Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 317
AD VALVAS — 15 FEBRUAR11985
5
Mary Fahrenfort ging na hoe medicaliseringsprocessen verlopen
"Een dokter ka^i zijn patiënt ook gewoon nm huis sturen" De term „medicalisering" is de afgelopen jaren een gevleugeld woord geworden zodra gesproken werd over de gezondheidszorg. Mary Fahrenfort, medewerkster bij de vakgroep gedragswetenschappen van de medische faculteit aan de VU, heeft in haar proefschrift aan willen sluiten bij die medicaliseringstheorieën. Niet om nogmaals vast te stellen dat er inderdaad iets dergelijks bestaat, maar door gedetailleerd te onderzoeken hoe medicaliseringsprocessen in hun werk gaan. In „Een doktersroman: een verkenning van de ervaringswereld van arts en patiënt op een polikliniek interne geneeskunde" (VU-uitgeverij) interviewde zü daarom diepgaand een zestiental patiënten, enkele internisten en analyseerde zij de conversatie tijdens poliklinische consulten. Mary Fahrenfort heeft hiermee ook gedeeltelijk de medicaliseringstheorie willen corrigeren: „Het verhaal van de patiënt heeft altijd ontbroken, ook bij maatschappij-kritici die altijd geroepen hebben dat de mensen autonomer moeten worden." — Hoe4Degint een ziektegeschiedenis? „Nou ja gewoon... 't gewone verloop: je gaat n a a r je huisarts nietwaar, en je hebt wat: je voelt je niet h a p p y . . . " 2to luidt het antwoord dat één van de patiënten geeft en dat komt overeen met de antwoorden van andere patiënten. Woorden als „gewoon", „dus", „nietwaar" suggereren een vanzelfsprekendheid; de gang n a a r de dokter is de normaalste zaak van de wereld, blijkbaar. Over het bezoek aan de huisarts als gevolg van een actieve beslissing wordt niet gesproken. Ook in latere fasen van h u n patiëntencarrière zijn mensen vaak, getuige een uitspraak als: „Het zal wel een operatie worden", louter passief aanwezig. Maar gaan mensen wel echt zo . vanzelfsprekend naar de dokter? Sommige mensen lijken dit beeld tegen te spreken door uitgebreid melding te maken van het feit dat ze niet graag n a a r de dokter gaan. Juist zo'n uitvoerige redenering lijkt echter de norm van het wel gemakkelijk n a a r de dokter stappen te bevestigen. Die beslissing behoeft nooit verdere motivatie. Uit het vinden van deze gegevens trekt Mary Fahrenfort de volgende conclusie: „Juist de vanzelfsprekendheid waardoor het één en ander niet geëxpliciteerd hoeft te worden, ligt aan de wortel van het medicaliseringsproces en de aantasting van de autonomie - niet de keuze wordt de patiënt 1 ontnomen, maar zelfs het idee dat ' er een keuze is lijkt over het hoofd gezien te worden." Dat wordt ook in de hand gewerkt doordat binnen ons sociale verzekeringsstelsel de arts de legitimerende instantie is om niet te hoeven werken. Zodra de patiënt bij de arts is, wordt hij of zij onderworpen aan lichamelijke onderzoekingen waarbij het verband met de klacht waarvoor men komt vaak duister is. Eén patiënt antwoordt echter met een ,ja, natuurlijk" om zich maar even uit te kleden, een verzoek dat in elke andere context als volstrekt onnatuurlijk zou worden beschouwd. Een enkele patiënt heeft de euvele moed om tegen te werpen: „Maar ik kwam toch voor mijn ogen?" Maar als de dokter dan antwoordt: „Dat moet omdat ik wil zoeken of u ook een afwijking heeft" dan berust de patiënt in de opgelegde noodzaak. Wie wil er n u ook graag in het bezit zijn van een afwijking, afgezien nog van de vraag of je er werkelijk last van hebt? Het geloof in de medische rationaliteit en de deskundigheid van
KoosNeuyel
weet dat mensen hieraan proberen te ontsnappen door tegen h u n dokter te liegen." Behalve door te liegen verzetten patiënten zich o.a. door helemaal niet meer n a a r de polikliniek te komen. Mary Fahrenfort verwijt de medicaliseringstheoretici dat ze dit verzet over het hoofd zien. Haar eigen onderzoek karakteriseert ze als een micro-machtsanalyse: „Veel van mijn collega's vinden dat vreemd. Als sociologen zijn ze gewend aan macromachtsanalyses waarbij de macht van boven komt en uitwerkt via onderdrukkende structuren. Ik vind het veel spannender om te onderzoeken hoe mensen ter plekke in interactie die structuren scheppen. Het is een geheel wederzijdse aangelegenheid die zich steeds opnieuw voltrekt. De mensen moeten het echter wel steeds opnieuw waarmaken, het is dus niet onmogelijk er iets aan te doen." Mary Fahrenfort doet ons een tip a a n de hand, hoe die gebruikelijke structuur te doorbreken: „Je zou eens n a a r een dokter moeten
met iedereen dolle pret kan hebben. Het initiatief zou immers ook heel goed aan de andere k a n t kunnen liggen. Het zou de wereld heel wat leuker maken als mensen op die manier n a a r de dokter gingen."
