Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 278
AD VALVAS — 25 JANUAR11985
In de nabijheid van de geestverruimende Noordzeebrandlng en het wat prozaïscher vertier van het pretpark Duinrell Ugt, aan de zoom van het schitterende Zuidhollandse gemeente Wassenaar, het NIAS, het Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences. „Een rusthuis voor academici," beweren kwaadwillige universitaire tongen vaak snerend. Maar de sprekers van deze woorden zijn er naar alle waarschijnlijkheid nooit geweest. Op het NIAS heerst een streng werkklimaat. Tot lang na de avondmaaltijd blijft het licht op de Jongenskamertjes" van de „fellows" branden en kan men de schrijfmachines horen ratelen. Het NIAS biedt wetenschappers uit alle hoeken van de wereld de kans zich, niet gehinderd door zeurende studenten of vervelende bestuurswerkzaamheden, in alle rust aan hun onderzoek te wijden. „Het instituut is een voortreffelijk ecologisch systeem voor een wetenschapper," zegt een van de fellows. „Je stijgt als het ware boven jezelf uit. Je hebt hier geen enkel excuus meer voorhanden om niet te werken. En de directe nabijheid van alle collega-onderzoekers vormt een enorme stimulans er eens flink tegenaan te gaan." Harry Theirlynck (KU-Nieuws, Nijmegen) bracht een bezoek aan het instituut „voor Leienaars en weduwnaars". Op weg naar het NIAS worden wij geconfronteerd met een ander staaltje van mythische beeldvorming rond het instituut. Een tuinman, die juist de laatste hand legt aan het onafzienbare Engelse gazon van een pralerige Wassenaarse woonstee, weet niet alleen waar het NIAS zich bevindt, maar ook wat deze inrichting ongeveer inhoudt: „Dat is toch dat gesticht voor overspannen geleerden, hè?" Gesticht, internaat, kostschool of rusthuis - prof. H. Misset en mevr. dr E. Cassée die te zamen de directie van het NIAS vormen, hebben ermee leren leven. „Ach, hoe ontstaat zo'n beeld van rusthuis voor academici bijvoorbeeld. Een hele tijd geleden heeft er eens in een k r a n t gestaan dat hoogleraren hier tot rust kunnen komen. Dan is het maar een stap verder om van rusthuis te gaan spreken. Dat imago krijg je dan nooit meer weg." Wat is het NIAS in werkelijkheid? Overleg tussen het ministerie van Onderwijs, de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW), de stichting ZWO en de Nederlandse universiteiten resulteerde in november 1970 in de oprichting van het instituut. Doel: het stimuleren van onderzoek in de hvmianiora de geesteswetenschappen - en de sociale wetenschappen en het bevorderen van samenwerking op interdisciplinair niveau. Daartoe worden niet alleen sociologen, po-
Harry Theirlynck/UP liticologen, economen of psychologen, maar ook theologen, filosofen, juristen of linguïsten uitgenodigd korte of langere tijd op het NIAS door te brengen. De opzet is bewust zo breed mogelijk gehouden: door een gelijktijdig verblijf met collega-onderzoekers afkomstig uit diverse disciplines en verschillende landen krijgt de geestes- of sociale wetenschapper een unieke gelegenheid eens over de grenzen van zijn eigen, beperkte vakgebied heen te kijken.
