Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 85

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 85

10 minuten leestijd

AD VALVAS — 21 SEPTEMBER 1984

Universiteit houdt zich steeds minder met studenten bezig

De afbraak van de tweede fase Het speelkwartier is afgelopen. De universiteit zal zich voortaan wijden aan het wetenschappelijk toponderzoek. Ze zal zich daarbij in dienst stellen van de economische vooruitgang. Met studenten zal zij zich slechts bezig houden voor zover dat strikt noodzakelijk is. Deze activiteit mag de wetenschapsbeoefening niet schaden of beïnvloeden. Wordt deze nachtmerrie van de jaren zestig en zeventig binnenkort werkelijkheid? Alles tussen de afbraak van de tweede fase en de oprichting van het „facultaire onderzoekinstituut" wijst in die richting. Alsmede de gelatenheid waarmee het eerste, en het applaus waarmee het laatste wordt ontvangen. Een analyse. „Kennis is macht" zeiden vorige eeuw de socialisten. „Meer kennis, meer kans" was deze eeuw nog steeds het credo van het onderwijsbeleid. En n a de Tweede Wereldoorlog bleek de roep om „onderwijs voor velen" al omzetbaar in „hoger onderwijs voor velen". Die roep leek in de jaren zestig, zeventig verhoord te worden. De studenten kwamen in steeds groteren getale. Het onderzoekpotentieel steeg mee, want de universiteit werd door Den Haag betaald per student. Dat kon, er was geld en bovendien de bereidheid om dat uit te geven aan de wetenschappelijke vorming van veel jonge mensen. Maar toen. Rond 1972 stagneerde de middelenstroom. Vijf jaar eerder al had de Academische Raad vraagtekens gezet bij de onbekommerde groei van met name het onderzoek en onderzoekshobbyisme, waarna minister Veringa in 1970 controlecommissies in het leven riep; de „facultaire wetenschapscommissies". Terzelfder tijd opperde een ministerieel adviesorgaan het plan om onderzoek voortaan apart, dus student-onafhankelijk, te financieren. Het eerste teken van een naderende scheiding van onderwijs en onderzoek.

Driedubbel Het tweede kwam van regeringscommissaris prof. dr K. Posthumus. Deze wilde het wetenschappelijk onderwijs splitsen in twee fasen, waarbij de eerste leidde tot een maatschappelijk bruikbaar doctoraal-diploma en de tweede vormde tot zelfstandig weten-

schapper. Deze herstructurering had een driedubbel voordeel. Het zou goedkoper zijn om iedereen een vier- in plaats van een zesjarig doctoraalprogramma aan te bieden. Ten tweede betekende het vastleggen van de inschrijvingsd u u r een financieel voordeeltje. En tenslotte zou de splitsing in twee fasen als zeef fungeren en alleen de bollebozen tot de wetenschap toelaten. De universiteit, met name het studentengedeelte, stond in brand. Maar toen het vuur een beetje gedoofd was, kwam de liberale onderwijsminister Pais eenvoudig nogmaals met het idee, n u in de vorm van een wetsvoorstel. Zijn tweefasenstructuur ging nog meer uit van het idee, dat hoger onderwijs voor velen nog niet automatisch wetenschappelijk onderzoek door velen inhoudt. Onder het mom van schaarse middelen bond hy de doorstroom n a a r de tweede fase aan een maximum. Met name de luxe alfa- en gammavakken kwamen er bekaaid vanaf: twintig tot dertig procent, en niet meer. Naarmate de tijd verstreek werden de percentages steeds lager. In het Ontwikkelingsplan 1984'88 staat voor rechten nog slechts drie procent genoteerd. Hoe die tweede-fase-onderzoekers-opleiding eruit moest zien had Pais intussen nog niet laten weten. En hoe deze opleiding samen met de leraren-, de artsopleiding en al die andere academische beroepsopleidingen gefinancierd moest worden, wist ook geen mens. Tussen het allernoodzakelijkste, waartoe Pais' opvolger Deetman praktisch alleen de geneeskundige beroepsopleidingen rekende, en het nog betaalbare zaten slechts enkele guldens. Daarmee schiep Deetman de „assistent-in-opleiding". Die zou zich n a zijn eerste fase bekwamen in het onderzoek, niet als student maar als werknemer van een sollicitatie, met een soort leerlingenloon en een dienstverband van vier jaar. Daardoor konden er eisen gesteld worden aan zijn onderzoekswerk, en kon hij bovendien onderwijstaken krijgen en zo de universitaire staf ontlasten. Het aantal assistenten-in-opleiding zou niet langer een percentage zijn van het aantal afgestudeerde doctorandussen, maar een absoluut getal: ruim vijfduizend per jaar.

