Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 245
5
AD VALVAS — 11 JANUAR11985
Voorlichtingsmiddag 'Alcohol en werk' voor leidinggevend personeel eerste stap
VU pakt alcoholprobleem aan De afgelopen dagen is weer heel wat alcohol door de aderen gespoeld om onze hersencellen af te breken. Alcohol hoort nou eenmaal bij gezelligheid, zo is de opvatting, of het nu een feestje, een onderonsje, een glaasje bü de buis of een heuglijke gebeurtenis betreft. De laatste vijftien jaren is het er in Nederland heel wat gezelliger op geworden, getuige de verdubbeling van het alcoholgebruik per hoofd van de bevolking. Het drinken van alcohol is zo algemeen geaccepteerd, dat individuele drankproblemen niet gauw opgemerkt worden. Toch behoort 7 a 10% van de bevolking tot de „probleemdrinkers", mensen die dagelijks meer dan vier glazen alcohol tot zich nemen. Dat betekent dat van het vierduizend-koppig vu-personeel enige honderden mensen tot deze probleemcategorie behoren. De moeilijkheden die alcohol met zich meebrengt voor de persoon, zijn omgeving en zijn werk, waren voor de bedrijfsmaatschappelijke dienst en de bedrijfsgezondheidsdienst van de VU reden een bijeenkomst te organiseren met als onderwerp „alcohol en werk". Het doel van deze voorlichting was niet alleen de alcoholproblemen onder de aandacht te brengen, het was tevens een eerste stap om een alcoholbeleid op de VU van de grond te krijgen. Iedereen weet dat te veel alcohol slecht is voor de lever en dat je er verslaafd aan k u n t raken. Maar wanneer je n u wel of niet over alcoholverslaving kunt praten, daarvoor legt iedereen andere maatstaven aan. Dat komt niet alleen voort uit onwetendheid, maar ook uit de angst misschien zélf te veel te drinken. Want niemand wil graag als alcoholverslaafde bestempeld worden en bovendien . . . iedereen drinkt toch? Medici en sociale hulpverleners houden als maatstaf voor de „gevarenzone" de vier-glazen-regel aan. Dat wil niet zeggen dat je verslaafd bent als je meer dan
Carolien Stam woontedrinkers terecht. Alcoholproblemen zijn niet gauw herkenbaar. Je kunt niet a a n iemand zien of hij of zij veel drinkt. Lichamelijke kenmerken, zoals er slecht uitzien, worden pas in een verdergevorderd stadium zichtbaar. Wel is er bij probleemdrinkers sprake van ziekteverschijnselen als bijvoorbeeld slecht slapen, zweetaanvallen en snel vermoeid raken. Op de VU komen mensen met alcoholproblemen met soortgelijke klachten aan bij
(Foto AVC/VU). gezinsomstandigheden. Dat kan zoiets zijn waar alcohol achter zit en wat je in de loop van het gesprek pas komt te weten. Ik ben veel alerter geworden op alcoholgebruik n a die cursus bij het Jellinekcentrum. Vroeger dacht ik bij klachten als hevig transpireren of trillende handen niet zo snel a a n alcoholproblemen. Het vraagt een specialistische begeleiding. Als we de problemen in een vroeg stadium signaleren kunnen de mensen beter geholpen worden. We zijn met die cursus begonnen toen we een aantal hopeloze gevallen tegenkwamen. De vraag kwam op 'hoe pak ik dat nou aan?' Door de cursus zijn we op het spoor gekomen van een gerichtere individuele hulpverlening. Maar ook n a a r het bedrijf toe willen we n u preventiever te werk gaan." De in december vorig jaar georganiseerde voorlichtingsbijeenkomst over alcohol en werk was een onderdeel van dit preventieve beleid. De bijeenkomst werd ingeleid door het indrukwekkende re-
(Foto AVC/VU) vier glazen bier per dag drinkt. Alcoholverslaving is een proces dat zich langzaam ontwikkelt. Het Jellinekcentrum voor alcoholverslaving verdeelt dat proces in vier fasen, waarbij „probleemdrinkers" zich onderscheiden van „gewoontedrinkers". Probleemdrinkers staan nog op de drempel of in het voorportaal van de verslaving. Persoonlijke omstandigheden kunnen er vaak de oorzaak van zijn dat iemand zijn problemen gaat verdrinken in vele glazen bier, wijn of sterke drank. Als deze chronische stijging van het alcoholgehalte in het lichaam tijdelijk is, is de mogelijkheid om tot normaal gebruik terug te keren groter naarmate men kortere tijd drinkt. Blijft men doortanken, steeds vaker en steeds meer, dan komt men in de doolhof en de „vastgelopen fase" van de ge-
de bedrijfsarts. Wanneer die constateert dat er sprake is van een alcoholprobleem, wordt de persoon doorverwezen naar de bedrijfsmaatschappelijke dienst.
