Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 242

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 242

12 minuten leestijd

AD VALVAS — 11 JANUAR11985

2

Positieve benadering

Brieven Houd uw reakties kort. Over bijdragen langer dan 300 woorden is kontakt met de redaktie nodig. De redaktie kan bijdragen bekorten.

Overbodige beoordeling van als onbeoordeelbaar beoordeeld proefschrift De schrijver van „Sociologisch proefschrift als karikatuur" in Ad Valvas van 14 december 1984, te weten Koos Neuvel, heeft gemeend een beoordeling te kunnen en moeten geven van mijn proefschrift over de beperkte effecten van onderwijsvernieuwing. Hij is daarin niet geslaagd.

Gemis aan inzicht Neuvel toont geringe kennis van onderwijsvernieuwing. Hij schrijft bijv. over „tevredenheid" als criterium voor onderwijsvernieuwing. Het gaat bij onderwijsvernieuwing echter om activiteiten die in meerdere of mindere mate bestaande voorzieningen dienen aan te passen op basis van actuele en verwachte maatschappelijke ontwikkelingen. Dat betekent dat als men in zekere mate „tevreden" zou zijn over het bestaande onderwijs, zoals Neuvel het uitdrukt, men dan toch met het oog op de toekomst een bepaalde mate van onderwijsvernieuwing wenselijk kan achten. Het onderwijs en de beoordeling daarvan is niet statisch. De probleemstelling van het proefschrift is juist relevant, daar het de vastgeroeste ideeën over onderwijs en vernieuwing daarvan ter discussie stelt. Onderwijsvernieuwing wordt blijkbaar door vrijwel iedereen gewenst, gezien de vele negatieve reacties over het bestaande onderwijs. Zodra de invulling ervan plaatsvindt neemt het dusdanige vormen aan dat niemand zich er meer voldoende in herkent en daardoor wordt onderwijsvernieuwing als falend beoordeeld.

Gemis aan duidelijkheid Er wordt door Neuvel niet ingegaan op het thema van de dissertatie, nl. dat onderwijsvernieuwing faalt. Enerzijds klaagt vrijwel iedereen over het onderwijs en over de beperkte veranderbaarheid ervan. Anderzijds blijken pogingen om daar iets aan te doen en mensen tot nadenken over het eigen denken en handelen te stimuleren, zoals in het proefschrift gebeurt met betrekking tot onderwijsvernieuwing, in elk geval door Neuvel niet gehonoreerd te worden. In het proefschrift wordt gesteld dat veel mensen onderwijs wensen te veranderen daar het te complex is, maar het verandert juist niet met als excuus dat het zo complex is. Onderwijsvernieuwing vormt een bron van conflicten. Als doel van het proefschrift wordt omschreven een discussie te stimuleren over de voorwaarden voor onderwijsvernieuwing en de naar mijn smaak te starre ideeën van de deelnemers daaraan. Deze ideeën beperken de veranderbaarheid van onderwijs. Een thema dat Neuvel ook negeert.

Gemis aan zorgvuldigheid Neuvel stelt dat modellen eigenlijk dienen om „empirisch onderzoek per computer" uit te voeren. Het conceptuele model (dat iets anders is dan een statistisch model) in het proefschrift wordt, zoals in alle wetenschappelijke Uteratuur, primair aangewend om de onderlinge relaties, afhankelijkheid en beïnvloeding van de gebruikte begrippen te demonstreren. Voorts acht Neuvel dat flexibili-

teit een „toverwoord" is in mijn dissertatie. Het is reeds decennia een beleidsbegrip in allerlei onderwijskundige publikaties. Zeer recent hebben de adviesraden ARVO I en ARVO H aan de minister van onderwijs voorgesteld deze flexibiliteit op lokaal en regionaal niveau in te voeren. Neuvel citeert stukken uit mijn proefschrift waarvan er twee zo uit de „Samenvatting" zijn overgeschreven. Wanneer hü de oorspronkelijke bronnen uit de dissertatie had geciteerd had hij bijv. bemerkt dat uitspraken over pluriformiteit, onvrede, spijbelen en drop-out niet van mij, maar van o.a. Bourdieu en Passeron, Giroux en Van Kemenade afkomstig zijn. Neuvel toont duidelijke onzorgvuldigheid wanneer hij stelt dat het „begrippenmodel" niet verder in het proefschrift voorkomt. De gehele dissertatie is op dat model gebaseerd en er wordt permanent aan dat model gerefereerd. Het door Neuvel zelf genoemde „ressentiment" (= wrok, CDF) dat hü constateert, met betrekking tot bepaald taalgebruik, leidt ertoe dat hij zijn eigen „wrok" over wetenschappelijke uitingen toont en daardoor de essentie van het proefschrift niet behandelt. In het proefschrift wordt gesteld dat de pretenties van onderwijsvernieuwing niet overeenstemmen met de resultaten. In Nederland toont het project Middenschool bijvoorbeeld weinig vooruitgang en de invoering van de Basisschool is niet werkelijk vernieuwend geweest. Onderwijs sluit nog steeds niet aan bij de behoeften van het individu en de samenleving. Neuvel negeert deze uitspraken totaal, daar het zijn verhaal ontzenuwt. Tenslotte ben ik niet als pedagoog werkzaam aan de Vrije Universiteit, zoals Neuvel stelt en is ook de aanduiding „sociologisch proefschrift" onjuist.

