Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 192

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 192

9 minuten leestijd

AD VALVAS — 16 NOVEMBER 1984

16

Geld maakt niet gelukkig Tijdens het gesprek kijkt hij me nauwelijks aan. Niet vanwege ongeïnteresseerdheid, maar het lijkt alsof hij op dit late tijdstip (tegen elven) al zijn energie nodig heeft om te voldoen aan het verzoek voor een interview over zijn studententijd aan de VU (1966­1974). We zitten in een soort tuinhuisje van sociëteit Lanx van lAN, de studentenvereniging waar hij vroeger lid van is geweest. Hij heeft zojuist in de sociëteit een lezing gegeven over het onderwerp „Geld maakt niet gelukkig". Wie een levensfilosofische verhandeling over deze volkswijsheid had verwacht kwam bedrogen uit. Want de toespraak van mr. drs. L. C. („Elco") Brinkman kwam er eerder op neer dat niet­geluk lang niet altijd met overheidsgeld te verhelpen is. Voor het overige bleek de minister de belichaming van waar het kabinet­Lubbers voor staat: meer eigen verantwoordelijkheid voor de burgers, het moet afgelopen zijn met het voortdurend de hand ophouden bij de overheid, een nieuw maatschappelijk plichtsbesef is nodig. De discussie met de zaal voltrok zich in een enigszins lacherig sfeertje. Een student met een behoorlijke aardappel in de keel vroeg aandacht voor z'n ouders die zuchten onder de belastingdruk. Ze hielden maar dertig procent van h u n inkomen over; de rest moesten ze in feite afstaan aan allerlei minderheidsgroepen, gelach, gejo el, gefluit. En achterin de zaal zag ik warempel een student die in zijn pilsglas stond te urineren. ­ Was de sfeer bij dergelijke po litieke debatten vro eger anders? Brinkman: „Nee dat geloof ik niet. Die debatten zijn altijd een beetje rumoerig geweest. Ze verschillen ook niet zoveel van gewone spreekbeurten in het land. Hier is het hooguit wat joliger en er worden wat meer botte grappen gemaakt. Nou, daar heb ik geen moeite mee. Ik vind het juist een van de charmes van een studentenvereniging datje leert je eigen opvattingen te relativeren en dat de ander er de draak mee kan steken. Dat is nuttig want we leven in een maatschappij met ontzettend veel verschillende opvattingen. Bovendien is het goeie van een studentenvereniging datje onder de tonic of de pils meningen met elkaar uitwisselt. Dat is zeker van belang in een tijd waarin de studieduur verkort is en je gedwongen wordt vooral met je eigen specialisatie bezig te houden. Het is fnuikend voor een samenleving als er mensen op belangrijke IX)sten komen die alleen over de problemen van h u n vakgebied kunnen nadenken." Op 18­jarige leeftijd kwam Brinkman in Amsterdam studeren (politicologie en rechten). Dat was voor hem een behoorlijke overgang, want hij was opgegroeid in een nogal beschermd geformeerd milieu in Hardinxveld­ Giessendam, alwaar zijn vader het ambt van burgemeester bekleedde. In het „ingeslapen provinciestadje" Dordrecht heeft hij op het gymnasium gezeten. „Voordat ik hier kwam studeren was ik één keer eerder in Amsterdam geweest. In mijn groentijd werden we midden in de nacht ergens in Amsterdam losgelaten. Eén van ons had een kaart bij zich, maar kon niet kaartlezen. We zeulden dus van hot naar her. Dat was de eerste ontbering. Goeie ervaring. Want je kunt als jongere wel roepen datje zelfstandig wilt zijn en datje bij moeders pappot weg wilt, maar

