Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 263
7
AD VALVAS — 18 JANUAR11985
Econoom Van Hulst bekritiseert bestuurlijke overmoed van overheid in dissertatie
Geleide loonpolitiek niet effectief De geleide loonpolitiek die de Nederlandse overheid sinds de Tweede Wereldoorlog herhaaldelijk heeft gevoerd, heeft geen effecten gehad op de loonontwikkeling. Tot deze conclusie komt de econoom dr. Noé van Hulst die onlangs aan de VU op dit onderwerp promoveerde. De economische structuur heeft volgens hem haar eigen mechanismen en laat zich weinig gelegen liggen aan de beslissingen van de beleidsmakers uit Den Haag. Zeker ook de sociaal-democratie zou lering moeten trekken uit deze bestuurlijke overmoed van de overheid, vindt hij. „De arbeidsmarkt luistert heus niet naar de pocketcalculator van Marcel van Dam." Nederland geldt zo'n beetje als wereldkampioen als het gaat om de frequentie waarmee de overheid wettelijk ingrijpt in de loonontwikkeling. In de jaren 1945-62, 1966-67,1971,1974,1976 en 1980-82 was de hoogte van de lonen niet het gevolg van onderhandelingen tussen vakbonden en werkgevers, maar bepaalde de politiek hoeveel de werknemers in het loonzakje mochten ontvangen. Dreef de Nederlandse economie immers niet op de kurk van de export en waren de loonkosten daarin niet van doorslaggevende betekenis? De loonontwikkeling was eigenUjk een zaak van nationaal belang en dat ging de verantwoordelijkheid van de „sociale partners" ver te boven, vonden diverse regeringen. De werkgevers en vooral de vakbonden voelden zich op hun beurt door de „loondecreten" ernstig aangetast in hun onderhandelingsvrijheid. In de media was er een bloeiende en bij tiJd en wijle verhitte discussie. Ook economen - niets menselijks is hen vreemd verschilden ernstig van mening. Het ene kamp hechtte veel waarde aan de overlegeconomie en wees inmenging van de overheid op het terrein van de lonen af, het andere kamp (waarbij de naam van Haris van den Doel ons onmiddellijk te binnen schiet) wees bijvoorbeeld op de noodzaak het zogenaamde Prisoner's Dilemma te doorbreken: individuele werknemers zien wel het economische nut in van collectieve loonmatiging, maar ze weten niet zeker of vertrouwen er niet op dat anderen ook bereid zijn te matigen. De oplossing van dit dilemma wordt dan, kort gezegd, gezien in een loonmaatregel van de overheid. Met het optreden van de Lubbers-administratie zakte de discussie echter als een pudding in elkaar. Het huidige kabinet belijdt immers een voorkeur voor een vrije loonvorming.
WimCrezee De belangrijkste conclusie van het proefschrift is dat de lonen door het overheidsingrijpen op korte termijn weliswaar soms lager uitvallen, maar dat op middellange termijn (zo'n jaar of vijf) dit weer teniet gedaan wordt door inhaalmanoeuvres. Met een econometrisch model heeft Van Hulst de loonontwikkeling gereconstrueerd die zou hebben plaatsgevonden indien overheidsingrijpen achterwege zou zijn gebleven. Vanaf 1951 blijkt de werkelijke loonstijging in jaren van geleide loonpolitiek niet lager
strekken van produkten die in het bedrijf vervaardigd worden), incidentele en zwarte beloningen. Dergelijke ontduikingen onttrekken zich aan het zicht van de overheid en als het wèl aan het licht komt, neemt de werkgever de sancties van overheidswege op de koop toe. Naast het feit dat deze compenserende reacties de loonpolitiek ineffectief maakt, leiden ze ertoe dat de arbeidsmarkt ondoorzichtiger wordt, volgens Van Hulst. „Werknemers kunnen door die zwarte beloningen moeilijker de afweging maken of het voor hen interessant is naar een andere baan over te stappen. Het salaris dat genoemd wordt in de advertentie is immers maar het halve verhaal, want er zitten veel dingetjes omheen. De loonstructuur is dan een lappendeken geworden, er ontstaat een chaotisch beeld en de arbeidsmarkt gaat stroever functioneren." Een andere oorzaak die ertoe leidt dat op middellange termijn het overheidsingrijpen teniet wordt gedaan zijn loonexplosies na de loonmaatregel. Een bekend voorbeeld is het jaar 1964 waarin de lonen met maar liefst zo'n vijftien procent stegen. Even bekend is ook dat deze stijging voor een belangrijk deel in feite witten van zwarte loonbestanddelen was.
