Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 360
8
De Tweede Kamer sprak onlangs over de WWO'84, een wetsontwerp dat de huidige WUB moet vervangen. De universiteiten zitten echter niet te springen om een nieuwe wet. Er moet maar eens rust komen op het turbulente front van wet- en regelgeving, lijkt men te zeggen. Dat is ook de mening van de drie mensen werkzaam of studerend aan de VU, met wie wij een gesprek hadden over besturen, zeggenschap en openbaarheid aan de universiteit. „De papierwinkel die over ons heen is gekomen is een ramp. Vreselijk!" Wim Crezee Koos Neuvel Vooraf dit: In het onderhavige gesprek komt meerdere keren de rol van het college van bestuur (CvB) ter sprake. Vooral de opstelling van zijn voorzitter, drs. H. J. Brinkman, wordt enkele keren bekritiseerd. Een weerwoord van Brinkman ont-
AD VALVAS — 8 MAART 1985
„Bureaucratie zal met WW heeft hij in de faculteit wiskunde en natuurwetenschappen diverse bestuurlijke taken verricht. Prof. dr. H. van den Berg is hoogleraar so,ciologie. Hij is decaan van deze subfaculteit geweest. Verder heeft hij jarenlang a a n het hoofd gestaan van de vakgroep sociologie van de hulpverlening. „Wij waren de eersten binnen de subfaculteit die een vakgroepsstructuur hadden ingesteld; dat was omstreeks 1965. Dat vergde veel creativiteit want er lag nog weinig vast. We hadden een kleine staf en veel studenten - rumoerige studenten die stevig druk uit oefenden. Veel plenaire vergaderingen in propvolle zaaltjes. Het werk om die vakgroep vorm en inhoud te geven, vond ik belangrijker dan het decaanschap - dat vond ik toch meer nébenbei." - Wat te denken van de WWO'84? Kuiper: „De Wettekst heb ik niet gelezen; ik kende WWO'84 alleen uit de krant. Ik proef het als een rechtzetten van wat in de WUBse periode uit de hand is gelopen. Maar ik zeg er meteen bij dat het moment waarop dat gebeurt uitermate ongelukkig is. Kijk eens n a a r het grote aantal wetten, maatregelen, nota's dat de laatste tien jaar het wetenschappelijk onderwijs heeft over-
nalisering van bestuur gekomen. Dat is niet in de laatste plaats de UR-leden zelf te verwijten. Een begrotingsmodel wordt door de meesten gezien als een p u u r rekenmodel: invullen van cijfertjes en daarmee uit."
Soepel
Kuiper: „In mijn voorzittersperiode heb ik ervaren dat die competentiekwestie nooit erg op de spits is gedreven. Dat ging aan de VU, in tegenstelling tot andere universiteiten, altijd erg soepel; men luisterde n a a r elkaar. Het CvB was in mijn voorzittersperiode, en waarom zou het n u anders zijn, bereid eerder iets aan de raad kenbaar te maken en voor te leggen dan de WUB voorschrijft." - Dus de WUB hoeft wat dat betreft niet vervangen te worden? Kuiper: „Nou, over de WUB zijn nog wel meer dingen te zeggen. Kijk, in de onderwijscommissie van mijn subfaculteit participeerden sinds lange tijd studenten. Ze hadden in die commissie heel wezenlijke bijdragen. Maar het liep spaak op het moment dat de vraag aan de orde kwam hoeveel zetels iedereen moest hebben. Ik heb me, ook in de UR, daarover altijd verbaasd. Het doet me denken aan macht. Ik heb altijd tegen de studenten gezegd: al zouden jullie in bestuursorganen maar één of twee zetels hebben dan zullen anderen n a a r jullie luisteren als jullie zinnige dingen te vertellen hebben. Het moet namelijk geen machtsstrijd van koppen tellen worden. Die discussies over zetelverdeling heb ik altijd armoe gevonden; het heeft in het begin de decmocratisering bepaald verzwakt. Jammer. Jammer." - Je kunt die redenering ook omdraaien: geef het wetenschappelijk personeel één of twee setéls; sinnige argumenten worden toch wel opgepikt...
