Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 361

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 361

10 minuten leestijd

9

AD VALVAS — 8 MAART 1985

4 niet uit de wereld zijn" geld vandaan moeten halen om onze cyclotrons en lineaire versnellers te betalen! Ik bedoel maar: de ontwikkelingen kunnen zodanig zijn, dat de argumenten waarom je vandaag voor iets kiest, morgen zijn veranderd. Er is moed voor nodig om een bepaalde onderzoekslijn te stoppen omdat ze te veel geld kost. Geef mij eens op een briefje tien vakgroepen waarin is gezegd: wij stoppen dit onderzoek omdat het gezien de middelen onvoldoende oplevert. Ik heb in de UR nooit een discussie gehoord over de vraag welke vakgroepen gesloten moeten woren. Daar betaat enkel collegiale hoogachting; iedereen is vriendelijk tegenover z'n buurman. Ik ben het eens met Kranendonk: we hebben niet geleerd elkaar te beoordelen."

Onderzoek - studenten hebben in het verleden wel eens naar voren gebracht dat se bij het beoordelen van ondersoek wat losser staan ten opsichte van allerlei belangen dan wetenschappers. Kranendonk: „De ervaring van studenten in onderzoekscommissies is wel frappant. Zij konden het functioneren van wetenschappers aan de kaak stellen als bijvoorbeeld bleek dat een bepaald onderzoeksverslag hetzelfde er uit zag als het jaar daarvoor. De voorzitter van de onderzoekscommissie was misschien zelf op dat moment onderwerp van gesprek." - Toch wordt er vaak gesegd dat het ondersoek alleen een saak van de professionele kern behoort te sijn waar niet-ingewijden geen oordeel over mogen vellen. Van de Berg: „Dat vind ik voor een deel waar. Zelf heb ik in de universitaire commissie onderwijs en onderzoek gezeten. Je wordt geroepen om daar oordelen uit te spreken, maar wat kan ik n u over een slakkenonderzoek zeggen? In mijn eigen vakgroep hebben we in de jaren zeventig wel problemen met studenten gehad. Als staf moet je natuurlijk initiatieven nemen opdat er een trein op een spoor komt. Studenten kregen het gevoel dat van ze verwacht werd dat ze in een rijdende trein sprongen. Dat verdomden ze. Ze wilden vanaf het begin de rit zelf bepalen. De les daarvan is geweest dat er toch een begin van vertrouwen moet bestaan tussen studenten en staf. Dat is in latere jaren ook gebleken; er is toen van studentenzijde gezegd dat het niet anders kon." Knijper : „Spelen hier geen twee heel verschillende facetten een rol? Enerzijds de

vraag welk veld van onderzoek je wilt bewandelen; anderzijds de vraag, eenmaal dat veld van onderzoek gekozen hebbende, is er sprake van goed onderzoek. Over dat laatste wordt wel gezegd: alleen goede onderzoekers kunnen onderzoek beoordelen. Dat laat onverlet datje bij de keuze van het onderzoeksveld ook anderen k u n t betrekken. Ik proef met name in kringen van studenten dat men daar wel degelijk zijn invloed wil hebben!,, Kranendonk: „Mee eens. Ik denk niet dat studenten er echt naar gestreefd hebben om met elk moment van het onderzoek mee te doen en elke inhoudelijke keuze mede te beoordelen. Wel k u n je meepraten over de maatschappelijke prioriteit van een onderzoek, of een slakkenonderzoek een hogere prioriteit moet hebben dan een onderzoek n a a r gereformeerden in de jaren dertig." Van de Berg: „Ik blijf dat moeilijk vinden. Als een wetenschapper geboeid is door een bepaald thema dat hij wil onderzoeken, en hij wordt door een collectief afgetikt en in een andere richting gestuurd waar hij niet door geboeid is, dan wordt het niks. Dat aspect moet je niet uit het oog verliezen." Kranendonk: „Het zwakke van het onderzoek aan de universiteit is dat de externe democratisering er niet goed geregeld is. Hoe wordt bepaald welk onderzoek er a a n de universiteit gedaan wordt? Maken de wetenschappers dat zelf uit, de universiteit in breder kader, of doet Den Haag dat? J e hebt natuurlijk ook het andere punt: aan welk onderzoek is er in de maatschappij behoefte? Er zijn de laatste jaren wel enkele positieve ontwikkelingen te duiden. De toegang van sommige groepen tot de universiteit is veel gemakkelijker geworden. Er zijn bepaalde vakgroepen die meer n a a r buiten treden, de vakgroep van Van de Berg is daar een goed voorbeeld van. Een ander voorbeeld is het transferpunt en de wetenschapswinkel." - Er wordt veel geklaagd dat de universiteit helemaal gebureaucratiseerd is. Sommigen wijten dat aan de WUB, anderen seggen dat die bureaucratie ontstaan is door de stroom van rapporten die vanuit Den Haag over de universiteiten uitgespoeld wordt. Van de Berg: „Ik ben geneigd om te zeggen dat het laatste waar is. Ik heb wel eens cijfers gezien van de uitbreiding van het ambtenarenapparaat op het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, naast cijfers van de uitbreiding van het wetenschappelijk personeel op de universiteiten. Daar ligt het antwoord. Ik geef daar niet in eerste instantie de WUB de schuld van." ' Kranendonk: „De bureaucratisering heeft

