Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 45
32e JAARGANG — NUMMER 3
7 SEPTEMBER 1984
Wetenschap en Samenleving Het Nederlanse universitaire onderwijs is nog te veel afgestemd op het opleiden voor onderwijs en onderzoek. Misschien komt nu al tachtig procent elders in de maatschappij terecht. Een interview met prof. E. J. Tuininga, hoogleraar Maatschappelijke Aspecten van de Wiskunde en Natuurwetenschappen. Pag. 3.
\A/EEKBLAD VRIJE UNIVERSITEIT Prof. Drenth: slecht propedeuse-resultaat niet afstraffen
Foto AVC/VU
Zimbabwe De VU' gaat haar ontwikkelingssamenwerking in zuidelijk Afrika uitbreiden. Met Botswana, Lesotho en Swaziland bestaan al kontakten sinds 1976, nu komt daar in 1985 hulp aan
Onderwijsresultaat niet beter na invoering twee fasen-wet Het slaagpercentage bij de propedeuse nieuwe stijl, dus na invoering van de twee fasen, wekt op de VU nog steeds zorgen, ook al is het percentage sinds eind juli gestegen tot gemiddeld 60 procent (eind '83: 53 procent). Gelukkig slaat de VU een goed figuur binnen het WO als gekeken wordt naar de percentages afgestudeerden. De laatste jaren bevindt de VU zich wat dat betreft zelfs in een relatieve toppositie. Slaagpercentages vormen echter in het algemeen maar een beperkte en onvolledige indicatie van het onderwijskundig rendement. Je moet uitkijken met het daarvan laten afhangen van middelen en formatie. Waarschuwende woorden van rector magnificus prof dr. P. J. D. Drenth bij de opening van het Academisch Jaar op de VU afgelopen maandag. Wil je, zo betoogde Drenth, als overheid beleidsmatig iets doen met die cijfers via toewijzing van middelen en formatie (de zogeheten output-financiering red.) dan zul je op z'n minst moeten zorgen voor uniforme meettechnieken bij vergelijking met andere faculteiten en universiteiten. Maar ook dan nog zijn propedeuse slaagpercentages - anders dan die bij het doctoraal - geen acceptabele basis voor toewijzing van mensen of middelen. Daarvoor
zijn die percentages immers te gemakkelijk te manipuleren en zijn er tussen universiteiten en faculteiten tè zeer uiteenlopende en oncontroleerbare factoren a a n te wijzen, die de percentages mee beïnvloeden. Bovendien kunnen kunstmatig opgeschroefde percentages kwalijke oorzaken - tè lage normen - of gevolgen - het insluipen van selectiviteit in de doctoraalfase - liebben. Drenth voegde hier onmiddellijk aan toe, dat één en ander n a t u u r lijk niet mag betekenen, dat je op het p u n t van propedeuse slaagpercentages geen actie zou moeten ondernemen. J e zou ten eerste periodieke registraties moeten gaan verrichten en die cijfers terug moeten voeden n a a r de faculteiten. De cijfers die op dit moment niet bepaald plezierig zijn n a twee jaar propedeuse nieuwe stijl in het kader van de twee fasen op de VU slechts 60 procent gemiddeld - moeten de faculteiten een voortdurende zorg zijn. In veel faculteiten kunnen de slaagpercentages belangrijk omhoog, meent Drenth, óók zonder de se-
lectieve functie van de propedeuse a a n te tasten. Verder zou je de percentages ook vanuit een centraal niveau kunnen bewaken. Bij te lage percentages zou een faculteit een goed verhaal moeten presenteren van het waarom en moeten aangeven wat de oorzaken zijn. Bij diagnose en correctie zouden de bureaus Onderwijsresearch op de universiteiten deskundige service kunnen verlenen. Propedeuse slaagpercentages zijn dus wel degelijk beleidsrelevant. Daarbij denke men echter niet primair a a n toewijzing van middelen als beloning voor hoge percentages of inhouding als afstraffing van lage. Wel aan facultair realiseren en centraal te bewaken onderwijsdeskundig beleid, gericht op een verantwoorde bijstelling van het onderwijssysteem.
