Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 157
AD VALVAS — 2 NOVEMBER 1984
Mevrouw Verweij-Jonkers op symposium „Ouder worden nu":
Late dertigers nemen wraak op ouderen Bij de naoorlogse generatie Jongeren" van late dertigers, die nu de machtige posities in de maatschappij bekleden, bestaat een sterke neiging oudere generaties op steeds jeugdiger leeftijd „oud" te verklaren. Dat is de wraak van die generatie op de ouderen die verantwoordelijk gesteld worden voor de enorme geboortegolf van na de oorlog waardoor we nu met een veel te groot arbeidsaanbod zitten. De machtige 35-plussers van nu proberen daarom de ouderen zo snel mogelijk uit de arbeidsmarkt te drukken en de jongeren zo lang mogelijk er buiten te houden (door steeds hogere opleidingseisen b.v., red.). Een aardige uitsmijter van mevrouw Verweij-Jonkers, bekend sociologe en PvdA-bestuurder op het vorige week in de RAI gehouden symposium „Ouder worden nu", dat vooral gewijd was aan het gerontologisch of ouderdomsonderzoek. Het symposium was zeer gevarieerd: van medisch, paramedisch en verpleegkundig tot sociaal-psychologisch onderzoek. Paneldiscussies over zelfbepaling door ouderen hielpen verder de belanghebbenden zelf aan het woord. We beperkten ons tot zo'n paneldiscussie, een lezing van een vu-sociologe over ouderen en eenzaamheid en een medisch-fysisch onderzoek op de VU n a a r het doorligprobleem bij ouderen. Paneldiscussieleider Stan Verduit
Jaap Kamerling van de samenwerkende ouderenbonden probeerde de wat tamme discussie over zelfbepaling door ouderen met enige vasthoudendheid te activeren door steeds maar weer de ouderen uit te dagen tot groter verzet tegen de ouderendiscriminatie. Waarom komt dat verzet maar niet? We krijgen de gelegenheid niet om gehoord te worden bracht het panellid dokter Tonino wat braafjes n a a r voren. We laten ons bepalen door de jongeren in een samenleving die jongvriendelijk is. De media schilderen de oudere af als zielig en hulpbehoevend. Onzin, vond Tonino, want tachtig pro-
cent van de ouderen is gezond en valide maar dat valt niet op. Ouderenbestuurder Van Eisen vond het op zich goed, dat je als oudere niet meer afhankelijk hoeft te zijn van betaalde arbeid m a a r de zinvolle maatschappelijke rollen, die niet betaald worden staan ook niet meer open voor de oudere. Veel bestuursorganen kennen een leeftijdsgrens van 65 jaar en in het algemeen is de maatschappelijk vrije zoom van onbetaalde arbeid voor ouderen zeer smal. Men wordt geacht eigenlijk niets meer aan te kunnen pakken. De voorzitter van de Katholieke Ouderenbond was niettemin optimistisch. De ouderen gaan zich immers steeds massaler organiseren en de politiek die veel zou kunnen doen aan bestrijding van ouderendiscriminatie kan zo langzamerhand echt niet meer om de sterk groeiende groep ouderen heen. Mevrouw Verweij-Jonkers zag ondanks haar cynische visie ook wel enige hoop gloren. Jongeren beginnen weer te luisteren n a a r ouderen, zo was haar ervaring als - pakweg - midzeventiger. De zestiger jaren, waarin jongeren zich fel afzetten tegen ouderen in een tijd van gezagscrisis, zijn voorbij. De kloof tussen jong en oud lijkt weer wat af te nemen. De tijd is daarom rijp om de destijds op sterk water gezette politieke slogan „flexibele pensionering"
weer uit de kelder te halen. Het is immers volstrekt individueel bepaald of iemand n a zijn 65-ste (of 60-ste en zelfs 55-ste) nog een betaalde functie kan en wil vervullen. Een kwestie van zelfbepaling. Na de pauze bleek overigens, dat het ook de strijdbare ouderen ter plekke nog wel aan de nodige zelfbepaling ontbrak. De eerste reactie uit de zaal betrof een klacht over de slechte hoorbaarheid van de paneldiscussie vóór de pauze. „Dan had u even een seintje moeten geven," repliceerde voorzitter Verduit, „Zo iets k u n t u in eigen handen nemen." Erg veel leverde de discussie niet op of het moest zijn, dat de ouderen zich bewust beginnen te worden van h u n grote getal. Een gegeven waarmee je in de politiek heel wat kan bereiken. Voorzichtig optimisme dus ten slotte.