Gemis aan zelfkritiek Enerzijds wordt door Neuvel aangegeven dat het gemakkelijk is om het niet onmiddellijk bevattelijke, d.w.z. dat wat hij zelf niet zo goed begrijpt en beoordelen kan, te ridiculiseren. Anderzijds licht hij stukken uit h u n verband en ridiculiseert dus wel zoveel mogelijk. Hij vergeet daarbij het onderwerp ter beoordeling zorgvuldig te beschrijven n a a r aard, vorm, inhoud en doel, en haalt al deze aspecten door elkaar. Op één p u n t is hü eerlijk. Hü stelt dat „alles niet zoveel met de werkelijke problemen te maken lukt te hebben". Wanneer hü het proefschrift en zün eigen beoordeling wat meer nauwgezet had gelezen had hü kunnen vaststellen dat hü zelf steeds spreekt van zün keuzen en interpretaties. Hü demonstreert daarbü onvoldoende zelfkennis en zelfkritiek om zün verhaal te kunnen toetsen aan de criteria waarop hy anderen meent te moeten beoordelen. Neuvel maakt duideUjk dat het proefschrift in feite voor hem onbeoordeelbaar is. Hü had het beter kunnen laten, daar hü nu zowel het proefschrift als de persoon die het heeft geschreven in zün artikel in Ad Valvas en tevens de lezers van dat stuk geen recht doet.

Het artikel van Neuvel gaat in de eerste plaats over de sympathieën en antipathieën van Neuvel en niet over m ü n proefschrift. Om toch positief te eindigen, wat men nu eenmaal mag verwachten van mensen die met onderwüs bezig zün, wordt hier de nadruk gelegd op open onderwijs. In 1972 schreef ik reeds verschillende artikelen over open onderwijs in Ad Valvas. Open onderwüs komt in de dissertatie zeer uitgebreid aan de orde, maar Neuvel heeft er ten onrechte totaal geen aandacht aan besteed. Daarom volgt tenslotte wat in het proefschrift staat vermgld betreffende m ü n positieve stellingname over onderwüsvemieuwing via open onderwüs.

Nadruk op open onderwijs Als de structuur van het onderwüs minder star zou zün, zou onderwüs vernieuwing meer kans van slagen hebben. Open onderwüsprojecten, zoals de Open Universiteit en de Open School, kunnen flexibiliteit van onderwüsstructuren bevorderen. In het open onderwüs worden grenzen, zoals toelatingseisen, afgeschaft en intellectuele vaardigheden ter discussie gesteld. Een ander kenmerk van open onderwüs is dat het uitgaat van een bestaande behoefte; voor zoveel mogelük mensen worden verschillende onderwüsdoelen gerealiseerd. De afstand tussen de werkelüke situatie en de gewenste situatie wordt hierdoor kleiner, wat de spanning vermindert. Open onderwüs als beleidsconcept biedt volgens m ü n opvatting werkbare mogelükheden om het traditionele onderwüs (nieuwe) taken beter te laten vervullen. (Re-creatie van Educatie; De condities voor onderwysvemieuwing en de voortdurende uitdaging tot verandering, C. D. Faber, Amsterdam, vu-Uitgeverij) C. D. Faber, medewerker vakwetenschappelijke informatie, vakgroep Onderwijskunde, Vrije Universiteit.

Collegegeld (1) Zoals reeds in Ad Valvas van 14 december 1984 te lezen viel, zajn

Christelijke lerarenopleidingen Vervolg vanpag. 1 Drenth. Secretaris is dr. P. van den Akker (Bureau Planning, Onderwüs, Onderzoek VU).

