Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 352
AD VALVAS — 1 MAART 1985
12
blonde, de andere met een donkere kuif, beiden lid van een u i t Engeland overgevlogen Rock'n Billy garage beat punkgroep. Of zomaar ineens aan de autoroute in Frank rijk. Daar stond met rode actieletters a la het beroemde „Joyce moet vrij" op het grauwe beton van een viaduct met de verfspuit geschreven:
Kuifje de ironie van de geschiedenis Wie eenmaal aan „Kuif je" begonnen is, zal het niet meer kunnen laten. Zelf ben ik eigenlijk pas amper begonnen, en toch weet ik hier alles reeds van, ook al ben ik dus slechts een beginneling. Bij een Kuifjesquiz zou ik onmiddellijk door de mand vallen. Er zijn Kuifologen, die althans in mijn ogen alles weten en ook die krijgen er geen genoeg van. Dat ik nog ontzettend veel moet repeteren en uit mijn hoofd leren, dat bleek maar weer eens on langs. (Overigens is het niet mijn streven ooit aan een quiz van Kuifje mee (Foto AVC/VU) te doen, maar toch: repe teren, repeteren). Toen was Hergé, voor de Kuiflozen onder u: de tekenaar van Kuifje , als gast aanwezig in een radioprogramma. Dat kan helemaal niet, want Hergé is alweer enige jaren geleden overleden, maar op de radio kan nu eenmaal alles. Hij deed zogenaamd mee aan het telefonischradiospelletje dat „Kruip in de huid v a n . . . " heet en elke werkdag tussen zes en zeven u u r 's avonds te beluisteren valt op Hilversum III. Degene die dan net doet of hij of zij in dit geval dus Hergé is, moet dan vragen beantwoorden, waaruit blijken zal of hij of zij al dan niet degene is die hij of zij zegt te zijn. De laatste en beslissende vraag was in welk album van
Kuifje de volgende tekst voorkwam: „Kijk, giraffen!... Die gaan we filmen". Ik hoorde de vraag en dacht: „Dat moet ik weten!" en meteen schoot het ene n a het andere album door mijn hgof d en in gedachten bladerde ik er in razende vaart doorheen op zoek naar het bij die tekst behorende plaatje. Ik werd bijkans misselijk van de zenu wen: zoveel plaatjes fladderden als uit een omgekieperde mand vol bijeengeharkte herfstbladeren voor mijn net vliezen. Ik werd er helemaal geen wijs meer uit. „Afrika", zei de stem door de telefoon over de radio: „Kuifje in Afrika, pagina 55, nee... 54, pagina 54!" Ach, natuurlijk, dacht ik, waar anders dan in Afrika zijn giraffen? Maar ik was gezakt. Die paniek bij dat dóórbladeren, daar was ik de fout in gegaan. Dat was niet goed. Wat dat nou precies is „aan Kuifje beginnen", dat is
TINTIN!!! (hetgeen vertaald luidt: Kuifje!!!). Of om eveneens onver klaarbare redenen in het blad van de Nederlandse Spoor wegen, „Tussen de Rails" geheten, in een advertentie van een Zweedse meubelontwerper, daar liep Bobbie, het hondje van Kuifje, getekend en wel tussen de moderne fauteuils. Of ergens in een donker straatje in een donker hoekje: een met hulp van een mal aangebrachte afbeel ding van het hoofd van Kuifje. Zou Kuifje iets met homo seksuelen hebben? In Nijmegen bestond/bestaat naar ik weet wel een flikkerpiratenradiozender die n a a r hem vernoemd is. Hoe dan ook, duidelijk is in elk geval dat Kuifje een controversieel figuur is.