Alcoholcursus
Zowel de artsen van de BGD als de hulpverleners van de HMD hebben kort geleden een cursus gevolgd bij het Jellinekcentrum voor alcoholverslaafden. Volgens Karin Ratering Arnts van de BMD is die cursus van groot belang geweest voor de herkenning van en de begeleiding bij alcoholproblemen. „De mensen worden vaak door de BGD gestuurd, maar men komt ook uit zichzelf n a a r ons toe. Meestal komen probleemdrinkers om andere redenen hier, bijvoorbeeld financiële moeilijkheden of
laas van een ex-verslaafde hoogleraar van de VU. Hü schilderde met veel zelfoverwinning zijn lange lijdensweg van het veilig drinken bij feestjes en gelegenheden tot het te pas en te onpas „tanken", het dwangmatig innemen van alcohol. Een schijnbaar onschuldige drinkgewoonte mondde n a enkele persoonlijke problemen uit in het wegdrinken van de geestelijke last „om het leven vol te kunnen houden". Er begon een periode van afwisselend tanken en een paar dagen „droog" zijn. Na een voorval op zijn werk kwam de m a n terecht bij de BGD, die hem vervolgens doorstuurde n a a r het Jellinekcentrum. In de gedwongen nuchterheid begon in een emotioneel ontregelde toestand „het rouwproces om een verloren vriend: de fles". Hij moest leren
leven zonder alcohol, hij mocht nooit meer één druppel aanraken. Wat deze m a n onbegrijpelijk vond was de passieve houding van de werk- en leefomgeving. Alcoholisme lijkt een taboe, iedereen weet het, maar niemand rept erover. Volgens Karin Ratering A m t z hangt dat samen met het gegeven dat drinken algemeen aanvaard is, omdat ledereen wel eens drinkt. „De mensen denken 'moet ik iemand anders dan daarop aanspreken?' Bovendien is het een zeer persoonlijk probleem. Men mengt zich gewoon niet zo snel in andermans moeilijkheden. Alcoholisten willen er vaak juist wél op aangesproken worden, maar niemand reageert. Iemand uit het Jellinekcentrum zei eens 'Iedereen wist dat ik dronk. Er heeft maar één keer iemand gevraagd: goh, heb je een feestje gehad?' " Niet alleen voor de persoon zelf, ook voor het bedrijf is het van belang dat alcoholproblemen onder ijersoneelsleden vroegtijdig herkend worden. Groter verzuim, veelvuldiger ziek en slechtere arbeidsresultaten zijn vaak de gevolgen van alcoholproblemen voor het werk. De personeelsleiders zijn de eersten die de achteruitgang in prestaties op kunnen merken. De voorlichtingsbijeenkomst over alcohol en werk op de VU was zo ook bestemd voor het leidinggevend personeel. In de getoonde filmpjes werden enkele voorbeelden van alcoholproblemen in het bedrijf en de reactie van de leidinggevende daarop in scène gezet. De commentaren bij de films legden opvallend veel nadruk op de nadelen van alcoholisme voor de economische bedrijvigheid van de onderneming. Het doel van een goed alcoholbeleid was „de werknemer weer een nuttig en produktief leven te laten leiden". De informatie van Roel Kerstemakers, medewerker van het Jellinekcentrum, was gelukkig meer op het alcoholprobleem zelf betrokken. Hij maakte zich sterk voor een gerichte alcoholpreventie door voorlichting, verandering van de drinkgewoonten en door een alcoholverbod op het bedrijf überhaupt. Hij zette grote vraagtekens bü de „aanwezigheid van een bedrijfscafé". De personeelsleiders werden tevens voorgelicht over hoe te handelen als men merkte dat iemand problemen met alcohol had. By incidenten als bijvoorbeeld herhaaldelijk verzuim of het veelvuldig maken van fouten in het werk, moet de persoon in kwestie er beslist op aangesproken worden in een vertrouwelijk gesprek. Op zo'n manier kan men het alcoholprobleem aankaarten en hulp aanbieden door bijvoorbeeld de BMD in te schakelen. Wanneer herhaaldelijke waarschuwingen, gecombineerd met het aanbod van hulp niet gehoord worden, zouden disciplinaire maatregelen genomen moeten worden.
