Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 307
11
AD VALVAS — 8 FEBRUAR11985
Amateurisme op niveau: het korte, hevige bestaan van de NSO De afgelopen maand reisde het Nederlands Studenten Orkest (NSO) door Nederland, om zijn jaarlijkse reeks concerten te geven. Negentig dames en heren, afkomstig van alle Nederlandse universiteiten en hogescholen, zitten er in. Onder hen ook een aantal conservatorium-studenten, die de overigen - amateurs, tenslotte - een beetje moeten ondersteunen. Maar niet te veel, want het NSO wil graag een „echt" studenten-orkest blijven. Het is een gemêleerd gezelschap, waarin zowel overduidelijke corpsleden als „gewone" mensen te onderscheiden zijn. Ze hebben één ding gemeen. Dat is het enthousiasme om in korte tijd een zwaar concertprogramma onder de knie te krijgen. Dit jaar, met Mahler op de standaard, maakt men het zichzelf al helemaal niet gemakkelijk. Maar ja, als de dirigent die het NSO de afgelopen jaren op niveau bracht - Louis Stotijn - gaat vertrekken, dan wil je wel es wat extra je best doen. En bovendien is het een NSO-traditie om nooit de makkelijkste werken uit te voeren. „Dan blijven ze net zo lief thuis," zegt Stotijn. Voor de „Universitaire Pers" begaf Esther Kageman (Delft) zich een dagje in de wereld van de klassieke muziekbeoefening, van het a prima vista spelen en de lol om in een orkest te zitten. „Je leeft veel intenser, je maakt iets met z'n allen . . . het is totaal anders dan de rest van het jaar." De kuststrook van Noord-Holland wasemt ook bij vrieskou een onnadrukkelijk, comfortabel soort rijkdom uit. De huizen zitten goed in de verf; de tuinen zijn groot, en ook in de winter mooi. Kalme luxe maakt mensen vriendelijk; en dat is in Bergen dan ook te merken. Of zit 't 'm gewoon in het feit dat het zondag is? In elk geval, wanneer je in een van de Bergense lanen iemand van de fiets haalt om te vragen waar de Kloosterkapel is, wordt er glimlachend en in héél verzorgd Nederlands geantwoord: „De kloosterkapel? Dan ga je dus naar het NSO? Dat is hier rechtuit, en n a driehonderd meter hóór je wel waar het is." Het Nederlands Studenten Orkest is in Bergen een goede bekende. Sinds de oprichting in 1952 repeteert het elk jaar in de eerste helft van januari ten huize van de Zusters Ursulinen ter plaatse. Een monumentaal gebouw met oprijlaan, waar je inderdaad op enige afstand al geluid uit hoort komen. De blazers reiken het verst. Het klooster blijkt nog in gebruik, en van de modernste middelen voorzien. Bij de portiersloge geeft
een oudere dame net h a a r pieper af, en deelt mee dat „de anderen nog aan het volksdansen zijn." De gewoontes van de religieuzen zijn kennelijk ook aan verandering onderhevig - al zit er misschien wat vertraging in vergeleken met andere bevolkingsgroepen. Een stel gangen door, langs een doopvont en een dubbele deur door, en je staat in de kapel. Een in baksteen uitgevoerde koepel, met een niettemin lekkere akoestiek. Het geluid van het repeterende orkest valt als een wollen deken om je heen.
