Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 97

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 97

11 minuten leestijd

5

-AD VALVAS — 28 SEPTEMBER 1984

Jonge hobbywerkgroep genealogie aan de VU lijkt toekomst te hebben

Speuren naar je voorouders: „We zijn meer familie van elkaar dan we denken'' „Een interessant ding dat ik eens heb gevonden is dat in de nacht dat de Engelsen in 1799 de haven van Lemmer binnenvallen in mijn voorgeslacht in een piepklein huisje vlakbij het water een tiende kind wordt geboren. U moet dat zich eens goed voorstellen. Die haven wordt bestookt, de kinderen slapen allemaal dicht bij elkaar, ze moeten de straat worden opgeschopt, want moeder moet bevallen, maar dat kan eigenlijk niet. Wat moet dat een consternatie zijn geweest. Kijk, dan gaat er iets tintelen, hè". Bibliotheekmedewerker A. F. E. Duim raakt Vol vuur als hij het over zijn hobby de genealogie heeft. Dat er op de VU veel meer mensen de bestudering van de geschiedenis van (eigen) voorouders tot hobby hebben verheven, bleek vorig jaar. Toen staken Duim en enkele anderen de koppen bij elkaar en richtten een werkgroep genealogie op van meteen al twintig leden. Nu, een jaar later, is dat aantal bijna verdubbeld. Een werkgroep met toekomst zou je zeggen. Een gesprek met drie enthousiaste bestuursleden ervan, de heren Duim (voorzitter), Joh. T. Melchers (werkzaam bij personeelszaken; secretaris) en O. Brunsting (administrateur vu-ziekenhuis; lid). „We hebben de werkgroep opgericht als een onderdeel van de personeelsvereniging. We wisten dat er aan de technische hogeschool in Delft een bloeiende vereniging bestaat van 120 leden. We dachten: als' het daar kan, dan moet het bij ons ook lukken," aldus de heer Duim. „Nu heeft een onderzoek weliswaar laatst uitgewezen dat de meeste genealogen zich in de technische hoek bevinden - misschien een stukje tegenwicht tegen de moderne technologische ontwikkeling of een beetje nostalgie - maar dat het hier aan de VU ook kan, is duidelijk." Overigens is een computer voor de amateur-genealoog erg handig. „In 1972 heb ik een eerste drukje uitgegeven van mijn eigen voorgeslacht. Maar toen ik er verder indook, kwamen er veel nieuwe gegevens bij en was ik a a n een tweede druk toe. Nu heb ik alle gegevens in de computer zitten en hoef ik niet meer allerlei fratsen uit te halen om de dingen netjes op een rij te krijgen. Ik heb het plan om nog eens echte familieboeken uit te geven, maar dan moet je zeker weten dat je niet verder kunt. Met mijn eigen geslacht ben ik terug kunnen gaan tot ongeveer 1600, 1620. Het lijkt erop of ik nog verder terug kan gaan. Dan kom je bij notariële archieven terecht, je moet rijksarchieven raadplegen." De heer Brunsting, al jarenlang bezig en de laatste tijd heel intensief, zegt dat hij wel eens een hele vakantieweek heeft opgeofferd om dingen in zo'n archief na, te pluizen. „Maar mensen die pas beginnen hoeven daar niet van te schrikken. Het hangt er maar vanaf hoe snel je resultaten wilt boeken," vult Duim aan. Waarom gaat iemand aan genealogie doen? De heer Melchers: „Ik vind het boeiend te weten waar mijn voorouders vandaan kwamen, wat ze uitspookten, hoe ze leefden, waar ze mogelijk gezworven hebben." Duim: „Kijk, genealogie zou dor zijn als het alleen een kwestie zou zijn van het verzamelen van namen, geboortedata en plaatsnamen. Dat is wel essentieel, maar de krenten in de pap zijn natuurlijk wat deed zo'n kerel. In mijn voorgeslacht kom ik dominee Michael van Doem tegen, die drie keer wegens dronkenschap werd afgezet. J e leest al die akten uit de classis documana en ziet wat er gebeurd is. Dan zeg je: dat is interessant. Die predikant komt dan in armelijke omstandigheden, terwijl zijn geslacht tevoren belangrijk was en een Fries eigenerfde wapen voerde, wat heel wat was voor die tijd, toen Franeker nog een universiteit had, waar die dominee filoso-

Jan van der Veen fie en theologie had gestudeerd. Het is dat hele verhaal om die namen heen. Ook bijvoorbeeld: hoe leefde een wever of een kuiper vroeger."

