Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 185

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 185

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 16 NOVEMBER 1984

9

De stedebouwkundige dialectiek van Jan Vrijman wel erg simpel

vorming ook daarin een dialectische ontwikkeling zal hebben doorgemaakt. En ja hoor, hoogbouw in de binnenstad mag best.

„Er is niks mis met de stad'' Is er iets mis met de stad? Niks mis met de stad. Daarmee kan per definitie niks mis zijn. De stad is de plek, waar alles gebeurt of dat nu negatieve of positieve dingen zijn. Alles, wat tot cultuur leidt in de ruime betekenis van het woord. Botsingen, choques des opinions, choques des gestes, zoals bü mensen die met elkaar naar bed gaan, allemaal prima. Confrontatie, dat is 't waar de stad het van moet hebben. De cineast-journalist Jan Vrijman spreekt. Het is 24 oktober half vier. Er wordt een begin gemaakt met de cyclus van het Vormingscentrum over stedebouw en architectuur 'Het verval gekeerd?'. „Ik hou van het t u m u l t van de stad en - in filosofische zin - zelfs van zijn verloedering. Zijn het immers niet de vuilnisbelten waarop de mooiste rozen bloeien? Ik kan me niet voorstellen, dat cultuur ontstaat op synthetisch agrarisch plattelandsgebied. K u n s t ontstaat vooral in de stad. En de samenleving zou ten gronde gaan als de stad te gronde gaat. De romanticus Vrijman houdt veel van zijn stad en je krijgt sterk de indruk, dat die liefde zijn filosofie heeft bepaald. Van huis uit een brave socialist maar als de tegenstellingen in de stad groot worden dan liever maar wat meer dialectisch gedacht. Dan k u n je weer van die stad houden. Het is echter meer de dialectiek van de anarcho-liberaal dan van de marxist en dan nog hoofdzakelijk in esthetische zin. E r zit overigens zeker logica in zijn denken. Steeds is immers weer gebleken, dat elke periode in de geschiedenis van Amsterdam zijn eigen soort gelijk had en dat elk gelijk weer zijn ongelijk opriep. We volgen het verhaal van Vrijman. Eind vorige eeuw trok de industriële revolutie veel SErmen van het platteland naar de stad, waar werk was. Er werden in hoog tempo massa's woningen uit de grond gestampt. Wijken als de Püp ontstonden. Dicht op elkaar gebouwde woningen van lage kwaliteit en met lage huren vlakbij de fabrieken in de stad. Het harde gelijk van de kapitalistische ondernemers.

Jaap Kamerling den flats de grond uitgestampt. Hadden de sociaal-democraten van vóór de oorlog onmiskenbaar morele intenties met h u n bouwen - de huizen van de Amsterdamse school hadden kleine ramen zodat de arbeider niet uit het raam kon hangen en het contact met de ordinaire straat werd geminimaliseerd - na de oorlog ontbraken die evenmin.

Licht, lucht en ruimte Licht, lucht en ruimte werd het parool en dat natuurlijk niet in de benauwde binnenstad en zijn fabrieken maar buiten aan de rand van de stad vlakbij de nat u u r . De gewone man moest zich gezond kunnen bewegen in een

arm' die een volledige kaalslag van de buurt, gevolgd door geometrische nieuwbouw, wist te voorkomen. De licht, lucht en ruimte-bouw bleef beperkt tot de Roomtuintjes. Toen die gebouwd waren werd het stadsvemieuwingsproces getransformeerd in een vernieuwing van de b u u r t stukje voor beetje met handhaving van het oude stratenpatroon en zoveel mogelijk met behoud en herstel van de bestaande woningen. Vrijman ziet beide manieren van stedebouw - die van grootschalige, ruime nieuwbouw aan de rand van de stad zoals in Osdorp en die in de Dapperbuurt - als bijdragen aan de stad. De ene bouwwijze had zo zijn gelijk n a het enorme woningverlies van de oorlog maar de andere óók als architectuur die recht deed aan het vertrouwde karakter van de b u u r t en de inspraak van de buurtbewoners. Over die inspraak toont Vrijman trouwens een opvallend optimisme. „De b u u r t kreeg het voor het zeggen" horen we de commentator van een filmpje van Vrijman vertellen. Ook al verzwijgt Vrijm a n niet de frustraties van die inspraak, even krijgen we toch het idee met een propagandafilmpje van de gemeente Amsterdam van doen te hebben.

