Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 373

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 373

10 minuten leestijd

5

AD VALVAS — 15 MAART 1985

Gevolg van niet meer te verwerken onderzoeksvragen

Facultaire wetenschapswinkels in opkomst op VU naast centrale Wewi Op 25 maart wordt in de faculteitsraad van econo­ mie besloten over de oprichting van de economie­ winkel. Als het besluit positief uitvalt wordt dit de vierde (sub)facultaire wetenschapswinkel, die op de VU naast de centrale winkel gaat functioneren. De biologiewinkel en de chemiewinkel hebben inmid­ dels beiden 0,2 formatieplaats, terwijl de genees­ kundewinkel het vooralsnog met vrijwilligers moet stellen. Waarom komen er steeds meer decentrale wetenschapswinkels? Deze vraag legde Ad Valvas voor aan drs. Gerard van Westrienen van de cen­ trale winkel, Reina Pasma van de biologiewinkel en dr. Henk van der Goot van de chemiewinkel. „De wetenschapswinkel zit aan het maximum wat zijn bemidde­ lingscapaciteit betreft. Met de huidige drie mensen op twee for­ matieplaatsen kunnen we niet meer vragen verwerken" zegt Ge­ rard. Uit de „nota economiewin­ kel", die momenteel in de econo­ mische faculteit in discussie is, blijkt dat een veertigtal vragen de afgelopen anderhalf jaar zijn in­ gediend, die voor beantwoording aangewezen waren op econo­ misch onderzoek. Een reden om te streven n a a r een economiewin­ kel. Een formatieruimte van 0,2 voor de decentrale winkels blijkt erg weinig. Reina: „Met 12 a 14 vra­ gen in de map gaat het bemidde­ lingswerk enorm, langzaam en er blijft dan nog veel bureauwerk gewoon liggen." En Henk: „We hebben wat vrijwilligers die af en toe een haastklus tussendoor kunnen doen, maar als we alleen doen wat we mogen komen we met 0,2 plaats tijd tekort voor de bemiddeling." „Minister Deet­ man heeft een uitspraak gedaan dat twee tot vijf plaatsen per in­ stelling aan bemiddelingswerk besteed mag worden. Formeel zit­ ten we op de VU onder die twee formatieplaatsen. Er moet dus in principe ruimte gemaakt kunnen worden voor meer medewerkers," zegt Gerard. Naast personeelstekort zorgt ook het aantal vragen voor het berei­ ken van de maximale bemidde­ lingscapaciteit. De wetenschaps­ winkel is redelijk bekend. Er zijn inmiddels ongeveer 2500 poten­ tiële klanten aangeschreven en er komt n u publiciteit doordat er wetenschapswinkelrapporten uitkomen. Ook staat de weten­ schapswinkel soms in gemeente­ lijke gidsjes en dergelijke ver­ meld. Een probleem bij het geven van publiciteit is dat niet precies bekend is wat de potentiële klan­ tenkring is. Actiegroepen en buurtorganisaties zijn op de een of andere manier wel geregis­ treerd, maar er zijn ook veel par­ ticulieren met vragen van alge­ meen belang. In de beginsituatie kwamen de vragen vooral van mensen en groepen die aange­ schreven waren, maar n u blijkt dat ook mensen direct schrijven of bellen. Met het beantwoorden van de binnengekomen vragen zijn meer problemen. Er zijn verschillende soorten vragen. Zogenaamde en­ cyclopedische vragen kunnen in principe door wat heen en weer bellen of door even in de boeken­ kast te duiken beantwoord wor­ den. „Het record is zo'n beetje, maandag de vraag binnen en woensdag het antwoord de deur uit. Maar dat is dan ook wel een record," aldus Henk.

Tijdgebrek Moeilijker ligt het met vragen die uitgebreid literatuur­ of experi­ menteel onderzoek vragen. Een aantal vragen blijven een tijdje liggen, omdat er op dat moment niemand aan kan werken. Ge­

I

Jos van der Schot rard: „Een wetenschappelijk me­ dewerker wil voor een kleine vraag nog wel een middag vrijma­ ken. Voor langer lopend onder­ zoek ben je al gauw aangewezen op studenten. Het moet dan maar net in het studieprogramma van de student passen als je al direct iemand ervoor vindt. Het kan ge­ beuren dat je binnen één of twee weken iemand hebt, maar er kun­

rard. „Daar zitten heel sterk in­ terdisciplinaire kanten aan. Het betekent, dat, als er onderzoekers uit verschillende faculteiten a a n werken, er veel coördinatiewerk aan vast zit. Bovendien zal het samenbrengen van deelstudies tot één voorlichtingsgids over be­ strijdingsmiddelen in de land­ bouw niet simpel zijn."

