Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 74
KATERN — 8
AD VALVAS — 14 SEPTEMBER 1984
Nieuwe richtlijnen voor werk en dienstoverleg
Werkoverleg dit jaar overal verplicht Er zijn nieuwe richtlijnen op komst voor het werk en dienstoverleg bij de centrale diensten en buro's van de VU, zo valt in het Sociaal Jaarverslag over 1983 te lezen. Wat In 1979 als een teer kasplantje onder de bezielende leiding van PZmedewerker Cees de Zoete begon wordt dus binnenkort verder uitgebouwd. We gingen praten met André Lemmers van het bureau organisatieontwik keling van Personeelszaken, secretaris van de VUcom missie voor werk en dienstoverleg, de Wedad. Die verze kerde ons, dat nog dit kalenderjaar een nadere regeling voor het werkoverleg op de VU tot stand zal komen. Rond het dienstoverleg zitten wat meer haken en ogen maar ook daarvoor heeft de commissie zich al duidelijke ideeën gevormd. De regeling van 1979 voor het werk en dienstoverleg was eigen lijk niet veel meer dan een soort intentieverklaring, vertelt An dré, zij bevatte alleen nog maar aanwijzigingen. In de werkeenhe den zouden chef en medewerkers regelmatig overleg moeten voe ren over werkomstandigheden werkproduct, verdeling van ta ken e t c , zodat er mogelijkheden ontstonden voor inspraak van onderop en de communicatie bin nen de organisatie kon worden versterkt. Het dienstoverleg werd een vorm van vertegenwoordigend overleg waarbij periodiek het hoofd van een dienst praat met een verte genwoordiging van medewerkers van de dienst, over meer algeme ne beleidsproblemen in een dienst.
Met name het werkoverleg kwam lang niet overal goed van de grond, öf de medewerkers geloof den er onvoldoende in óf de chef. En op sommige afdelingen was het ook erg moeilijk om het van de grond te krijgen. Bij de restaura tieve dienst bij voorbeeld, waar het heel moeilijk is om de mensen even een uurtje vrij te maken voor het overleg. En wat valt er bij voorbeeld nog aan werkover leg te structureren op een secre tariaat van twee medewerkers, in feite toch ook een aparte werk eenheid. Je ziet elkaar al de hele dag. Soms ook hebben medewer kers helemaal geen weet van zo iets als de mogelijkheid van werk overleg. Maar dat wordt straks allemaal anders. Nog dit jaar zal overal regelmatig en gestructu reerd werkoverleg móeten plaats vinden. Of je het nu overal even strak moet structureren, dat is nog een beetje de vraag, maar werkoverleg komt er. Hoe sterk staan nu medewerkers in dat werkoverleg als sij in willen spreken? In één van zijn laatste circulaires repte de toenmalige bewindsman van Binnenlandse Zaken,Rood
Jaap Kamerling van wezenlijke invloed van het personeel op de besluitvorming. De mate van invloed zou per on derwerp kunnen verschillen, af hankelijk van de bevoegdheden van de chef. Die chef zou alleen mogen belissen met advies van zijn medewerkers vóóraf en moti vering aan hen achteraf. Dit standpunt sloot echter verder gaande vormen van medezeggen schap niet uit. Zeker een liberale opstelling van deze D'66politi cus. André Lemmers gelooft ech ter niet, dat de VU van die laatste mogelijkheid gebruik zal gaan maken. De chef zal hier steeds de eindverantwoordelijkheid hou den al zal hij steeds zijn medewer
kers vóóraf moeten horen en dui delijk moeten motiveren waar hij de mening van het werkoverleg niet kan volgen. Maar stel nu, dat een chef aanhou dend beslissingen neemt tegen de wens van het werkoverleg in? Dan moet het werkoverleg de ge legenheid hebben deze wijze van handelen aan de orde te stellen bij het diensthoofd. Wordt men het uiteindelijk niet eens met elkaar dan zal het diensthoofd knopen moeten doorhakken. En hoe gaat het dienstoverleg eruit sien? Daar zijn we nog niet helemaal uit, vertelt André. In het jaarver slag wordt gesproken van aan sluiting bij de dienstcommissies nieuwe stijl, die sinds kort bij gro te overheidslichamen als depar tementen functioneren. Zulke commissies doen sterk denken a a n ondernemingsraden zoals in de particuliere sector met een zware adviserende bevoegdheid. Maar hoe moet je nu deze dienst commissie vertalen n a a r de VU, waar destijds gekozen is voor dienstoverleg per dienst. Trou wens hoe naar de universiteiten : ! ~ . ! ^ ,:• \
s i^ , 9 r 5 (' § Il
in het algemeen, die al allerlei overlegorganen hebben als uni versiteitsraad, commissie van overleg met de bonden, etc.? Er zijn drie mogelijkheden. Of een dienstcommissie voor de hele uni versiteit. Of één voor het facultai re gebeuren en één voor de geza menlijke centrale diensten. _C)f dienstcommissies per dienst. De vucommissie Wedad denkt voorlopig aan verdere structure ring van het dienstoverleg per dienst, als het om grote diensten van circa vijftien medewerkers gaat. In zo'n dienstoverleg wordt dan door vertegenwoordigers van de afdelingen samen met het diensthoofd gepraat over zaken als promotie en opleidingsbeleid binnen de dienst en hoe bezuini gingen binnen de dienst worden verdeeld. Over zulke zaken zal het dienst hoofd altijd het overleg moeten raadplegen. Hij mag geen infor matie achterhouden en kan ad viezen alleen naast zich neerleg gen als hij dat goed motiveert. Een vooruitgang vergeleken met de bestaande situatie waarbij dat minder dwingend is geregeld.