Kwijlen Het is een van de laatste repetities voor de toernee begint. Vanaf begin januari is er vrijwel contin u gerepeteerd, want zo werkt het NSO: het bestaat eigenlijk maar één maand per jaar. In januari. De eerste helft dient om te repeteren, en in de tweede helft volgt de toernee. Het is nu zondagmiddag; de voorlaatste repetitie is gaande, want morgenavond is de première: traditiegetrouw in Bergen. En het klinkt prima. Het klinkt
11L5?S''
echt buitengewoon prachtig. Het vioolconcert van Brahms, een stuk waar de betere violist - vertelt een deskundige kennis - sowieso van gaat kwijlen, staat als een huis. Voor leken-oren is dat ook te horen. Maar het orkest is zelf ook tevreden: aan het eind van het stuk wordt er geapplaudisseerd. Voor de soliste, de winnares van het Bartok-festival in Aspen (Colorado) in 1980 en het Oscar Back-concours van 1979: Theodora Gteraets; maar ook een beetje voor zichzelf. De dirigent, een jonge man met zwart krulhaar, draait zich om, en kijkt de^ zaal in. Waar een oudere man opstaat en naar voren loopt. Tijdens
Dirigent Louis Stotijn - afscheid - bracht het studentenorkest het spelen zat hij met een partit u u r op schoot en dirigeerde hij mee. Ze slaan elkaar hartelijk op de schouder, en lijken eventjes op voetballers die gescoord hebben. De oudere man gaat op het podiu m staan en zegt tegen het orkest: „Ik moet jullie mijn compliment maken. Wat we hier hebben gepresteerd is werkelijk boven verwachting. In zo korte tijd dit niveau, ja, nou, geweldig." Even stilte. „Maar nog even een paar puntjes. De violen. Het is niet de bedoeling dat de soliste moeite heeft om over jullie heen te komen. Dus ook in de hardere passages wat meer ingehouden spelen, want anders overstem Je haar. En dan de bassen. Wat voor violen geldt, geldt ook voor de bassen. Eigenlijk zouden vijf hier genoeg zijn. Met name bij eh, ik geloof dat het nummer 20 is, daar waren jullie te overheersend." De bassisten bladeren in h u n muziek. Eén speelt de passage even door. „Ja precies", zegt de oudere man, „Niet pa da da DOE DOE DOE, m a a r pa da da doe doe doe." Het gedeelte wordt opnieuw gespeeld. De man knikt, en stapt weer van het podium af. De jonge dirigent van daarnet roept: „Pauze!"
Slijtageslag
Het is repeteren géblasen.
Conservatorium in Den Haag. Stotijn had er de afgelopen acht seizoenen groot plezier in, om in een ogenschijnlijk onmogelijke formule te werken. Zijn voorgangers hadden er althans moeite mee. Een orkest dat één maand per jaar bestaat, het volgende j a a r voor tweederde uit nieuwe leden bestaat, welke leden bovendien voor het grootste deel amateur zijn - ga er maar aan staan om zo'n orkest op niveau te brengen. Stotijn lukte het niettemin. Het NSO lijkt voor geen cent op het soort orkestjes en strijkjes dat je in de betere woonbuurten wel kunt aantreffen: wel keurige
Het huidige niveau van het Nederlands Studenten Orkest is in niet geringe mate te danken aan z'n dirigent: Louis Stotijn (67). Van oorsprong violist en later overgestapt op de fagot, beide bij het Residentie Orkest, begon Stotijn zich in de vroege jaren vijftig bezig te houden met orkestdirectie. Hij dirigeerde het Residentie Orkest, en werd later docent orkestdirectie aan het Koninklijk
op af. Net zo belangrijk is, dat ze er h u n tanden in kunnen zetten." Dat is ook dit jaar weer het geval. Behalve Brahms' vioolconcert met een nog niet volkomen doorgebroken soliste, want ook dat is bij het NSO de traditie: relatief onbekende namsn moeten een kans krijgen - staat ook de eerste symfonie van Mahler op het programma. Al evenmin eenvoudig te spelen, ook al is het van de Mahler-symfonieën misschien de „makkeUlkste". En dan staat er nog de Sinfonia van Geert van Keulen op het programma, een werk dat speciaal voor de gelegenheid geschreven is. Het Fonds voor de Scheppende Toonkunsten, een fonds van het ministerie voor WVC, geeft ieder jaar een opdracht aan een Nederlandse componist om voor het NSO een stuk te schrijven, in een poging om de honderden componisten zonder werk een beetje te helpen. Daarvoor staat het Fonds per jaar een kleine anderhalf miljoen ter beschikking - veel te weinig om afdoende steun te bieden, maar beter dan niks.
