Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 37

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 37

10 minuten leestijd

5

AD VALVAS — 31 AUGUSTUS 1984

Verwarrende toekomst voor SSH's studenten gaan steeds hogere eisen aan hun huisvesting stellen, maar krijgen tegelijkertijd steeds minder geld om hun wensen op dat gebied te vervullen. Met deze tegenstrijdige ontwikkelingen worden de Stichtingen Studenten Huisvesting (SSH's) in de komende decennia geconfronteerd. Maar dat is niet het enige probleem. Zij moeten er ook rekening mee houden, dat het aantal jongeren, en dus ook het aantal studenten, n a 1990 drastisch kleiner gaat worden en dat zij een toenemende concurrentie zullen ondervinden van andere woningcorporaties. Dit, gevoegd bij allerlei ontwikkelingen in het wetenschappelijk onderwijs die ook h u n effecten op de woningmarkt hebben, betekent, dat de SSH's voor een verwarrende toekomst staan. Dit blijkt uit het rapport „Studentenhuisvesting tussen vraag en aanbod" dat door drs. J. J. M. Laumen voor het Gezamenlijk Overleg Studentenhuisvesting (GOS) is opgesteld. Het rapport dient als achtergrondinformatie voor een aantal studiedagen van het GOS onder het motto „Hoe halen de SSH's hetjaar 2000." Eén daarvan, op 16 oktober in de aula van de TH Delft, is ook voor niet-GOS-leden bestemd. In de komende tijd, zo constateert Laumen, worden de 13 SSH's, die

Instroom naar lerarenopleiding tweede fase beperkt Onderwijsminister Deetman vindt dat het landelijk aantal studenten dat jaarlijks tot de tweede fase lerarenopleiding kan worden toegelaten ver onder de 1.400 moet liggen. Het getal van 1.400 studenten per jaar is genoemd in een advies, dat de Academische Raad (AR) in mei van dit jaar uitbracht. De problemen rond de universitaire lerarenopleiding concentreren zich n u rond de vaststelling van de instroom en rond een taakverdeling in het wetenschappelijk onderwijs. Dit blijkt uit een brief die de minister medio juli a a n de universiteiten en hogescholen zond. Daarin kondigde Deetman a a n dat hij de definitieve versie van zijn Beleidsnota over de universitaire lerarenopleiding „binnen enkele dagen" a a n de Tweede Kamer zou aanbieden. Uit het feit dat dat nog steeds niet is gebeurd kan worden afgeleid dat de beide problemen nog niet van de baan zijn. Minister Deetman lijkt n u definitief te zijn teruggekomen op zijn oorspronkelijk voornemen om de eerstegraads lerarenopleidingen volledig n a a r de Nieuwe Lerarenopleidingen (NLO's) over te hevelen. De verantwoordelijkheid voor het verlenen van de onderwijsbevoegdheid wordt in een recente concept-versie van de beleidsnota ondergebracht bij samenwerkingsverbanden, waarin zowel universiteiten, NLO's als middelbare scholen deelnemen. De duur van de tweede fase opleiding wordt in dat concept bepaald op een jaar. Gedurende een helft van dat jaar zal de student op een school voor middelbaar onderwijs een „in service"-training volgen; de andere helft van de opleiding vindt voor driekwart op de universiteit of hogeschool en voor een kwart op een samenwerkende NLO plaats. Voor aandeel van de participerende middelbare scholen staan vergoedingen tot een bedrag van 5,7 miljoen gulden per jaar beschikbaar. Dat bedrag zou aan de scholen als geheel worden uitgekeerd en niet - zoals in het

Jos Veldhoven (UP, Delft)

tere studie als gevolg van de tweefasenstructuur zal echter het totaal aantal studenten al vanaf 1986 fors beginnen te dalen. Daumen schat dat er in 1990 26 pet. minder studenten zijn dan in 1983. Zo zal de TH Delft in 1990 nog maar 8900 studenten herbergen, tegen 11200 nu. Het studentenverloop in het HBO volgt overigens meer de demografische ontwikkeling.