Invloed beperkt De invloed die de Wedad aan het dienstoverleg wil geven is overi gens beperkt. In elk geval duide lijk kleiner dan die van de diens tcommissie nieuwe styi bij de de partementen. Dat heeft vooral te maken met de schaal waarop het
dienstoverleg op de VU gaat plaatsvinden. Lemmers: „Dienst commissies nieuwe styi functio neren voor grote onderdelen van een heel departement en dat bete kent, dat als je bij voorbeeld het promotiebeleid aan de orde stelt je als dienstcommissie praat met de leiding van het departement zelf. Maar omdat de VU waar schijnlijk voorlopig gaat kiezen voor dienstoverleg op dienstni veau 'kun je alleen maar praten over de interpretatie die een be paalde dienst wil geven aan een algemene VUregeling. 2tou de VU kiezen voor dienstoverleg op v u n i v e a u dan zouden de perso neelsvertegenwoordigers in dat overleg onderhandelen met het CvB en dan praat je over VU regelingen zelf." De beslissings ruimte van een diensthoofd is volgens Lemmers maar beperkt en dus mag je niet te veel macht verwachten van zo'n dienstover leg. Kan een deelnemer aan het dienst overleg sich beroepen op een hoge re iTistantie als hij ontevreden is over de manier waarop het gaat? Lemmers: „Je kunt in beroep gaa,n hü h e t Q ^ ^ J g r n f ^ i . d a t
Minder vrouwelijke sollicitanten Het gaat niet goed met de 'femi nisering' van de VU. Zowel voor de wetenschappelijke als voor de technisch administra tieve functies nam vorig jaar het percentage vrouwelijke sol licitanten af, terwijl het per centage mannelijke een 'stij ging vertoonde. Het vrouwelijk aandeel van de sollicitanten daalde bij de TAS van 43 procent in 1981 naar 37 in 1982 tot 32 in 1983. Bij het WP steeg het vrouwenaandeel in 1982 nog tot 33 procent tegen 23 in 1981. In 1983 kwam ook daar echter de terugval, een heel scherpe: naar 19 procent. Aldus blijkt uit het Sociaal Jaarverslag van de VU over 1983. Voor een deel kan dese ontwikkeling worden toege schreven aan de aard van de vrijgekomen functies. Banen, die hoofdsakelijk door vrow wen worden beset kwamen dat jaar minder vaak vrij, so geeft het jaarverslag als (wat schrale) verklaring. Personeelsbegelei der Ad Dassen siet het ver schijnsel meer als een toevals treffer. Anders dan in het Sociaal Jaar verslag van 1982 wordt dit keer geen verslag gedaan van de ontwikkeling van de getalsver houding op de VU tussen man en vrouw. Voor de TASfunc ties was trouwens in 1982 het vrouwenaandeél in het perso neelsbestand licht aan liet da len: van 43.6 in 1977 naar 42.7 in 1981 naar 42.6 in '82. Het vrouwenaandeel bij het WP steeg in 1982 van 14.6 procent in 1981 tot 15.2 procent in '82. Ook de aantallen feitelijke be noemingen ontbreken dit keer in het jaarverslag. Jammer want nu kun je niet meer con stateren hoe het met de benoe mingskansen van mannen resp. vrouwen sit. Rob Gordijn van PZ, opsteller van het Jaar verslag over de reden van dese ontstentenis: 'De wijse waarop de gegevens sijn versameid is só, dat geen volledig beeld kan
het diensthoofd de spelregels voor het dienstoverleg niet goed han teert en bij voorbeeld informatie achterhoudt of bepaalde zaken niet aan de orde wil stellen. Het CvB treedt dan op als scheids rechter. Overigens zijn we nog bezig met het maken van zulke spelregels." Enthousiast is Lemmers over de koppeling, die de Wedad wil gaan aanbrengen tussen werkoverleg en dienstoverleg. Daarin gaat de VU op een volgens hem gunstige manier afwijken van de dienst commissie nieuwe stijl. Het werk overleg zal mede als middel gaan dienen om onderwerpen die in het dienstoverleg aan de orde ko men vóór en n a te bespreken. Dat gaat makkelijk omdat de afdeling waar die voorbespreking plaats vindt vertegenwoordigers stuurt n a a r het dienstoverleg. Bij de dienstcommissies nieuwe stijl