Dr. P. Knijper (Foto AVCfVU) breekt hier. Helaas. We hadden hem wel uitgenodigd voor het gesprek, maar hij liet via zijn voorlichter weten er niets voor te voelen. Hij had immers niet de „absolute garantie" dat andere gesprekdeelnemers alles, van de hoed en de rand, wisten van de WUB en de WWO'84. En tijd om anderen het allemaal uit te leggen, heeft hij n a t u u r lijk niet, moesten we begrijpen. Bovendien: andere mensen kunnen wellicht vrijuit h u n mening ventileren. Maar hij. Brinkman, heeft verschillende verantwoordelijkheden. Zou hij moeten praten als mens-Brinkman of als voorzitter van het CvB of als lid van de landelijke planningscommissie? Hadden we ons dat wel gerealiseerd? Nee, we wisten niet dat bestuurders zo gevangen zitten in een dergelijk geraffineerd rollenspel. Het is natuurlijk ieders goed recht niet in te gaan op een verzoek deel te nemen aan een 'rondetafelgesprek'. Maar de wijze waarop Brinkman dat meent te doen, doet vermoeden dat door de WUB niet de verbeelding, maar eerder de arrogantie aan de macht is gekomen. Geen Brinkman dus. Wie deden wel mee aan het gesprek? Evert Kranendonk. Hij was twee jaar terug voor de progressieve kiesvereniging van studenten (PKV) lid van de universiteitsraad. Daarvóór is hij lid geweest van de subfaculteitsraad sociaal-culturele wetenschappen en van de raad politicologie. Ook was hij voorzitter van de studentenvakbond van deze subfaculteit. Dr. P. Knijper is momenteel coördinator computeraangelegenheden aan de VU. Van '72 tot '78 hanteerde hij de voorzittershamer in de UR. Voorafgaande daaraan
spoeld! Die papierwinkel die over ons heen is gekomen is toch een ramp. Vreselijk. Nu wordt aan te benoemen hoogleraren de eis gesteld dat ze over bestuurlijke capaciteiten beschikken. Maar aan hoogleraren die al tien jaar of langer in het vak zitten is dat natuurlijk niet gevraagd... die kwamen hier om onderwijs te geven en om onderzoek te doen." Van den Berg (beamend): „Nu moet ik ondernemer zijn. Ik moet de baan op om onderzoeksopdrachten los te peuteren. Ik moet marchanderen, offertes uitbrengen, enzovoorts." Kranendonk: „Ik kan mijn oordeel over de WWO'84 in een paar zinnen afdoen. Die wet betekent een terugdraaien van het kleine beetje democratie dat de universiteit kent. Het is voor mij zeer de vraag of het voor studenten een interessante wet is om mee te werken. De huidige WUB biedt op zich een groot aantal mogelijkheden voor inspraak en zeggenschap van studenten. De WUB heeft een grotere openbaarheid van bestuur met zich meegebracht. Ze heeft het mogelijk gemaakt om nieuwe ideeën naar voren te brengen - niet alleen van studenten, maar ook van het wetenschappelijk en niet-wetenschappelijk personeel." Van den Berg (verbaasd): „Ik heb wel eens negatievere verhalen van progressieve studenten over de WUB gehoord." Kranendonk: „Dat klopt. Ik heb het nog niet gehad over hoe het er in de praktijk aan toegaat - zeker a a n deze universiteit. De zeggenschap is de laatste jaren behoorlijk verhuisd van de universiteitsraad naar het CvB. Er is een steeds sterkere professio-
siteiten, volgens mij hebben ze dat nooit duidelijk gezegd." • • Kuijper: „Op een gegeven moment was er, of je dat wilt of niet, een politieke beslissing in Den Haag genomen: een vierjarige cursusduur is goedkoper. Dan kun je twee dingen doen: je kop in de wind gooien óf reëel zijn, aan image-building doen en nog 'n beetje het gezicht van de universiteiten redden."
Openheid
Kuijper: „Er is een winstpunt van de democratisering dat ik altijd weer stipulelr. Vroeger, vóór de WUB, waren we als geledingen vreemden voor elkaar. Degenen die het voor het zeggen hadden - vooral de wetenschappers - deden in de ogen van anderen wat hen goeddunkte. En n u gebeurt misschien hetzelfde, maar in alle openheid: er is een informatieuitwisseling. Er zijn geen deuren meer waarachter geheime vergaderingen plaatsvinden, er zijn geen overlegjes meer die oncontroleerbaar zijn." Pardon. We hebben net een TVC-operatie gehad die voor een groot deel achter de rug en over de hoofden van betrokkenen beslist werd. Kuijper: „Ik weet dat de besloten vergadering niet geheel verdwenen is. En ik zeg erbij: gelukkig is die niet verdwenen, want je moet wel 'ns iets in beslotenheid bepraten om mensen niet te beschadigen. Maar door de bank genomen is er openheid ontstaan. Er is geen geheimzinnigheid meer; althans voor 99 procent is die verdwenen." Van den Berg, hoogleraar bij een studierichting die dodelijk getroffen is door het bezuinigingsmes, kritiseerde vorig jaar fel de rol die het CvB van de VU in de TVCopeatie speelde: het was aan de verkeerde k a n t van de onderhandelingstafel gaan zitten. Bovendien beschuldigde hij collegevoorzitter Brinkman van hypocrisie. Brinkman had namelijk in een vraaggesprek met de NRC gezegd dat het hem opviel hoe gemakkelijk universitaire topfiguren het er rond de tafel over eens kunnen worden waar kwalitatief goed onderwijs en onderzoek zich in Nederland bevindt en waar niet. Dat, terwijl Brinkman in officiële organen volhield dat de opheffing van studierichtingen niet met een kwaliteitsbeoordeling te maken heeft. Van den Berg: nu: „Bepaalde onderwerpen zijn niet te beslissen via het mechanisme van een participatiedemocratie. Technisch lijkt me het onmogelijk in een volstrekt open overleg zo'n TVC-operatie te beslissen. Waarom? Omdat mensen h u n eigen belangen behartigen; je blijft dan met elkaar aan de gang: het ,na u'. Maar n a a r mij mening had niet de minister m a a r het bevoegd gezag, dat wil zeggen de leiding van de universiteit, de knopen moeten doorhakken."
