Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 121

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 121

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 12 OKTOBER 1984

5

Dr. G. Brenninkmeijer, voorzitter Academische ]Raad:

'Het wordt hoog titijd dat er weer een studentenvakbond studentenvak komt' „Het is hoog tijd dat er weer een studentenvakbond komt, die de belangen in Den Haag keihard kan verdedigen." Dr G. Brenninkmeijer, voorzitter van de Akademische Raad, is bezorgd. De bestuurders aan de universiteiten en hogescholen nemen de macht over. Volgens Brenninkmeijer liggen bij hen grote verantwoordelijkheden, bijvoorbeeld voor de studenten en voor het landelijke disciplineoverleg tussen de studierichtingen. Maar, om nu die studenten er even uit te lichten: „Er bestaat alom een neiging om hen als restpost te beschouwen. En zij zijn toch de raison d'etre van de universiteit." Brenninkmeijer vindt overigens dat hij niet voor niets tien jaar voorzitter is geweest van de Akademische Raad. Nu dat overkoepelende orgaan van de Nederlandse universiteiten en hogescholen binnenkort zal worden afgedankt, stelt hij vast dat een groot aantal sekties van het akademisch bedrijf duidelijk beter is gaan opereren. Er zijn goede rapporten verschenen, onder meer van de onderwijs- en onderzoekkommissies, het COPWO en het CAVWO. De adviezen naar 'Den Haag' zijn altijd van zeer behoorlijke kwaliteit geweest. Uitvoeringstechnisch is er ook steeds gebruik van gemaakt. Alleen . . . in grote ideologische zaken is de Akademische Raad, als uitdrukking van de universiteits- en hogeschoolraden, vaak dwars tegen de regeringsvoorstellen ingegaan. J e k u n t echter zo'n raad dan moeilijk verwijten dat hij in belangrijke dingen geen effekt sorteert. Aangezien de Akademische Raad in sijn nadagen verkeert, heeft Brenninkmeijer volop tijd voor een interview. Is hij een gedesillwsioneerd man? In sekere sin toch wel. „Toen ik begon had ik de illusie dat de universiteiten en hogescholen binnen de Akademische Raad tot goede vormen van samenwerking zouden komen, om de slechter wordende situatie met sukses te lijf te kunnen gaan. Van het begin af heb ik erop aangedrongen binnen de disciplines behoorlijke afspraken te maken. Ik heb ook altijd gehoopt dat de colleges van bestuur h u n onderling overleg binnen de raad zouden brengen, om zo als eenheid n a a r buiten te treden. Het enige wat van de samenwerking terecht is gekomen, is wat ik u vertelde over die sekties."

Overlegcirkuit

Binnenkort komt er een nieuwe konstruktie voor het onderlinge overleg tussen de instellingen voor wetenschappelijk onderwijs. De colleges van bestuur vormen een direkt overlegcirkuit met de minister. De raden zien h u n invloed teruggedrongen tot een grotendeels adviserende funktie, met een paar blijvende bevoegdheden, bijvoorbeeld op het vlak van de begroting. Brenninkmeijer heeft altijd gepleit voor bestuurlijk overleg, maar dan geïntegreerd in de Akademische Raad, waarbij de plenaire raad het niet-bestuurlijke, demokratisch kontrolerende inspraakorgaan zou blijven. „Ik vond dat, met de versterking van de sekties, een goede landelijke struktuur. Maar een aantal toonaangevende mensen in de colleges heeft dat uiteindelijk niet gewild", konstateert hij wat spijtig. Zat dat toonaangevende geselschap in Nijmegen, Leiden en Utrecht? „Ja, dat vind ik moeilijk, hoor. Daarover praat ik liever niet. Het heeft gedeeltelijk te maken met de instellingskultuur, gedeeltelijk met personen." Is de kritiek op de Akademische

Bert Determeijer en Bert Kieboom Raad gebruikt om de ideeën van de colleges door te drukken? „Dat kan ik niet bewijzen. Het heeft hen natuurlijk wel geholpen. Heeft de taakverdelingsoperatie gediend om de colleges alvast aan hun nieuwe rol te wennen? „Nee, toen was het nog zo dat de minister in zijn initiatiefnota vroeg om een gezamenlijke operatie van de Akademische Raad en de colleges van bestuur. Er is toen overlegd en daarna hebben de colleges gezegd: 'nee, dit is ons pakkie-an. Als je dat in die open en ingewikkelde s t r u k t u u r van de Akademische Raad moet doen, komt er niets van terecht. En daar hadden ze misschien wel gelijk in." Zo somber? „Praat me er niet over; met déze s t r u k t u u r was er niets van terecht gekomen. Je kunt dit soort dingen alleen maar laten doen door mensen die er relatief buiten staan. Je k u n t toch niet een discipline van h a a r sektie over eigen opheffingen laten beslissen? Dat was een strijd van iedereen tegen allen geworden." Is dat nu niet gebeurd? „De colleges hebben het uiterst bekwaam gedaan. Ze hebben de financiële eisen van de minister geaksepteerd, vervolgens is er een buffer gekreëerd tussen de leden van de taakverdelingskommissie en de colleges, en tenslotte is er weer een interessante buffer geschapen tussen wat in die trajekten werd afgesproken en de universiteitsraden. Nee, dat is uitstekend geregisseerd."

