Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 415

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 415

10 minuten leestijd

ADVALVAS —4APRIL1985

3

Prof. Laurent Siklóssy (VU) over zijn onderzoek naar kunstmatige intelligentie

,,Het is opwindend een machine zover te krijgen dat die problemen oplost" Kunstmatige intelligentie. Wie de term voor het eerst leest zal wellicht denken aan kunsthersens. Voor mensen die in het vakgebied werkzaam zijn heeft die inderdaad ook ongeveer die betekenis. Kunstmatige intelligentie is een term uit de com­ puterwetenschappen, in Nederland informatica genoemd. Op de Vrije Universiteit werkt op de subfaculteit wiskunde en informatica, sinds begin 1984 een groep wetenschappers op het terrein van de kunstmatige intelligentie. Aan het hoofd staat professor Laurent Siklóssy. Met hem had Ad Val­ vas een gesprek over de mogelijkheden van de com­ puter in de toekomst.

De vraag die meestal opkomt en ook in nogal wat artikelen over kunstmatige intelligentie beke­ ken wordt is of computers kun­ nen denken. Dingen die mensen kunnen worden vergeleken met de mogelijkheden van de compu­ ter. Men kijkt of de computer die dingen (al) beter kan doen. Een voor de hand liggend voorbeeld is de schaakcomputer. Voor een mens is een spelletje schaak meestal een geconcentreerde denkpartij. Toch is het niet ge­ makkelijk om van een computer te winnen. Zo'n computer zal dus wel goed kunnen denken. Omdat er, n a a r het schijnt, even­ veel meningen zijn over wat kunstmatige intelligentie is als er mensen zün die zich met het vak­ gebied bezig houden kan je je af­ vragen wat kunstmatige intelli­ gentie onderscheidt van een ge­ woon computerprogramma. Prof. Siklóssy: „Een echt duidelijk on­ derscheid is niet te maken. We werken binnen de kunstmatige intelligentie aan problemen die niet goed beschreven kunnen worden, waarvan de probleem­ stelling niet duidelijk is. Dat kun­ nen problemen zijn die mensen niet goed kunnen oplossen, maar ook problemen in de oplossing waarvan mensen juist wel goed zijn, zoals bij voorbeeld het her­ kennen van patronen. In de jaren zestig was integreren een moeilijk wiskundig probleem voor studenten. In het begin van de jaren zeventig heeft iemand een programma geschreven dat in het uitrekenen van integralen kon wedijveren met eerste jaars studenten. Wiskundigen hebben algoritmen gevonden om een breed scala van integralen op te lossen. Sindsdien is integreren niet meer interessant in de kunstmatige intellligentie, om­ dat het een goed omschreven en opgelost probleem is. We werken dus eigenlijk aan problemen die we nog niet kunnen oplossen." Siklóssy is ongeveer twintig jaar

"Ikdrink omdat mn vrouw me niet begrijpt m'nvrienden niet meer komen m'n baas me wil ontslaan omdat ik drink? Drank heelt nog notiif iemand geholpen Sloppen mei dnnken wel

Jos v.d. Schot Judith Scheepstra werkzaam in de kunstmatige in­ telligentie. Na het lezen van „The book of reprints", een Invloedrijk boek met een overzicht aan wat tot 1963 met computers bereikt was, besloot hij de fysica de rug toe te keren en te kiezen voor kunstmatige intelligentie. Hij werkte achtereenvolgens aan de

^'

beetje denkt als een mens, maar dan zonder geheugenverlies en beoordelingsfouten. Vervolgens gaan we die aanpassen aan de specifieke mogelijkheden van een computer. De dingen waar men­ sen niet goed in zijn, maar com­ puters juist wel. De mens is een systeem dat veel problemen op k a n lossen en is als zodanig een goed eerste uitgangspunt. Mo­ menteel passen we ook banen aan a a n de mogelijkheden die mensen hebben wat betreft bij voorbeeld de snelheid waarmee ze informa­ tie kunnen verwerken." „Uiteindelijk zal het in de toe­ komst moeilijk zijn om nog een gebied te vinden waarin mensen werkelijk veel beter blijven dan computers, zoals dat n u nog het geval is met het vertalen van na­ tuurlijke taal. Op dit moment is het nog zo dat het door een com­ puter vertaalde werk moet wor­ den gecorrigeerd door mensen. Dat zal niet altijd nodig blijven." „In een aantal gebieden van de medische wetenschap zijn com­ puters beter in het stellen van een diagnose dan het gemiddelde van de beste specialisten. Of ze beter zijn dan de allerbeste is nog niet vastgesteld, omdat doctoren niet bereid zijn om mee te doen aan zo'n vergelijking..." „Als je kijkt n a a r gemiddelde mensen dan is een computer waarschijnlijk beter in het com­ poneren van muziek, gewoon om­ dat niet iedereen kan compone­