Lege huls Met deze nieuwe assistenten hoopte Deetman ook het onderzoek te kunnen versterken. Dat was nodig omdat enerzijds de roep van overheid en bedrijfsleven om „hooggekwalificeerd onderzoek" sterker werd, terwijl anderzijds dat onderzoek juist bedreigd werd door gebrek aan mobiliteit en het daaruit voortvloeiende gevaar van vergrijzing. Vers bloed dreigde het wat onderzoek betreft wel te kunnen vergeten; in dat kader werd zelfs gesproken van een „lost generation".

Open universiteit dicht Afgelopen woensdag, precies een week voor de officiële opening door de koningin, moest de Open Universiteit haar poorten sluiten. De toeloop is zo groot, dat voor een aantal kursussen geen studenten meer worden ingeschreven. Pas in maart 1985, als de eerste tentamenronde achter de rug is, verwacht de Open universiteit weer helemaal toegankelijk te zijn. Het belangrijkste knelpunt is de persoonlijke begeleiding en de korrektie van tentamens, iets waar zelfs deze schriftelijke universiteit niet- helemaal buiten

kan. De begroting, dus ook het aantal begeleiders, is gebaseerd op dertienduizend studenten. „Wij hebben onze kapaciteit al opgekrikt tot vijftienduizend" zegt een woordvoerder in Heerlen, „maar op dit moment zijn er al achttienduizend aanmeldingen binnen." Met name rechten, kuituur- en natuurwetenschappen bleken te populair. De inschrijving voor basiskursussen in die richtingen is nu, met toestemming van het ministerie, gestopt. Belangstellenden voor deze vakken zullen tot maart geduld moeten hebben.

Overigens liet Deetmans plan niet veel heel van de tweede fase. Beroepsopleidingen tot accountant, taaiconsulent of psycholoog in de gezondheidszorg kwamen bij Pais nog voor, maar werden door Deetman n a a r het hoger beroeps- of post-academisch onder, wijs verwezen. Het touwtrekken om de lerarenopleiding is nog steeds niet afgelopen, maar meer dan duizend studenten per j a a r zullen daar zeker niet terecht kunnen. Waarmee het ideaal van „hoger onderwijs voor velen" is teruggebracht tot de eerste vier wetenschapsloze jaartjes. En dat zonder noemenswaardige tegenstand. Studentenbeweging („dit is geen opleiding meer, dit is een baan") en vakbonden („het sa-

den vrij heeft om zich op het onderzoek te richten. Ook die k a n t van het verhaal heeft een lange geschiedenis. Niet het „red de universiteit" of „red de student" m a a r het „red het onderzoek van de bezuinigingen" leidde enkele jaren geleden tot het besluit, het onderwijs en onderzoek aan de universiteit voortaan (gedeeltelijk) afzonderlijk te financieren: de „voorwaardelijke financiering", waarvoor slechts een be-' perkt aantal uitgelezen projecten in aanmerkingen komt.

Hongerloontje De bollebozen uit de eerste fase zouden bij voorkeur in deze projecten h u n assistentenplaats

lopende aanstelling van de assistent-in-opleiding niet bevorderlijk voor de continuïteit en de langlopende projecten waarop universitair onderzoek met name gespitst is. Terloops, in een nota over maatschappijwetenschappen, vermeldde Deetman eind vorig jaar het idee van topinstituten voor onderzoek; als mogelijkheid, niet als verplichting. In de laatste'versie van de wet op het wetenschappelijk onderwijs dook het opnieuw op: de universiteiten k u n nen, als zij dat wensen, h u n toponderzoek onderbrengen in aparte instituten. In die instituten heeft de hoogleraar - „wetenschappelijk directeur" - alles, de student vrijwel niets te zeggen. Zo er al studenten binnenkomen, want dat is geen verplichting doch slechts een gunst aan de allerknapsten, bij voorkeur de assistenten-in-opleiding. Dat het de minister ernst is met zijn ideetje biykt uit zijn antwoord op kritiek vanuit de Kamer: een heel klein beetle demo-

