Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 69

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 69

8 minuten leestijd

AD VALVAS — 14 SEPTEMBER 1984

KATERN — 3

percentages zijn met ingang van 1 juli 1983 verhoogd als gevolg van een wijziging per die datum van een aantal premies voor sociale verzekeringswetten. In het kader van de herverdeling van werk en ter compensatie voor het gemis aan loonsverhoging zijn aan het VU­personeel met ingang van 1 januari 1983 drie extra verlofdagen toegekend. Teneinde de moge­ lijkheid open te houden de drie verlofdagen in de toekomst om te zetten in een andere vorm van arbeidstijdverkorting, zijn deze dagen niet aangemerkt als vakantiedagen, terwijl wel de bepalingen inzake het opne­ men van vakantieverlof op deze extra da­ gen worden toegepast. Dit betekent onder meer dat men het tijdstip van het opnemen van de extra dagen, voor zoveel de belangen van de dienst zich daartegen niet verzetten, zelf kan bepalen. (Voor 1984 zijn twee van dergelijke extra verlofdagen toegekend, zo­ dat het totaal op vijf is gebracht.) Gelet op het gevaar dat als gevolg van deze ontwikkeling stagnatie kan optreden in be­ paalde werkzaamheden zal worden nage­ gaan of het mogelijk is om gedurende be­ paalde periodes aaneensluitend verlof te verlenen aan het gehele VU­personeel. In tabel Vla wordt een overzicht gegeven van de procentuele salarisopbouw per 31 december 1983. Ter vergelijking zijn de ja­ ren 1982 en 1981 opgenomen, terwijl boven­ dien een splitsing is aangebracht tussen mannen en vrouwen.

pen. Deze „bijzondere" categorieën ken­ nen schalen met andere salarisbedragen dan de nieuwe BBRA­schalen en kunnen derhalve niet eenvoudig worden omgezet. De bijzondere schalen blijven dan ook nog van toepassing.

functies, vooralsnog „(toegevoegd) do­ cent" en „(toegevoegd" onderzoeker" ge­ noemd. • Tussen de verschillende personeelscate­ gorieën worden de volgende streef verhou­ dingen voorgesteld.geldendvoorhetto taal van de VU. HL: U H D : U D : overige wp (voornamelijk wetenschappelijk assistenten>= 1:1,5:2,5: (2 + x). 'x' betreft een vooralsnog onbekend aantal assistenten in opleiding (a.i.o.'s). • In het oude rangenstelsel heeft in over­ wegende mate het loopbaanbeginsel ge­ golden. Voor de nieuwe functiestructuur is het formatiebeginsel van belang. In de toekomst zullen beredeneerde formatie­ plannen per (sub/inter)faculteit moeten worden opgesteld waarbij de verschillen­ de functiecategorieën organisatorisch worden aangegeven: de leerstoelen­ (streef)formaties, de maximale formatie­ ruimte voor UHD's en de (streef)forma­ ties voor UD's alsmede voor het overige wp. Tot juni 1983 lag de landelijke en plaatselij­ ke aandacht voor de BUWP stil in verband met discussies rondom de zogenaamde nota Beiaard van de Minister van O. en W., die onder andere behelst de introductie van een nieuwe personeelscategorie bij het we­ tenschappelijk personeel, te weten de assis­ tent in opleiding (a.i.o.), en de geleidelijke afschaffing van het student­assistent­ schap.

Voor de invoering van het nieuwe BBRA geldt een overgangsperiode van 4 jaar. Binnen deze periode zal iedere functie in de nieuwe schalen moeten zijn onderge­ bracht. Voor het merendeel van het TAS­ personeel van de VU en het AZVU levert de omzetting van oude in nieuwe schalen geen problemen op. Deze medewerk(st)ers zijn per 1 januari 1984 de nieuwe BBRA­ schalen van toepassing. Alleen de schaal­ aanduiding wijzigt. In plaats van anciën­ niteiten („periodieken") is er sprake van salarisnummers. De hoogte van het sala­ ris ondergaat hierdoor echter geen wijzi­ ging. In januari 1984 zijn deze medewerk(st)ers schriftelijk op de hoogte gesteld van de voor hen geldende salarisschaal, het sala­ risnummer en het tijdstip van de voor hem/haar geldende eerstvolgende perio­ dieke salarisverhoging. Zodra de inpas­ sing van de „bijzondere" schalen in de nieuwe schalen gerealiseerd is, ontvangt het overige personeel (zie onder a.) daar­ van afzonderlijk bericht.

