Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 133

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 133

10 minuten leestijd

AD VALVAS — 19 OKTOBER 1984

5

zelf verrichten van onderzoek is voor ons van. belang om van de nieuwste ontwikkelingen op de hoogte te blijven en zo de gasten zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen."

groep is vervangen door een radioactieve fluor. Eenzelfde principe kan gebruikt worden om een goede chemotherapie voor een kankerpatiënt op te stellen. Een groot probleem hierbij is dat niet ieder medicijn bij elke patient even goed bij de tumor terechtkomt. Met radioactief gemerkte medicijnen kan zeer snel bij een patiënt onderzocht worden welk geneesmiddel het beste op de juiste plaats terechtkomt. Het radioactieve fluor-18 wordt nu nog gedetecteerd door de hoeveelheid gamma-straling (zie kader) te meten.

Kanker

PET-camera

RNC heeft stralende toekomst

Radionuclidencentrum uniek in Europa „Kijk, hier zou een ingang voor proefpersonen komen." Enigszins teleurgesteld wijst dr. A. Hoekstra, directeur van het Radionuclidencentrum (RNC), op een nooduitgang van dit interfacultaire instituut. In de ruimte waar wij ons bevinden, enige meters onder de grond, had de directeur de Positron Emissie Tomografie (PET)-camera gedacht. Een instrument dat nog nergens in Nederland aanwezig is. „We moeten binnenkort naar België om zelf experimenten te doen, misschien dat de mensen dan gaan inzien dat zo'n voorziening in Nederland onontbeerlijk is." Tijdens de rondleiding door de laboratoria van het centrum dragen we verplicht een witte jas, dito sloffen en een stralingsmeter. „Bij het RNC wordt niets aan het toeval overgelaten," schreef de Buitenveldertse Courant onlangs. De kans om besmet te raken met het radio-actieve materiaal waarmee hier wordt gewerkt, wordt zo klein mogelijk gehouden en mocht er toch iets gebeuren, dan wordt het direct opgemerkt. De vloeren glimmen fantastisch. Dat komt niet zozeer door de verplichte sloffen, maar vooral door de speciale was waarmee het zeil is behandeld. Als er iets wordt gemorst kan het eenvoudig met was en al verwijderd worden. Het centrum is een voorbeeld van hedendaags universitair denken. De 180 onderzoekers die hier in 1983, kortere of langere tijd werk verrichtten zijn niet alleen afkomstig van de VU en het AZVÜ, maar ook van andere universiteiten en bedrijven. Het Amerikaanse farmaceutische bedrijf Byk Mallinckrodt Diagnostica heeft regelmatig een laboratorium in gebruik. Het cassettebandje waarop ons gesprek is opgenomen blijkt na afloop een storende ruis te bevatten, veroorzaakt door het geluid van de luchtverversing. Ieder uur wordt twintig maal het eigen volume van het centrum aan lucht doorgeleid. Via filters, die zeer kleine stofdeeltjes nog tegenhouden wordt de lucht weer naar buiten geblazen. Het water dat gebruikt wordt, wordt voor lozing gecontroleerd op radioactiviteit. By calamiteiten wordt het in tanks in een nog dieper gelegen kelder opgeslagen en afgevoerd naar het energiecentrum Petten. In deze kelder, waarschijnlijk het diepste punt van de VU bevinden zich ook de proefdierverblij ven voor de honden en de varkens. Als we afscheid nemen en de stralingsmeter geen radioactieve besmetting heeft geconstateerd benadrukt Hoekstra nog éénmaal het belang van het RNC als „zelfvoorzienend centrum": als de plannen doorgaan om onze huishoudelijk-technische dienst te integreren in die van W en N dan is dat het begin van het eind. Het unieke van dit centrum is juist dat we alles zelf in huis hebben, dat is onze kracht en dat moet zo blijven." In 1974 is het RNC opgericht als interfacultair instituut van de faculteiten Geneeskunde en Wiskunde en Natuurwetenschappen, met als doel het centraliseren van werken met radioactieve stoffen op B- niveau. Werken met radioactiviteit is ingedeeld in vier niveaus, het hoogste is het A-niveau, waarbij gedacht moet worden aan kerncentrales en het laagste is het O- niveau. Er zijn in Nederland meerdere laboratoria waar gewerkt wordt met radioactivitit, wat maakt nu het RNC tot een unieke instelling? Dr. Hoekstra: „Ieder universiteit heeft wel een B- laboratorium, maar het unieke van het RNC is de grootte en de opzet van het centrum. Er is in Nederland geen vergelijkbaar centrum, in Europa ook niet."