Veel problemen Zowel de VU-rector als de voorzitters van de taakgroepen drs. L. v.d. Bosch (adjunct-directeur onderwüs Vrüe Leergangen), prof. J. van Westrenen (VU) en drs. S. Noorda (lid College van Bestuur VU) lieten in korte toespraken blüken dat er nog veel problemen op te lossen zün. O.a. is er het probleem van de selectie, omdat volgens de ministeriële plannen in '86 slechts een gering aantal studenten n a a r de lerarenopleiding in de tweede fase zal mogen doorstromen. Prof. Drenth schetste het dilemma: „Weliswaar is het argument voor loten niet gemakkelyk te weerleggen, maar

Nieuwjaarsborrel De VUSO organiseert op 18 januari een nieuwjaarsborrel voor ook niet-VUSO-leden. In een informele sfeer kunnen dan vragen worden gesteld aan de VUSOfractieleden in de universiteitsraad en aan het bestuur. De nieuwjaarsborrel wordt gehouden in de OE-vleugel van het hoofdgebouw (bü de VUSO-kamer) en duurt van 16.00-18.00

de Tweede Kamer en dhr. Deetm a n van plan de studenten, die tóch al beneden vele, zo niet iedere minima zitten, een collegegeldverhoging op te leggen. Hiertegen is in de Universiteitsraad geprotesteerd (de UR doet nog wel wat). Zowel de PKV als de VUSO lieten door een motie merken van mening te zün dat de VU hiertegen moet protesteren. Uiteraard was de UR het met de PKV en de VUSO eens. J a m m e r daarby is dat de UR de motie van de PKV en niet die van de VUSO heeft aangenomen (zy het met een kleine meerderheid). I n de PKV-motie wordt namelük het College van Bestuur verzocht de collegegeldregeling vanuit Den Haag te negeren. Dat is echter iets dat niet mag en niet kan. Daarom zal deze motie politiek Den Haag niet bereiken. En daarmee is niets bereikt, behalve dat we in de UR weten hoe we over collegegeldverhoging denken. Was daarentegen de VUSO-motie aangenomen, dan kon het C.V.B, zonder problemen dit VUstandpunt a a n parlement en minister duidelük maken. Tegen de VUSO-motie is evenwel het bezwaar aangevoerd dat het niet hard genoeg is gesteld, zodat het op de kamerleden niet voldoende indruk maakt (op Deetm a n maakt het vermoedelyk sowieso geen indruk). Afgezien van het feit dat een motie die niet aankomt in het gehéél geen indruk maakt en een motie die iets absoluut onmogelüks vraagt alleen maar de lachtlust opwekt, kan ik hiertegen nog aanvoeren dat een motie alléén, al is zü nog zo bot gesteld, te mager is. Daarnaast moeten brieven, handtekeningen e.d. n a a r Den Haag. Dat werkt! De VUSO heeft dan ook vlak voor de bewuste UR-vergadering een protest-telex naar de Tweede Kamer gestuurd. Ik vind het uitermate teleurstellend en dom van de (kleine meerderheid, bestaande uit PKV, DAK en een gedeelte van het onafhankelüke WP) UR om zo impulsief, ik zou haast zeggen emotioneel te reageren. Van de Universiteitsraad, die een standpunt van de gehele universiteit moet bepalen, mag je meer verwachten! Namens de VUSO-fractie, Perry Quak

voor velen is dat onaanvaardbaar." Een ander vraagstuk is hoe de opleiding, die een jaar zal duren, af te stemmen op de langdurige schoolstage van een half jaar die erin zit. In tegenstelling tot de suggestie in de ministeriële plannen dat de voorziene 6,6 miljoen gulden voor stagebegeleiding geheel n a a r vwo-scholen toegaat, zal, aldus drs. Noorda, toch een deel voor de samenwerkende instellingen moeten worden gereserveerd voor voorbereiding en organisatie. Volgens Noorda zal de realisering van een gemeenschappelyk personeelsbeleid voor de drie partners een heel karwei zijn. Om bü de personele reductie die er in het vat zit gedwongen ontslagen te vermyden is gemakkelüker gezegd dan gedaan, zei hü. En richting ministerie noemde hy een sociaal beleidskader een „must". Een van de uitgangspunten voor de samenwerkingsovereenkomst was dat er een dergelyk plan komt. Daarop wordt ook aangedrongen bü de minister. „Onduidelükheid op dit p u n t kan ons parten spelen," aldus Noorda. (J.v.d.V.)

uur. Zekerheidshalve besloot de studentenorganisatie dat alleen het eerste drankje gratis zal zyn. (Red.)