Eenzaamheid te voorkomen De lezing van prof. dr. Jenny de Jong-Gierveld, sociologe aan de VU, over h a a r eenzaamheidsonderzoek leverde als interessantste resultaat een conclusie op, die denk ik net zo goed voor jongeren als voor ouderen kan gelden. Welke mensen slagen erin eenzaamheid te voorkomen of op te heffen, zo stelde zij rethorisch. „Heel duidelijk blijkt, dat het antwoord op deze vraag in grote lijnen bepaald wordt door de be-
trokkene zelf en afhankelijk is van de persoonlijke levenshouding en bepaalde persoonlijkheidskenmerken." Iets dat je voor een deel zelf in de hand hebt. „Een eenzaamheidsvoorkomende houding impliceert een zekere emotionele zelfstandigheid en weerbaarheid naast de bereidheid tot investeren in emotionele relaties met het doel elkaar aan te vullen en te helpen. Onderdelen van die houding zijn o.a. het leren opbouwen en onderhouden van relaties en weten, dat dat moeite kost, het leren om gevoelens te tonen en leren hulp te vragen en te aanvaarden." Het heeft er alle schijn van, meende de VU-wetenschapster, dat een aanzienlijk aantal mensen zich deze houding niet heeft eigen gemaakt. En dat heeft ernstige consequenties voor de kans op beëindiging van eenzaamheid. „Je k u n t er nauwelijks meer op eigen kracht uitkruipen, je hoort er niet meer b i j . . . " , zo citeerde zij een gescheiden man. Het kan echter ook anders. Sommige onderzochten laten een succesvolle verwerking van h u n eenzaamheid zien. „Eenzaamheid kan negatief zijn maar kan je uiteindelijk ook gelukkig maken. Na een periode van eenzaamheid
Vervolg op pag. 7
Onderzoek Medische Fysica VU:
Hoe doorliggen bij ouderen behandelen en voorkomen Op het symposium „Ouder worden nu" presenteerde zich ook de Decubitus-werkgroep, een multidisciplinaire groep waarin medici en fysici een bijdrage proberen te leveren aan de preventie van het doorligprobleem bij met name ouderen. Op de VU onderzoekt drs Jan Meijer hoe je dat doorliggen het best kunt voorkomen. Decubitus, vertelt Jan, is het verschijnsel, dat de huid en het weefsel daaronder afsterft wanneer daar constante druk op wordt uigeoefend. Mensen, die zich goed kunnen bewegen, verzitten voortdurend om die druk te voorkomen. Zelfs in je slaap rol je nog je hele bed door. Dat is het gevolg van de impuls die je krijgt als er zuurstoftekort optreedt in het weefsel. Door permanente druk op een bepaalde plaats wordt de bloedvoorziening afgeknepen en ontstaat dat tekort. Kijk maar eens in een zaal, je ziet dan altijd wel mensen die zitten te schuifelen. Je k u n t nooit voor honderd procent stilzitten. Nu kunnen zich drie problemen voordoen. Of de impuls om te gaan verzitten is verstoord doordat de zenuwprikkel niet werkt - je ziet dat bij leprapatiënten - óf mensen kunnen zich niet goed meer bewegen. Dat zie je vaak by bejaarden en invaliden. En ten slotte kan zich een combinatie van beide voordoen. Het doorlig-probleem tref je dus vaak aan bij bejaarden. Op die groep richt zich ons onderzoek. Onze bedoeling is om heel concreet te küken wat het
