Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 375

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 375

8 minuten leestijd

AD VALVAS — 15 MAART 1985

7

Nut onderzoek naar ouderdom gesteente nog moeilijk voorspelbaar

ZWO-lab voor isotopen-geologie in nieuwe jas: open dag Wie wil weten hoe oud een bepaald gesteente is, kan ermee terecht bij het ZWO-laboratorium voor Isotopen-Geologie op de VU-campus. In dit laboratorium vond een ingrijpende renovatie plaats, die ruim driejaar heeft geduurd. Nu zijn de werkzaamheden nagenoeg voltooid en kan het instituut zich opnieuw presenteren. Hiertoe wordt op 29 maart een open dag gehouden. Wij lieten ons door de beheerder dr. N. Boelrijk alvast inwijden in de finesses van de isotopen-geologie en werden door hem rondgeleid langs de verschillende afdelingen. Door de verschillende aardlagen te bestuderen, is de geoloog in staat een volgorde vast te stellen van de gebeurtenissen die de loop van de geschiedenis van onze aardkloot hebben bepaald. Met behulp van gidsfossielen die hij in de lagen aantreft, onderscheidt hij verschillende tijdvakken. Hij kan echter niet bepalen hoe oud gesteenten uit een bepaald tijdvak in absolute zin zijn. Daar komt bij dat in gesteenten die ouder zijn dan 600'miljoen jaar de gidsfossielen ontbreken, waardoor nog zo'n 4 miljard jaar aardgeschiedenis zich aan zijn tijdsindeling onttrekt. De isotopen-geologie tracht dit soort problemen zo veel mogelijk op te lossen. Het ZWO-laboratorium voor Isotopen-Geologie is een interuniversitair instituut. „De geologische afdelingen van de verschillende universiteiten in Nederland kunnen dit type onderzoek (dat ongeveer een kwart eeuw bestaat) namelijk niet afzonderlijk bekostigen," zegt beheerder dr. Boelrijk, „aangezien de apparatuur nogal in de papieren loopt." Het instituut is vanaf 1965 gehuisvest op het terrein van de VU en wordt gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Zuiver-Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO).

jard jaar, gangbaar is iets van 400 tot 2000 miljoen jaar." Boelrijk staat op om een op een voetje geplaatst steentje te pakken. „Een geschenk van collega's die destijds de oudste steen te pakken hadden. Deze is 3,8 miljard jaar oud." Het instituut heeft in de loop der jaren monsters uit uiteenlopende delen van de aarde onderzocht. Het onderhield onder andere contacten met de geologische dienst in Suriname. Bij de ouderdom van het gebied rond de Tafelberg - een belangrijk twistpunt volgens Boelrijk - heeft het een be-

hoorlijk getal kunnen zetten: „Dat betekent een houvast voor de geologie van Zuid-Amerika." Vanwege de politieke gebeurtenissen is dit contact nu verbroken.

Kosten

Bij de kosten van de renovatie van het laboratorium hoeft gelukkig niet te worden gedacht in termen van honderden tot duizenden miljoenen. Ze bedroegen 1,4 miljoen gulden. Hiermee werden de mineralogische en de chemische afdeling verbeterd. Op mineraologie komen de gesteenten in hun ruwe vorm binnen. Door middel van verschillende „truukjes" worden de mineralen er van elkaar gescheiden. Er wordt onder andere gewerkt met giftige vloeibare stoffen, waarbij moet worden gewaakt voor de gezondheid van het personeel. Daartoe is de opstelling gewijzigd en zijn er kasten gemaakt waarin kan worden gewerkt terwijl de lucht wordt afgezogen.