wel iets met de WUB te maken, want de WUB is het bestuur en bestuur produceert per definitie papier. Maar als de WUB er niet was, dan zou er wel iets anders geweest zijn. Behalve door Den Haag is de bureaucratisering ook veroorzaakt door de enorme toename van het aantal studenten in de loop der jaren en doordat het onderwijs steeds ingewikkelder is geworden. Het is echter volstrekt onterecht als de WUB als ondoelmatig wordt beoordeeld en het antwoord daarop vindt in de terugdraaiing van de democratisering. Een doelmatig bestuur hangt ook samen met een bepaald draagvlak op de universiteit. Het gevaar van de WWO'84 is dat het draagvlak wordt

,*'

Prof. dr. H. v. d. Berg (Foto AVC/VU) versmald en daarmee het bestuur op langere termijn ondoelmatiger wordt." - Een democratisch bestuur versus een doelmatig bestuur worden vaak als twee geheel verschillende grootheden tegenover elkaar gesteld. De WWO moet daarbij aan doelmatigheid terugwinnen waar de WUB een teveel aan democratie had gebracht. Is dat een terechte tegenstelling? Van de Berg: „Ik denk niet dat je de tegenstelling democratie versus doelmatigheid in abstracto k u n t hanteren. Je moet wel zeggen dat een democratisch bestuur waarin een grote consensus bestaat een doelmatig bestuur is. Maar als je een democratie hebt met groeperingen die lijnrecht tegenover elkaar staan, dan kom je in de problemen. Dan lukt het je vaak niet om binnen de daarvoor gestelde termijnen tot een verstandig doorhakken^ van de knoop te komen." - Maar op sichsélf is het niet vreemd dat er in een universiteit tegengestelde belangen bestaan, die bestaan er in de hele maatschappij, dus waarom niet op een universiteit? Dat werkt ook door in de wijze waarop er gedacht wordt over de inrichting van onderwijs en ondersoek.

Evert Kranendonk

(Foto AVC/VU)

dwars door elkaar heen. Op dat moment was er toch heel weinig consensus en toch werd er doelmatig besloten. Twee jaar later zat ik in de raad politicologie en ik heb nooit in zo'n frustrerende raad als toen gezeten. De staf regelde alles onder elkaar, er was ook een voorbespreking van de staf. In de raad zelf werd niet meer gediscussieerd, er werd alleen eventjes kort een stemverklaring afgelegd. Als je ziet wat er van die raadsbesluiten is terecht gekomen, mede door het zwakke optreden van het bestuur, dan was dat nul komma nul. Dan is er op dat moment een zogenaamde consensus, tenminste dat dacht de staf, want er was helemaal geen consensus. We hebben nog nooit zoveel problemen gehad." Van de Berg: „Wat is n u je conclusie?" Kranendonk: „Mijn conclusie is dat de democratie het beste op een universiteit kan functioneren op een moment dat je niet vies bent van belangentegenstellingen, van verschillen van mening. Het gaat er om dat die tegenstellingen uitgesproken worden en dat men naar elkaar luistert, en dat er daarna een eerlijk besluitvormingsproces