op niveau.
mensen hoor, en veel platen van gerenommeerde artiesten in de kast, maar als ze self spelen dan krast het zo. Zo niet het NSO. Dat om te beginnen naar omvang een volwaardig symfonie-orkest is (maar dat zegt nog niks over de kwaliteit), en qua niveau zeker vergelijkbaar is met een provinciaal orkest. Ook volgens Stotijn zelf: „Ik hoop niet dat ze dit in Zeeland lezen, waar ik het Zeeuws Orkest dirigeer. Maar ik vind het NSO zonder moeite vergelijkbaar met zo'n orkest. Het niveau dat ze vanmiddag haalden, dat grenst aan het onmogelijke. Hoe dat komt? Een belangrijke rol speelt, dat de plaatselijke studenten-orkesten in het land de laatste jaren enorm vooruitgegaan zijn. Sommige daarvan zijn inmiddels echt goed. Uit die orkesten komen een hoop leden van het NSO, en dat is dus te merken. Een tweede factor is, dat je in het NSO een maand leeft als in een commune. Dat is wel een goede vergelijking, want in een commune gaat het ook altijd om het realiseren van een idee. Bij ons is het idee, dat de p a r t i t u u r moet worden uitgevoerd. Alle andere bezigheden worden daarvoor opzijgezet. We gaan ook niet voor niks met z'n negentigen hier in Bergen zitten, volkomen afgesloten van de rest van de wereld. Dat is heel vruchtbaar voor de resultaten. En wat ook een rol speelt: het repertoire is nooit echt makkelijk. Als ik stukken zou uitkiezen die zonder veel moeite in te studeren zijn, dan zou een groot deel liever thuisblijven. J e denkt toch niet dat ze voor een makkelijk stuk zouden komen? Het moet wel een beetje een uitdaging blijven. Met een groot orkest kun je andere stukken spelen dan met de lokale orkesten in de studentensteden; maar daar konden, ?e niet^^J^ii,^^
Dit jaar was de beurt dus aan Geert van Keulen, die zijn compositie ook echt op het NSO toesneed: op verzoek voegde hij er nog wat extra slagwerk en een harp aan toe, zodat iedereen in het orkest „wat te doen" heeft. Ook de bestuursleden, die niet allemaal zelf muzikant zijn. Drie van de zeven bespelen helemaal geen instrument, maar krijgen voor de aardigheid een klein slaginstrument in h u n handen geduwd, om toch het gevoel te hebben dat ze „echt", en niet alleen maar organisatorisch, meedoen. Zo kon je een bestuurslid die gevraagd werd iets even te regelen, horen zeggen: „Nee, ik kan n u niet. Ik moet zo spelen. Om even later te zien hoe er één klap op een tam-tam gegeven werd.) Stotijn: „Het is heerlijk om te doen, maar het is wel een slijtageslag. Drie repetities per dag, tien dagen lang, en daar achteraan een toernee, dat gaat niet in je koude kleren zitten. Tijdens de toernee repeteren we ook nog iedere middag - dit wordt n u de achtste keer dat ik 't doe, maar ook de laatste keer. Ik ben nu 67 en ik wil graag actief blijven, maar het NSO laat ik nu vallen. Het was verschrikkelijk leuk, maar je moet een keer stoppen."
In bed blijven Wie Stotijns opvolger gaat worden, is nog onduidelijk. Weliswaar trad Jules van Hessen, een van Stotijns oud-leerlingen en in het dagelijks leven muzikaal leider van het Nederlands Theater Orkest, de afgelopen jaren op als repetitor van het NSO, in februari komt er toch een open procedure. Op een advertentie reageerde al een aantal mensen en ook
Vervolg qppag. 12
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's