Uitnodiging
Jaarlijks krijgen ongeveer vijfentwintig Nederlandse en vijftien buitenlandse wetenschappers de kans gedurende een vol academisch jaar op het NIAS, al dan niet intern, aan h u n onderzoek te werken. De selectie van al deze mensen is een verhaal apart. De gebruikelijke gang van zaken is dat men niet spontaan n a a r een plaats bij het NIAS solliciteert, maar dat men wordt uitgenodigd een aanvraag in te dienen. De directie van het NIAS richt periodiek verzoeken a a n hoogleraren en vakgroepen in binnen- en buitenland om namen te noemen van mensen die n a a r h u n mening voor een plaats op het NIAS in aanmerking zouden kunnen komen. Eventuele kandidaten krijgen bericht dat
Het NIAS: keihard werken in een „n
„Het enige nadeel is dat je zij, onder zwaar voorbehoud („deze brief is geen definitieve uitnodiging"), een aanvraag voor een verblijf op het Wassenaarse instituut kunnen indienen. Alle binnengekomen aanvragen gaan door n a a r een selectiecommissie, aangesteld door de KNAW, die de uiteindelijke uitverkiezing voor h a a r rekening neemt. Welke criteria hanteert men bij de beoordeling van de aanvragen? „Als algemeen principe geldt," zegt prof. Misset, „dat je iemand aantrekt met de gedachte dat hij of zij hier voldoende aanknopingspunten kan vinden. Uiteraard telt het wetenschappelijke gehalte zwaar mee. Men moet voldoende gepubliceerd hebben, de meeste mensen die hier komen zijn dan ook gepromoveerd. Maar belangrijk is de inpassing in de onderzoeksthema's die ieder jaar opnieuw worden vastgesteld." De thema's voor dit jaar, op het NIAS nuclei geheten - naar n u cleus (Lat.) = kern - zijn „Bildung" (educatie en eruditie met de nadruk op het hoger onderwijs), „stelselverandering van de sociale zekerheid" en linguïstische universalia". Buiten deze thema's om is er echter ook voldoende ruimnte voor Einzelganger om enige tijd op het instituut door te brengen. Een aanvraag van een wetenschapper uit Sri Lanka, die onderzoek doet n a a r het Nederlandse kolonialisme of de Nederlandse kunst, zal, ofschoon buiten de vastgestelde thema's liggend, een goede kans maken gehonoreerd te worden.
Vliegticket
Het NIAS maakt een onderscheid tussen „fellows" en „visitors". Fellows verblijven ten minste een j a a r op het instituut. Aan buitenlandse fellows wordt een stipendiu m uitgekeerd dat ongeveer gelijk is aan h u n normale salaris met een maximum van 6500 gulden per maand. H u n vliegticket is eveneens voor rekening van de Nederlandse staat. Nederlandse fellows behouden gewoon h u n universitaire salaris. Visitors verrichten voor kortere Ijerioden onderzoek op het NIAS. 2aj ontvangen geen stipendium en verblijven zogezegd „buiten bezwaar van de schatkist", dat wil zeggen dat zij geen gratis gebruik kunnen maken van allerlei faciliteiten die het NIAS biedt, zoals secretariële ondersteuning en telefoon. De onderzoeker in h a r t en nieren moet zich op het NIAS in een wetenschappelijk luilekkerland wa-
Lunch op het NIAS (Foto UP, Bram de Hollander) nen. De faciliteiten zijn immers enorm. Allereerst de ideale behuizing van het instituut. In het hoofdgebouw, voorheen het riante onderkomen van een niet bepaald onbemiddelde Wassenaarse familie, bevinden zich de studiekamers van de fellows, enkele vergaderzalen, een kleine bibliotheek en de directie- en administratielokalen. Het tweede gebouw, getooid met de naam „'t Ooievaarsnest" is via een rustiek bruggetje te bereiken. Daar wordt de fellows en visitors iedere dag een eenvoudige doch zeer smakelijke warme lunch bereid. Het gebouw bevat tevens enkele sobere slaapvertrekken waarin de „unaccompanied fellows" h u n welverdiende nachtrust kunnen genieten. In de gemeenschappelijke ruimte staat voorts een televisietoestel waarmee de buitenlandse bezoekers zich over het Nederlandse televisie-aanbod kunnen verbazen. Er is nog een klein derde gebouw, onder andere als portierswoning