Afnemende vraag

samen ongeveer 40.000 wooneenheden beheren, geconfronteerd met een aantal ontwikkelingen die de vraag naar woningen drastisch zullen beïnvloeden. Zo zal het aantal jongeren (van 18 tot en met 29 jaar) tot 1990 nog toenemen, maar daarna fors .§aan dalen. In 2000 zijn er naar schatting 19 pet. jongeren minder dan nu. Parallel daaraan stijgt ook het aantal huishoudens in de lagere leeftijdscategorieën tot 1990 om daarna af te nemen tot in 2000 het zelfde niveau is bereikt als in 1980. Wel zal de samenstelling van deze huishoudens geheel anders zijn, omdat vooral het aantal ongehuwden sterk toeneemt. Deze demografische ontwikkeling heeft tot gevolg dat ook het aantal eerstejaars tot 1990 stijgt en daarna afneemt. Door de kor-

Door het dalend aantal studenten neemt natuurlijk de vraag n a a r woonruimte af. Door de verkorting van de inschrijvingsduur zal echter ook de gemiddelde leeftijd van de studenten dalen. Aangezien die wat andere woonwensen hebben dan h u n oudere soortgenoten, heeft dit invloed op de soort woningen die wordt gevraagd. Een belangrijke invloed op de vraag n a a r wooneenheden heeft de inkomenspositie van de studenten. Gezien de plannen op het gebied van de studiefinanciering en de forse kortingen op de individuele huursubsidie, ziet het er voor de studenten bepaald niet rooskleurig uit. Nu al bedragen de gemiddelde woonlasten vaak meer dan 30 pet. van het inkomen. Omdat ook de inkomens van werkende en werkloze jongeren voortdurend onder druk staan.

verwacht Laumen een sterke toename in de vraag n a a r goedkopere kamers onder een gelijktijdige afname van de vraag n a a r duurdere wooneenheden. Daarnaast zullen minder studenten een beroep doen op de SSH's, omdat zij, indien mogelijk, langer thuis blijven wonen. Die slechtere inkomenspositie kan er verder toe leiden dat steeds meer jongeren part-time gaan studeren of een cursus a a n de Open Universiteit gaan volgen. Het aantal dagstudenten dat een beroep doet op de SSH's daalt hierdoor nog verder. Terwijl het inkomen daalt, worden de eisen die aan de huisvesting gesteld worden steeds hoger. „De oudere studentenflats, met gemeenschappelijke voorzieningen, lijken niet meer aan de wensen te voldoen," zo constateert Laumen. Meer in trek zijn de wooneenheden met zelfstandige voorzieningen. De overheersende voorkeur gaat echter uit naar het vrije huis. Ook Laumen constateert een „wooncarrière" bij studenten. „In de meeste gevallen start men in een hospita-kamer of een kleinere kamer in een vrij huis. Indien mogelijk, kan het ook een studentenflat zijn. Naarmate men ouder wordt wil men zelfstandiger en groter gaan wonen. Sommigen kiezen dan voor een grotere ka-

mer in een vrij huis, anderen voor een zelfstandige wooneenheid van de SSH of van een andere verhuurder, terwijl nog anderen n a a r een woning zullen zoeken," schrijft hij in zijn rapport. Niet-studerende jongeren hebben overigens een wat ander wensenpatroon. Zij blijven over het algemeen wat langer thuiswonen en hebben daarna een duidelijke voorkeur voor een kleine zelfstandige woning.

Concurrentie De SSH's worden ook steeds meer geconfronteerd met concurrentie van andere woningcorporaties. Niet alleen gaan die steeds meer wooneenheden voor één- en tweepersoonshuishoudens bouwen, zij gaan ook steeds meer dure en dus moeilijk verhuurbare woningen opsplitsen in kamers en die afzonderlijk verhuren a a n studenten. Dit is volgens Laumen een alternatief voor het wonen bij de SSH's, dat tegemoet komt a a n de woonwensen van studenten. Maar, stelt hij, het moet nog blijken dat dit kamergewijs verhuren een blijvend fenomeen is, omdat n u leegstand van duurdere woningen en weinig in trek zijnde flats de drijfveer achter deze manier van verhuren is. Willen de SSH's de concurrentie met de woningcorporaties in de toekomst aankunnen, dan zullen zij zich op een breder publiek dan alleen maar studenten moeten gaan richten, zo concludeert Laumen.

verleden gebruikelijk was - a a n de begeleidende leraren.