Maarten de Hoog Het gebouw is grotendeels onder de grond gesitueerd o.a. om de omgeving zo min mogelijk met extra radioactieve straling te belasten. De zitkamers, werkplaatsen en bibliotheek bevinden zich op de begane grond. Een goede voorstelling van de grootte krijgt men pas als men afdaalt in de catacomben. Bordjes op de deuren maken duidelijk waar met

rijk dat een universitair centrum als het RNC zo effectief mogelijk wordt gebruikt en zich daarom ook openstelt voor de buitenwereld. Hij is zelf in 1980 vanuit het bedrijfsleven (Organon) naar de VU gekomen en het heeft hem verbaasd hoe weinig men hier in Amsterdam geïnteresseerd is in samenwerking met de industrie: „Het transferpunt was hier als één van de laatste, andere universiteiten hebben veel langer zo'n bemiddelingspunt tussen bedrijfsleven en universiteit. Ik heb indertijd nog getracht die zaak hier wat te versnellen, maar ik heb het idee dat Amsterdam niet zo industrie-minded is." Door het unieke karakter van het RNC zijn hier natuurlijk veel mogelijkheden voor het sluiten van contracten met het drijfsleven. Men onderscheidt hierin bij het RNC twee verschillende vormen: contractonderzoek, waarbij mensen van het RCN het onderzoek verrichten en de contractdienstverlening. Van dit laatste is sprake als een bedrijf gebruik maakt van de ruimte en diensten, maar het onderzoek door eigen mensen laat uitvoeren.

Het onderzoekprogramma richt zich vooral op de zogenaamde radiofarmaca. Dit zijn chemische verbindingen waaronder geneesmiddelen waar een radioactief „label" is ingebouwd. Aan de hand van de intensiteit van de straling kan worden vastgesteld waar in het lichaam welke hoeveelheid aanwezig is. Een voorbeeld is het gebruik van radioactieve verbindingen om een tumor in het lichaam te kunnen opsporen. Kankercellen hebben een gewijzigde stofwisseling ten opzichte van gezonde cellen en sommige stoffen hopen zich op in de kankercel. Als deze stoffen radioactief „gelabeld" zijn, kan de tumor eenvoudig opgespoord worden als de plaats waar de hoogste hoeveelheid straling wordt gemeten. Zo'n stof is het fluoro-deoxyglucose, oftewel een molecuul druivesuiker waarin een alcohol-

Een medewerker van het Radionucliden-centnun bezig met het maken van een opname van radioactieve stralingin eenproefdier. (fotoAVC/VU) welke stralingsbron wordt gewerkt, wat de activiteit is en hoe hoog de besmettingskans is. De meeste laboratoria worden bevolkt door onderzoek(st)ers van diverse vakgroepen van de VU en het AZVU. Deze „hotelfunctie" is de belangrijkste activiteit van het RNC. De ongeveer twintig eigen medewerkers staan de onderzoekers met raad en daad terzijde. Dr. Hoekstra: „Ook dit maakt het RNC tot een uniek centrum, we hebben alle specialisaties in huis. Als er iets stukgaat kan de onderzoeker meteen naar boven lopen om het te laten maken. Mocht hy of zij iets speciaals nodig hebben, of de ruimte anders ingericht willen hebben dan kunnen onze technici dat uitvoeren. Meestal gebeurt dat buiten de normale werktijden om het centrum operationeel te houden. Het is onbegrijpelijk dat men dit wil afbreken door onze technisch huishoudelijk dienst te integreren in die van W en N."

Bedrijfsleven Naast de VU- mensen maken ook anderen gebruik van het centrum. Dat zijn in de eerste plaats andere universiteiten, maar in toenemende mate ook de industrie. Hoekstra vindt het belang-

Als het centrum in de toekomst in staat is sichself te bedruipen, kan het dan niet geprivatiseerd worden, waarbij men ook niet meer bang hoeft te sijn dat eigen diensten worden opgeheven? Dr. Hoekstra: „Dat is in principe mogelijk, onder bepaalde voorwaarden. Maar ik denk dat de kosten die dan verbonden zijn aan gebruik van het centrum door universitaire onderzoekers de mensen wel zouden afschrikken." Momenteel is dat niet haalbaar. Op het moment is er blijkbaar genoeg ruimte om bedrijven binnen te halen, betekent dat niet dat er een overcapaciteit is en het centrum te ambitieus is opgeset? Hoekstra: „Toen ik hier in 1980 kwam, na het vertrek van Van Zjanten, was er ruimte over. Dat heeft zich de afgelopen jaren echter sterk gewijzigd. Waren er in 1980 negentig gastonderzoekers, vorig jaar maakten meer dan 180 mensen gebruik van het centrum. We hebben voor het opzetten van ons eigen onderzoekprogramma drie plaatsen extra uit de knelpuntenruimte gekregen. Het kostte wel enige moeite en tijd om die met de juiste mensen bezet te krijgen, maar nu loopt ook ons eigen onderzoek goed. Het

