Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 147

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 147

16 minuten leestijd

25 OKTOBER 1985

Professor Smelik is e e n vive, vriendelijke, b e d a c h t z a a m for­ mulerende, v a a k e e n beetje kri­ tisch kijkende vijftiger. Dat hij d e w e t e n s c h a p in r»oest g a a n , w e r d h e m eigenlijk p a s duide­ lijk in zijn promotietijd in Gro­ ningen, zegt hij. „Dat w a s e e n h e e l prettige tijd. Je werkte in e e n uitgewoonde troep, d e rijk­ d o m v a n nu w a s er zo kort n a d e oorlog n o g niet. Maar w e h a d ­ d e n plannen e n ideeën. Toen k w a m het gevoel dat je iets leuks deed. Er k w a m iets uit." Sloeg d e vonk in die tijd góéd over, tijdens zijn studie biologie, in Utrecht b e g o n n e n e n n a ver­ huizing v a n zijn ouders in Gro­ ningen voortgezet, k w a m hij in aarmierking met d e weten­ s c h a p p e r Jan Metuzals die h e m in feite al op het spoor zette. ,,Het w a s e e n heel merkwaardi­ g e , Weltfremde m a n die d a a r op het Groningse l a b rondliep. Hij k w a m uit Letland, w a s in d e oor­ log via Duitsland in Nederland verzeild g e r a a k t e n opgenomen in het Groningse lab. D a a r bleef hij e e n Fremdkörper, omdat hij geweldig m o n o m a a n w a s . Ik d e e d e e n bijvak bij hem. Het was m a a r e e n half jaar, m a a r d a t is heel b e p a l e n d voor mij geweest, omdat ik v a n h e m echt geleerd h e b wat streng e n kri­ tisch w e t e n s c h a p bedrijven is."

F a r m a c o l o o g prof. dr. P. Smelik: w e t e n s c h a p moet je h o b b y zijn

,Het is naar mij toe gekomen allemaal!' "Je moet gewoon een rare kronkel in je hersens hebben om wetenschapper te worden. Iets van Weltfremdheit. Je focust je op je hobby. Ja, het moet echt je hobby zijn. Het moet je pakken. Ik begrijp het best als mensen zeggen: hoe kun je nou je lol vinden in iets miniems als de bijnier en daar enthousiast over worden, laat staan blijven." Zegt prof. dr. P. G. Smelik, kopman van de vakgroep farmacologie a a n de VU, met iets vanzelfsprekends in zijn stem. We interviewen hem over zijn carrière: de vraag hoe het zo gelopen is en wat hij er zelf a a n heeft gedaan. ­ Veel is dat niet, zegt hij. „Het is naar mij toegekomen allemaal."

Prof. Smelik geeft toe dat d e ora et labora­mentaliteit h e m v a n huis uit ook wel is bijgebracht. Hij groeide op in e e n gerefor­ meerd nest. „Dat speelde, derik ik, wel e e n beetje mee. Ik h e b altijd g e d a c h t dat wat je weten­ schappelijk doet zinvol moet zijn. Je moet a a n v o e l e n dat je werk voor d e g e n e e s k u n d e be­ tekenis k a n h e b b e n . Zo'n vak­ cproep als hier op d e VU draait op meer d a n e e n miljoen per jaar. We h e b b e n d a n wel d e verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat er iets v a n behoorlijk gehalte uitkomt in d e vorm v a n artikelen. In vergelijking tot wat eruitkomt is het immers h a r d ­ stikke duur."

Het w a s niet alleen d e uiterste punctualiteit die d e Letlander demonstreerde, ook zijn filosofi­ s c h e inslag imponeerde d e stu­ dent Smelik, opgegroeid als hij w a s in e e n typische alfafamilie v a n „herders e n leraars". ,,Hij o r e e r d e g r a a g , h a d aUerlei i d e e ë n als hij het over d e inner­ vatie v a n d e hypofyse h a d . Dat boeide mij e n zo k w a m ik op endocrien terrein terecht. Ik zat in e e n j a a r met m a a r vijf stu­ d e n t e n e n hij b e s t e e d d e veel a a n d a c h t a a n je, wat om die r e d e n ook kon. Het w a s e e n beetje e e n vader­zoon­relatie die ik met h e m h a d . In C a n a d a , w a a r ik h e m n a 20 j a a r nog e e n s h e b opgezocht, h a d hij dat vaderlijke nog steeds over zich. Bijgebleven is mij altijd dat hij zei: kijk eens, w e t e n s c h a p doen, d a t hangt v a n vier dingen af: „Geld, Geduld, G e h i m und Gluck."