Zwaartekracht Van Hulst ziet weinig heil in het
Wie Noé van Hulst kent als actief kaderlid van de AbvaKabo aan de VU zal van dit motief niet vreemd opkijken, maar Wj brengt het pas na enig aandringen naar voren: „Ik heb mijn vakbondsactiviteiten en mijn wetenschappelijke werk altijd strikt uit elkaar proberen te houden."
maatregel vandaag de dag niet op de politieke agenda staat, heeft het onderzoek van Van Hulst wel degelijk enige actualiteitswaarde. De voorstellen die momenteel her en der gedaan worden om arbeidstijdverkorting wettelijk af te dwingen, vertonen immers grote parallellen met de loonpolitieke interventies van de overheid in het achter ons liggende tijdsbestek. Zo valt in sociaal-democratische kringen de laatste tijd regelmatig te beluisteren dat de overheid een bepaalde arbeidstijdverkorting plus de financiering ervan door middel van loonsverlaging wettelijk moet voorschrijven (zie plan-Van Dam, plan-Van Kemenade c.s.). Van Hulst heeft, redenerend vanuit zijn proefschrift, de nodige scepsis over dergelijke politics: „Waarom zou de overheid een loonontwikkeling kunnen realiseren die Van Dam nodig heeft voor zijn plan? De arbeidsmarkt luistert niet naar de pocketcalculator van Van Dam." „Ik zie nog niet hoe een overheid een arbeidstijdverkorting dwingend kan voorschrijven. Als Philips en Shell dat niet willen, kan De Koning weinig maken. Moet je er dan een gigantisch ambtenarenlegioen tegenaan gooien om dat te controleren? De overheid kan volgens my niet anders doen dan afwachten hoe de komende cao-onderhandelingen verlopen."
Instrumenten De sociaal-democratie heeft volgens Van Hulst van oudsher gestreden voor bepaalde waarden: minder ongelijke verdeling van macht, kennis, inkomen, etc. Voor het realiseren van deze doelstellingen werd het instrument van het overheidsbeleid gehanteerd en dat heeft in het verleden veel resultaten opgeleverd. Instrument en doeleinden werden de laatste tijd echter niet goed uit elkaar gehouden, met als gevolg dat sturing door middel van overheidsbeleid door sommigen als doel op zichzelf werd gezien, zegt Van Hulst.
Weinig aandacht Nu de stofwolken van de discussie over de wenselijkheid van de looningrepen zijn opgetrokken, heeft Van Hulst getracht de effectiviteit van dergelijke maatregelen te onderzoeken. Want vooral die effectiviteit kreeg volgens hem ten onrechte weinig aandacht. Van Hulst: „Ik verbaasde me erover dat daar in Nederland, in tegenstelling tot Engeland en de V.S., zo weinig literatuur over was. Verbazingwekkend, gezien de hoge verwachtingen die veel mensen van de geleide loonpolitiek koesterden." Een andere prikkel die hem tot dit onderwerp bracht, waren zijn ervaringen met de gepolariseerde verhouding tussen het toenmalige kabinet-Van Agt-Wiegel, dat keer op keer een loonmaatregel afkondigde, en de vakbonden die daar tegen te hoop hepen.
per decreet worden gewijzigd. Loonontwikkeling heeft met andere woorden haar eigen dynamiek en stoort zich niet aan de opinies van een aantal mensen uit de residentie. Op middellange termijn zetten loonmaatregelen economisch gezien dus weinig zoden aan de dijk. Maar waarom, zo dringt zich de vraag op, hebben politici, ondanks hevige protesten van maatschappelijke organisaties, in het verleden dan toch met enige gretigheid naar dit middel gegrepen? De vraag ligt buiten het bestek van dit proefschrift, zegt Van Hulst. Dat is namelijk een vraag die Ugt op het terrein van de economische theorie van de politieke besluitvorming. Toch wil Van Hulst er wel wat over kwijt. Het afkondigen van loonmaatregelen heeft veel te maken met electorale overwegingen, zo leert Amerikaans onderzoek. Volgens de Gallup-opinionpoolls is er in de V.S. een grote meerderheid voor overheidsinterventies in de lonen. De burger verwacht namelijk van de overheid een krachtdadig optreden om het gevreesde spookbeeld van de inflatie de kop in te drukken. Regeringen zijn, zeker in tijden van verkiezingen, niet ongevoelig voor dergeUjke volkssentimenten en nemen desnoods dacronische maatregelen. De gedachte dat een stringente loonpolitiek eerder is ingegeven door politieke dan door strikt eco-
