Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 460

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 460

8 minuten leestijd

AD VALVAS — 26 APRIL 1985

12

Mensen laten zien hoe taal functioneert „Soms vraag ik me weleens af, wat kun je nou aan ironie tekstwetenschappelijk onderzoeken. Je ziet namelijk vaak dat cabaretiers volgens een vast stramien taalgrapjes opbouwen." Dr. Jan Renkema (36) bedenkt een onderwerp voor het blad 'Onze Taal' waarvan hij de éénmans­ redactie vormt. Humor is de combinatie van het alledaagse met het onverwachte,­ luidt de opvatting van Drs. P. over dit onderwerp. Wat is de talige variant hierop? ,,Uitgaand van de visie dat bijna alle woorden zeer diverse betekenissen hebben, die niet tegelijkertijd voor kunnen komen, k u n je zeggen dat de humor de luisteraar op het verkeerde been probeert te zetten. Dan krijg je de woordspelingen als eh . . . Waar kan ik mijn ei bergen, kan ik dan bij u terecht. Zo'n liedje vinden wij grappig omdat er twee betekenisniveaus met elkaar in botsing komen. Althans nu hoor, honderd jaar geleden zou het waarschijnlijk volstrekt niet als grappig gezien zijn." ,,Onze Taal" had, voordat Ja n Renkema zich ermee ging bemoeien, het image een uitlaatklep te zijn voor semi­ gedementeerde, gefrustreerde dorpsonderwijzers, die zich keer op keer druk maakten over de verloedering van het Nederlands. „Zo'n parochieblaadje uit het Interbelllum volgeschreven door kommaneukers," herinnert Renkema zich nog. „Ik heb sterk geaarzeld toen ik gevraagd werd. Mijn promotor, professor Siertsema, zei: moetje dat nou wel doen? Als je een wetenschappelijke loopbaan wilt moet je niet van dat praktische muggenzifterige werk doen. Dat vreet energie en geeft weinig bevrediging. Toen de vorige hoofdredacteur kort nadat hij mij gevraagd had als zijn opvolger aan te treden, kwam te overlijden kreeg ik toch zoiets van, er moet toch wat van te maken zijn. Kunnen we nu niet met behoud van de aandacht die veel taailiefhebbers hebben voor de ondergang van de taal iets maken wat populair­wetenschappelijk interessant is voor een breder publiek. Die zware ondertoon moest eruit waarvoor wat meer „zendingswerk" erin kon. Als je de mensen laat zien hoe een taal functioneert, dan krijg je niet meer van die rare opvattingen als: buitenlandse woorden moeten verboden worden, dialecten zijn plat of het is altijd een a a nta l mensen heeft en niet een aantal mensen hebben."

bedroevend gesteld is. Iets is bedroevend of met iets is het droevig gesteld. Einde discussie. Nooit meer wat van gehoord." ,,Een echte autoliefhebber weet hoe een motor werkt. Dat gaat bijna altijd samen. Als je de taal goed wilt hanteren is het ook handig wanneer je weet hoe taal werkt. Nou dat is nu de onderstroom in „Onze Taal". Of het nu gaat om taalgebruik in rouwadvertenties, waarover Nico Scheepmaker het laatst heeft gehad, of over het ontstaan van het woord stuiver, dat alles past in het beeld. Voor mij motiversnd genoeg om mee bezig te zijn."

Troonrede Renkema studeerde Nederlands aan de VU, deed het doctoraalprogramma Algemene Taalwetenschap en onderzocht voor zijn promotie het taalgebruik van ambtenaren: „Na mijn afstuderen heb ik eerst twee jaar als leraar op een middelbare school in Amsterdam gewerkt. Toen las ik in de krant over de Commissie Duidelijke Taal, die Anne Vondeling, de toenmalige voorzitter van de Tweede Kamer, had opgericht. Ik vroeg informatie op en kreeg een dik pakket toegestuurd. Nou, ik had er nogal wat kritiek op, het stond vol met clichés: de zinnen zouden korter moeten en ik herinner me ook iets in de t r a n t van Men vermijde de aanvoegende wijs. Dat schreef ik aan Vondeling en hij zei: ik heb wel een baan voor je. Ik werd secretaris van de Commissie en had de opdracht te onderzoeken wat er fout was aan het taalgebruik. Alle ambtenaren zagen me dus als een soort schoolmeester met het