Bas Jan van Stam moeilijk te zeggen. Er bestaan mensen die in staat zijn een Kuifje binnen vijf minuten te lezen en die dan zonder te zuchten „uit" zeggen. Dat is niets, zal ook nooit iets kunnen worden. Kuifje lees je trouwens niet. Kuifje be leef je en dat telkens opnieuw. „Uit" en „lezen" is dus dubbele onkunde. Anderen zeggen er niks aan te vinden (meestal vrouwen, let maar op), en geven vervolgens te kennen Suske Wiske leuker te vinden. „Leuker", goed, het zij zo. Er zijn zelfs mensen die nog nooit van Kuifje gehoord hebben. Dat is echt raar, want Kuifje is overal. Als je erop let, ten minste. Verleden week nog in de Melkweg. Daar liepen nota bene twee Kuifjes in één klap. Eén met een
Nu is zo grappig, dat Hergé vanwege het omstreden ka rakter van Kuifje zélf ook een controversiële figuur werd. Hergé is erg gebukt gegaan onder zijn eigen pennekindje. Men zei dat Hergé fout was. Hij was racist. En ergens zat Hergé dat helemaal niet lekker. In „De Krab met de Gulden Scharen" werd de vriend van Kuifje, kapitein Haddock, eens door een hele grote, zware jongen met een stok bedreigd. Dat kan gebeuren. Alleen, die zware jongen was tevens een zwarte jongen. Pats, racisme! Dat kon niet, vond Hergé kennelijk zelf ook. Want in een nieuwe druk veranderde hij de zwarte zware jongen consequent in een witte zware jongen. Alleen, achteraf blijkt die witte zware jongen dus zo'n typische fraaie hangsnor te hebben, die in Turkije in zwang zijn. Een Turkse zware jongen dus. Vanaf 1966 werd kapitein Haddock dan ook heel consequent door een Turk belaagd.
Sterren kijken op het natuurkundedak Het is bijna 7 uur. Het is helder. Op mijn fietstocht naar de VU keek ik vaker dan anders naar boven. De automobilisten ge lukkig niet. Het was volle maan en snij dend koud. De hele maand had ik op dit weer moeten wachten. Jammer genoeg was het begin 1985 vele weken lang be wolkt geweest. Voor sterren kijken heb je n u eenmaal helder weer nodig zoals water voor zwemmen. Ik stond op de lijst van mensen die bij hel der weer opgebeld werden voor een blik op de sterrenhemel, want er is maar beperkt plaats in de koepel op het dak van het ge bouw van wiskunde en natuurweten schappen op de VU. Inmiddels wist ik dat volle maan niet ideaal was, maar ik zag zelfs met het blote oog nog enkele sterren. Tot de zesde met de lift, drie steile trappe tjes op, pas op je hoofd en door een horizon tale deur die onder ons weer gesloten werd. We zijn aangeland in de kleine koepel. In het midden op een vierkante paal een uit drie kijkers bestaande telescoop, nu nog verlicht door rondom aan de m u u r aangebrachte lampjes. Tegen de wand nog een kastje en een tafel. Verder is de ronde ruimte leeg. De koepel is onbereikbaar voor de wisselende temperaturen van de vuverwarming, maar des te meer voor de ijzige winterkou, zeker nadat de smalle spleet in het bolvormige dak opengescho ven de helaas niet geheel pikzwarte hemel laat zien. We zijn met z'n vijven. Een sterrenkundig promovendus. Piet, die het sterrenkijken organiseert. Twee natuurkundestudenten, die een bijvak sterrenkunde doen. Mike heeft het tentamen al wel gedaan, Hank nog niet. Netty en ik zijn de twee leken. Ik heb ooit het verhaal van Caroline Her schel gelezen, die talloze dubbelsterren en nevels ontdekt heeft. Verder weet ik niets van astronomie. „Jammer, het is alweer bewolkt. Gisteren waren er meer sterren te zien," zegt Piet terwijl hij de koepel in een draaiende bewe ging zet. De spleet eindigt bij Orion, de ja ger. Met een simpele verrekijker voor de ogen zie je al veel meer sterren. De sterren
die bij Orion horen vormen een figuur met twee armen, twee benen en een gordel met daaraan een zwaard. De sterrekijkers in de oudheid beschreven op deze manier de sterrenhemel. Deze jager had het daarbij gemunt op grote en kleine beren en wel licht ook andere diersoorten. De vorm van dit sterrenbeeld wordt nog even nagekeken en de telescoop wordt op het zwaard ge richt, drie sterren op een rij. Als je goed kijkt zie je een vlekje rond het middelste sterretje. Dit is de beroemde Orionnevel, die zelfs negentig maal vergroot een klein vlekje blijft. De VUkijker is dan ook maar een kleintje. Precies geschikt voor zijn doel, practicum.