mijn kennis oppikken en hopelijk meer nog dan dat. Dat betekent een vergroting van kennis en vaardigheid en dat wil ik graag zien."

Optimisme Herhaaldelijk tijdens het inter­ view blijkt het optimisme van Siklóssy over de toekomstige mo­ gelijkheden van een computer: „Op een moment in de toekomst zal correctie van vertalingen bij­ voorbeeld niet meer nodig z i j n . . . " en „ . . . Ik denk dat een computer de mogelijkheid in zich heeft om een betere probleemop­ losser te worden dan een mens..." Toch zijn er bij dit optimisme wel kanttekeningen te plaatsen. Een computer zal wellicht ooit in staat zün om te zien, een taal te leren en andere technische zaken uit te voeren, maar de vraag is of hij deze verschillende activiteiten zal kunnen integreren. Ook pro­ fessor Siklóssy ziet dat: „De com­ puter is maar al te vaak een spe­ cialist op afzonderlijke smalle terreinen. We zijn nog niet in staat om een redelijke generalist te krijgen. Ik denk echter niet dat het een blijvend probleem is. Het is een probleem van gebrek aan kennis en organisatie. Tot op ze­ kere hoogte geldt trouwens het­ zelfde voor mensen. Ik kan heel moeilijk problemen oplossen ter­

' ­;4­s»w­.«!*j

^

S^?»''*«Wsf5»f?S»fe»!!-?|Biï*jsVi!h..

H.*'.*'l*+

*.

#

"ff­ !li''«^MaK S«|W«!«(? A i * * ^ ' ^ ^ •

Prof. Laurent Sik lóssy (Foto AVC/VU) universiteit van Texas en die van Chicago. Hij kwam 1 januari 1984 n a a r de Vrije Universiteit. Hij heeft totnutoe geen spijt van zijn keuze voor de computer. Naast het oplossen van wiskundi­ ge problemen heeft Siklóssy ge­ werkt aan onderwerpen die door mensen goed uitvoerbaar zijn. Een voorbeeld hiervan is het aan­ leren van een taal aan een com­ puter. Bij dit onderzoek wordt o. m. gebruik gemaakt van de ken­ nis die er binnen de psychologie bestaaat over de manier waarop kinderen de moedertaal leren. „In veel gevallen waarin we heb­ ben geprobeerd een machine te programmeren om een probleem op te lossen wisten we niet hoe te beginnen. Een goede manier om te beginnen is te kijken naar wat mensen doen en daar dan verbe­ teringen in aan te brengen. Dan hebben we een machine die een

ren. Het is niet de vraag of een compuiter betere symfoniën kan schrijven dan Beethoven of bete­ re opera's dan Verdi, omdat de meeste mensen dat niet kunnen en daar gaat het om." Waarom vindt u het interessant om machines dingen te laten doen die mensen k unnen doen? Waar wilt U heen? „Ik denk dat ik op een universi­ teit zit om mensen iets te onder­ wijzen, om ze iets te leren. Daar zit iets heel opwindends aan. Ik denk dat het ook heel opwindend is om een ander systeem, een ma­ chine, zover te krijgen dat het problemen oplost, het creatieve vaardigheden te geven. Waar ik heen wil? Ik wil een machine zo intelligent en vaardig maken als mogelijk is. Tot op zekere hoogte is dat hetzelfde als wat ik met mijn studenten wil, ze zoveel mo­ gelijk laten weten en ze zo goed mogelijk maken. Ik wil dat ze

wijl ik auto rijd". Weer klinkt hier het vertrouwen in de intelli­ gentie van zijn „leerlingen" in door. Maar is intelligentie niet veel meer het stellen van de juiste vragen? „Dat is een goede vraag. Veel van de systemen zijn geschreven om problemen op te lossen, en maar weinig zijn gemaakt om proble­ men te genereren. Tot op zekere hoogte weten de machines niet voldoende van de wereld om een groot aantal interessante vragen op te werpen."

