Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 401
AD VALVAS — 29 MAART 1985
5
Tentoonstelling over Poolse arts-pedagoog
Janusz Korczak: een mensenleven voor het kind Het pedagogisch oeuvre van Korczak is aforistisch van aard en niet erg omvangrijk, maar van grote orginaliteit. Wat mij in het bijzonder treft is zijn lyrisch engagement met het kind. Hij koppelt een prachtige, poëtische stijl aan een grondige kennis van de kinderziel. Hij schrijft beeldend en toch analytisch en het is deze sieldzaam geworden combinatie van gevoel en verstand, van fantasie en observaties, waarop hij zijn visie op het kind baseert. Ik betrap me er soms op dat ik, nadat er weer zoveel eigentijdse pedagogische literatuur door mijn handen is gegaan, Korczak herlees om tot verademing te komen. Want hij appelleert niet primair aan het theoretisch-pedagogisch vernuft maar aan de eigen waarneming, intuïtie en fantasie. Beter dan via de wetenschap kunnen wij volgens hem langs deze weg het onbekende kind op het spoor komen, en ontdekken dat het „een perkament (is), dicht beschreven met heel kleine hiërogliefen, die je slechts gedeeltelijk k u n t ontcijferen". Meer dan de pedagoog van nu, realiseerde Korczak zich dat veel van het kind als mens een geheimenis blijft dat wij niet ontcijferen maar hoogstens beschrijven kunnen. En ook dat wij in onze poging iets van het kind te begrijpen nooit alleen staan, want ,Jij bezit een wonderbaarlijke bondgenoot, een tovenaar zelf, je eigen jeugd". Deze verborgen bron verschaft ons niet alleen toegang tot het kind en zijn wereld, maar bevordert ook ons respect voor zijn anderszijn. Korczak zelf was geen „ontkinderlijkt" mens. In zijn pedagogisch werk en nog meer in zijn kinderboeken is vóór alles één mens levend aanwezig en dat is het kind in Korczak zelf. Zijn respect voor het kind en zijn grondrechten is een tweede reden waarom ik me tot hem voel aangetrokken. Zo formuleerde hij in een tijd waarin kinderen nog meer dan n u geminacht werden, de Magna Charta Libertatis als grondrecht van het kind. Respect hiervoor betekent dat wij zijn zelfbeschikkingsrecht over zijn eigen dood, zijn huidige dag en zijn eigen identiteit dienen te erkennen en te laten gelden. In zijn weeshuis heeft Korczak zijn ideeen in praktijk gebracht. Niet de volwassenen maar de kinderen regeerden hier, waarbij de kinderrechtbank en het kinderparlement belangrijke organen waren in het zelfbestuur der kinderen. Natuurlijk maakte Korczak weleens fouten en deed hij kinderen onrecht, maar het antwoord op de
Bene Görtzen schuldvraag van zijn falen zocht hü in eerste instantie bij zichzelf. Bijna zijn hele leven heeft Korczak zich meer Pool dan Jood gevoeld en ook zijn kennis van het Jodendom bleef beperkt. Pas in het begin van de jaren dertig, als er een golf van Jodenhaat opwelt.
voelt hij zich voor het eerst een kruising van Pool en jood. Hij overweegt zich blijvend in Palestina te vestigen, dat hij tot tweemaal toe bezocht (in 1934 en in 1936). Na zijn reis schijnt hij te hebben opgemerkt dat hij „het liefst n u al zich zou willen terugtrekken in een klein kamertje te Jerusalem, met een bijbel, een hebreeuws leerboek en een woordenboek, met potlood en papier". Maar zijn toenemende belangstelling voor het zionisme weegt
niet op tegen zijn patriottisme en zijn liefde en verantwoordelijkheid voor de weeskinderen, die n u ook nog om h u n geloof en ras worden vervolgd. Veel wijst erop dat Korczak de mens niet los van de scheppingsgedachte zag. Toch stond hij buiten de kerk en de synagoge. Hij was meer een dakloos gelovige, die zonder tussenkomst van kerk of bijbel bad. In zijn roman „Het Salonkind" (1904) laat Korczak
een kind a a n zijn grootvader vragen, hoe hij moet bidden. Daarop antwoordt deze: „Zeg God alles wat je voelt". Ook Korczak zelf bad door met God te spreken en deze gesprekken met Hem waren steeds persoonlijk, rechtstreeks en door het gevoel bepaald. Zelfs als hy met kinderen sprak over de geheimen van het leven, over geboorte, eenzaamheid en dood, gebeurde dat vaak tegen de achtergrond van zijn eigen gevoelens tegenover God. Hij zag de mens als