Roel Kerstemakers stelde nadrukkelijk dat alcoholproblemen als een ziekte behandeld moeten worden. Hulpverlening en begeleiding moeten via de ziektewet geregeld worden, ontslag mag niet het direkte gevolg zijn. „Dat gebeurt ook zelden," verzekert Karin Ratering A m t z mij. „Het komt wel voor dat elke hulp afgeslagen wordt. Dan houdt het op, het blijft de verantwoordelijkheid van de persoon zelf. In zo'n geval wordt alleen nog het functioneren op het werk als maatstaf genomen. Uiteindehjk kan zo iemand dan op grond van bijvoorbeeld frequent verzuim ontslagen worden."
Functie
Wat doe je als er iemand bij je komt met alcoholproblemen? Karin Ratering Amtz: „Ik probeer er eerst achter te komen hoeveel hij drinkt, door te vragen hoeveel hij die dag en de dag ervoor gedronken heeft. Belangrijk is ook te weten op welke momenten iemand drinkt. Kijk, alcohol heeft een functie, het vertroebelt je problemen. Men gaat drinken om snel van zijn problemen af te zijn, om de pijn even te verlichten. Het lucht voor korte tijd op." „Maar het drinken zelf schept weer problemen. Je voelt je eenzaam, je gaat je schuldig voelen en dat leidt weer tot nog meer drinken. J e komt in een vicieuze cirkel terecht. Uiteindelijk weetje zelf niet meer wat de oorspronkelijke oorzaak is. We proberen mensen die n a a r ons toe komen ook altijd te laten stoppen met drinken om erachter te komen wat het eigenlijke probleem is. De persoon kan dat dan ook zelf helderder zien. Dan zoeken we een manier, die bij de persoon past, om de problemen op te lossen. Als je daar een uitweg voor vindt, neem je ook de reden om te drinken weg. Hoe eerder het alcoholprobleem gesignaleerd wordt, hoe groter het succes is te herstellen. De BGD en de BMD streven n a a r een goed alcoholbeleid op de VU. De voorlichtingsmiddag voor het leidinggevend personeel was een eerste stap in deze richting. Het alcoholprobleem is een a a n dachtspunt geworden en bespreekbaar gemaakt. Een vervolg op deze eerste bijeenkomst ligt bij mogelijk succes misschien in het verschiet. Dan zal de informatie meer tot het hele personeel gericht kunnen worden. In ieder geval heeft men plannen een beleidsraad op te richten om regels op te stellen voor het alcoholgebruik op de VU. De nieuwe CAO stelt alvast een verbod op het gebruik van alcoholhoudende dranken tijdens de werkuren, tenzij de werkgever daartoe toestemming geeft. Maar het opstellen van striktere regels is voor de BGD en de BMD een belangrijk onderdeel van het alcoholbeleid. Het bruin café in het VU-hoofdgebouw zou daarbij wel eens tussen de vuren kunnen komen te liggen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's