Truttigheid Inspraak is trouwens toch al niet

pacte stad heet dat. Zijn voornaamste bezwaar tegen slaapsteden aan de rand van Amsterdam is, dat het wonen er zo saai is. Wonen en werken is volledig gescheiden, en die functiescheiding maakt de woonwijken levenloos en steriel. Zagen de sociaal-democraten van de vijftiger en zestiger jaren die scheiding nog als voorwaarde voor gezond wonen, in de jaren zeventig kwam daarop de reactie. Mét de nadruk op respect voor het bestaande sociale weefsel van de oude b u u r t kwam de wens op de kleine bedrijven in de b u u r t te behouden. Op die manier behield je een levendige stedelijke omgeving in plaats van het scheppen van een onechte kneuterige dorpssfeer. Zo handhaafde je ook de economische structuur van de stadsbuurt en zijn veelsoortige werkgelegenheid. Punctiemenging dus als waardevolle bijdrage aan de stad. Ook functiescheiding zoals vergaand doorgevoerd in bij voorbeeld de Bijlmer ziet Vrijman echter als historisch bepaalde bijdrage aan de stad.

Bijlmer De plannen voor de Bijlmer lagen al vóór de oorlog op tafel, vertelt hij. Het zou een prachtige wijk worden met veel groen en zonder verkeersoverlast. Een echte socia-

Geen blauwdruk Vrijman blijkt uiteindelijk ook een onverbeterlijk optimist. Hij heeft geen blauwdruk van hoe de ideale stad eruit ziet. De mensen weten er altijd wel weer het beste van te maken, gelooft hij heilig. Als het maar niet truttig wordt en alles er kan gebeuren. Vrijheid, blijheid. Dat klinkt tamelijk liberaal en zelfs een beetje anarchistisch. Even later schrikken we echter op als we hem tenslotte toch een verheven droombeeld horen dromen: dat van een socialistische woningbouw, gedragen door een grote, desnoods utopische gedachte. Architectuur met een symbolische functie. Waar blijft n u die mooie esthetische dialectiek van actie en reactie en als er maar confrontatie is.

Hoogbouw

Haussmann

J a n Vrijman geeft nog een aantal voorbeelden van die dynamische ontwikkeling van de stad waarbij elke fase zijn eigen bijdrage heeft geleverd aan de kwaliteit ervan. In de Tweede Wereldoorlog worden honderdduizend woningen verwoest en vijfhonderdduizend zwaar beschadigd. In de wederopbouwperiode daarna worden ter compensatie en om de geboortegolf te reguleren honderdduizen-

Moeten we in slaapsteden die confrontatie misschien zelfs wel oproepen door omstreden kunstwerken aan te brengen. Nee, dat vindt Vrijman artificieel, al zou het natuurlijk mooi meegenomen zijn. In zulke steden k u n je spontaan alleen nog maar een revolutie van verveelde groene weduwen verwachten en dat zal dan niet komen door de inspirerende vormgeving van de woonwijk.

Maakt de romantische anarchist hier toch weer een knieval voor het utopisch socialisme met zijn mooie plannenmakerij van de tekentafel? Ik vraag hem of hij die utopie, eenmaal gerealiseerd, niet erg saai zou vinden. Eigenlijk wel, moet hij toegeven. Gelukkig maar want socialistische utopieën vormen niet de sterkste denkprodukten van de Amsterdamse sociaal-democraten. Alt h a n s van die van n a Wibaut. Aan een tweede Bijlmer of Dapperbuurt a la Roomtuintjes bestaat weinig behoefte.

Dat gelijk wordt in de jaren twintig gevolgd door het gelijk van de sociaal-democraten als Wibaut, die de arbeiders mooiere woningen en een betere leefomgeving gunnen. De actie van de kapitalisten roept de reactie van de socialisten op en in die dialectiek lééft een stad stedebouwkundig.

Voor Vrijman lijkt eigenlijk alles mooi als er maar actie en reactie dialectiek - is. Dat is het wezen van de stad. Het Parijs van keizer Napoleon was een web van nauwe stegen met armoedige woningen. Ter meerdere glorie van de keizer en om beter met zijn leger te kunnen manoeuvreren en zo het gepeupel onder controle te houden brak architect Haussmann grote delen van de stad af en bouwde zijn brede boulevards. De armen werden verbannen n a a r nieuwe huurkazemes aan de rand van de stad. Toen een staaltje van overheidscontrole en onderdrukking, n ü een stedebouwkundige concept, dat alom bewonderd wordt. P u u r esthetisch gezien een aardige stedebouwkundige dialectiek van actie en reactie. Confrontatie en dialectiek, de essentie van de stad. Een bewijs van zijn vitaliteit.

