Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 405
V AD VALVAS — 29 MAART 1985
.derzoek aan de VU beeld graag de merknaam van h u n preparaat in het artikel vermeld zien, terwijl wetenschappelijk gezien alleen de werking van de stof die in het preparaat zit interessant is. Van die druk heb ik me nooit wat aangetrokken. Vooraf is met de opdrachtgever ook expliciet afgesproken dat ik de vrijheid heb om te publiceren, in welke vorm en in welk blad dan ook. Openbaarheid is voor mij een absolute conditie. We hebben daar in het verleden nooit moeilijkheden mee gehad." Toch is de situatie waarin onderzoeksresultaten vervelend uitpakken voor de opdrachtgever niet ondenkbaar. Denk maar aan de research op het gebied van de werking van geneesmiddelen en andere stoffen. Een opdrachtgever k a n er belang bij hebben dat de onderzoeksresultaten niet wereldkundig worden gemaakt. Theoretisch is het mogelijk dat men in dat geval dreigt bijvoorbeeld geen vervolgopdrachten te verstrekken, vertelt Orlebeke. „Grelukkig ben ik nog nooit in zo'n situatie verzeild geraakt. Wat ik zou doen? Dat hangt ervan a f . . . J e moetje dan afvragen hoe belangrijk het is dat een breder publiek op de hoogte van de resultaten wordt gebracht."
/Mr
:'|;^:':-K-Cif?>:>-:-j-::;;
(Foto Bram de Hollander) ingesteld, vindt Schuyt. „Ik wil best gecontroleerd worden - iedereen is tenslotte slecht," zegt hij met een glimlach. Daarna, een graad feller: „Maar als ik op een gegeven moment een extra IBM-machine wil huren, moet ik geen gezeik krijgen dat zoiets via die en die dienst van de VU geregeld dient te worden." Een ander p u n t van kritiek van Schuyt is het ontbreken van een systeem van voorfinanciering. Het zou aan de VU mogelijk moeten zijn dat een onderzoeker even wordt „vast gehouden" tot het moment waarop de financiering van een volgend project officieel rond is. Een aquisiteur in onderzoekssubsidies moet ook rekening houden met tegenvallers: opdrachten die op het laatste moment afketsen. Orlebeke: „Wij hadden laatst bijna een enorm contract met de farmaceut Bayer in de wacht gesleept. Voor de registratie van een geneesmiddel hadden ze nog een onderzoek nodig naar de effecten op het gedrag van de gebruikers ervan. Alles was al in kannen en kruiken. Toen bleek dat de registratie al in orde was: ze hadden geen behoefte aan verder onderzoek. Jammer, want het was een vette kluif en we hadden er al veel energie in gestoken." Het ging hier om een bedrag van 1,2 miljoen. Een onderzoeksopdracht kan ook naar een ander onderzoeksinstituut gaan, want in deze branche IS soms sprake van een milde vorm van concurrentie. Opdrachtgevers schrijven in dat geval een aantal onderzoekers a a n met het verzoek een onderzoeksopzet plus offerte op te stellen, vertelt dr. F. Fleurke van de sectie
bestuurskunde van de vakgroep politicologie. Zijn sectie, die al jarenlang onderzoek verricht voor de overheid, selecteert overigens ook zelf in de aangeboden opdrachten. „Soms zijn opdrachten voor ons wetenschappelijk niet interessant: ze passen niet in onze onderzoekstraditie, ze brengen het vak bestuurskunde niet verder, of de vraagstelling is niet helder te krijgen." Zo heeft Fleurke onlangs een opdracht van de Rijksplanologische Dienst geweigerd, omdat hij de indruk had dat het in dit geval niet zozeer ging om een behoefte aan kennis, maar een poging een bepaalde beslissing voor zich uit te schuiven wegens gebrek aan onderlinge consensus. Het gevolg was een troebele probleemstelling die ook in latere gesprekken niet aangescherpt kon worden.