Verhuisd De Roelof Keiler Stichting, een interkerkelüke instelling die helpt by huisvestingsproblemen, heeft een ruimer en centraler gelegen pand betrokken: 2e Helmersstraat 101 huis, 1054 CG Amsterdam.

Collegegeld (2) I n de Universiteitsraad van 18 december diende de PKV en de VUSO ieder een motie in tegen de collegegeldverhoging. Waarom twee moties vanuit "dé studenten, als je hetzelfde doel wilt bereiken? De PKV-motie ging erg ver. Die verzocht namelük het College van Bestuur om studenten in •85/'86 een collegekaart te verstrekken tegen betaling van het huidige bedrag van collegegeld, inschrijfgeld en studentenbydrage. De VUSO wilde, in een beschamende angst voor bestuurlyk ongehoorzaamheid, niet zóveel doen tegen de collegegeldverhoging. Ook de JOVD-VU was te bang om zich maximaal in te zetten voor de eigen achterban. Beiden durfden niet méér te vragen dan een afkeuring van de raad over de collegegeldverhoging. Een afkeuring, die zoals iedereen weet, nauwelüks indruk maakt, laat staan invloed uitoefent op de besluitvorming in de Tweede en Eerste Kamer. Het allerbangste was het College van Bestuur. Dat probeerde wanhopig met intimideren, ja zelfs vernederen van de raad de motie tegen te houden. Het meende n a melyk de raad in bescherming te moeten nemen tegen zichzelf vanwege bestuurlijke ongehoorzaamheid. Maar dit keer schoot het zün doel voorby. Het College werd op zyn vingers getikt en de motie aangenomen met 16 tegen 14 stemmen. Waarom? Omdat naast zes studenten (de PKV) ook tien personeelsleden vóór stemden, waar onder andere drie studenten (de VUSO en de JOVD-VU) meenden te moeten tegenstemmen als het om studentenbelangen gaat!!! Over de VUSO-motie werd niet eens meer gestemd. En hoe gaat het u met het College van Bestuur? Wel, we hopen dat het College begrijpt, dat het geen koning van de VU is, maar slechts een doodgewoon College van Bestuur. We wachten met spanning af of het met dat inzicht de motie zal doorsturen n a a r de minister, de vaste kamercommissie van O W, en de Eerste en Twede Kamer. Najnens de PKV, Maike Neyens

Redactie-^idres: De Boelelaan 1105 of postbus 7161, 1007 MC Amsterdam. Tel. 020-(548)4330, b.g.g. 6930/4325/4397. Redactiekamers: OD-01 en OD-09, hoofdgebouw VU. Redactie: Jan van der Veen (hoofdredacteur), Wlm Crezee, Marianne Creutzberg (redactie-assistente), Johan de Koning. Medewerkers: Aart Bouwmeester, Koos Neuvel, Maarten de Hoog en (niet red.) dienst Pers en Voorhchting. Fotografen: Peter Wolters, Kees Keuch (Audiovisueel Centrum VU), Bram de Hollander. Tekenaar: Aad Meijer. Universttaire Pers: Ad Valvas werkt met andere universiteits- en hogeschoolbladen samen in de „Universitaire Pers". Coórdinatieadres: Utrechts Universiteitsblad, Boothstr. 6, 3512 BW Utrecht. Beleidsraad. dr. O. Scholten (voorzitter), mevr. N. Bloem, dr. M. A. J. Eijkman, drs. C. J. M. van Gerven, G. H. de Jong, J. den Ouden, R. Batelaan, mevr. K. Ratering Amtz. Secretariaat Beleidsraad: mr. B. Meulman, kamer 2D-07, hoofdgebouw VU. Tel. (548)3601. Advertenties: opgave bij Bureau Van Vliet b.v., postbus 20,2040 AA Zandvoort. Tel. 02507-14745. (Behalve „Adjes") Adjes: max. 30 woorden, kosten: ƒ 7,50 a contant; alleen voor VU-personeel en studenten. Opgave vóór maandag 10.00 u u r t.b.v. plaatsing nr. diezelfde week. Prodiiktie: Randstad-Handelsdrukkerij BV (Perscombinatie), Stationsweg 38, 1431 EG Aalsmeer, tel. 02977-25141. Toezending: per jaargang ƒ 15,-. Girobiljet/betaalkaart (post of bank) onder vermelding „Abon. Ad Valvas 32e jrg." zenden aan: Vrije Universiteit, Dienst Pers en Voorlichting, Hfdgeb., k. lD-02, Postbus 7161,1007 MC A'dam. Voor klachten tel. 5482671.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 242

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's