een „uit stof ontstaan wezen, waarin Grod was neergedaald". Grod woont in jezelf en kennis van God is volgens Korczak dan ook niet mogelijk zonder zelfkennis. Religieuze veredelingspogingen met de bedoeling Grod in het kind te planten, wees hij af. Bekend is dat van zijn tweede weeshuis slechts zo'n twintig van de 180 kinderen de kerkdienst bezochten. Het meest treffend heeft hij zijn gedachten hierover onder woorden gebracht in 1919, toen een aantal weeskinderen vertrok en hij in een afscheidsbrief schreef: „Wij geven jullie niets. Géén God, want die moetje zelf in je eigen h a r t zoeken, in een eenzaam gevecht. Géén vaderland (...) Géén mensenliefde (...). Wy geven jullie slechts één ding: het verlangen n a a r een beter leven, dat nog niet bestaat m a a r wel eens zal bestaan, een leven in waarheid en gerechtigheid. Misschien zal dit verlangen jullie tot God, tot een vaderland en tot liefhebben brengen." Naast zijn liefde en respect voor het kind, was dit verlangen bepalend voor Korczaks leven en werk. Hierin ook vond hij het materiaal om in zichzelf een gebed te vormen. Maar zijn gebeden waren van een mens die niet bidt. Hij bad evenmin onderdanig of deemoedig, m a a r mondig; niet verzoenend en op zoek n a a r gemeenschap met God, maar strijdvaardig en soms zelfs opstandig: „Aah, met vleugels zou ik tot de hemel reiken, maar die is alleen voor ootmoedig Jou aanbiddende hielenlikkers. Maar in mij is ootmoed noch verering, slechts opstandigheid (...). Alles is laagheid , en leugen in de gespleten mens, alles behalve de klauwen en scheurtanden. Daarom grom ik n a a r Jou, als een hond (...)." Toch heeft hij zijn levenlang gestreefd n a a r een directe relatie met Hem, hetgeen hij ook volmondig toegeeft: „Door een berg van Jouw helpers, bemiddelaars, plaatsvervangers en beulen - die mij afstootten, mij deden bevriezen, alles verhulden, mij niet tot Je lieten - streefde ik, nujn God, toch tot Jou. Daarom zo laat daarom kwam ik pas nu." Van Korczak verscheen onlangs Hoe houd je van een kind (1984); eerder verschenen in het Nederlands: Alleen met God (1982) en de kinderboeken Koning Matthijsje de Eerste (1981) en Koning Matthijsje op een eenzaam eiland (1983). Over Korczak: Kees Waaldijk in: Jeugd en samenleving, jan. 1983 en hoofdst. 2 van mijn boek Weg met de opvoeding (1984). Tenslotte wil ik wijzen op de tilmdocumentaire over Korczak Als ik weer klein ben (aanw. in de mediatheek VU) en de Janusz Korczak-stichting, postbus 70048, 1007 KA Amsterdam.
Buding: bijdragevrije voet studiefinanciering lager In een poging de overschrijdingen op de onderwijsbegroting een halt toe te roepen heeft minister Ruding (financiën) het kabinet voorgesteld de bijdragevrije voet in de studiefinanciering met ingang van 1 augustus van dit jaar met 4.000 gulden te verlagen. De bijdragevrije voet bedraagt op het ogenblik 27.270 gulden, het jaarinkomen waarbij ouders nog geen bijdrage hoeven te betalen. Ouders met een inkomen van 27.270 tot 37.000 gulden dragen zelf 20 procent bij, daarboven bedraagt de eigen bijdrage 30 procent. Het open-einde-karakter van het
huidige stelsel van studiefinanciering en de tegemoetkoming studiekosten is, zo schrijft Ru<üng in de vroege voorjaarsnota a a n het kabinet, mede verantwoordelijk voor het telkenmale optreden van overschrijdingen. De bijdragevrije voet komt, volgens de minister, n a de verlaging met 4.000 gulden in het huidige stelsel dicht te liggen bij het minimumloon. Minister Deetman had in de hoofdlijnen voor een nieuw stelsel van studiefinanciering de bijdragevrije voet willen verlagen van 27.270 naar 21.650 gulden. Hiertegen verzette zich een kamermeerderheid van PvdA en CDA. Op 3 december 1984 n a m de kamer een motie aan van PvdA-woordvoerder Vermeend om in het nieuwe stelsel van studiefinanciering de grens te handhaven op 27.270 gulden. Vermeend kondigde vorige week