De chemische afdeling is verrijkt met een clean room, waarin de lucht, als in een operatiekamer, gegarandeerd zuiver is. Met name lood kan de meetresultaten namelijk volstrekt onbetrouwbaar maken. Daarbij zijn, omdat men veel met zuren werkt, alle materialen in de ruimte onder andere op zuurbestendigheid getest. Het is volgens Boelrijk moeilijk om te voorspellen wat voor nut het isotopen-geologisch onderzoek in de toekomst zal opleveren. Wellicht zal er een bijdrage worden geleverd aan de oplossing van het probleem van het radio-actieve afval: „Je kunt gaan zeggen wat veilige plaatsen zijn om het neer te leggen en op welke plaatsen je het beslist niet moet doen. En dan zie ik nog het meest in de toepassing die zegt waar je het niet moet doen." Ook kan isotopen-geologisch onderzoek een hulp zijn bij het bepalen van plaatsen waar men een grotere trefkans heeft bij het zoeken naar olie, aardgas of ertsen.

Johan de Koning De ouderdom van gesteenten of mineralen wordt er bepaald aan de hand van langlevende radioactieve isotopen of hun vervalprodukten. Isotopen zijn atoomkernen van eenzelfde element, die echter verschillen in het aantal neutronen dat ze bezitten. Boelrijk legt uit: „Op een bepaald moment wordt er een gesteente of mineraal gevormd, waarbij bijvoorbeeld wat uranium wordt ingebouwd. Dat is van de radioactieve isotopen de bekendste. In de loop van de tijd heb je een radioactief verval van dat uranium, waarbij lood ontstaat. Door te meten hoeveel uranium en hoeveel lood in het gesteente aanwezig is, kun je de ouderdom bepalen." Deze schets is echter zeer ideaal: „In de praktijk zijn er tal van complicaties, die je kunt oplossen door verschillende monsters te meten en door verschillende methoden te gebruiken. Maar je maakt je geen zorgen over .een fout van een miljoen jaar; we denken hier in termen van honderden tot duizenden miljoenen jaren. Het oudste wat we ooit in handen hebben gehad was 3 mil-

Een van de kasten in de 'clean room' van het Isotopen-Geologisch Laboratorium. (Foto AVC/VU)

Studievoorlichting neigt naar „promotion" De voorlichting van universiteiten en hogescholen aan aankomende studenten neigt steeds meer naar „promotion". Dat is de conclusie uit een onderzoek naar de studievoorlichting van WO-instellingen. De universiteiten produceren elk jaar meer folders en brochures waarin ze zichzelf erg rooskleurig afschilderen. Een gestroomlijnde en eerlijke voorlichting is dan ook erg gewenst. Dat schrijft een werkgroep met de boeiende naam Commissie Aansluitingsvraagstukken VWOWO in het pas verschenen rapport „Voorlichters voorgelicht". De commissie heeft het schriftelijk voorlichtingsmateriaal over het wetenschappelijk onderwijs geanalyseerd ten behoeve van voorlichters, aanstaande studenten en decanen. Men heeft een aantal criteria opgesteld waaraan een deugdelijke voorlichting zou moeten voldoen en heeft daarna het ideaal met de werkelijkheid vergeleken. Het resultaat is weliswaar zorgelijk, maar toch niet echt verrassend. Het was al langer bekend dat bepaalde onderwijsinstellingen in de slag om de schaarser wordende studenten niet veel onderdoen voor de benaderingstechnieken van een reclamebureau. Het rapport „Voorlichters Voorgelicht" bevestigt deze tendens. De Commissie Aansluitingsvraagstukken Voortgezet Hoger Onderwijs-Hoger Onderwijs van de Academische Raad en de

HBO-raad onderzocht 154 folders en brochures. Men wilde weten hoe het uitbrengen van schriftelijk voorlichtingsmateriaal voor middelbare scholieren is georganiseerd en aan welke criteria de voorlichters zich houden. Blijkbaar, zo luidt de slotsom, prevaleert in de meeste gevallen het belang van de instellingen en faculteiten boven dat van de student. „Zo neigt de voorlichting, misschien wel onbedoeld, naar propaganda". De verschillende universiteiten tonen zich slechts in beperkte mate bereid om de middelbare scholieren te wijzen op de studiemogelijkheden van concurrerende studierichtingen of instellingen. En, vooral, de voorlichters reppen nauwelijks over mislukkingspercentages of over de vaak sombere toekomstkansen. „De vraag naar het rendement, naar vertraging en mislukking, komt verrassend weinig aan bod: 8% van de centrale brochures, 6% van de decentrale (facultaire) brochures. Studierichtingen to-

nen zich nauwelijks bereid aanstaande studenten in alle eerlijkheid te informeren over cruciale elementen in opzet en inhoud van de betreffende studie, die voor velen de oorzaak kunnen zijn van vertragingen en mislukking". En er wordt nauwelijks informatie gegeven over onderwerpen die samenhangen met de werkgelegenheid.