Forum
Wiens brood men eet, wiens woord men preekt. De buitenstaander denkt al snel aan dit gezegde wanneer het derde geldstroom-onder-zoek ter sprake komt. De betrokken onderzoekers zelf benadrukken echter stuk voor stuk h u n onafhankelijkheid en integriteit. Om dat te bewijzen leggen ze vaak h u n bevindingen niet alleen neer in een rapport voor de opdrachtgever m a a r ook in een vaktijdschrift zodat het beruchte forum der wetenschap over h u n werk een oordeel kan uitspreken. Sommige opdrachtgevers proberen ook daarop invloed uit te oefenen, heeft Orlebeke ervaren. „Vooral farmaceuten hebben op bescheiden schaal soms de neiging te sturen. Ze willen bijvoor-
Het ligt voor de hand te veronderstellen dat vooral opdrachtgevers uit het bedrijfsleven proberen greep te houden op de onderzoeksgang. Tenslotte zijn er vaak grote zakelijke belangen mee gemoeid. Maar ook wanneer de overheid de opdrachtgever is, wordt er soms over de schouder van de onderzoeker meegekeken. Orlebeke geeft een voorbeeld: „Het ministerie hanteert voor het vaststellen van geluidslawaai een bepaald meetinstrument. We hebben wel 'ns een gesprek met mensen van het ministerie gehad waaruit bleek dat ze liever niet de waarheid of onwaarheid van dat instrument boven tafel zagen komen. Want een heel bouwwerk van maatregelen en wetten was gebaseerd op dat meetinstrument. D a t hele bouwwerk zou in elkaar zakken als via onderzoek de ondeugdelijkheid ervan zou worden aangetoond." Het onderzoek is overigens om andere redenen niet doorgegaan. Binnen de derde geldstroom is de overheid (nationaal of lagere) nog altijd de grootste opdrachtgever (schatting voor de VU: ongeveer 50 procent). Ministeries beschikken de laatste jaren over een groter budget voor onderzoek. Waarom zoeken ze h u n toevlucht tot universiteiten? Volgens Schuyt ligt de verklaring in het feit dat ambtenaren vaak volledig opgaan in de mallemolen van de bureaucratie. „Ze zien alleen maar papieren en regelingen. Ze hebben daarom een grote behoefte aan analyse van wat zich werkelijk in de maatschappij afspeelt. Van de gevolgen van h u n beleid hebben ze een slecht beeld." Daarnaast speelt volgens Schuyt een legitimatiebehoefte een rol. Die behoefte geldt zowel richting politiek („Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond d a t . . . ") als ten behoeve van de promotie van de eigen afdeling binnen het departement. „Ik verdenk een ambtenaar er wel eens van dat hij van een onderzoeksnota van ons de titelpagina afscheurt en h a a r vervolgens onder zijn eigen naam doorstuurt." Niet dat Schuyt daar zwaar aan tilt. Hij heeft zich op dit p u n t nog nooit misbruikt gevoeld. „Tussen ons en de opdrachtgevers op het ministerie zit het wel snor. Er gelden onuitgesproken codes die je ook in de daaglijkse omgang hanteert. Wanneer je een opdrachtgever op zo'n p u n t niet vertrouwt, ga je niet met zo'n persoon in zee. Mensen op het ministerie kennen na al die jaren je onderzoeksstijl, je filosofie, dus dat selecteert zichzelf uit."
Contract-research is op zichzelf geen nieuw verschijnsel a a n de universiteiten. Bedrijven en overheidsinstellingen maken al jarenlang gebruik van het gespecialiseerde onderzoekspotentieel dat aan de alma mater aanwezig is. De omvang van deze contracten was in het verleden evenwel gering: het was a a n de universiteiten not-done onderzoek te doen' in opdracht van een geldschieter die met de resultaten ervan effectiever zijn (buitenwetenschappelijke) doelstelling tracht te realiseren. De recente bezuinigingen op het w.o. heeft het verschijnsel contract-research echter in een stroomversnelling gebracht. Orlebeke: „Het inleveren van formatieplaatsen en onderzoeksgeld is al in 1977 begonnen. Toen hadden we nog zo'n negen studentassistenten rondlopen - assistenten die vaak ook behulpzaam waren bij het verzamelen en analyseren van gegevens. Velen van
Koops vindt dat onderzoekers aan universiteiten daarom alert moeten blijven: „Het huidige klimaat van bezuinigingen werkt opportunisme in de hand: men gaat redeneren dat het beter is een volstrekt willekeurig derde geldstroom-project a a n te nemen dan op straat te staan met lege handen. Ik vind dat riskant voor de wetenschappelijke ontwikkeling op lange termijn." Prof. E. Veltkamp, als geneticus verbonden aan de vakgroep cellulaire en moleculaire biologie, tracht het genoemde gevaar te ontlopen door scherp te selecteren op de projecten die hy aanneemt. „De projecten moeten inpasbaar zijn in het lopende onderzoeksprogramma," zegt hij resoluut. „Anders geeft het een ontwrichting van en heeft het geen uitstraling op het meer fundamentele onderzoek." Een scheiding aanbrengen tussen fundamenteel en toegepast onderzoek is voor hem uit den boze. Eerder is
Prof. dr H. J. J. Nijkamp (Foto AVC/VÜ) hen konden na h u n studie een promotieplaats bekleden. Maar dat bleven tijdelijke plaatsen. Dus bij inlevering van personeel gingen zij er het eerst uit." De derde geldstroom is met andere woorden vaak een bittere noodzaak wil een vakgroep nog iets aan onderzoek doen. Tegelijkertijd wijzen onderzoekers op de positieve kanten ervan. Orlebeke: „Het geeft een satisfactie als je er in slaagt een opdracht binnen te halen. Dat is een bekend psychologisch fenomeen. Kijk, het is leuker als je je ergens voor hebt moeten inspannen, dan datje datzelfde zomaar krijgt." Hij vervolgt: „Derde geldstroom-onderzoek heeft de universiteit wat bedrijfsmatiger gemaakt: je moet meer knokken voor je zaken, je moet meer plannen. Vroeger was er aan de universiteit ruimte om geen fluit u i t te voeren. Dat kan nu niet meer. De output is hoger in vergelijking tot de tijd waarin er meer personeel was. Het is publish or perish."