VU scoort redelijk goed Prof. Drenth - zelf arbeids- en organisatiepsycholoog - hield maandag een interessant verhaal over studierendementcijfers waarvoor een toenemende belangstelling bestaat, ook bij het ministerie van Onderwijs. Minister Deetman heeft bijvoorbeeld onlangs de universiteiten extra bezuinigingen opgelegd naar rato van de rendementscijfers per instelling, gebaseerd op een analyse van de lichting van 1970 waarvan 10 jaar later nog niet de helft was afgestudeerd landelijk. De VU sprong er toen net iets gunstiger uit (48 procent toen, landelijk: 46) zodat het voor de VU goed uitpakte. De laatste drie jaren is de rendementspositie van de VU als je kijkt naar het percentage afgestudeerden over een bepaalde periode steeds beter geworden zodat
Vervolg op pag. 2
Zimbabwe bij. De VU-ervaring en persoonlijke relaties met zwarte Zimbabwianen speelden daarbij een belangrijke rol. De VU leraren in de natuurwetenschappelijke vakken helpen opleiden. Daar is een groot tekort aan. Pag. 5.
Diepenhorst „letje" wordt hij vaak, maar foutief in de volksmond genoemd. Prof. mr. Isaac Arend Diepenhorst (68) corrigeert dat in het interview dat Ad Valvas bij zijn afscheid van de VU met hem had. Het koosnaampje luidt „lekje". Een lezenswaardig portret van deze bekende Nederlander, zijn standpunten en gevoelens, op de middenpagina's 8 en 9. Foto Bram de Hollander
En verder Werken onder de allerarmsten. De laatste impressie van Maarten-Jan Pit, die verhaalt over een wijk in het Keniaanse Kisumu, waar hij als medisch student van de VU enige tijd verbleef. Pag. 16.
Positie student-raadslid faculteit iets beter De positie van studentraadsleden op de faculteiten wordt iets beter dan oorspronkelijk de bedoeling was van minister Deetman. Dat blijkt uit wijzigingen die de bewindsman in het voorstel
VU-jaarboek 'Vrede en Veiligbeid'voor Lubbers -«M-*^
>fe,
Afgelopen dinsdag kreeg minister-president Lubbers het eerste jaarboek „Vrede en Veiligheid" aangeboden door prof. dr. E. Boeker, voorgitter van de vakgroep polemologie aan de VU. Het jaarboek, informatief en opiniërend geschreven, geeft een uitvoerig beeld van de voorgeschiedenis van de discussie rondom de kruisraketten in ons land. Premier Lubbers vond het uitgeven van jaarboeken als dese een goede saak. Hij onderkende de noodsaak de Nederlandse bevolking breed te informeren over de problemwtiek. Het nu uitgekomen jaarboek '83-84 wordt gevolgd door ten minste nog drie volgende jaarboeken. Ze staan onder redactie van prof. dr. E. Boeker en drs. B. Oostenbrink, ook van de vakgroep polemologie aan de VU. De uitgave van het jaarboek is een uitvloeisel van het besluit van de universiteitsraad van november 1981 insake de kernbewapening. De raad sprak sich toen niet uit over de massa^ demonstratie tegen de kernwapens in Amsterdam, maar vond een bijdrage aan het informeren van het publiek vanuit de VU sinvol. Aan het jaarboek '83-84 is o.a. meegewerkt door de hoogleraren dr. B. Goudswaard en dr. F. Barnaby. Het is uitgegeven bij Samson, Alphen aan de Rijn, telt 278 pagina's en kost f 29,50.
voor de nieuwe wet op het wetenschappelijk onderwijs (WWO '84) aanbracht. Deetman komt daarmee tegemoet aan een aantal bezwaren van de kamer. Het wetsvoorstel, oorspronkelijk door minister Pais in 1981 ingediend, maar door minister Deetm a n in het voorjaar ingrijpend gewijzigd, moet de oude WWO uit 1960 en de wet op de universitaire bestuurshervorming (WUB) uit 1970 vervangen. Studentenorganisaties hebben het wetsontwerp bekritiseerd vanwege de geringe-
Vervolg op pag. 2 Advertentie
VU Boekhandel Drs. C. J. G. van den Burg Drs. J. M. Handgraaf Dr. R. Kranenborg Transcendente meditatie een kritische analyse Prijs ƒ 21,50 VU BoekhandelUitgeverij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's