Onoverzichtelijkheid

Het rapport klaagt ook over de onoverzichtelijkheid van het aanbod. Bij sommige instellingen is de informatievoorziening weliswaar redelijk gecoördineerd, bij andere ontbreekt elke stroomlijn. „De laatste jaren is er een duidelijke wildgroei ontstaan in het aanbod van voorlichtingsmateriaal. Dat verschijnsel is wel begrijpelijk, enerzijds als reactie op kleurloze en sobere brochures, anderzijds als uiting van de behoefte aan een meer uitnodigende 'wervende' houding." Over het algemeen, zo onderschrijft de werkgroep de conclusie van eerder onderzoek, is er sprake van een grote informatieverspilling. Het rapport citeert de volgende uitspraak van de voorzitter van de VHO-HAVO sectie van de Nederlandse Vereniging van Schooldekanen: „In tegenstelling tot de economische situatie worden de schriftelijke voorlichtingsmiddelen die ons ter beschikking gesteld worden, steeds beter. Het lijkt soms of het geld niet op kan. Elke faculteit in het w.o. heeft kosten noch moeite ge-

spaard om de eigen studierichtingen onder de aandacht te brengen van de aspirant-studenten en de schooldecanen. Moesten we in het verleden nog wel eens bedelen om een brochure of iets dergelijks te krijgen, nu wordt veel materiaal zelfs ongevraagd toegezonden." Om enige ordening te brengen in de verwarring stelt de Commissie Aansluitingsvraagstukken voor om voor alle middelbare scholieren en andere belangstellenden één landelijke brochure te maken. Met grote aandacht voor een volledig verwijssysteem van belangrijke adressen en telefoonnummers. Dan moeten er brochures komen die informeren over alle WO- en HBO-instellingen in een bepaalde regio. „Deze

zouden gemaakt kunnen worden door speciale samenwerkingsverbanden zoals die te Deventer, Kampen en Tilburg reeds bestaan." Ten slotte zijn er dan specifieke brochures per studierichting, per onderwijsinstelling nodig. In al dat voorlichtingsmateriaal moeten de verschillende soorten cliënten de informatie kunnen aantreffen die op hen is toegesneden. Ook omzwaaiers, HBO-studenten,volwassenen, buitenlanders en toehoorders hebben recht op een volledige voorlichting. In elk geval zullen de uitgaven iets moeten doen aan de „schrijnende" geringe aandacht voor de arbeidsmarkt. (UP, Tilburg; Twan Geurts)

Omvorming van de wetenschap

bepaald. Aanvang: 19.30 uur; plaats: Van Eeghenstraat 90; informatie: Jaap van Waning, tel. 5482699 of 023-252411.

De werkgroep Omvorming van de Wetenschap start op 25 maart een reeks tweewekelijkse studiebijeenkomsten over de verandering van het begrip 'natuur'. Op het programma staat onder meer de kritiek van Goethe op Newton. Het doel van de werkgroep in het algemeen is het leren kennen en naar voren brengen van gezichtspunten die in de gangbare wetenschapsbeoefening „in de verdrukking zijn geraakt". Op 25 maart zal in overleg het tijdstip van de volgende bijeenkomsten worden

Fax Christi

Pax Christi zoekt gastgezinnen voor kinderen uit West-Berlijn van acht tot veertien jaar, van 21 juli tot 22 augustus, voor hun ziekten- en risicoverzekering is gezorgd. Opgave of inlichtingen: Pierre Graaff, tel. 023286761/AZVU-traces • 81068 (werkuren) of Ton Bartels, tel. 072 - 111185.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 375

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's