Karwei

De voorzitter van de Akademische Raad ontveinst zich niet dat zo'n taakverdeling een gigantisch moeilijk karwei is. Maar hij gelooft dat het iets makkelijker zou zijn geweest als vanuit de colleges de dagelijkse raad was bemand. „Je moet eigenlijk voorkomen dat dit soort toestanden ontstaan, die de TVC moest opruimen, door een konstant proces van taakverdeling en -optimalisering." Disciplineadviezen kunnen daarbij een hulpmiddel zijn, gelooft hij. Tot n u toe stelden de sekties van de Akademische Raad moeizaam zulke adviezen op. „Wat sommige colleges n u voor ogen zweeft, is zoiets als btj wijsbegeerte. J e vraagt enkele goede mensen en die maken een landelijk plaatje. Wat het toekomstig lot van de discipline-adviezen wordt, is voor mij een van de interessantste vragen, ook binnen die nieuwe vereniging." I n ieder geval denkt hij dat deze vereniging met hetzelfde probleem te maken zal krijgen als de Akademische Raad, namelijk dat het discipline-overleg haaks staat

op de autonomie van de instellingen. „Wat is een universiteit, hè? Een hotel voor de aktiviteiten van de fakulteiten: onderwijs en onderzoek? Of is het een geïntegreerd gemanaged bedrijf, dat een aantal werknemers heeft die onderwijs en onderzoek doen? Die tweede konceptie wint op het ogenblik veld. De versterking van het topbestuur, van het fakulteitsbestuur, van de dekaan: het centrale bestuur tegenover de lagere niveaus." Vindt u dat een goede saak? „Ach, de ene benadering past meer in de ene tijd, en de andere in een andere. Ik heb niets tegen versterking van het management. Maar als je geen organisatie weet te scheppen waarbij de mensen die inhoudelijk bekwaam zijn in onderwijs en onderzoek, het idee hebben h u n kreatieve mogelijkheden volledig te kunnen ontplooien en daarvoor verantwoordelijk te zijn, houdt de universiteit op h a a r werkelijke funkties te vervullen."

Dr. G. Brenninkmeijer

(foto AVC/VU)

Volgens Brenninkmeijer kun je wel zeggen dat er vormen van management bestaan die dat proces bevorderen, maar is het de vraag of de werkelijkheid er zo zal uitzien. Er dreigt aanzienlijke vervreemding van het bestuurlijke proces. De tendentie van 'bestuurders weten alles het beste' kan de universiteit grote schade berokkenen. De sterke opkomst van de 'geen nonsens'-benadering is echter mede het gevolg van het gebrek aan leiding dat de instellingen te lang heeft gekenmerkt. Nu drijft de tijdgeest ze n a a r het andere uiterste.

Maagdenhuis

tweede fase vergaand gereduceerd, maar daar heeft hij natuurlijk ook wat voor terug gegeven. Dat hij aan de onderzoekersopleiding meer body wil geven dan oorspronkelijk de bedoeling was, acht ik een grote vooruitgang. We moeten het in Nederland op het terrein van de wetenschapsontwikkeling voor een belangrijk deel van die opleiding hebben." Dat de lerarenopleiding van de universiteit weg zou moeten, vindt hy evenwel te betreuren. Hij gelooft trouwens dat deze maatregel zal worden terug gedraaid. Het feit dat de beroepsopleidingen fout zijn gelopen, hebben de instellingen volgens hem aan zichzelf te wyten. „Er was geen ruimte voor kreatieve verzinsels. Als je dan toch probeert die bekostigd te krijgen, k u n je voorspellen dat het mis loopt. Doodzonde van al het werk dat erin is gestopt, maar niemand kan zeggen dat het onverwacht kwam.

Hebben we over een poosje weer een Maagdenhuis-affaire? „Oh, kijk, het rapport Maris (dat in 1969 de aanleiding was voor de Maagdenhuisbezetting) is natuurlijk een idyllische vertaling van de toestanden die n u ontstaan." Brenninkmeijer is van mening dat we op het ogenblik in een lawine van maatregelen zitten, doordat de universiteiten en hogescholen toch wel een jaar of tien, vijftien heel hardnekkig h u n status quo zijn blijven verdedigen. De Akademische Raad gaf daar uitdrukking aan. Over de tweefasenstniktuur, waarop zo ontzettend wordt gemopperd, zegt hij: „De minister heeft dan wel op het laatste moment die

Als er honderd aanvragen binnen komen, dan gaan die de pruUemand in; dat heb ik altijd voorspeld; de instellingen die eerst een verstandige lijn volgden, werden vanzelf door de andere mee gezogen." Maar ook dat laatste noodpakketje, met slechts een beperkt aantal beroepsopleidingen per instelling, is door de minister verworpen. „Ik denk dat de instellingen het de minister veel moeilijker hadden gemaakt als ze begonnen waren met dat noodpakketje." Overigens vindt hij dat je de eerste fase niet terug moet brengen tot een tussenopleiding, tot een nooduitgang. Die eerste fase moet een volwaardige uitgang van de universiteit zijn. De tweefasens t n i k t u u r kan slagen als n a de eerste fase een onderzoekersopleiding gestalte krijgt die zo'n 1500 personen per jaar omvat. „Dat is toch altijd nog vijftig procent hoger dan het huidige aantal promoties. Ik had wel de voorkeur gegeven aan de studentstatus boven die van werkgever."