Tabel Vla Salar isopbouw van het wetenschappelijk per soneel per 31 december (pr ocentueel) —1

Categorie schaalgroep

. * W P 73, 192, 199 adj .wet.ambt./wet.ass. 112, 114, 193 wet.med./wet. a m b t . 130, 131 wet.med. I 148, 149 A w h m / w h a 150, 151, 170 w h m / w h a A 152­156 h o o g l e r a a r

Salarisnivo i n fl. p e r m n d . 1 j u h 1983

1983 m

2256­3919

v

m

11.7

6.1

t

2848­4893

23.0

35.2

24.9

26.8

4409­5705 5379­7174 6194­8482 7378­11052

22.2 7.9 21.0 15.3

23.8 5.0 14.4 3.9

22.5 7.5 20.0 13.4

22.2 7.6 21.9 15.4

22.0 6.1 16.3 4.4

= 228 2289 9

rn1 == 2349 23

m

1

v

t 1

6.8

3.0

3.0

3.1

29.1

29.7

49.1

32.5

22.2 7.4 20.6 13.9

22.3 7.3 22.2 15.5

20.6 7.0 16.0 4.3

22.1 7.0 21.3 14.0

n = 2308

1

VU-medewerk(st)ers)

In 1983 nam het aantal (en percentage) wetenschappelijke assis­ tenten evenals in het voorgaande jaar toe. Daarentegen vermin­ vermin­

derde het aahtal wetenschappelijke wett ambtenaren c.q. medewerk­ (st)ers. ,

Tabel VIb Salar isopbouw van het niet-wetenschappelijk per soneel per 31 december (procentueel)

Categorie schaalgroep TAS

v 7.3 7.3 43.9 43.S

** n f* n= aantal aaiïtal

t

17.7

10.6

1981

1982

1­32 43­ 57 69­ 93 103­115 130­149 150­154

salarisnivo i n fl. p e r m n d . 1 j u h 1983 1828­ 2554 2038­ 3066 2406­ 3919 3454­ 4893 4409­ 7174 5542­11052

1983 m

V

1982 t

m

V

1981 t

m

V

t

19.3 33.6 25.4 23.0 36.3 28.6 24.3 37.4 30.0 33.6 45.9 38.8 31.8 44.0 36.9 30.9 42.6 35.8 20.9 13.1 17.6 20.8 12.6 17.2 20.1 13.4 17.2 6.4 11.9 14.4 16.0 6.3 11.3 15.0 5.8 11.1 7.9 0.9 4.9 7.6 0.7 4.6 7.6 0.7 4.6 2.4 2.3 0.1 1.4 0.1 1.4 2.1 0.1 1.3 n = 19 22

Bovenstaande overzichten illustreren verschillen in de salarisopbouw van man­ nen en vrouwen. Van de mannelijke wetenschappers zat 44% in schaal 148 of hoger, voor de vrouwen bedroeg dit per­ centage 22.8 %. Voor de lagere schalen (73 ­ 199) bedroegen deze percentages resp. 10.6 en 17.7. Van het mannelijk TAS­per­ soneel was 52.9% ingeschaald in 57 of lager; van de TAS­vrouwen 79.5%. Het nieuwe Bezoldigingsbesluit Burger­ lijke Rijksambtenaren (BBRA 1984). Per 1 januari 1984 is een nieuw bezoldigings­ besluit voor rijksambtenaren van kracht geworden. De bezoldiging van het tech­ nisch­ en administratieve personeel van de VU en het AZVU geschiedt overeen­ komstig dit besluit. Voorzover het de be­ zoldiging betreft, is het BBRA 1984 niet van toepassing op het wetenschappelijk personeel. Het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen heeft in mei 1984 een bijzondere bezoldigingsregeling voor het WP uitgevaardigd, in samenhang met de uitvoering van de Beleidsnota Universi­ tair Wetenschappelijk Personeel (BUWP), het Bezoldigingsbesluit Weten­ schappelijk Onderwijs (BBWO), dat op 1 juni 1984 in werking is getreden. De belangrijkste verschillen van het BBRA 1984 ten aanzien van het BBRA 1948 betreffen het vervallen van de rangs­ benamingen en de vervanging van het 'grote aantal schalen (variatie O tot 154) door 18 salarisschalen die gelden voor alle technisch administratieve functies, naast afzonderlijke schalen voor ver­ pleegkundigen, opzichters, hoofdoprich­ ters, sportleiders, portiers en kantinehul­