Medisch cynisme
De patiënt is dus geen willoos slachtoffer van de medicalisering, net zo min als dat de arts een a a n zijn eigen belang denkend machtswellusteling blijkt te zijn. Mary Fahrenfort: „Internisten wisten heel goed dat ze niets te bieden hadden en dat had ik niet verwacht. Ik had gedacht dat artsen evenzeer als leken geloofden in h u n eigen werk." Het is een inzicht dat moeizaam tot stand komt. „Tijdens je opleiding zit je gevangen in een systeem waar je enorm van schrikt, waar je vervolgens een beetje aan went en daarna leer je met de beperkingen leven. De hoop waarmee je begon, de lijdende mensheid te helpen, zal helaas niet in vervulling kunnen gaan."
imwiu/M
de artsen staat bij de patiënten doorgaans buiten kijf, hoewel er ook onder artsen verschillende meningen bestaan over het n u t van lichamelijke onderzoekingen. Over die onderzoekingen wordt zowel door arts al patiënt vaak bagatelliserend gesproken: „Even een onderzoekje", alsof het om een kleinigheid gaat. Zo'n bagatellisering functioneert als een geruststelling voor de patiënt en suggereert dat het om een vanzelfsprekende routine-handeling gaat waarvan het n u t niet in twijfel getrokken hoeft te worden. In de praktijk blijken die onderzoekingen vaak veel narigheid met zich mee te brengen en leveren ze maar weinig op; maar: „De onaangenaamheden bevestigen op h u n eigen manier het idee dat het goed voor je is; wat naar is, moet wel goed zijn, anders deed je het niet."
Patroniserende artsen
Gevestigde internisten zyn meer geneigd de noodzaak van die medisch-technische handelingen te relativeren. Ze weten dat de genezingsmogelijkheden beperkt zijn en daarom zien ze het meer als h u n taak patiënten te begeleiden en gerust te stellen. Op die manier ontstaat vaak een meer symmetrische relatie tussen arts en patiënt. Niettemin zorgt de arts ervoor zich niet al te zeer in te laten met de patiënt, bepaalde grenzen worden zorgvuldig bewaakt. Eén internist drukte het als volgt uit: „Het wordt griezelig als ze ontdekt hebben waar ik woon." Mary Fahrenfort: „Je krijgt van die vriendelijke, vaderlijke en patroniserende artsen die gewoon doen en wel eens een geintje maken. Als je het scherp wilt beschouwen kun je dat ook zien als een vorm van repressieve tolerantie die de zaak alleen maar erger maakt." Omdat de patiëntenzorg van de internist maar saai werk is, stort h y zich vaak liever op het wetenschappelijke werk. Vooral hier slaat de medicalisering op haar hevigst toe. Dat komt alleen al tot uiting in de objectiverende manier waarop over patiënten gesproken wordt: patiëntenbesiand, -materiaal, leverancieren, want „zonder patiënten kan je geen onderzoek doen". Interessante patiënten zijn mensen die zwaar ziek zijn, aan een exclusieve aandoening lijden, m a a r toch te genezen zijn. Mary Fahrenfort schrijft hierover in h a a r boek: „De vooronderstelling is dat de wetenschap een middel is dat uiteindelijk humane doelen dient - de grensvervaging tussen doelen en middelen is echter nergens zo sterk als hier. De onderzoeker moet concrete mensen ongemak en soms pijn aandoen, terwijl de humane doelstelling ver weg ligt en zijn carrière dichtbij." De kritiek van Mary Fahrenfort op de specialistische gezondheidszorg, houdt niet in dat ze zonder meer voorstandster is van versterking van de eerstelijns gezondheidszorg: „Je maakt het al gauw nog laagdrempeliger. Mensen komen er dan helemaal niet meer aan toe om iets uit h u n eigenaardigheden te laten opborrelen. Een dokter zou zijn patiënt ook gewoon n a a r huis kunnen sturen. Uit mijn boek kun je het niet direct afleiden maar ik zou er voor zijn om de helft van de gezondheidszorg maar af te schaffen. Heel veel medische zorg is geen medische zorg maar geruststelling en dat is altijd een doekje voor het bloeden. Dood gaan we allemaal."