'Studenten vangen' Toch geloof ik dat dit niet de éch­ te knelpunten zijn," vindt Reina. Voor ons geldt dat begeleiding voor studentenonderzoek altijd te regelen is. Het grootste probleem is om de student te vangen. Om ze in de kladden te vatten en te zeg­ gen zou Jij dat niet even gaan doen." Zorgt een vakgroepseis om kennis te maken met sij n ondersoek niet voor een onoverkomenlijke drem­ pel om wetenschapwinkelonder­ soek in het studieprogramma te krijgen? Gerard: „Dat verschilt per facul­ teit. Bij natuurwetenschappen zijn wat minder mogelijkheden, maar bij alfa­ en gammavakken is de vrijheid groter." Reina: „Toch zijn er veel vragen die je in het kader van een scriptie wel op k u n t lossen. S criptieonderzoeken kunnen bij biologie vaak wat bre­

ding zag echter niet goed de mo­ gelijkheid om dat soort dingen in te passen. De methodieken die in het practicum opgenomen waren verschilden van de methodieken die voor ons werk nodig zijn." Reina: „Ik geloof dat we er te weinig aan doen om technieken die voor wetenschapwinkelonder­ zoek nodig zijn standaard in het onderwijs te krijgen." Een enquête onder eerste­ en tweedejaars chemiestudenten wijst uit dat er wel interesse is voor het uitvoeren van chemie­ winkelwerk. De studenten ver­ wachten echter weinig tijd ervoor vrij te kunnen maken. Ook bleek uit de enquête dat er een gebrek aan informatie over de chemie­ winkel bestaat. S tudenten wor­ den met uitzondering van de in­ troductieweek nauwelijks actief benaderd. In Ad Valvas en in de vitrine bij de hoofdingang wor­ den onderzoeksvragen bekend ge­ maakt en a a n studenten die dan interesse tonen wordt meer infor­ matie verstrekt. Over de enquête zegt Reina: „Het idee dat mensen op zich positief staan ten opzichte van winkel­ werk is heel bemoedigend. Of er iets van terecht zal komen is n a ­ tuurlijk iets heel anders. Bij ons is een behoorlijk enthousiasme bij de medewerkers. Bij de stu­

Reina: „Het onder andere onze strategie om de facultaire win­ kels te ontwikkelen. Het grootste vordeel zit hem inderdaad in het leggen van contacten binnen subfaculteiten. Je zit er dichter by dan de centrale winkel, je kent de mensen beter. Je k u n t ze in de wandelgangen aanspreken. Je weet bij voorbeeld ook hoe ze eruit zien. Als je in je centrale winkeltje achter je bureautje zit en je denkt „er moet bij medicijnen maar ie­ mand a a n gaan werken," dan weetje niet eens wie je a a n de lijn krijgt." Dan is het wel van belang dat er voorwaarden geschapen worden waaronder die decentrale winkels gaan functioneren," zegt Gerard. „De geneeskundewinkel heeft bij vorbeeld niet, zoals de chemie­ en de biologiewinkel, enige materiële en personele voorzieningen. J e ziet dan ook dat daar waar vroe­ ger een vrü grote groep enthou­ siaste vrijwilligsters was n u nog maar een paar mensen zijn over­ gebleven." „Bij de economiewinkel kan het­ zelfde gebeuren. Daar komt bin­ nenkort een beslissing over in de faculteitsraad. Als het daar niet leidt tot enige ondersteuning, hetzij door de faculteit, hetzij dat er centraal middelen worden vrij­ gemaakt voor facultaire winkels, dan denk ik toch dat dat soort initiatieven doodbloeden. Voor een economiewinkel liggen veel vragen, er wordt veel onderzoek gedaan, en er is een groep en­ thousiaste medewerkers. Er lig­ gen dus goede mogelijkheden, maar daar moeten wel voorwaar­ den voor geschapen worden."

Langlopend onderzoek Waar ook geld voor moet komen is voor langlopend onderzoek, vinden de drie winkeliers. Een betere naam ervoor is moeilijk plaatsbaar onderzoek. Het pro­ bleem met dit onderzoek is dat het niet door studenten gedaan kan worden. Een oplossing zou kunnen zijn dat het door weten­ schappelijk medewerkers wordt uitgevoerd. Deze medewerkers werken meestal in een voorwaar­ delijk gefinancierd onderzoek­ sprojekt en daar is een vraag niet altijd in te passen. Er zouden met financiën mogelijkheden gescha­ pen kunnen worden om toch een onderzoeker a a n zo'n vraag te la­ ten werken.