n = 20 18

n = 19 36

ü t 5.2 Wijziging y X Functiestructuur l Wetenschappelijk T Personeel * In de kernnota inzake beleidsvoornemens Il betreffende het universitair wetenschap­ b pelijk personeel (kernnota BUWP), die in p juli ji 1981 is uitgebracht, zijn de hoofdlijnen aangegeven van een nieuwe structuur voor a het h wetenschappelijk personeel bij de uni­ versiteiten en hogescholen, welke groten­ v deels in 1984 h a a r beslag moet krijgen. d De nieuwe structuur van het wetenschap­ L pelijk corps ziet er als volgt uit: p •• een wetenschappelijke staf die ge­ kwalificeerd is tot het vervullen van de universitaire kerntaken, dat wil zeggen belast met onderwijs én onderzoek bin­ nen de facultair verband. Binnen deze wetenschappelijke staf wor­ den drie functiecategorieën onderschei­ den, te weten: a. hoogleraren (HL) en houders van zelf­ standige onderwijsopdrachten (HO) b. universitaire hoofddocenten (UHD) c. universitaire docenten (UD) •• een categorie wetenschappelijk assisten­ ten. Dit zijn degenen die nog niet gekwa­ lificeerd zijn tot een zelfstandige vervul­ ling van de universitaire kerntaken. Zij zijn tijdelijk aan de universiteit verbon­ den ter verdere wetenschappelijke vor­ ming en opleiding. •• Tot slot de categorie 'overig wp'. Hierbij moet men denken aan ondersteunende

In h u n reactie op de voorstellen hebben de instellingen onder meer bedenkingen geuit tegen de voorgenomen rechtspositie van de a.i.o.'s met name de te laag geachte honore­ ring; het verminderen van het aantal van­ uit O. en W. gefinancierde beroepsopleidin­

gen; de hoge verwachtingen ten aanzien van het PAO­onderwijs, en tegen de af­ schaffing van het student­assistentschap. Als gevolg van het tijdverlies is de blokke­ ringsmaatregel met betrekking tot het sa­ laris van WHM'ers, welke met ingang van 1 juli 1982 was ingevoerd, vanaf 1 januari 1984 verlengd met 6 maanden. Deze maat­ regel versterkt de wens tot een spoedige invoering van een nieuwe structuur. De toegang tot het huidige wetenschappelijke rangenstelsel is met ingang van 1 juni 1984 gesloten door de invoering van het al ge­ noemde BBWO. In een 'overgangsregeling' is aangegeven hoe het wetenschappelijk personeel dat op 1 juli 1984 in dienst is, moet worden ingepast in de nieuwe struc­ tuur. Met name de organisartorische vaststel­ ling van UHD­plaatsen sprake kan zijn. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen organieke (1) en inhoudelijke (2) overwegin­ gen. (1) Een organieke UHD­plaats is gerecht­ vaardigd wanneer binnen een omvang­ rijke vakgroep een s t r u c t u u r aanwezig is van afdelingen of werkgroepen waar­ a a n namens of in plaats van de hoogle­ raar leiding gegeven wordt. Deze sub­ structuur dient een permanent karak­ ter te hebben. Aan de leidinggevende positie dienen ook bevoegdheden ver­ bonden te zijn, die in plaats van of na­ mens de hoogleraar worden uitgeoe­ fend. (2) Een UHD­plaats is in enkele gevallen denkbaar bij zeer bijzondere specialisti­ sche werkzaamheden, waarbij op dit ge­ bied leiding wordt gegeven aan een aan­ tal UD's. Een sprekend voorbeeld is de situatie waarin een hoogleraarspost vervallen is, de desbetreffende leerop­ dracht bij een andere hoogleraarspost is gevoegd, maar de nieuw samengestelde leeropdracht niet ten volle kan worden behartigd door één hoogleraar. Met be­ houd van de leeropdracht kan dan een UHD­plaats voor een deel van de leerop­ dracht worden gecreëerd. In een derge­ lijke situatie wordt compensatie gebo­ den voor de inkrimping van het aantal hoogleraren. Het beperkte aantal UHD­plaatsen dat be­ schikbaar is, heeft tot gevolg dat niet ieder­ een die wellicht de capaciteiten heeft om universitair hoofddocent te worden, dit binnen de VU ook kan worden. Verder is het niet mogelijk om de streefformatie al direct geheel in te vullen, omdat rekening gehouden moet worden met toekomstige

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 69

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's