Hoer
Veel wetenschappers met wie wij praatten over het doen van onderzoek-in-opdracht zijn zich bewust van de schaduwkanten ervan. Drs. Schuyt: „Wanneer je je uitsluitend verlaat op derde geldstroom-onderzoek word je een pragmaticus." Hij drukt zich nog wat puntiger uit: „Dan word je een wetenschappelijke hoer." Hij vervolgt: „Een wetenschapper moet bij tijd en wijle zijn studeerkamer worden ingeschopt om ma te denken, de rust te nemen om theoretisch bezig te zijn." Die rust is nodig want het organiseren van derde geldstroom-projecten leidt zo af en toe tot bijkans hectische taferelen, legt Schuyt uit. Wanneer het ene project nog maar halverwege is, moet de onderzoekscoördinator alweer de boer op om het volgende project van de grond te tillen. Ook Koops ziet gevaren als het aandeel van derde geldstroomonderzoek te groot wordt. Veel van dergelijk onderzoek heeft het karakter van eenmaligheid. Een opdrachtgever heeft een concrete vraag waarop hij een concreet antwoord verlangt. De ruimte om het vakgebied op theoretisch niveau te vernieuwen is er niet.
er sprake van wederzijdse bevruchting. De kans dat bedrijven of andere opdrachtgevers met een willekeurige klus naar hem toekomen is niet groot. Bedrijven van enige omvang hebben meestal zelf een researchgroep die wetenschappelijke congressen bezoekt en de vakpublicaties bijhoudt. Zodoende hebben potentiële opdrachtgevers een aardig beeld van de know-how a a n universiteiten en weten ze waar welke specialisaties aanwezig zijn. En ook omgekeerd zijn onderzoekscoördinatoren aan universiteiten vaak goed op de hoogte welke bedrijven te interesseren zijn voor het financieren van toegepast onderzoek, aldus Veltkamp. Bij het formuleren van een nieuwe onderzoekslijn houdt hij daar rekening mee. Veltkamp en zijn collega prof. H. J. J. Nijkamp doen veel onderzoek n a a r biotechnologische processen - een onderzoeksterrein dat van overheidswege de laatste jaren zwaar gepushed wordt. Vooral het ministerie van Economische Zaken heeft flinke bedragen beschikbaar wanneer bedrijven de gehele financiering van, vaak risicovolle, projecten niet in zijn geheel op zich willen nemen. Een van de opdrachtgevers is een voedingsmiddelenproducent. De n a a m wil Nijkamp niet noemen. „Het bedrijf wil dat niet in de publiciteit uit concurrentieoverwegingen." Ook bij het publiceren van onderzoeksresultaten worden Nijkamp en Veltkamp geconfronteerd met de concurrentiegevoeligheid van h u n geldschieters. Ze moeten daarvoor namelijk toestemming krijgen. Veltkamp: „Normaal gesproken komen de bevindingen in een wetenschappelijk tijdschrift terecht. Maar de afspraak is meestal dat het bedrijf eerst kijkt of het bedrijfsbelang daarbij schade ondervindt of dat er eerst octrooi of patent moet worden aangevraagd. Volgens Veltkamp betekent dat alleen een kleine vertraging van de publicaties. Eèn keer is het voorgekomen, weet Nijkamp zich te herinneren, dat een voordracht op een wetenschappelijk congres niet gehou-
Vervolg op pag. 12
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's