Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 389

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 389

8 minuten leestijd

AD VALVAS — 22 MAART 1985

5

Stichting Handicap en Studie veertig jaar

,,Studeren voor gehandicapte soms al nuttig om uit isolement te komen" Wat doet iemand die zwaar spastisch is met een studie Nederlands? Zware boeken kan hij niet hanteren en zijn mondelinge taalvaardigheid schiet dermate tekort dat het leraarschap voor hem onmogelijk is. Dit soort problemen zijn dagelijkse kost voor de Stichting Handicap en Studie, die in mei veertig jaar bestaat. Het is een kleine stichting die vooral bekend is door haar uitgave van de academische agenda en de optredens van het Nederlands Studentenorkest, waarvan de baten haar ten goede komen. De gehandicapte student kan, net als ieder ander, een studiebeurs krijgen. Maar wat nu met al die extra onkosten die de handicap met zich mee brengt? En wat bij voorbeeld met de langere studieduur die een gehandicapte nodig heeft, in verband met het inperken van die studieduur in de tweefasenstructuur? De particuliere Stichting Handicap en Studie helpt met een relatief kleine overheidssubsidie, - ongeveer een vijfde van haar budget een weg te vinden in de legio regelingen die hiervoor bestaan. De laatste jaren steeds meer in samenwerking met decanen en studiebegeleiders. Een gesprek met Sitze Zoodsma, medewerker van de stichting. Hoeveel gehandicapte studenten het Nederlands academisch onderwijs volgen, kan Sietze Zoodsma niet vertellen: „Wij kennen alleen maar degenen die naar ons toekomen. Van de vijf- a zeshonderd cliënten per jaar zit ongeveer een kwart op een universiteit of hogeschool." Daarnaast zijn er genoeg gehandicapten die zonder begeleiding van de stichting wegwijs kunnen worden in het oerwoud van regelingen en vergunningen die het studeren voor een gehandicapte mogelijk moet maken. Hoeveel mensen zich daardoor juist af laten schrikken is al helemaal moeilijk te peilen. Zo levert de verlenging van de studieduur of de bekostiging van extra voorzieningen bij de studietoelage problemen op. Onderwijs en Wetenschappen kent wat dat betreft alleen de „normstudent" zodat bij een beurs voor een gehandicapte geen rekening gehouden kan worden met de extra tijd die hij of zij nodig heeft. Tweefasenstructuur: nog een voorbeeld van normering waarbij geen rekening gehouden wordt met afwijkende studenten. Met een handicap valt vaak goed te studeren, wanneer er maar voldoende tijd gegeven wordt. Tijd voor het omzetten in braille van de syllabi, tijd voor het verzamelen van aantekeningen van medestudenten door de dove, tijd voor de zuivering van het bloed van de nierpatiënt (1 a 2 keer per week). Deze factor wordt in de tweefasenstructuur niet expliciet behandeld, zodat gehandicapte studenten er het slachtoffer van dreigen te worden. Alhoewel: het beroep op „force majeur" kan succes hebben.

Aart Bouwmeester capte in een gewone, „reguliere", klas mee te laten draaien. De directe dienstverlening naar gehandicapte studenten heeft de stichting onlangs moeten overdragen aan de studentendecanaten van universiteiten en hogescholen. Alleen onder deze voorwaarde was het ministerie van onderwijs en wetenschappen bereid de subsidie voor te zetten. Hierdoor heeft Handicap en Studie veelal nog een indirecte relatie met de studenten, zij verzorgt nu de begeleiding van de decanen. Niet een echt gelukkige regeling, vindt 2kK>dsma: „Voor een decaan zijn gehandicapte studenten maar een onderdeel van het werk. Hij komt ze niet iedere dag tegen, terwijl dat bij ons wel het geval was." In oktober organiseerde de stichting een bijeenkomst voor de studiedecanen waarop zij voorgelicht werden over de hulpverlening aan gehandicapte studenten. Volgens Zoodsma werd die dag duidelijk dat de decanen de

Stichtingsmedewerker Sietse Zoodsma. (Foto Bram de Hollander) eerstvolgende jaren nog veel hulp van Handicap en Studie nodig zullen hebben. Een niet onaanzienlijk gedeelte van de studenten aan de E^ngelse „Open University" is gehandicapt. Te verwachten valt dat ook de Nederlandse Open Universiteit verhoudingsgewijs veel gehandicapten onder haar studenten zal krijgen. De formule van thuis-studeren is feitelijk ideaal voor mensen die moeite hebben met het zich (wettelijk) bewijzen in de buitenwereld. Vandaar dat Handicap en Studie een adviserende rol is toebedeeld bij het opzetten van studieprogramma's aan de Open Universiteit: men denkt mee over de mogelijkheden en biedt oplossingen aan vanuit de jarenlange ervaring in het werken met gehandicapte studenten. Door de overweldigende aanmeldingsstroom in Heerlen zijn die mooie plannen op het ogenblik welliswaar op een laag pitje terechtgekomen, maar de toekomst biedt perspectief. „Het nut van de studie van een gehandicapte voor de maatschappij is niet ons uitgangspunt", licht Zoodsma in dit verband toe. „Het gaat ons om het nut voor de student zelf. Het is