is die koppeling niet mogelijk om dat de dienstcommissies worden samengesteld uit mensen die bij overallverkiezingen voor een heel departement kandidaat wor den gesteld. Is het eigenlijk voor elke deelnemer aan het werkoverleg mogelijk self dingen aan de orde te stellen ook in het dienstoverleg? Lemmers: Dat kan als je bij voor beeld individuele problemen op meer algemeen niveau bespreek baar maakt. Stel je wilt een cursus volgen dan is dat op zichelf een zaak voor het werkoverleg, de chef van je afde ling en de personeelsfunctiona ris. Maar als je het doen van cur sussen meer in het algemeen aan de orde wilt stellen doe je dat op
worden verkregen van de wer kelijkheid. N iet iedereen heeft deselfde criteria gebruikt, de verschillende gegevens sijn daardoor onvergelijkbaar en niet optelbaar' (je hebt bv. ook veel interne benoemingen red.). Vorig jaar is overigens wel ge woon opgeteld maar het resul taat was toen waarschijnlijk niet helemaal volledig, meent Rob. Komend jaar wordt beke ken of de benoemingentabel kan terugkeren. Het aantal deeltijdwerkers op de VU begint sich enigssins te stabiliseren. Het aantal is vorig jaar in absolute sin gelijk geble ven. Omdat ook deeltijdwer kers arbeidstijd moeten inleve ren wordt men kennelijk wat voorsichtiger. Doordat het aantal voltijds werkenden daalde nam relatief gesien het aantal deeltijdwerkers overi gens nog wat toe tot 36 procent van het personeelsbestand (34 in 1982). De gemiddelde werk tijdfactor daalde van 0.84 tot 0.83. Het VUbeleid op dit punt is niet bepaald stimulerend al wil men de liefhebbers seker ook niet dwarssttten. Het aantal vervroegde uittre ders in het kader van de VUT tenslotte is vorig jaar flink ge stegen t.o.v. 1982: van 9 naar 19. Als je bedenkt dat er op de VU echter al so'n 700 werknemers boven de 55 sijn is 19 ook nog niet veel. Lang niet genoeg om de nog immer voortgaande ver grijsing van de VU een halt toe te roepen. Vanaf de 35jarige leeftijd stijgen de percentages van alle leeftijdscategorieën. Het sterkst bij het WP, maar dat heeft ook te maken met de overgang van 130 jonge arts assistenten van VU naar AZVU. De met de taakverdeling mogelijk geworden 55plus re geling lijkt overigens ruim toe passing te gaan vinden, wat voor 1984 het beeld van de ver grijsing sal gaan beïnvloeden. (J.K.)
Via dat niveau kun je dan het algemeen beleid van de VU op dat p u n t beïnvloeden. Want het diensthoofd kan die discussie dan weer meenemen n a a r een nog ho ger niveau, het diensthoofden overleg. De CvB's van universiteiten en hogescholen voelen weinig voor de dienstcommissies zoals Bin nenlandse Zaken die voor de over heidsinstellingen wil. Ze vinden die dienstcommissies geen goede aanvulling op de bestaande uni versitaire organen. Dat zou over lapping gaan betekenen met het georganiseerd overleg tussen be s t u u r en vakbonden, de commis sie personele zaken van de uni versiteitsraad en het bestaande werk en dienstoverleg. Dienst commissies zouden te veel zijn toegeschreven naar de situatie op de departementen. Je zou ze moe ten vertalen naar de specifieke situatie op de universiteiten.
Vakbonden Binnen de vakbonden is de dis cussie over de dienstcommissies nog gaande. Bij de ABVA voelt men wel voor invoering ervan op " de universiteiten. Dienstcommis sies gaan namelijk wat bevoegd heden betreft aardig in de rich ting van de ondernemingsraad in het bedrijfsleven. En onderne mingsraden hebben meer in te brengen dan de bonden in de hui dige commissies van overleg met het CvB. In die commissies ben je, zo stelt Noé van Hulst van de ABVA, nogal afhankelijk van de welwillendheid van de CvB's. De discussie gaat verder. Het laatste woord is zeker nog niet gezegd .qyer„dpze,materie. ,^ „ , ^^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's