Toevallig De heer Brunsting: „Ik ben er door een toevallige samenloop van omstandigheden mee begonnen. Mijn vader had van mijn

gen, en dan ga je al gauw n a a r de kwartierstaat, waarin de ouders van de ouders worden vastgelegd stees nieuwe stukjes van de legpuzzle. Ik heb er wel veel, maar nog niet zoveel dat ik er n a a r mijn mening al een publikatie van moet maken." Alledrie werkgroepleden zijn er min of meer achter waar h u n familienaam vandaan komt. Duim: „Ik heb het voordeel dat we altijd een familienaam hebben gehad. Maar die veranderde op een gegeven moment van Duim in Doem. Men denkt a a n het Oost-Fries voor „duim" en dat zou dan een heel klein kereltje kunnen zijn geweest." Melchers: „Alle aanwijzingen gaan in de richting dat de naam Melchers komt van Melchior, de aartsengel, en de oorsprong van mijn familie zou in noordelijke richting, Groningen en zo, gezocht moeten worden. De grote vraag bij mijn naam is of die s er terecht achter staat of niet. In Duitsland komt die namelijk heel veel voor zonder s. Dat zou een samenloop met Schiedam kunnen zijn, waarheen door een afsplitsing families Melcher gingen wonen: daar bestaat een Weinbrennerei met Melcher's R a t op het etiket." Brunsting ontdekte het gehucht Brunsting bij Bellen in Drente en constateerde dat daar vele van zijn verre voorouders geboren en getogen zijn. „Waar ik niet zeker van ben is wat er n u het eerst was, de naam van het gehucht of de familienaam. In 1617 was er een stuk van de verschillende eigenerfden van Drente a a n de toen-

vens verzameld. Wat is de functie van de werkgroep aan de VU? Die blijkt voor onze gesprekspartners vooral te zitten in het vlottere en directere contact dat je als VUwerknemers met elkaar k u n t hebben. „Dat werkt procesversnellend," aldus de heer Duim. „Steeds weer wordt aangetoond hoe enorm waardevol het is als je mede-genealogen ontmoet, die je dan op allerlei verschillende zaken kunnen wijzen." En over beroepsgenealogen gesproken. Duim: „We hebben ook zo iemand in ons midden. Dat is de heer Kuyt die bü erfelijkheidsleer a a n de medische faculteit werkt. We wisten natuurlijk wel dat er een nauw verband tussen genealogie en de erfelijkheidsleer bestaat, maar niet dat er een beroepsgenealoog op de VU bestond." Eens per maand op woensdag aan het eind van de werkdag komen de VU-genealogen bü elkaar. Aanvankelijk was het een gezellig vergaderuurtje waarin gegevens werden uitgewisseld en men het genealogisch élan bü elkaar aanwakkerde. Sinds deze maand geeft de werkgroep echter een mededelingenblad van bescheiden omvang uit. „Daarin kunnen we de zakelijke mededelingen kwijt en dat uurtje kunnen we dan a a n wat anders gaan besteden, bijvoorbeeld om nieuwkomers wegwijs te maken," zegt de heer Brunsting. Over nieuwkomers heeft het drietal hoge verwachtingen. Duim: „Ik denk dat we binnen de VU gemakkelijk 100 tot misschien wel 150 leden zullen kunnen krijgen."

Het bestuur van de werkgroep genealogie. V.l.n.r. secretaris Joh. Th. Melchers, lid O. Brunsting en voorsitter A. F. E. Duim. (Foto AVC/VU). moeder een statenbijbel gekregen en zoals u weet staan in statenbijbels vaak aantekeningen over de samenstelling van het geslacht. Ongeveer tegelijkertijd kreeg mijn vader een brief van een verre nicht uit Amerika die kennelijk bezig was familiegegevens bij elkaar te harken. Mijn vader vond het goed voor mijn Engels als ik de brief beantwoordde, want hij beheerste die taal niet. Ik beantwoordde de brief en daar ontstond een hele correspondentie uit, die ik n u nog heb". En dan met een blik van verwondering over iets wat hijzelf toch niet helemaal verklaren kan. „Tlja, en dan ga je steeds verder. Ik 2ieg weleens: een genealoog komt nooit klaar, want een mens heeft twee ouders, dus als je één antwoord hebt gevonden, heb je meteen weer twee vragen. Je begint met de stamboom, dus in de rechte lijn, de mannelijke nakomelin-

malige landsregering over de benoeming van een drost. Dat werd voor het kerspel Bellen ondertekend door vijf mensen die „Brunsting" zouden hebben kunnen heten. De naam werd op vijf verschillende manieren geschreven. „Bruns" wordt wel uitgelegd als bruin, afgeleid van bruin water, zoals dat in de veenkoloniën in de beekjes voorkwam, en de toevoeging „ing", gebruikelijk in Drenthe, is een oud-Grermaanse."