Voor de laatste maal wordt de twee-fasenwet in de vaste commissie voor onderwijs en wetenschappen van de Tweede Kamer besproken. Het is 1 december 1980. De plenaire kamerbehandeling op 20 januari is daarna nog slechts een formaliteit. (Foto Werry Crone) laris de onaanvaardbaar laag") verzetten zich nog tegen de assistenten-in-opleiding. Ook het wetenschappelijk personeel liet nog een kreuntje horen: „De begeleiding van die assistenten gaat soveél tijd kosten dat we niet meer toekomen aan ons eigen onderzoek". Maar de universiteitsbesturen en de Academische Raad reageerden met „Dit is tenminste iets", waarschijnlijk meer uit swrg voor h u ndierbare onderzoekspotentieel dan voor dat uitgeklede socialistische onderwijsideaal. Als klap op de vuurpijl kwam daarbij kort voor deze zomervakantie het commentaar van de zeer invloedrijke Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid, die stelde: „Schaf die tweede fase gewoon af, het is toch maar een lege huls geworden". Waarmee de universiteit de h a n -

of uitwijken n a a r andere vakken. Die, n a a r de Open Universiteit verwacht, ook spoedig vol zullen zijn. Wellicht, zegt men in Heerlen, blijken er n a de eerste tentamenronde veel uitvallers en mensen die het n a één kursus voor gezien houden. Maar dat is niet echt de bedoeling. De enige zekere manier om in maart weer open te gaan is een tijdelijke budgetverhoging. Vanaf 1986 zou die verhoging niet meer nodig zijn, omdat in de meerjarenraming rekening gehouden is met stijgende studentenaantallen. De Open Universiteit zal volgens deze cijfers in 1990 dertig duizend studenten kunnen opnemen.

(UP, Lin Tabak)

moeten krijgen. Komt dit plan van Deetman wat die assistenten betreft erdoor, dan is dus niet langer de wetenschappelijke ontplooiing van de „student", m a a r de voortgang van het onderzoeksproject het hoofddoel. Maar nog was de assistent-in-opleiding niet aanvaard, de tweede fase niet opgeheven, of Deetman introduceerde al het volgende idee: het facultaire óf interfacultaire onderzoeksinstituut. Blijkbaar bood het nieuwe stelsel van assistenten nog te weinig soelaas voor het probleem van de bedreiging van de bedreiging van het onderzoek. -Immers, door het hongerloontje dat de nieuwe assistenten gaan ontvangen, is het niet uitgesloten dat de échte slimmerikken zich door de riante salarissen van het Tjedrijfsleven laten weglokken. Bovendien is de kort-

'Ga maar rustig slapen'in Broodje cultuur „Ga maar rustig slapen" is de nieuwe voorstelling van Dorine van der Klei, waarvan in het kader van Broodje Cultuur op donderdag 27 september om 12.30 u u r een try-out te zien is in de aula. Het is een documentaire in wbord en muziek, die ons laat horen en zien, hoe de periode kort vóór, tijdens, en meteen na de Tweede Wereldoorlog in Nederland werd ervaren. Het programma is "opgebouwd uit

cratie en studenteninvloed, m a a r vooral veel verdediging waarom die instituten de universiteit (lees: het onderzoek) kunnen redden. Intussen hebben de colleges van bestuur de hint begrepen. Zij zijn al begonnen met campagnes om, in h u n eigen instelling uiteraard, de weg vrij te maken voor zoveel mogeUjk van die instituten. Ook het bedrijfsleven is bUj. President-directeur dr W. Dekker van de NV Philips pleitte onlangs eveneens voor dergelijke onderzoekscentra. Waartoe die andere neiging, hoog gespecialiseerde universiteiten in dienst van wetenschap en bedrijfsleven, zal leiden weet nog niemand. Bloeit de wetenschap op of verdort ze bij gebrek aan contact met de nieuwe studentengeneraties? (UP, Armand Heijnen Lin Tabak)

materiaal van Radio Oranje, verzetspoëzie, alternatieve versies van de 'Voetbalmatch' van Louis Davids en van 'Lili Marleen', muziek van de Ramblers, amusementsmuziek uit de oorlogstijd, vertaalde liederen van Brecht en Tucholsky, muziek uit de concentratiekampen zoals de „Westerbork-serenade", maar ook materiaal van de andere zijde zoals stukjes uit het NSB-radiocabaret van Paulus de Ruiter en uit de in de oorlog doordraaiende Duitse film- en amusementsindustrie. De voorstelling duurt ongeveer één u u r en vindt plaats in de aula. Het geheel wordt begeleid door Tom Löwenthal op de piano en door Hub Matijsen op de viool, de samenstelling en vertalingen zijn gedaan door Dorine van der Klei.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 85

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's