Betreurenswaardig

Schandalig vindt Brenninkmeijer wèl - en kenmerkend voor de geest van deze tijd - dat op het laatste moment ten departemente het kriterium is bedacht, dat financiering door derden zo'n leuke mogelijkheid is. Op die manier wordt een a a n t a l zinnige op-

leidingen de nek omgedraaid in de sfeer van pedagogiek en psychologie: de op het individu gerichte opleidingen. Die kunnen immers wel fluiten n a a r dat geld van derden. „Uit een oogpunt van maatschappelijke bescherming, m a a r ook om de inhoud van die aktiviteiten, acht ik dat uiterst betreurenswaardig." De minister zegt dat Volksgezondheid of de ziekenfondsen „of nog een ander verzinsel" wel iets kunnen doen, m a a r dat had dan vijf jaar geleden bedacht moeten worden, oordeelt Brenninkmeijer. Niet op het laatste nippertje; dat k u n je niet doen. „Als er echt behoefte aan is, zullen de direkt belanghebbenden daar wel centen in steken. Kijk, zo'n redenering, dat vind ik zo gemakkelijk." Daarover mag n a a r zijn mening het laatste woord nog niet zijn gezegd. „Het merkwaardige is dat de minister in zijn laatste lijstje de tweede fase-managementopleiding in Rotterdam wèl heeft goedgekeurd. Als er één opleiding is die zich leent voor financiering door derden, is het die. Hetzelfde is het geval bij de akkountantsopleiding." Is dat nu een kwestie van paniekvoetbal? „Nee, dat is in het kader van de NV Nederland Vooruit", grinnikt hij.

Zwaartepunten

Hoe denkt de AR-voorsitter over de woeste plannen voor 'centres of excellence', die overal de kop opsteken? „Waar ik niet in geloof, is dat sommigen die centra wel heel erg in bepaalde instellingen gekoncentreerd denken. Het hele idee van zwaartepuntvorming leidt vanzelf tot zulke centra, maar je moet dat niet voorbehouden aan een paar instellingen." Is dat gevaar dan aanwesig? „Ik denk zelf dat de situatie in 1955 zo w o r d t . . . " Brenninkmeijer wordt nu swijgsaam, maar hij doelt onmiskenbaar op de steeds sterkere geluiden over elite-universiteiten. Hoe souden se die tot stand willen brengen? „Oh, dat gaat heel geleidelijk en uiterst geraffineerd. Ook n u kun je niet volhouden dat alle universiteiten gelijkwaardig zijn. Sommige instellingen zullen zich binnen tien tot twintig jaar in het onderzoek een aanzienlijk sterkere positie weten te verwerven dan andere." Hij waarschuwt tegen een te grote waardering van het onderzoek: „Je bent nog geen tweederangs instelling als je wat meer gewicht hecht aan het onderwijs. Te veel aksent op het onderzoek gaat voor mensen die een beroep moeten gaan uitoefenen, ten koste van h u n opleiding."

Bestuursklub

Die bestuurdersvereniging - de naam VNU is al gevallen, maar dat kan niet - komt er nu dus? „Ja, eigenlijk al een oud idee. Interessant is de vraag of ze goed zal funktioneren. Of blijft het niet meer dan een paraplu, waaronder elke instelling gewoon h a a r gang kan gaan? In hoeverre wordt hier een maskerade opgevoerd dan wel reëel gewerkt? Dat hangt van personen af. De kansen voor een slagvaardig beleid zijn n u wel het grootst." Brenninkmeijer gelooft niet dat het n u verder van een leien öakie zal gaan. Wat goed is voor de een, is niet per definitie ook goed voor de andere. Pogingen tot samenwerking zullen steeds bestaan naast het bilateraal overleg tussen de instellingen en de minister. Hij is skeptisch als iemand zegt: wanneer die Akademische Raad maar eenmaal is verdwenen, lossen de problemen zich vanzelf op. Zijn bezorgdheid geldt de manier waarop de colleges het disciplinair overleg zullen weten in te bouwen. Ook vraagt hy zich af hoe echt h u n voornemens zijn om de studenten een kans te geven op inspraak. „Ze hebben gemerkt dat tot in de Kamer toe daarnaar wordt gevraagd. Maar je kunt in januari altijd nog zien wat je er verder mee doet. Dat is modem besturen." , , (UP, Utrecht)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 121

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's