Een geheel nieuwe ontwikkeling is het meten van de positron-straling (een vorm van bèta-straling, positronen zijn positief geladen electronen). Sinds enige tijd is dit mogelijk met een zogenaamde Postitron Emissie Tomografie (PET)-camera. Hoewel in andere landen al verschillende van deze apparaten staan opgesteld, loopt Nederland op dit gebied achter. Het academisch ziekenhuis heeft samen met de subfaculteit Natuurkunde en het RNC een miljoenen kostend plan opgesteld om een PET-camera aan te schaffen. Volgens Hoekstra is het RNC uitermate geschikt voor een dergelijke meetopstelling: „Als er één in Nederland komt, moet hij hier komen te staan. Hier is het best geoutilleerde centrum, we krijgen de radionucliden direct aangeleverd van het cyclotron bij Natuurkunde en in het AZVU is een vakgroep Nucleaire Geneeskunde, dus de gebruikers zitten ook om de hoek. Maar het voorstel dat we hebben gemaakt is niet haalbaar gebleken wegens de bezuinigingen. Nu gaan we zelf een eenvoudiger versie van een PETcamera bouwen. Maar ondertussen moeten wij wel naar België om te kunnen experimenteren." Heeft het niet haalbaar sijn van de PET-plannen wellicht te maken met de aanschaf door het siekenhuis van NMR-apparatuur, waarmee men soortgelijke opnames kan maken? Hoekstra: „Ja het is natuurlijk een stukje ziekenhuispolitiek. Met een NMR kan men mooiere plaatjes maken, en dat zien artsen natuurlijk graag. Maar over enkele jaren beschikt ieder groot ziekenhuis over NMR, terwijl de PET een geheel nieuwe ontwikkeling is, daar moet een academisch ziekenhuis toch ook rekening mee houden. Bovendien kan men met PET een veel dynamischer beeld krijgen van wat er zich in het lichaam afspeelt. Het had veel meer voor de hand gelegen als het AZVU eerst PET had aangeschaft en daarna de NMR. De PET-camera zou ook de aantrekkingskracht van het RNC voor de industrie nog meer vergroten."

Wat zijn radionucliden? Radioactiviteit is een begrip dat veelal in een negatieve context wordt gebruikt. Wat voor iets vreselijks zullen radionucliden dan wel niet zijn? Radioactiviteit en nucleair (het bijvoeglijk naamwoord dat is afgeleid van nuclide) worden meestal in verband gebracht met kernbommen en kernenergie. Radioactiviteit is een natuurlijk verschijnsel en we worden er continu aan blootgesteld, bijvoorbeeld door naar de televisie te kijken. Deze straling is onderverdeeld in drie categorieën, alpha, bèta en gamma in deze volgorde toenemend in doordringend vermogen. Het verschil tussen deze categorieën is de soort deeltjes waaruit de straling bestaat. Gamma-straling is in wezen niets anders dan „opgevoerd licht". Netjes gezegd: gammastraling is licht van een zeer korte golflengte. Alpha en bèta-straling bestaan respectievelijk uit Helium-kemen en electronen, bouwstenen van atomen. Van vrijwel alle elementen (waarvan er ongeveer honderd bekend zijn) bestaan diverse vormen, die verschillen in het aantal deeltjes in de atoomkern (nuclide). Sommige vormen zijn niet stabiel en vallen uiteen in andere kernen, waarbij radioactieve straling kan ontstaan. De half waardetijd geeft aan hoe snel dit gaat, dit is de tijd waarin de helft van de kernen uiteenvalt. Er zijn snelle (enkele honderdste seconden) en langzame (bijvoorbeeld tienduizend jaar) omzettingen. Voor de risico's van radioactieve straling is niet alleen de soort, maar ook de intensiteit en de duur van de straling van belang. Bü het RNC wordt vooral gewerkt met kortlevende (van enkele minuten tot uren) radionucliden, om de risico's zoveel mogelijk te beperken. De hoeveelheid afval die het RNC produceert staat in geen verhouding tot wat bijvoorbeeld een kerncentrale levert. Het RNC koopt de radionucliden van gespecialiseerde firma's en het in het artikel genoemde fluor-18 wordt gemaakt met behulp van het cyclotron van de subfaculteit Natuurkunde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 133

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's