Advertentie

AUTOVERHUUR V. d. Madeweg 1, Amsterdam, telefoon 924755 naast metrostation Duivendrectit Middenweg 175, Amsterdam, telefoon 938790 STUDENTEN 2 0 % KORTING

dat bleek toch heel wat. Tegenover elkaar hielden we stevige praat hoe zelfstandig we wel waren. Veel dingen dachten en deden we anders dan we thuis gewend waren: over geld uitgeven, over tijdbesteding, over je plichten, de bijbel. Iedereen die net in zo'n stad kwam had de natuurlijke neiging om zich af te zetten en dingen 180 graden anders te doen. L ater ontdek je dat dat natuurlijk ook niet ideaal is. De charme van het studeren in die tijd was datje tijd had om een baantje te hebben of plezier te maken. Je had meer vrije tijd dan in het huidige straffe studiepatroon. Die verandering is begrijpelijk, want als je in belangrijke mate op staatskosten studeert dan mag de maatschappij eisen datje in een redelijk snel tempo afstudeert. Ik heb trouwens vanaf mijn derde studiejaar zelf de kost verdient met allerlei nevenfuncties ­ dat vond ik mijn plicht. Ik heb dus vrij snel ook de serieuze noot proberen te pakken." ­ In de periode van zijn studeren was de universiteit aardig in beweging, ­ zeker bij

onderdelen wel een kern van waarheid in; ik wilde zien hoe het praktisch verder uitpakte. Maar toch . . . er was a a n de VU een klimaat van discussie en verantwoordelijkheidsbesef. Men was geëngageerd bezig ­ ook de mensen die niet vooral in de SVB of de SR VU hepen." De Volkskrant noteerde afgelopen september de volgende uitspraak uit de mond van Brinkman: „Geen samenleving kan het stellen zonder de kritiek van de jeugd. Ik denk bij voorbeeld aan de bezetting van het Maagdenhuis door de studenten eind jaren zestig, waarbij ik ook nog een rol heb gespeeld, zij het bescheiden." Columnist J a n Blokker was vooral door dat laatste getroffen: „Zou Brinkman in 1969 de achterband van professor Belinfante hebben laten leeglopen? vast niet. " Welke bescheiden ro l heeft co rpsstudent Brinkman dan wel gespeeld? Brinkman: „Ach, ik heb dat gezegd bij wijze van grap. Ik heb niet geparticipeerd in de Maagdenhuisbezetteing want ik was

t f'

Mr. drs. L. C. Brinkman, minister ­ Zo nder so 'n besetting was de WUB er wellicht no o it geko men. „Ook in de WUB zitten trekjes van doorgeschoten zijn. Er zijn vandaag de dag ook dingen overgedemocratiseerd. Niet dat ik terug wil n a a r de autoritaire hoogleraren die niet gecontroleerd willen worden. Maar er zijn soms situaties ­ niet alleen aan de universiteiten ­ waarin we ons kapot overleggen en niet meer aan het werk toekomen. Die hele participatie­ democratie is uitgevonden in de faculteit waar ik heb gestudeerd. Maar ik vraag me wel eens af of dat niet een heel elitaire vorm van democratie is: de intelligentia slaagt erin alle procedures te doorgronden en uit te bulten, maar de mensen voor wie al die inspraakprocedures zijn gemaakt, komen er niet aan toe omdat ze er bijvoorbeeld onvoldoende geletterd voor zijn of er de tijd en het doorzettingsvermogen niet voor hebben. De overleg­democratie moetje tot juiste proporties terugbrengen. Mensen zijn in wezen geïnteresseerd in beslissingen ­ beslissingen waarover verantwoordelijkheid wordt afgelegd. Probeer niet elke vanzelfsprekendheid in een gigantisch overlegscenario te brengen, waarbij je van te voren weet dat het uiteindelijk toch een kwestie van neuzen tellen is. Ik denk niet dat dit kabinet zal besluiten tot een tweede Brede Maatschappelijke Discussie over welk onderwerp dan ook. Die methodiek wekt verwachtingen over beïnvloeding die je gewoon niet waar kan maken. Als je een aantal deskundigen, met verschillende opvattingen, bij elkaar had gezet, had je met veel minder kosten en in veel minder tijd, hetzelfde resultaat gehad." Op twintigjarige leeftijd had Brinkman het plan later burgemeester te worden.