Van de Berg: „Dat is wel waar, maar het andere is ook waar." Knijper: „Ik denk dat we hier stuiten op het onderscheid tussen doel- en leefgemeenschap. De universiteit is een doelgemeenschap en het doel is het zo goed mogelijk laten verlopen van onderwijs en onderzoek. Niet meer en niet minder. Ik denk dat een aantal groepen in de universiteit dat onvoldoende voor ogen hebben. Zij willen politiek bedrijven n a a r Den Haag toe, of ze willen op de stoel van de vakbonden gaan zitten. Doelmatig wil zeggen datje op een zodanige wijze bezig bent dat je onderwijs en onderzoek bevordert." Kranendonk: „Ik ben het niet helemaal eens met Van de Berg en dat wil ik laten zien aan de hand van een aardige ervaring die ik op dat gebied heb. Ik heb een jaar in de raad Sociaal-Culturele Wetenschappen gezeten, dat is een raad met drie subfaculteiten. Tussen die subfaculteiten waren de tegenstellingen al vrij groot. Er werd in die raad heel goed op basis van argumenten gediscussieerd. Er werd ook heel doelmatig besloten, hoewel met grote verschillen van ^^gp^ig: 0 e stemverhoudingen liepen vaak

volgt. Op dat moment aanvaarden ook studenten de politieke realiteit van de WUB. Het is misschien een wat idealistisch beeld m a a r ik denk dat er ook in meespeelt dat voor de studenten de WUB niet zaligmakend is. Voor studenten is het onderwijs toch het belangrijkste en je k u n t in reden en onderwijscommissies heel wat aan onderwijsverbetering doen. Maar op een heleboel punten in het onderwijs kun je gewoon beter op dat moment zelf naar de docent toe stappen. Een hoogleraar van mij heeft eens gezegd: „We kunnen nog zulke goede besluiten nemen over hoe we het onderwijs inrichten, het staat en valt met de vraag in hoeverre studenten er enthousiast voor te krijgen zijn." Zelf hang ik niet zo aan de WUB, hoewel hij wel belangrijk is geweest. Studenten hebben er een bepaalde inspraak door gekregen, maar daar staat tegenover dat studenten altijd vanuit een structurele minderheidspositie hebben moeten opereren. Dat is niet zo vreemd want studenten en docenten hebben vaak belangentegenstellingen, dat hoeft niet altijd zo te zijn maar vaak wel, die p u u r te verklaren zijn vauit h u n verschillende positie. Je k u n t er momenteel ook niet omheen dat de appreciatie van de WUB door de studenten ontzettend laag is. Hoe je dat ook wilt verklaren het is een feit dat die georganiseerde democratie op dit moment minder aanslaat. Als studenten iets willen bereiken, zullen ze het op een andere manier moeten proberen." Van de Berg: „Ik denk dat we kunnen leren dat wetten niet zo verschrikkelijk belangrijk zijn. Er zijn belangrijkere aspecten a a n het functioneren van mensen in organisaties. Mijn problemen hebben ook nooit gelegen in het creëren van een sfeer waarin je open met elkaar communiceert en als dat nodig is, open met elkaar op de vuist gaat, zonder dat één partij zegt: barst maar. Mijn probleem ligt er wel in als er vanuit bureaucratische centra richtlijnen komen. Ik denk dat daar mensen onder lijden. Mijn zorg is dat de dwang vanuit Den Haag de dood is voor de wetenschapsproductie. Dwang dat mensen in een keurslijf terecht komen waardoor ze niet meer dat onderzoek kunnen doen waardoor ze gegrepen zijn. Mijn verwachting is dat de bureaucratisering echt niet afgelopen is met de WWO, dat het eerder in een omgekeerde richting gaat en dat zoiets voor de productie van wetenschap een kwalijke zaak is."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 361

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's