schijn. Voor een leek is het een mooi ge zicht om de hele maan eens van dichtbij te bekijken, maar Piet vertelt ons dat een halve maan veel mooier is. Je k u n t dan veel meer schaduwen zien. Bovendien geeft de maan nu zoveel licht dat een hele boel sterren niet meer te zien zijn. Toch vinden we na wat zoeken langs de hemel de tweelingen Castor en Pollux. Met de twee bijvakkers wordt het verschil tussen Alfa en Bèta Geminorum bespro ken. Ik geloof dit wel en probeer te zien of Castor echt een dubbelster is. Ik zie niets. Piet weer tegen de half kenners: „Het ver schil is bij voorbeeld elf boogseconden bij Sirius, de helderste ster aan onze hemel. De luchttrillingen zullen wel ongeveer
vijftien boogseconden bedragen, door het vocht in de atmosfeer. Daarom zie je het niet." Langs de noordzijde draait de koepel niet. Daar staat het hoofdgebouw en zijn dus geen sterren te zien. Of het moet een we tenschappelijk medewerker zijn die zich verslapen heeft. Op burgerdoelen wordt echter niet gericht. „'t Is wel een troep zeg," verzucht Piet. ,,We komen nog wel eens terug," zegt Net ty. Gerustgesteld sluit Piet de schuif. Na anderhalf u u r turen wordt de telescoop weer ingepakt en wij dalen de trapjes af, waar de ooit door mij vervloekte verwar ming mij een aangenaam gevoel geeft. Het is mü in ieder geval duidelijk gewor den datje als sterrekijker in Nederland snel tevreden moet zijn. ledere onbewolkte nacht is meegenomen. We spreken af om ooit bij nieuwe maan terug te komen. Als het dan helder is, is het echt mooi en hope lijk iets minder koud. (Jos van der Schot)
Zwitserland Piet vertelt mij later dat het echte waarne men van de vakgroep sterrenkunde plaats vindt in Zwitserland, waar zowel het weer als de kijker meer geschikt zijn. De vak groep doet voornamelijk theoretisch on derzoek naar de verstrooiing van licht in de atmosferen van bij voorbeeld Venus, Mars en Jupiter. Het is de bedoeling om meer te weten te komen van de samenstel ling van de atmosfeer rondom planeten. Inmiddels is de koepel gedraaid naar het westen. Vlak naast elkaar staan Venus en Mars, hetgeen mij een popdeuntje van Paul McCartney doet fluiten. Met het blo te oog zie ik twee stipjes, met de verrekijker k u n je zien dat de ene rood en de andere wit is en door de telescoop blijkt het witte stipje een sikkeltje te zijn. Het is halve Ve n u s en Mars is echt rood. Venus ligt tussen de zon en de aarde, terwijl Mars zich ver der van de zon af bevindt. Met lensdoppen en andere losliggende voorwerpen legt Piet op de tafel uit dat je ze dan toch vlak naast elkaar kunt zien.
Pingpongballetje De maan ziet er uit als een pingpongballe tje na een flinke wedstrijd. Drie u u r gele den was het volle maan. Aan de krimpende rand komen de eerste schaduwen te voor
(Foto Bram de Hollander)
Advertentie ^^y
1KUPERUS/BV1
WK v'
AUTOVERHUUR
fel /ï ^
i
V. d. Madeweg 1, Amsterdam, telefoon 924755 naast metrostation Duivendrecht
in
IVliddenweg 175, Amsterdam, telefoon 938790 STUDENTEN 20% KORTING
m
</.—
^u
1*7 1
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's