IrP^^X

Universiteiten en hogescholen hebben zich bereid verklaard tot zowel een taakverdeling als een reductie van de Instroom. In het AR-rapport van mei wordt Nederland verdeeld in vijf „verzorgingsgebieden": vier geografische regio's plus een landelijk protestants-christe-lijk gebied voor de Vrije Universiteit. De jaarlijkse instroom die werd berekend door de AR bedraagt 1400 studenten. Volgens ingewijden wil het ministerie op het ogenblik echter niet meer dan een totaal van 800 studenten jaarlijks tot deze tweede fase opleiding toelaten - in elk geval zou het aantal „niet met vier cijfers worden geschreven". Bij een dergelijk laag aantal rijst de vraag of vijf verzorgingsgebieden niet te veel is. Nijmegen - dat samen met Eindhoven en Tilburg is ingedeeld in de regio „ZuidOost" - leidt bij voorbeeld op dit ogenblik jaarlijks rond de vierhonderd studenten op tot een onderwijsbevoegdheid. Na de taakverdeling en de door het ministerie beoogde reductie zou dat aantal zeker niet boven ruim honderd uitkomen. Als het totaal aantal studenten dat tot de tweede fase wordt toegelaten onder de duizend ligt lijkt een verdeling in drie gebieden - twee bijzondere en een openbaar - eerder voor de hand te liggen. Maar dan wordt de spoeling voor de rijks-instellingen uiteraard erg dun. Wat het effect van de beoogde maatregelen op de werkgelegenheid van de universitaire vakdidactici en algemeen onderwijskundigen zal zijn is moeilijk te voorspellen. De duur van de opleiding wordt aanzienlijk verlengd, maar daar tegenover staat een zeker niet minder aanzienlijke afname van de aantallen studenten die worden toegelaten. Een betrokkene wees echter op het feit dat studenten „oude stijl" de mogelijkheid hebben om de huidige lerarenopleiding tot 1988 te volgen, mits zij zich daarvoor voor het begin van het studiejaar '86/'87 inschrijven. De negatieve effecten van de invoering van het nieuwe stelsel zouden daardoor over enkele jaren kunnen worden uitgesmeerd, zodat in theorie de mogelijkheid bestaat om het aantal gedwongen ontslagen tot een minimum te beperken. Maar dan zal wel een adequaat sociaal plan opgesteld moeten worden. (Jos Speekman,

Nijmegen)

Een swingend optreden van de band Slauerhoff vorige week maandagmiddag afsluiting van het middagprogramma van de Sociale Introductie, (foto AVC/VU)

Tijdens Firato en straks mogelijk regelmatig

VU 's nachts op de kabel N

Tijdens de Firato zal de VU 's nachts programma's op het Amsterdamse kabelnet gaan zetten. Het ligt in de bedoeling dat de programma's thuis met de video opgenomen worden, om de volgende dag, „of wanneer U maar wilt", te bekijken. Voor de goede orde: het betreft een demonstratie, minister Brinkman heeft de VU immers eerder dit jaar verboden dit soort programma's uit te zenden. Bij het ter perse gaan van dit nummer werd trouwens bekend dat de Tweede Kamer de motie-Scholten heeft aangenomen, die de kabelnetten in ons land wil opengooien voor educatieve doeleinden. Het is echter nog maar de vraag of Brinkman die motie zal uitvoeren. Een keuze uit het aanbod: Zaterdag 1 september, 2.00 u u r (dus heel vroeg): „Tele-informatie", over de vraag hoe een maximale communicatievrijheid op de kabel gerealiseerd kan worden (25 min.) en om 3.05: „Crisis in de Kinkerbuurt', verslag van opzet en verloop van een manifestatie rond werkloosheid.

Dinsdag 4 september, 2.00 uur: „Opening Academisch J a a r aan de VU", een opname van de gebeurtenis op 3 september (60 min.). Tot slot op donderdag 6 september, 2.00 uur: „Mimetherapie en myofeedback", over enkele therapieën voor revalidatie van patiënten met een gezichtsverlamming (26 min.) en om 2.45 u u r (15 min.): „Gevangen verbeelding" van VUcriminoloog Bianchi, die in een persoonlijke „verbeelde" visie op de Bijlmerbajes vraagtekens zet bij gevangenisstraf. Voor een volledig programmaoverzicht dient men contact op te nemen met de dienst Pers en Voorlichting a a n de VU.

in het amfitheater,

Eerstejaars kritisch bi] keuze kamer

ter

Terwijl het kamerbureau van de SRVU zeventig kamers vacant heeft, groeit de wachtlijst voor een kamer op Uilenstede of één van de studentenhuizen in de stad van de SSH, de Stichting Studentenhuisvesting. Een jaarlijks terugkerend verschijnsel, waarbij de verwendheid van de eerstejaars één van de oorzaken van de paradox lijkt. Van de SRVU-kamers zijn de meeste in Amstelveen of de Bijlmer gelegen en de student die graag een eigen kamer met douche, keuken èn in de binnenstad wil hebben vindt daar niets van zijn gading. Toch is de wachtlijst voor de flats van Uilenstede, waar allesbehalve ruimte voor privacy is, het langst. De SSH verwacht de huidige lijst van ongeveer 250 kamerzoekenden binnen zes maanden weggewerkt te hebben. Vergeleken met vorig jaar rond deze tijd is er allesbehalve reden tot zorg. Toen was de wachtlijst twee keer zo lang en kon iedereen binnen het jaar aan woonruimte geholpen worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 37

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's