Levensadviezen
Het beeld van een medische wetenschap die rechtlijnig werkt via het vaststellen van diagnoses, via therapieën waarmee de ziekte behandeld wordt, waarna uiteindelijk genezing volgt, wordt door Mary Fahrenfort ontkracht. De diagnose is niet veel meer dan het geven van een naam aan een aantal symptomen, van het diagnostisch onderzoek worden mensen soms beter, van de therapie kunnen ze ziek worden. Slechts in een gering aantal gevallen volgt een genezing. Bij dit laatste dient opgemerkt te worden dat de generaliseerbaarheid van deze uitkomst niet onbeperkt is omdat het onderzoek op een polikliniek interne geneeskunde werd gehouden, waar relatief veel chronische patiënten rondlopen. Uiteindelijk komen patiënten zelf vaak tot de conclusie: „Je moet er mee leren leven". Dit betekent vaak, licht Mary Fahrenfort toe, dat patiënten voor eeuwig bij de polikliniek onder controle blijven: „Behalve via medicatie verloopt die controle via levensadviezen. Als ze zich daaraan houden brengen ze h u n leven door in volledig medisch gereglementeerd schema. Ik interviewde een arts die zelf suikerpatiënt was. Hij geloofde zo heilig in zijn eigen medisch regiem dat hij al meer dan 50 jaar iedere boterham die hij at, afwoog. Als je je eigen controleur bent wordt het dus nog een graadje erger. Maar iedereen
van medisch-technisch handelen waarbij de patiënt vooral voor de arts lijkt te bestaan. Daarmee is de opleiding ook een leerschool in medisch cynisme geworden, in het ontwikkelen van een schizoïde bewustzijn. Gevoelens worden ontkent, oif in ieder geval strict gescheiden van de professionele activiteit. Mary Fahrenfort: „In een medisch-psychologisch leerboek staat letterlijk geschreven: 'Het behoort tot de taak van de arts om, met voorbijgaan aan de angst en ellende van de patiënt, koelbloedig zijn technische handgrepen te verrichten'. Ik vind het gestoord dat iemand zoiets kan schrijven."
Dr. Mary Fahrenfort: Patiënten souden ook eens moeten nadenken voor se naar de dokter gaan." (Foto Bram de Hollander) gaan en je niet gedragen als een patiënt maar als een gewoon mens. Patiënten wachten altijd af, h u n relatie met de arts is sterk a-symmetrisch. Je zou echter moeten gaan zitten alsof je bij iemand op bezoek bent, daar hoef je niet onbeleefd voor te zijn. Er verschuift dan al gauw iets in de structuur. Aanvankelijk is de arts helemaal de draad kwijt en denkt dat met die patiënt niet te werken valt. Als de arts ontdekt waar het om gaat, dan kikkert hij helemaal op. Hij gaat ook gewoon doen en je hebt dolle pret, zoals je
In het proefschrift bieden diverse dagboekfragmenten een fascinerend beeld van hoe die ontwikkeling bij co-assistenten en arts-assistenten verloopt. Aanvankelijk identificeert de assistent zich met het lijden van de patiënt en bekritiseert zijn opleiders. Naarmate de tijd vordert en met veel tegensputteringen vindt er een „Umwertung aller Werte" plaats, en leert men een professioneel gedistantieerde houding aan die effectief handelen mogelijk maakt. De co-assistenten ontwikkelen een sterk geloof in de rationaliteit
„Patiënten zouden ook eens moeten nadenken voor ze n a a r de dokter gaan. Als de patiënten zich eens in de plaats van de arts zouden stellen dan zouden ze met h u n boerenverstand kunnen nagaan dat die m a n er toch vaak niets aan kan doen. Dat besef zou een gigantische opluchting teweeg brengen bij de gezondheidszorg, maar ook bij de mensen zelf. Wat er n u gebeurt, is dat een langdurig uitstel plaatsvindt. De uiteindelijke uitkomst van dat uitstel is toch vaak dat mensen maar met h u n kwaal moeten leren leven. Het duurt alleen langer dan wanneer je dat bij het begin al vastgesteld zou hebben. Het kost meer geld, meer pijn en ongemak, en die omweg k u n je beter missen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's