Persoonlijke interesse De vraagstelling van het onder­ zoek wordt vooral bepaald door de persoonlijke interesse van de on­ dezoek(st)er. Zelfs de enorme be­ dragen die in de Verenigde Sta­ ten door het ministerie van de­ fensie aan kunstmatige intelli­ gentie­onderzoek werden en wor­ den uitgegeven hebben het

onderzoek inhoudelijk nauwe­ lijks beïnvloed, meent Siklóssy. „In de VS, waar ik een jaar gele­ den werkte, wordt het meeste on­ derzoek aan kunstmatige intelli­ gentie betaald door het ministerie van defensie, het leger. Die subsi­ die is er van het begin af aan geweest. Toch was er geen sprake van druk om vooral de aandacht te richten op militaire toepassin­ gen. Ik heb gehoord dat er op dit moment, door de regering Reagan, meer druk werd uitgeoe­ fend om het onderzoek vanuit een militiar gezichtspunt wat rele­ vanter te maken." Hoe komt Sik lóssy aan sijn onder­ soeksonderwerpen? Hoe maakt hij gijn k euses? „Dat is een moeilijke vraag. J e werkt enige tijd aan een probleem en er komen weer nieuwe proble­ men op. Als je besloten hebt dat een probleem interessant genoeg is, ga je op zoek n a a r een student die eraan wil werken. Op die ma­ nier werkt het zo ongeveer. Voor een deel is het ook afhankelijk van waar je geld voor k u n t krij­ gen. K a n een project niet gefi­ nancierd worden, dan moet je wachten op betere tijden of het gewoon vergeten." Een k euse voor de kant van de rij­ ken? „In zekere zin wel, maar je moet niet vergeten, dat ik het ben die met voorstellen kom die ik uit we­ tenschappelijk oogpunt interes­ sant vind. Geldschieters hebben wat dat betreft in de VS meer invloed dan hier, omdat er hier een bepaald bedrag voor mijn werk gereserveerd is. Dat geeft mij meer de mogelijkheid om mijn eigen interesse te volgen. Daar­ door kan ik ook wat meer gecom­ pliceerde problemen aanpakken zonder de verplichting om binnen 2 a 4 jaar met resultaten te ko­ men." U heeft dus nu de mogelijkheid om aan een, voor U, so wenselijk mo­ gelijke maatschappij te werk en? „Dat heb ik niet gezegd. Ik zou niet weten hoe ik een zo wenselijk mogelijke maatschappij moet be­ oordelen. Op de Vrije Universiteit kan ik werken in gebieden die ik interessant vind." Er zij zeer veel maatschappelijke gevolgen denkbaar bij het toene­ mend gebruik van de computer. J e k u n t daarbij denken aan mili­ taire toepassingen, maar ook aan wijzigingen in de taal. Gebruik van de computer kan verarming van de taal tot gevolg hebben. Hoewel het misschien op den duur mogelijk is om een compu­ ter alle synoniemen te leren, lijkt het makkelijker om de nuances, het gevoel, uit de taal te schrap­ pen. Siklóssy is hier heel nuchter over. „Een interessant voorbeeld van technologische beïnvloeding van onze omgeving is de auto. Straten zitten verstopt. De auto is aan uiterst belangrijk deel van ons le­ ven. Als de computer belangrijker wordt zal het invloed hebben op mensen en de menselijke omge­ ving. Misschien dat het onze ma­ nier van spreken zal beïnvloeden. Een hoeveelheid computerachtig jargon is al in de taal gekomen. Soms is dat van n u t omdat het de mensen dwingt preciezer te zijn, zich beter te uiten. Ik weet niet of een computer zal leiden tot een afname in de rijkdom van taal. Woorden ontstaan en woorden verdwijnen. Eskimo's hebben bij­ voorbeeld 28 verschillende woor­ den voor sneeuw en in de Ver­ enigde Staten zijn geloof ik 12 termen die autoweg betekenen. Het is gewoon een kwestie van belangrijkheid." Wat voor com­ puteronderzoek zou Siklóssy uit­ voeren als hy een Eskimo zou zijn geweest?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 415

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's