Religieus onderwijs

De Stichting Handicap en Studie stelt zich tot doel de gehandicapte het volgen van regulier onderwijs mogelijk te maken. In praktijk komt dat erop neer dat een gehandicapte vanaf het eerste jaar in het middelbaar onderwijs de stichting om hulp kan vragen. Dan kan gebruik worden gemaakt van de ervaring die de medewerkers daar hebben in het leggen van contacten met de noodzakelijke instanties voor een eventuele aanpassing of in het overtuigen van schoolbesturen dat het alleszins mogelijk is, in de meeste gevalleny om een gehandi-

De Stichting Handicap Studie NSS is gevestigd in een verbouwd woonhuis in de stad Utrecht. (Foto Bram de Hollander)

eigenlijk heel raar, maar wanneer een gehandicapte gaat studeren wordt vaak naar het maatschappelijk nut van die studie gevraagd, terwijl dat bij een gewone student niet het geval is. Er zijn gehandicapten voor wie de studie alleen al een openbreken van het isolement kan betekenen. De Open Universiteit biedt daar een mooie gelegenheid toe".

Financiën

De opbrengsten van de academische agenda en de optredens van het Nederlands Studentenorkest komen ten goede aan de Stichting Handicap en Studie. Daarnaast zijn er ook nog inkomsten uit donaties, fondsenwerving (bij bedrijven bij voorbeeld), de subsidie van OW en uit het eigen kapitaal. Dat laatste is een, inmiddels wat mager geworden, link met het verleden. Het kapitaal vindt zijn oorsprong in de verkoop van de huisvesting van het Nederlands Studenten Sanatorium, NSS. Die afkorting staat officieel nog steeds achter de naam van Stichting Handicap en Studie, hetgeen duidelijk maakt dat we hier met één en dezelfde stichting te maken hebben. De oprichting van NSS, veertig jaar geleden, is dan ook het feit dat dit jaar op bescheiden schaal gevierd zal worden. Het sanatorium is destijds in het leven geroepen om studenten met tuberculose de gelegenheid te bieden hun studie af te maken. Colleges werden er via bandapparatuur ten gehore gebracht en hoogleraren kwamen er om tentamens of examens af te nemen. In 1964 werd het sanatorium in Laren (N.H.) verkocht omdat t.b.c. haar tijd als volksziekte had gehad. Het NSS ging door met zijn werk voor gehandicapte studenten, eerst nog steeds voor de universitaire, vanaf 1970 ook voor die van het hoger beroepsonderwijs en sinds 1980 eveneens voor scholieren van het zogeheten secundaire onderwijs. Handicap en Studie is nu dus werkzaam op alle niveaus na het basisonderwijs. De financiële positie van de stichting baart zorgen. Er zijn momenteel zo'n twintig mensen in dienst op ongeveer twaalf arbeidsplaatsen. Zes regionale bureaus in voornamelijk universiteitssteden worden bemand door fuU-time krachten, de rest zit bij de centrale vestiging in Utrecht. Al met al is het een kleine organisatie en Zoodsma, die de publici-

teit onder zijn hoede heeft, ziet daardoor beperkingen. Door de geringe bekendheid lopen de inkomsten gestaag terug. Zo loopt ook de oplage van de academische agenda terug, die ligt nu op zo'n 60.000.

Gelijkheid

Bij het streven naar gelijkheid tussen wel en niet gehandicapte studenten lijkt een paradox te bestaan: een gehandicapte zal nooit hetzelfde kunnen doen als een niet-gehandicapte. „Akkoord", begint de reactie van Zoodsma, „het is natuurlijk zo dat je met feitelijkheden rekening moet houden. Je moet niet als blinde piloot willen worden. Dat is onzin. In zoverre ben je natuurlijk beperkt in je mogelijkheden. Maar wie is dat niet?" „Iedereen heeft z'n sterke en zwakke kanten. Bij de ene is de handicap de beperkende factor, bij de ander zijn er andere zaken. Die handicap komt er welliswaar bij, maar niet meer dan dat. En waar het geen hinder oplevert, kan de omgeving zich best aanpassen, wanneer het de mogelijkheden daartoe maar krijgt en weet hoe het moet. De stelregel zou moeten zijn, denk ik, in hoeverre kan een gehandicapte eisen van zijn omgeving dat die zich aanpast. Ja, dat is natuurlijk een heet hangijzer. Maar over het algemeen kan je zeggen dat het streven naar zelfredzaamheid groot is onder gehandicapten". „Voor die zelfredzaamheid moeten weleens concreet wat dingen aangepast worden, en dat kan op dat moment wat centen extra kosten, maar die komen terug. Want doe je het niet, dan zijn er talloze gehandicapten die het studeren verder wel kunnen vergeten. Op de hogere niveaus, in ieder geval. Die mensen komen dus lager terecht of in de WAO of de sociale werkplaats. Dat houdt gewoon in, dat je ze voor de rest van hun leven als gemeenschap moet onderhouden. Kijk, het is een soort lange-termijn-politiek. Je geeft de mensen dezelfde kansen voor hun opleiding, ze kunnen eruit halen wat erin zit, en dan merken wij dat ze over het algemeen best goed terechtkomen in de maatschappij." Inmiddels is het overigens nog steeds zo dat procentueel gezien onder de gehandicapten minder studenten zitten dan onder de rest van de bevolking. „Maar het wordt steeds minder minder", besluit Zoodsma. >

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 389

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's