rode potlood, dat gaf vaak onprettige situaties. Maar goed, ik heb er m'n promotie ook aan gekoppeld." „Op een bepaald moment bedacht ik dat het aardig zou zijn om de troonrede als voorbeeld te gebruiken van een tekst die, op een paar punten veranderd, beter leesbaar zou worden. Vondeling zag er ook brood in, een soort oogopener voor ambtenaren. De troonrede is toch een beroemde tekst, algemeen bekend en voor een breed publiek bedoeld." „Bij de troonrede werkt het zo, dat ieder departement een stukje inlevert en dat wordt dan in elkaar geschoven. Nou, iedereeiTschrijft natuurlijk veel te veel en dat moet dan weer beknot worden. Dan zie je dat opmerkingen als hier moet een woord veranderd en daar moet een zin korter, de kern van de zaak volstrekt niet raken. Het gaat eerder om de manier waarop zo'n tekst tot stand komt. Het resultaat is een skelet van regeringsvoornemens die tijdens een liturgisch aandoende bijeenkomst in de Ridderzaal worden opgelepeld. Oorspronkelijk heeft deze tekst een meer ceremoniële functie, maar onder invloed van de media ­ het is de enige dag dat veel mensen een overheidstekst kunnen horen omdat ze de koningin willen zien ­ heeft de tekst een dubbele functie gekregen: hij moet ook informatie brengen voor de huiskamer." „Mijn voornaamste advies was, je moet er niet zoveel informatie instoppen. Hou er rekening mee hoe mensen naar een toespraak luisteren, werk meer volgens retorische principes. Vermeld bijvoorbeeld alleen de belangrijke dingen en werk niet

I 4 :i f i^^

'lil

Bedroevend „De taalgebruiker is vaak onzeker: Hoe moet het nu? Dat kun je voorkomen door hem inzicht te geven in de normen die spelen in de taal. Bijvoorbeeld de uitspraak van het woord politie. Zegje nou politsie of polisie. Groed, volgens de historische norm zal je waarschijnlijk de eerste uitspraak met de ts kiezen. Maar er is ook een autoriteitsnorm, dan richt je je dus op gezaghebbende taalgebruikers van dit moment, en dan kon het weleens polisie zijn, en organisasie of konichin ..." „Door die onzekerheid krijgen mensen vaak een soort schrijfkramp. Laatst maakte ik nog mee, dat een hoogleraar een stuk aan het schrijven was en zich toen opeens afvroeg, wat moet het nou zijn: een aantal heeft of een aantal h e b b e n . . . en stokte! Dit probleem moest eerst opgelost worden. Nou, dan denk ik, schrijf eerst maar eens op watje te zeggen hebt." ,,Ik heb ook altijd zo'n hekel aan opmerkingen als Met het taalgebruik va n de studenten is het bedroevend gesteld. Dat was zelfs aan de VU, geloof ik. 1980, het hoofd van de personeelsadministratie. Nou ja, zoiets haalt elk jaar de pers, maar het levert helemaal niets op. Er komt wat discussie van ja, ja, wat e r g . . . Totdat iemand zegt: ja, die mijnheer die dat zegt gebruikt zelf een contaminatie. Je kunt namelijk niet zeggen dat het met iets

K ^

Advertentie

Galgala

AUTOVERHUUR V. d. Madeweg 1, Amsterdam, telefoon 924755 naast metrostation Duivendrecht Middenweg 175, Amsterdam, telefoon 938790 STUDENTEN 20% KORTING

SrubeuT ^coMt^iE WIL w/i^flflR '8(, IN ö £

LiNJCHCTBN

R££OJ

tekstweten­ schapper per departement. De troonredes erna zijn inderdaad wat beter geworden."