uit te vallen dan hetgeen bij vrije loonvorming uit de bus zou zijn gekomen. Van Hulst geeft voor dit verschijnsel de volgende verklaring. Werkgevers hebben er belang biJ een neerwaartse starheid van lonen in stand te houden - ook in tijden van grote werkloosheid. Dit wordt verklaard door de zogenaamde impliciete contracttheorie: werknemers en werkgevers gaan op langere termijn een ongeschreven contract met elkaar aan. Beide partijen hebben daar namelijk belang bij. Werkgevers willen graag een stabiel personeelsbestand vanwege de mogelijkheden om via scholing en vorming in hun mensen te kunnen investeren. Werknemers prefereren een stabiele, zekere werkomgeving. Vanwege deze belangenovereenkomst, dit impliciete contract, zijn werkgevers niet ongenegen een stabiel inkomen te ver-, strekken en omzeilen om die reden loonpolitieke decreten. De mogelijkheden daartoe zijn taUoos: beloningen in natura (dienstauto, telefoon, goedkope woongelegenheid, gratis ver-
verbeteren van het (controle)instrumentarium van de overheid teneinde wèl effectieve loonmaatregelen te kunnen doorvoeren. „Op een aantal theoretische gronden ben ik tot de conclusie gekomen dat de overheid in een westerse markteconomie als de onze überhaupt geen effectieve loonmaatregelen kan hanteren. Ze is gewoon niet in staat om de krachten die op de arbeidsmarkt spelen, naar haar eigen hand te zetten. Alleen wanneer de grondslagen van onze economie gewijzigd worden, zou dat wellicht wèl lukken. Maar dan praat je over een soort planeconomie." De vooraanstaande Britse econoom Parkin maakte eens de volgende vergelijking om de bestuurlijke overmoed van de overheid te schetsen: er zou gelachen worden in het parlement als de regering zou voorstellen de wet van de zwaartekracht af te schaffen. Vreemd genoeg wordt de regering niet uitgelachen als ze het plan verkondigt de lonen op een bepaalde hoogte vast te stellen. Moraal: de loonontwikkeling kan netzomin als de zwaartekracht
„Andersom ben ik het ook niet eens met de gedachte dat de doelstellingen van de sociaal-democratie hebben afgedaan, omdat de overheid log, verburocratiseerd zou zijn. Ik zie het als een teloorgang van een beleidsinstrument, met de noodzaak naar andere instrumenten te zoeken." Hij geeft een voorbeeld: „Vele sociaal-democraten willen een rechtvaardiger inkomensverdeling realiseren via het belasting- en premie-instrument. Dat kan wel omhoog, zeggen ze. Maar voor my is het de vraag of dat lukt. Kijk naar de enorme tendenzen tot ontduiking en afwenteling! Netto-netto-net. (Foto AVC/VU) to, dus na alle ontwijkingsmogelykheden, blijkt dat instrument nomische overwegingen, wordt lang niet altijd effectief." ook wel ondersteund door het feit dat het overgrote gedeelte van de Welke alternatieven staan er dan economen in de V.S. het nut van ter beschikking? degelijke maatregelen zeer be- Van Hulst: „Je kunt beter een twijfelt. „Die tegenstelling tussen zogenaamd bronnenbeleid voede opvattingen van economen en ren. Daar waar hoge inkomens de opvattingen van 'de publieke zijn moet je de concurrentie beopinie' is zeer boeiend. In de V.S. vorderen. In de sector van de vrije staat het onderzoek daarnaar nog beroepen zou je bij voorbeeld de in de kinderschoenen, dus op dit belemmeringen tot toetreding terrein valt er weinig met zeker- kunnen wegnemen en het aantal heid te zeggen.'i meent Van opleidingsplaatsen vergroten. Hulst. Via het marktmechanisme gaan Ook voor de Nederlandse situatie dan de inkomens vanzelf naar bezijn politiek-psychologische ach- neden." tergronden van loonmaatregelen Gelukkig vindt er binnen delen aanwijsbaar. Nog vers in het ge- van de sociaal-democratie moheugen ligt de oliecrisis van 1973. menteel een herbezinning plaats Autoloze zondagen, Arabische op het „vaak dolgedraaide" inboycot; met ernstige gezichten strumentarium van de overheid, kijken politici in de t.v.-camera's: zegt Van Hulst. zij zullen hun ruggen recht houden als zijn ze Hansje Brinker die Nederland in deze internationaal woelige tijden van de ondergang redt. Voor het jaar daaropvolgend gold een loonmaatregel.
Arbeidstijdverkorting Ondanks het feit dat een loon-
N. van Hulst, De effectiviteit van geleide loonpolitiek in theorie en praktijk. Ultg. Wolters-Noordhof, ƒ57,50. ''-•' ' •
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's