Knijper: „Natuurlijk, maar je moet altijd een s t r u c t u u r voor zinnige argumenten bieden..." Kranendonk: „Kuijper stelt het mooier voor dan het in werkelijkheid is. De ervaring uit mijn UR-tiJd, en dat was heel irritant, is dat andere geledingen vaak veel waardering hadden voor het werk van de PKV. Ze namen h u n petje af voor onze gedegen voorbereiding, onze 'over-all visie', etc. Maar het resultaat was vaak nul komma nul. Hoe komt dat? Het gaat toch om de knikkers. Je k u n t wel een goed verhaal in de UR houden, maar uiteindelijk is het toch een machtsstrijd - een machtsstrijd met soms een kleine inzet want in grote lijnen beslist Den Haag. En op dat p u n t wordt je verhaal ook gecounterd: 'Jullie staan buiten de realiteit'. Maar dat vind ik te gemakkelijk gezegd. Ik vind het van belang dat je als universiteit eerst bepaalt watje zelf wilt. De universiteiten hebben de Kuijper: „Dat kon niet omdat ook landelijk afgelopen jaren teveel aan de leiband van bekeken moest worden welke vakgroepen opgeheven dienden te worden en welke verDen Haag gelopen." sterkt." Kuijper: „Je wilt toch niet beweren dat je Kranendonk: „Wat mij opgevallen is aan de door moties van de UR het poUtiek vastge- TVC-operatie, maar ook in het algemeen, is stelde beleid van Den Haag kunt beïnvloe- dat wetenschappers elkaar moeilijk kunden?!" nen beoordelen. Dat neemt niet weg dat Kranendonk: „Klopt. De feiten wijzen uit men het bij de TVC het wel had moeten dat dat de laatste jaren niet gelukt is." proberen. We hebben in de UR het CvB Kuijper: „Precies. In mijn voorzitterstijd altijd verweten dat het in de landelijke TVC heb ik ook altijd de raad ontraden moties is gaan zitten zonder duidelijke besliscritetegen Den Haag aan te nemen. Blaffen ria voor ogen te hebben. Dat had tot gevolg tegen de maan heeft geen betekenis. Ik dat bij de sanering van de ene studierichdenk ook dat zoiets het imago van het we- ting wél een soort beoordelingsrapport botenschappelijk onderwijs negatief beïn- ven tafel kwam en bij de andere studentevloedt." naantallen doorslaggevend was. Brinkman Kranendonk: „Het feit dat moties vaak zei altijd: taakverdeling gebeurt op grond geen indruk maken in Den Haag kan niet van kwaliteitsbeoordeling. Maar duidelijk alleen verklaard worden door de arrogantie werd dat daaroverheen nog een matrix van Tweede Kamerleden of van een minis- werd gelegd van bezuiniging per universiter van O W. Ik denk dat de gezags- teit: als universiteit x een bepaald bedrag getrouwe opstelling van colleges van be- inlevert, moet universiteit y ongeveer hets t u u r ook een rol speelt. Een voorbeeld. In zelfde inleveren." de universitaire discussie over de tweefa- Kuijper: „De TVC-operatie was onderhavig sen-structuur waren indertijd alle geledin- aan tegenstrijdige randvoorwaarden. Ik gen eensgezind in h u n afwijzing daarvan. zou met dat gegeven geen andere procedure Ook het CvB zei die opvatting te delen. hebben weten te bedenken en ik heb die in Toch hebben studenten zich niet aan de dit gesprek ook niet gehoord." indruk kunnen onttrekken dat het CvB - Betekent dat niet dat de WUB, geïnterpreachter de schermen, in Den Haag, heeft teerd als model van selfbestuur aan de unimeegewerkt aan de invoering van die versiteiten, grensen heeft - vooral als universtructuur. Als de dertien instellingen van siteiten geld moeten irileveren? Hebben uniW.O., inclusief de colleges van bestuur, op versiteiten in het verleden niet te weinig krih u n strepen waren blijven staan, dan was tisch naar sichself gekeken, waardoor er involgens mij de tweefasen-structuur er niet derdaad op sommige plekken wildgroei van zo snel gekomen." vakgebieden kon ontstaan? Van den Berg: „Ik heb toch een andere in- Kuijper: „Dat was in een tijd van groei! terpretatie van wat gebeurd is. Toen de Waarom koos de VU in de jaren dertig bij colleges zagen dat ze in Den Haag geen poot natuurkunde voor kernfysisch onderzoek? a a n de grond kregen, hebben ze eieren voor Omdat dat toen zo'n eenvoudige wetenschap was: dat kon je met heel eenvoudige h u n geld gekozen." Kranendonk: „De colleges hadden in Den apparaten doen. En n u blijkt het een van Haag moeten zeggen: de tweefasen-struc- de allerduurste experimentele studiericht u u r krijgen we er niet door aan de univer- tingen te zijn. We weten niet waar we het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's