Tekstwetenschap „Wat is tekstwetenschap? Hoeveel ruimte heb ik om die vraag te beantwoorden? Het is geen aparte discipline, maar een onderzoeksgebied dat gekenmerkt wordt door de probleemstelling en die varieert altijd op de vraag, althans in Tilburg,: wat is de relatie tussen kenmerken van de tekst en de functie van de tekst. In de onderzoekspraktijk wordt tekstanalyse dan meestal gekoppeld aan wat het effect is van teksteigenschappen. In Nederland wordt aan de Universiteit van Amsterdam en hier in Tilburg aan tekstwetenschap gedaan. Wij leggen wat meer accent op de relatie tussen de tekst en de institutie waaruit die voortkomt. Dat is een sociologische invalshoek en ook een cognitief­psychologische benadering: hoe slagen mensen erin om gegevens uit teksten te halen." Renkema's laatste publikatie betreft een experimenteel onderzoek naar kleuring in kranteberichten. Enkele bedrijfsjournalisten op een nascholingscursus kregen de opdracht aan de hand van gefingeerde gegevens een artikel te schrijven. Een belangrijke uitkomst: met name de verwerking van citaten kan kleuring in de hand werken. Renkema aarzelt met harde uitspraken hierover: „Ik denk wel datje op basis van dit onderzoek k u n t gaan bekijken hoe kranten sprekersteksten verwerken, wat voor woorden komen er direct voor of na een citaat. „Aldus de heer X," dat is nog redelijk neutraal. Maar „ . . . gaf de heer X aarzelend toe," kleurt al meer. Kijk, objectieve journalistiek, daar geloof ik niet in. Waar ik nu in geïnteresseerd ben is, hoe uit zich dat in taal. Dat kan heel subtiel zijn. Bijvoorbeeld, hoe worden de personen in een tekst gerangschikt. Ik maak me sterk, dat de persoon die het laatste genoemd wordt, je moet dan wel even controleren of door lay­out­ problemen de tekst niet is „opgerold", de meeste waarde krijgt toegekend door de journalist. In feite gaat het er om dat iemand de werkelijkheid waarneemt volgens de eigen voorkennis of voorkeur. Dat doet de journalist ook, uiteraard. Het is de kunst om aan te tonen waar die kleuring in de tekst aanwijsbaar is. Opdat je niet vervalt in goedkope opmerkingen over een Telegraafstijl, net alsof het NRC niet gekleurd zou zijn." „In het vervolg wil ik toch meer onderzoek gaan doen dat geïnspireerd is door, ik durf het woord haast niet in m'n mond te nemen, communicatieproblemen. En dan vind ik het eigenlijk veel leuker om aan te tonen dat het zo verwonderlijk is dat men in taal überhaupt kan communiceren dan datje de triviale voorbeelden van mis­ communicatie aan de kaak stelt, want die zijn natuurlijk overal wel te vinden."

(Foto Bra m de

KUPERUS/BV

Jan Renkema,

TERUÖ

' s KgiixiÈöBïSJ ïgia

KEET Hm£gflPC2j) STÜ:>ENTE fsicwLoic 1/iNOT DAT rv\flN'W£H fltiEEN MET MANNEN MOEirEN VRyEN/ MEtlE NAMENJ bE ANtEKE I<1£IDENJ Mflflf; a oK DffT DE RülTER. MOEIT /»Tz.iEN i/«N H e r tUSSEiBeJ^iiiT EW M N TEf?(J N/lflR DE VU Ö^EW1£^E IN .­>_ «Er <A8lwEr f y

NMK. bE VU

n

(A.B)

Holla nder)

P

Srut£.nT üEJ CHiEDENir HOD ie/iACi­ EEW

SruDEKir E N 6 £ t ? <ENr EEN MOP

^ONdEN W I L L E N

M r ^ ' j DO i r IN r H E MoorH NOT IN THE HflNÖ'

HEt/vu w / \ r Hj HET fli. KiEMrtND ME MEr f

UERTEl­D' J

\tlll DEETMAN

TER"6­ NW>R t>£ VU, 1//1N kreMENflPE NWlft ZOETEAMEEg EN MAR.TIN ZV/EP m H£r Mflfl(iDEK/f^u;x

a

.

r

WiL gieiNKMAN TEEiKi (J P D£ VU £N EIÜESJ ­TflLKfHoW OP DE EN<i£i.f£ Ö N T S j r TeLBviSiE KENT M o p j E r , ""

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 460

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's