effect is van ligmateriaal als bedden en matrassen op de preventie van decubitus. Er worden speciaal bedden gemaakt om die constante druk op een bepaalde plaats te voorkomen en wij kijken of dat effect er ook echt is. Bij bedden die de druk zo veel mogelijk verdelen zoals luchtbedden. Voor bejaarden heb je speciale bedden met meerdere compartimenten zodat niet je voeten de lucht ingaan als je je hoofd beweegt. Hebben jullie effectmetingen al tot resultaat geleid? „Nee, er is nu nog geen objectieve waardering van het bed. J e k u n t op het ogenbUk bedden kopen van 200 gulden tot 30.000 maar niemand weet of het dure beter effect heeft dan het goedkope. We vragen ons trouwens ook af of misschien andere aspecten van behandeling niet belangrijker zijn dan een goed bed. Als we geen verzachtend effect van bedden meten zouden we kunnen concluderen dat primair het verpleegkundig en medisch behandelen van de patiënt en zijn conditie van belang zijn. Er is bijvoorbeeld al vanuit de ervaring vastgesteld, dat slechte voeding leidt tot een verhoogde kans op doorliggen." Tot op heden is er nog weinig wetenschappelijk vastgesteld rond decubitus. De werkgroep doet dus met recht pionierswerk.
besparing opleveren want je k u n t met een goede preventie het aantal ligdagen in ziekenhuizen belangrijk beperken. In Nederland worden op het ogenblik 15 procent van de patiënten in ziekenhuizen behandeld voor decubitus. In Engeland lijdt ruim 13 procent van de totale bevolking boven de 60 jaar onder dit probleem. In ons land kost decubitus de gemeenschap jaarlijks zo'n 400 miljoen, schat dr G. L. Schut, die op dit onderwerp promoveerde aan de VU. Met het vinden van een adequate matras kun je de kansen op decubitus beperken evenals het aantal ligdagen
als je er toch last van krijgt. S c h u t denkt, dat het onderzoek in ons land wel tot een besparing van zo'n honderd miljoen per jaar zou kunnen leiden. Hij vindt het dan ook moeilijk om te begrijpen, dat het krijgen van subsidie voor het onderzoek steeds zo moeizaam gaat. Niettemin heeft het ministerie van WVC voor het eerste jaar 50.000 gulden beschikbaar gesteld. De meetapparatuur voor het onderzoek is op de VU zelf vervaardigd door de electronische werkplaats van medische fysica. J a n Meijer maakt zich grote zorgen over de toekomst van
vakgroep en werkplaats omdat er forse bezuinigingen dreigen. Dat zou erg jammer zijn want de wachttijd voor a p p a r a t u u r is nu al vrij lang. E r gebeurt nog veel meer belangwekkend onderzoek in de vakgroep. Trendanalyse bijvoorbeeld bij electro-cardiogrammen. Onderzoek, dat parameters oplevert waarmee je het optreden van een hartinfarct kan voorspellen. Nu nog op een termijn van enkele tientallen minuten als het om een ziekenhuispatiënt gaat. Maar het is natuurlijk erg interessant om die termijn te verlengen. J.K.
Hoe kom je aan je proefpersonen? J a n : „Die vinden we vrij gemakkelijk in verpleeghuizen voor bejaarden. Na zo'n preventieve behandeling voor decubitus kijken we achteraf wat het effect van de behandeling was. Met het onderzoek kan straks vastgesteld worden op welke manieren je doorliggen het best kan voorkomen. Welke matrassen werken het meest preventief? Het resultaat kan de gezondheidszorg een flinke
Drs JanMeijervanMedischeFysicaVUophetsymposiiim„Ouderwordennu" achter demeetapparatuur, waarmee het effect van bedden en matrassen op doorliggen wordt gemeten. (Zie verhaal in kader). Foto Bram de Hollander.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's