De Stopera bij voorbeeld zal straks nog een parel van architectuur blijken te zijn. We hopen, dat hij hoogbouw aan de IJoevers, na de weliswaar fraaie maar wel te laag uitgevallen woningbouw van Rem Koolhaas ook mooi zal vinden. Vrijman vindt dat ook. We worden toch een beetje bang, dat straks alles mag in naam der dialectiek. Als er maar botsing van meningen is of 'choque des gestes'. Lelijke gebouwen neerzettn is met erg, horen we de cineast later zeggen. Dat roept immers discussie op en daarvan lééft een stad.

Sloop van de Bonifaciuskerk in de Oosterparkbuurt. Op dese plaats komt een bejaardencentrum De sloop maakte veel emoties in de buurt los. (Foto Bram de Hollander) ruime, lichte omgeving. Oude stadswijken moesten weggesaneerd worden en volledig platgeslagen zodat er voor in de plaats rijen ruime flat- en eengezinswoningen konden worden neergezet temidden van veel groen. In de jaren zeventig kwam echter de reactie op deze steriele bouwwijze. De mensen gingen inzien, dat mèt de oude woonbuurt tevens het waardevolle sociale weefsel - de structuur van de b u u r t - verloren ging. De buurtbewoners vervreemdden van elkaar, de contacten werden anoniem. Actiegroepen waren er het eerst bij om in verzet te komen tegen deze aantasting van de vertrouwde stadsbuurt. In de Amsterdamse Dapperbuurt was het actiegroep 'De sterke

het grootste ideaal van deze sociaal-democraat. Vrijman wil bij de stadsvernieuwing de architect verreweg de belangrijkste stem geven. Bij teveel inspraak van bewoners loop je maar het risico van truttigheid in de architectuur. Kneuterige woninkjes met toeters en bellen. Een merkwaardige visie voor een socialist vinden sommigen naderhand in de discussie. Wat is er tegen als mensen aan de rand van de stad willen wonen in ruime woningen in plaats van in het fijnmazig weefsel van een oude binnenstad. Dat is toch een kwestie van voorkeur waar je als democraat rekening mee moet houden. Het liefst wil Vrijman echter alle Amsterdammers uit de buitengebieden terug in de stad. De com-

teriig.

listische droom als reactie op de benauwde wijken van vóór de oorlog. De Bijlmer heeft echter nooit de kans gekregen zich optimaal te ontwikkelen. De oorspronkelijke plannen zijn maar voor de helft gerealiseerd en vóórdat de Bijlmer klaar was was zij als idee reeds achterhaald. Men was immers gaan inzien dat je wonen en werken niet moet scheiden en dat een wat minder ordelijk, gevarieerd stratenpatroon veel levendiger is. „Maar als je vanuit een vliegtuig neerkijkend de Bijlmer zou filmen wat ik gedaan heb, is die stadswijk werkelijk fantastisch om te zien". We vragen ook even wat Vrijman eigenlijk van hoogbouw in de binnenstad vindt, verwachtend dat hy n a het vele geageer tegen city-

De esthetische dialectiek van J a n Vrijman vinden we echter ook wat al te simpel en vrijblijvend. Het zou helemaal niet gek zijn om eens wat meer na te denken over de stedelijke vormgeving van Amsterdam. City-vormmg bijvoorbeeld is altijd zonder enig nadenken volstrekt uit den boze gevonden. Het gevolg is dat die cityvorming met zijn kantoren en andere grootschalige voorzieningen her en der versnipperd over de stad plaats vindt. In de Bijlmer, bij de stations Sloterdijk, Amstel en Zuid. Waarom niet een wat meer geconcentreerde cityvorming op plaatsen, die heel goed grootschalige hoogbouw kunnen hebben zoals de U-oever. Angstvallig wordt elke hoogbouw uit de omgeving van de binnenstad geweerd terwijl deze verwordt tot een kneuterig Madorudam. IJoevers met fraaie ontworpen woon- en kantoortorens aan een groene promenade zouden een goede afsluiting vormen van de Amsterdamse city. Nee, stedebouwkundig zou de hoofdstad wel eens wat meer visie mogen ontwikkelen. De kleinschaligheid is in Amsterdam weer veel te ver doorgeslagen. Alleen een reactie hierop is niet voldoende. Er zou een evenwichtige synthese moeten komen van groot- en kleinschaligheid met vooral een visie erachter. Aan lukrake acties en reacties als er maar confrontatie ts in een overspannen dialectiek heeft de Amsterdamse stedebouw weinig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 185

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's