vonden dat geen prettig idee en wilden via die vleermuizen voorkomen dat de brandweer daar fikkie ging stoken. Vleermuizen zijn namelijk beschermde dieren. Een ander voorbeeld is iemand uit Heemskerk die n a a r ons toestapte met een kropje sla met de vraag of daar zware metalen in zaten. Hü had namelijk gehoord dat in de b u u r t van Heemskerk veel meer zware nietalen in de gewassen voorkomen dan elders. Het gaat dan niet alleen om die ene man maar er zijn daar veel meer mensen met een volkstuintje en die zijn allemaal gebaat bij de beantwoording van de vraag. Een leuk voorbeeld van een vraag is ook het probleem van een aantal mensen in Haarlem. De gemeente wilde daar een blok huizen afbreken of renoveren, maar de -bewoners vonden h u n huis prima. Toen de

Beina Pasma, medewerkster biologiewinkel eindeloos geëvalueerd worden voordat het definitief wordt. Ik snap die tegenwerking niet goed, zoveel geld kost het niet. Ik denk wel eens dat men de wetenschapswinkel niet belangrijk genoeg vindt." „Je ziet dat door de tweefasenstructuur steeds minder mensen iets voor de biologiewinkel willen doen, hoewel er nog steeds ruimte voor is in het studieprogramma. Blijkbaar kiezen mensen tegenwoordig voor andere dingen. Ik heb zelf veel vakken in deze richting gedaan in mijn studie en heb dat doorgaans als zinvol ervaren. Ik ben n u wel achtstejaars maar dat is niet erg als je je tijd nuttig hebt besteed. Ik heb bij het IvM milieukunde gedaan, in Wageningen natuurbeheer en hier plantenoecologie. Daarnaast heb ik een jaar rechten gestudeerd en in aansluiting daarop ga ik •-*eïi

(Foto AVC/VU). mensen die daarin zitten worden steeds enthousiaster voor het biologiewinkelwerk en via hen ook de vakgroepen. Daarom is er naast een centrale wetenschapswinkel een biologiewinkel nodig. Omdat daar de afstand n a a r medewerkers en studenten gering is, krijg je veel eerder vragen geplaatst. Kijk, een advertentie in Ad Valvas of een mededeling op een prikbord werkt niet, daarmee vind je geen mensen die iets voor de biologiewinkel, de chemiewinkel of de medicijnwinkel willen doen. Ik heb de tijd dat ik hier zit gemerkt dat je vooral zelf goed moet weten wie een vraag kan en wil beantwoorden. Vervolgens moetje naar die student of medewerker toestappen en hem overreden om het onderzoek uit te voeren." „Het valt me op dat er nog al wat vragen gesteld worden door particulieren. Vaak is het zo dat een groep mensen met hetzelfde

gemeente met het verhaal kwam dat de fundering was aangetast door bacterieën, dienden ze een vraag in bij de biologiewinkel. Na een simpel proefje bleek de blauwkleuring niet door bacterieën m a a r door ijzeroxidatie veroorzaakt te worden. Dit zijn maar kleine dingetjes, maar voor de mensen waar het om gaat, betekent het veel." „ w y hebben n u 7 rapporten uitgebracht, dat is natuurlijk niet zo veel, we blijven een marginale activiteit, maar dat vind ik niet zo erg, zolang we ons hoofddoel kunnen verwezenlijken: het oplossen van de vragen die binnenkomen. Door taakaanpassing en voorwaardelijke financiering wordt het steeds moeilijker om op de subfaculteit nieuwe dingen op te zetten. Dat zie je ook bij de centrale wetenschapswinkel. Naar buiten toe vindt iedereen het prachtig, maar intern moet er

nog milieurecht doen. Ik wil ook verder in de milieurichting, iets met milieubeleid lijkt me leuk. Maar het liefst zou ik doorgaan mét wetenschapswinkelwerk, hoewel de kans daarop natuurlijk minimaal is gezien het aantal banen in die sector." „Ik zit liever met een boek op een stoel dan dat ik op een laboratorium werk. Ik wil ook graag met mijn vingertje in de grote pap roeren; invloed hebben. Daarom zoek ik werk in de beleidssfeer. Medewerkster bij een Provinciale Planologische Dienst lijkt me wel leuk. Ik denk dat het een voordeel is dat ik dit baantje bij de biologiewinkel heb gehad en in de onderwijscommissie en het bestuur van de subfaculteitsvereniging heb gezeten. Men stelt zulke ervaring in het algemeen op prijs. Dan is het ook niet belangrijk als je lang over je studie hebt gedaan." M.d.H.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 216

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's