donderdag aan deze zaak onmiddellijk in de kamer a a n de orde te zullen stellen indien het kabinet het voorstel van minister Ruding overneemt. Vermeend wees er op dat bij een verlaging n a a r 23.270 gulden een groot aantal lage-inkomenstrekkers een eigen bijdrage in de studiefinanciering moet gaan leveren. Het kabinet zou de door de kamer aanvaarde motie naast zich neerleggen. Ook CDA-woordvoerder Lansink noemde het „een bedenkelijke zaak" indien het kabinet n u zou besluiten de bijdragevrije voet met 4.000 gulden te verlagen, terwijl het wetsontwerp van minister Deetman tot invoering van een nieuw stelsel voor studiefinanciering klaar is en alleen nog van een SER-advies hoeft te worden voorzien. Maar hy wil de nieuwe regeling afwachten en be-
Vanaf maandag 1 tot saterdag 13 april wordt in de hal van het VU-hoofdgebouw een tentoonstelling gehouden over de Poolse arts-pedagoog Januss Korcsak, die in de eerste decennia van dese eeuw faam verwierf om sijn humane inset voor wees- en arbeiderskinderen en gepresen werd om sijn literaire en pedagogische geschriften. In 1942 werd hij door de Nasi's vergast samen met sijn medewerkers en kinderen. „Ik voel me verplicht aan de saak van het kind," had hij sich als principe gesteld. Tot twee keer toe kreeg hij de kans aan de vernietiging te ontkomen, maar hij week niet van sijn kinderen. De tentoonstelling wordt georganiseerd door de subfaculteit pedagogische en andragogische wetenschappen (drs. René Görtsen) in samenwerking met de Januss Korcsak-stichting. Drs. Görtsen, wetenschappelijk bibliotheekmedewerker aan de subfaculteit PAW, geeft in het hierbij afgedrukte artikel een beeld van de betekenis van Januss Korcsak. Januss Korcsak werd als Henryk Goldssmit in 1870 te Warschau uit Joodse ouders geboren. Hij had een weinig gelukkige jeugd: een afstandelijke moeder en een autoritaire vader. Januss Korcsak is een pseudoniem dat hij voor het eerst gebruikte toen hij als 20jarige aan het begin van sijn medicijnenstudie deelnam aan een literaire prijsvraag. In die dagen werd hij getroffen door wat hij sag in de armenwijken van Warschau. Zijn sociaal-pedagogische belangstelling groeide door sijn omgang met Poolse kinderen in somerkolonies. „Ik sprak er thans niet meer over hoe sij overeenkomstig mijn wensen moesten sijn, maar hoe sij self konden en wilden sijn." In 1912 stopt hij als kinderarts en wordt directeur van een nieuw Joods weeshuis in Warschau. Na de Eerste Wereldoorlog rijst sijn ster snel. In 1919 krijgt hij er een tweede tehuis bij. In 1926 volgt in Warschau sijn officiële installatie als opvoedingsdeskundige. Hij houdt tal van lesingen en publiceert het ene boek na het andere. Als Polen in 1939 door de Nasi's wordt overrompeld, blijft Korcsak op sijn post voor sijn weeskinderen en gaat tenslotte samen met hen de dood in.
Oproep
VU in de oorlogstijd zien op welk bedrag de bydragevrije voet uitkomt alvorens zich verder uit te spreken. Lansink heeft vorig jaar december behooriyk strijd moeten leveren om zyn fractie achter de motie-Vermeend te krygen. Minister Deetman zou zich, volgens goedingelichte Haagse kring, tot het uiterste verzetten tegen verdere besnoeiingen op zyn begroting. Maar minister Ruding dringt in de vroege voorjaarsnota er by zyn collega's op aan zo veel als mogelyk overschrydingen op de rijksbegroting te vermyden. „Een verwezeniyking hiervan vereist een grotere terughoudendheid van uw k a n t by het aanmelden van ongecompenseerde overschrydingen." Ruding dringt er by de andere ministers met klem op aan het komende jaar conform deze gedragsregels te opereren. (A.N.P.)
Voor een vitrinevulling t.g.v, de herdenking van de Tweede Wereldoorlog in mei a.s. willen wy graag beschikken over een aantal exemplaren van het boek: „De Vrye Universiteit in oorlogstyd". Uitgave: Zomer en Keuning (1946). Wie wil ons zyn/haar exemplaar voor dit doel in bruikleen ter beschikking stellen? Pers en voorlichting. Hoofdgebouw VU Kamer: lD-06; telef. 548.6920
^ I 020-123456 O-S
1§
f^MM^rn j^s
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's