V.l.n.r. de centrale Wetenscliapsunnkeliers ^^"­ nen ook wel een paar maanden overheen gaan." Volgens Reina wreekt zich ook hier het gebrek aan bemidde­ lingstijd: „Het is maar zelden zo dat een vraag binnenkomt, je even gaat telefoneren en het dan geregeld is. Meestal blijft ze een week liggen, dan ga je een aantal verkennende telefoontjes plegen en vervolgens blijft de vraag nog een paar weken liggen. Dan is er zo een maand voorbij en dan ben je alleen nog maar aan het inven­ tariseren. Je hebt nog niets ge­ daan a a n de beantwoording. Tijdgebrek is niet het enige knel­ punt. Een drietal problemen maakt dat niet iedere vraag even gemakkelijk door een student uit­ gevoerd kan worden. Veelal wor­ den zeer hoge kwaliteitseisen ge­ steld. Ten tweede is de duur van een onderzoek langer dan in het studieprogramma past. Een derde belemmering is het in­ terdisciplinaire karakter van veel vragen. „Je ziet dat a a n de vraag waar we n u mee bezig zijn over bestrijdingsmiddelen," zegt Gre­

Reina Pasma, dr. Henk van der Goot en drs. Gerard van Westrie­ (Foto AVC/VU)

der zijn dan het vakgroepsonder­ zoek zelf. Dat is altijd wat een­ voudiger dan het doen van expe­ rimenteel werk." „Dat is bij scheikunde ook zo," beaamt Henk. „S tudenten hou­ den over h u n scriptie ook een col­ loquium. Vakgroepen hebben dan ook eens de gelegenheid om iets anders te horen. Daarnaast is het bij ons een keer gelukt om een experimenteel onderzoek in het studieprogramma van een stu­ dent te krijgen. De vakgroep waarbij dat is gebeurd zegt nu: „Dat hebben we gedaan, maar het moet voor ons wetenschappe­ lijk wel interessant blijven." Aan eenzelfde onderzoek in een ande­ re sloot zetten ze geen hoofd­ of bijvakstudent meer." Worden er pogingen ondernomen om het seer toepassingsgerichte ondersoek, dat voor de biologie­ en de chemiewinkel nodig is, in te passen in het studieprogramma? Henk: „Wij hebben geprobeerd om experimenten voor de chemie­ winkel in een kandidaatspracti­ cum uit te laten voeren. De lei­

denten ligt het wat moeilijker." Is het transferpunt een concurrent voor de wetenschapswinkel? „Het transferpunt wordt overal met koffie en gebak binnenge­ haald," zegt Reina geïrriteerd. Ze trekken het zondagse pak ervoor aan. Het is dan ook een club die geld in het laadje brengt. Wij moeten het hebben van de liefda­ digheid en het sociaal gevoel van de mensen. Wat je k u n t bieden is naambekendheid en een toepas­ sing voor het onderzoek. Dat moet iemand dan maar aanspre­ ken." Hoe komen j ullie dan toch aan on­ dersoekers? „De biologiewinkel heeft zich het laatste jaar nogal actief bezig ge­ houden met het benaderen van vakgroepen en dan met name op medewerkemiveau. Gewoon de afdeling opstappen en hier en daar eens een praatje maken. Dat is" gelooft Reina „toch de beste manier om de mensen te active­ ren." Is dat ook niet het grote voordeel van een decentrale winkel?

Henk: „Er wordt door de minister een hoeveelheid geld gegeven voor maatschappij gerichte za­ ken. Daaruit zou dit onderzoek gefinancierd kunnen worden. Dat zegt de minister ook, maar het rottige is dat hij de som in zijn geheel a a n de VU geeft, die het dan kan verdelen. Ik denk dat wij als wetenschapswinkel bij het college van Bestuur a a n moeten kloppen en zeggen: „Wij hebben een langlopend projekt kan dat niet gefinancierd worden'." Reina: „We moeten uiteindelijk die vraag op het bordje van het CvB droppen, maar ik denk dat het CvB dan nog wel enigszins van gedachten moet veranderen over het wetenschapwinkelge­ beuren. Er wordt wel reclame mee gemaakt, maar zodra je om cent­ jes komt vragen is het meteen wat anders gesteld. En dat is buiten­ gewoon jammer." Wie na de opsomming van knel­ punten denkt dat er niets van het wetenschapswinkelonderzoek te­ recht komt vergist zich. Van de vragen die in het eerste jaar bin­ nen gekomen zijn is n u het over­ grote deel afgehandeld. Ook de eerste grotere onderzoeken begin­ nen afgerond te worden. De loop­ tijd is weliswaar wat lang, maar er komen antwoorden op de vele vragen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 373

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's