in gebruik, met nog enkele kleine slaapruimten. De ligging van het instituut is uiterst gunstig te noemen. Allereerst de voorname, bosrijke omgeving waarbij de nabije aanwezigheid van het fraaie Wassenaarse strand, eventueel een uitkomst biedend bij inspiratieproblemen, niet over het hoofd mag worden gezien. Gerenommeerde bibliotheken, als de Leidse universiteitsbibliotheek en de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag bieden de bezoekers volop gelegenheid aan h u n literatuur te komen. Zij hoeven daar zelf echter geen enkele moeite voor te doen. Die wordt hen door het NIAS uit handen genomen. Wil men over bepaalde boeken beschikken, dan vult men een briefje in met de verlangde Uteratuur. De bibliotheekservice van het instituut zorgt er vervolgens voor dat de gewenste werken de volgende dag op het bureau van de onderzoeker liggen. Desgewenst naast de keurig uitgetikte versie van h u n wetenschappelij-
Open Universiteit bedreiging voor universiteiten? Vormt de Open Universiteit een bedreiging voor de andere universiteiten in ons land? De massale aanvraag en de karige toekenning van deeltijdstudies aan de universiteiten en hogescholen doet vermoeden van wel. En ook de verlaging van de leeftijdsgrens naar 18 jaar zou wel eens een geduchte concurrentie in de hand kunnen werken. Het instellen van de minimum leeftijdsgrens op 18 jaar is overigens niet zonder slag of stoot gegaan. Tegen het advies van bijna alle onderwijsinstanties, inclusief minister Deetman van O W en de Open Universiteit (OU), sprak het parlement zich toch uit voor de toegangsleeftijd van 18 jaar. Herman Mertens, perswoordvoerder van de OU hierover: „De Ka-
mer heeft destijds een heel debat aan het verlagen van de leeftijdsgrens gewijd. Alle voors en tegens zijn toen op een rij gezet. Een tegen was dat scholieren wellicht eerder de middelbare school zouden verlaten zonder diploma, omdat de OU de mogelijkheid biedt om zonder diploma een universitaire opleiding te volgen. Daar staat tegenover dat wie 18-jarigen als volwassenen beschouwt, 18-
jarigen ook de vrijheid moet geven over de beschikking van het eigen leven en dus ook over het onderwijs dat ze kiezen. Dat was zo'n beetje het p u n t waar het om draaide tijdens de debatten. Uiteindelijk hebben VVD en PvdA besloten om er 18 jaar van te maken in een gezamenlijk amendement. De minister heeft toen het verzet opgegeven". Mertens denkt niet dat de OU en de reguliere universiteiten in elkaars vaarwater gaan zitten in het werven van 18-jarigen. Dit in tegenstelling tot prof. dr. P. Storm, hoogleraar Bedrijfs- en Bestuurswetenschappen aan de OU. Storm stelde tijdens de officiële opening van het regionale studiecentrum van de OU in Deventer vast, dat de OU wel degelijk een concurrent gaat worden voor de andere universiteiten, zeker n u de minimumleeftijd van cursisten verlaagd is. „De reden waarom jonge studen-
ten n u nog voor een reguliere universiteit kiezen ligt volgens mij in het feit dat deze universiteiten een meer aanvaard karakter hebben bij de werkgevers in ons land. Voor de OU is dat nog niet het geval, maar daar gaat verandering in komen. Onze lesprogramma's worden samengesteld door docenten van andere universiteiten, waardoor wij ook een bepaalde status krijgen en als het eenmaal zo ver is, dan worden wij wel interessant voor 18-jarigen." Volgens Mertens blijkt uit de officiële aanmeldingen dan weer dat de OU geen concurrent is. „Als je kJjkt n a a r de ontwikkeling van bijvoorbeeld onze grootste categorie, de studenten rechten, en als je vervolgens ziet hoe by andere rechtenfaculteiten in Nederland de groei ononderbroken doorgaat, dan blijkt daar toch uit dat wij ons op een heel andere doelgroep richten, namelijk de mensen die
nog een tweede kans pakken, of mensen die na- of bijscholing willen hebben. Het percentage studenten in de categorie 18- tot 21jarigen neemt slechts een a twee procent in van de dertigduizend aanmeldingen die wij hebbenr
Goed alternatief Voor een andere groep jongeren is de OU wel een goed alternatief aldus Mertens. Het gaat hier om scholieren die voor eindexamens gezakt zijn, die de middelbare school ontgroeien, of die de kans niet meer hebben een opleiding bij het voortgezet onderwijs te voltooien. Een ander probleem betreffende de concurrentie tussen de OU en de reguliere universiteiten ligt op het terrein van de deeltijdstudies. Voor de komst van de OU toonden universiteiten en hogescholen een niet meer dan normale belangstelling voor het oprichten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's