Te praktisch Heeft hij no o it een wetenschappelijke carrière geambieerd? Brinkman: „Ik herinner me dat ik ooit in een onbewaakt ogenblik n a a r de heer Brasz (hoogleraar bestuurskunde, red.) ben gestapt met een heel globaal scenario voor een mogelijk proefschrift. Hij heeft me gelukkig en terecht gezegd: „Waarde vriend, dat is niets voor jou, jij bent daarvoor te praktisch." Die wijze raad heb ik graag opgevolgd." (Foto Bram de Hollander) de subfaculteit politicologie was er sprake van een sterke democratiseringsbeweging. Heeft Brinkman daar co ntacten mee gehad? Brinkman: „Ik deelde de collegebanken met Wim Deelman en ook met iemand als Marius Ernsting, toen de grote voorvechter van de Studentenvakbeweging en nu communistisch Kamerlid. Het is grappig om te zien hoe wij drieën, zij het zeer verschillend, gevormd zijn door de maatschappij­kritische discussies die toen a a n de universiteiten aan de gang waren. Ik stond daarbij betrekkelijk langs de kant. Maar ook ik heb er veel van geleerd, want ook al zat je niet bij die avant­garde, deed je heel intensief toch mee, al was het maar om je er tegen af te zetten of het te relativeren. Ik denk dat ik toen ook al een zekere middenkoers bewandelde: eerst 'ns aanzien wat het nou allemaal op de hand weegt, want alleen maar marxistische benaderingen... misschien zit er op

het niet eens met de doelstelling en niet met het middel. Ik ben er natuurlijk wel 'ns wezen kijken: niet in maar bij het Maagdenhuis. Dat was dus terzijde. Kennelijk komen dat soort grappen niet over. Maar alle gekkigheid op een stokje: het is goed om n a een aantal jaren de nuttige dingen van zo'n beweging te tellen. Hét gezag heeft zich leren te legitimeren en dat is een verdienste van de kritische studentenbeweging uit die tijd. De strijdmethode van bezetting vond ik aanvechtbaar: men maakte feitelijk het werken onmogelijk; mensen waren niet meer on speaking terms met elkaar. Bovendien kreeg je een zwijgende meerderheid die buiten spel stond of ging staan. En dat is ook niet goed want dan wordt de discussie elitair. Als dingen te ver voor de troep uitgaan bereik je niks want maatschappijhervorming moet heel geleidelijk gaan."

Hy i c H R a ^ r : ' M E T DEZE DETMOWSTR^TIE R yDT U uz.s.Lf IN DE VJIELEM. IM^^eR S;wle Nfl DE EER STE T f l l E Z'^t-i S r U M E ffEËIMDiD Z I E T , , ,

Na afloop van het vraaggesprek praat hij nog even met enkele bestuursleden van lAN. Misschien moet het CDA de presentatie van zijn ideeën wat verbeteren, is h u n suggestie. Het belang van het gezin niet presenteren als een waarde van de jaren vijftig, m a a r als een waarde van de jaren negentig, ­ men moet de spruitjesgeur eromheen wegnemen. Het is 23.54 uur. De minister moet weg. Hij moet morgen om half acht weer present zijn op het departement, vertrouwt zijn persoonlijk medewerker me toe. De glimmende dienstauto komt voorrijden juist op het moment dat de minister het pand verlaat. Achter het raampje gezeten zwaait hij nog even. Onwillekeurig, m a a r met enige gêne, zwaaien de fotograaf en ik terug. Met een bijkant bovenwettelijke snelheid stuift de auto weg langs de Herengracht. Ik pak m'n fiets die enigszins onderuitgezakt tegen de pui van de sociëteit staat geparkeerd. Ach, geld maakt niet gelukkig denk ik.

- KflNJ EEN ?mK Jflflft. EERDER \yflN £EN UirKER iNGS-ENlETEtJ. ' DIT l i MflTUUR LjK dELUL, WflMT,..

(W.C.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 192

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's