„Procesversnellend" Er zijn maar weinig beroepsgenealogen in ons land. Het aantal amateurs is beduidend groter. Velen zijn lid van de Nederlandse Genealogische Vereniging, die sinds 1946 bestaat en tegen de 6000 leden telt. Twee van onze gesprekspartners zijn dat ook. In het verband van de genealogische vereniging is een schat a a n gege-

In het blaadje staat precies welke familienaam elk werkgroeplid in de eeuwen terug a a n het zoeken is. Die n a a m hoort onder de eigen voorouders. Werkgroepvoorzitter Duim: „Amateurgenealogen zijn per definitie individualisten, die alleen met h u n eigen geslacht bezig gaan. Maar dat is ook wel zo boeiend." Woroen er ook genealogische pwblikaties door de werkgroep overwogen? Brunsting: „Die gedachte hebben we in het begin zeker wel gehad, maar n u is die even vooruit geschoven. Dat komt nog wel. Ons blad „Ter Informatie" is een eerste probeersel. Voorlopig is het een mededelingenblad, m a a r dat kan uitgroeien tot een blad voor publikaties." De heer Duim zegt te weten dat de Delftse TH-genealogen eens in de twee, drie jaar een kwartierstatenboek uitgeeft. „Daar hebben wij ook a a n ge-

dacht". Wat niet is kan komen. Zover is het op de VU nog niet. Als je lid bent van de personeelsvereniging k u n je tot de werkgroep toetreden. Leden kunnen, als ze dat willen, tijdelijk een circulatiemap mee n a a r huis nemen met daarin een aantal actuele genealogische tijdschriften met namen als „Brabantse Leeuw", „Grens Nostra" en „Ons Voorgeslacht". Ook zit er het nieuwere blad „Stambomen en computers" bij. Dat kost hen vijftien gulden per jaar. Duim: „We bekostigen de abonnementen zelf. Of de tijdschriftuitgevers dat zo leuk vinden? Nou ja, er zijn verscheidene mensen die er privé al op geabonneerd zijn." Brunsting brengt n a a r voren dat mensen die dat nog niet zijn er misschien toe komen om zichzelf te abonneren. Zoiets geldt volgens hem ook voor de werkgroep versus de Nederlandse Genealogische Vereniging. „Werkgroepleden die dat nog niet zijn, worden misschien op den duur ook lid van de landelijke vereniging." Maar dat is niet goedkoop. Met subsidie van de personeelsvereniging is de werkgroep aan de opbouw van een bibliotheek begonnen met o.a. handleidingen voor geneaologisch onderzoek.

Gemakkelijk begin De genealogie is een hobby waar je gemakkelijk mee k u n t beginnen. Veel geld hoeft het ook niet te kosten en de tijd die je eraan wilt besteden hangt vooral af van het plezier dat je erin hebt. De heer Duim: „Het eerste wat je moet doen is nagaan of je geslacht al is onderzocht. D a t is vrij eenvoudig. Er is een genealogisch repertorium van alle geslachten die in ons land zijn beschreven. Dat is tot 1972 bijgewerkt. Men is bezig a a n een nieuwe druk, alt h a n s een supplement dat tot 1980 moet lopen. Dat repertorium wordt verzorgd door het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag, een rijksinstelling." En over de kosten: „Sinds 1972 heeft het mij, denk ik, niet meer dan ƒ 275 gekost en ik ben daarvoor met mijn eigen geslacht teruggekomen tot pakweg 1620, met dat van mijn vrouw tot 1500 en met dat van mijn moeder tot 1400. De gegevens heb ik veelal verkregen door contacten met anderen die kwartieren hebben. Kijk, daarom is meedraaien in zo'n werkgroep zo van belang." Grenealogen kennen zo h u n eigen problemen. Een daarvan is dat ze op een goed moment stuiten op oude handschriften die ze niet kunnen lezen. Dat maakt het noodzakelijk er een cursus oudschrift voor te volgen. Ook wordt het speurwerk in de periode vóór 1800 moeilijker omdat er dan nog geen burgerlijke stand is. „Maar dan k u n je er met behulp van doop-, trouw- en begraafboeken die de kerken bijhielden wel uitkomen vaak," zegt Brunsting. „Hoewel, die boeken zijn niet allemaal bewaard gebleven. Door kerkbranden en kerkbesturen die de noodzaak van bijhouden ervan niet meer zo inzagen." In de voor-Napoleontische tijd is het met de achternamen overigens nog een beetje een rommeltje. Brunsting: „Er waren toen echter al wel talloze geslachten die een naam hadden die zo successievelijk was ontstaan, maar die werd soms heel verschillend opgeschreven, zoals in 1617 met dat geschrift waarover ik het straks had en waarin de naam Brunsting vijf maal verschillend voorkwam." Voor de genealoog geldt niet „Alle Menschen werden Brüder". Hij zegt: ze zijn het voor een groot deel al. Alleen moeten we dat „nog even" in kaart brengen. Brunsting: „Vroeger woonden er veel minder mensen in ons land. Neem de tijd van Karel de Grote. Al die mensen die hier n u rondlopen moeten veel meer familie van elkaar zijn dan men zou denken." Hij likkebaardt: „Als je zover terug zou kunnen gaan, zou dat fantastisch zijn, maar zoveel is er niet beschreven in die oude eeuwen." wie genealogische interesse heeft kan zich wenden tot de voorzitter van de VU-weriigroep A. F. E. Duim, k. 1B-4E, Hfdgeb., tel. 3689 of de secretaris J. Th. Melchers, k. 1E-S5, Hfdgeb., tel.4359.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 97

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's