Het w a s toen nog niet alles v r e u g d e w a t d e klok sloeg voor d e student Smelik. De helft v a n d e studenten bestond uit natuur­ vrienden v a n het bekend Prik­ k e b e e n t y p e . D a a r voelde hij zich niet erg m e e verwant. Hij h a d a l bij zichzelf ontdekt dat hij m e e r theoretische d a n prakti­

prof. Smelik. Iets wat hij, g e n e ­ raliserend gesproken, bij d e he­ d e n d a a g s e student minder a a n ­ treft. Ze laten, vindt hij, minder d a n vroeger zien echt iets te wil­ len bereiken, niet in d e zin v a n beroemd worden of veel geld verdienen, m a a r meer in d e zin v a n iets goed willen doen e n zich ergens volledig a a n geven. „ D a a r k l a a g ik wel e e n s e e n beetje over. Toen ik promoven­ dus was, w a s het doodnormaal dat m e n s e n ook 's a v o n d s op het l a b rondliepen. Iedereen w a s er. W e t e n s c h a p bedrijven is e e n moeizame zaak. D a a r moet je bij wijze v a n spreke d a g e n nacht m e e bezigzijn. Dan h e b je d e g o e d e mentaliteit.

Aanvoelen

Vader en zoon

De vier „G's" zullen niet uitslui­ tend voor d e w e t e n s c h a p gel­ d e n . Prof. Smelik lijkt er zoveel m e e te zeggen als: w a t iemands carrière wordt is d o o r g a a n s niet z o m a a r vantevoren te voorspel­ len. ,,Als jongen h a d ik er g e e n idee v a n wat ik zou willen wor­ d e n . Na het e i n d e x a m e n v a n d e middelbare school dacht ik n o g d a t ik medicijnen zou g a a n stu­ d e r e n . Dat leek me wel interes­ sant, m a a r d e halve klas op het gymnasium gring dat doen. Het a a r d i g e is dat ik voor d e keuze aUa of bèta bij Waterink getest w a s , die h a d gezegd dat ik het meest geschikt zou zijn voor la­ boratoriumwerk of het b e r o e p v a n arts. Mijn ouders h e b b e n mij d e test nooit laten lezen, d a a r k w a m ik p a s later achter. Ik dacht, w a a r o m wü ik eigenlijk medicijnen studeren e n ging toen bij mezelf te r a d e . Mijn hart g m g uit n a a r d e biologie v a n d e m e n s . Zo k w a m ik bij d e biolo­ giestudie uit."

Jan van der Veen

Foto AVC/VU

s c h e belangstelling had, hoewel hij in zijn schooltijd ooit e e n complete mierenkolonie in het ouderlijk huis h a d onderge­ bracht e n oprichter e n voorzitter v a n d e natuurhistorische vere­ niging ,,Pan" op het gymnasium w a s geweest, w a a r v a n d e le­ d e n het bos ingingen om vogel­ tjes e n plantjes te bekijken. „Het w a s meer: h o e zit het allemaal in elkaar, dat w a s w a t mij a a n ­ trok," herinnert prof. Smelik zich.

Fundamenteel ,,Een voordeel v a n d e biologies­ tudie w a s dat je e e n weten­ schappelijker opleiding kreeg d a n bij medicijnen. Ik h e b m e bij d e keuze overigens wel afge­ v r a a g d wort ik ermee zou kun­ n e n worden, w a n t zoveel b a n e n w a r e n er niet voor biologen. In­ dié w a s afgevallen, d a a r ging vroeger e e n d e r d e heen. Een d e r d e bleef bij het rijk h a n g e n e n e e n d e r d e ging voor d e klas."

G a a n d e w e g rijpte zijn koers: d e fundamentele w e t e n s c h a p s b e ­ oefening. Smelik: „De endocri­ nologie, hormonen, dat vond ik e r g leuk, m a a r dat kon je niet d o e n a a n d e subfaculteit biolo­ gie. Daarvoor moest je n a a r far­ macologie e n dat d e e d ik toen." N a zijn doctoraal e x a m e n in 1954 e n d e militaire dienst ging hij o p d a t p a d verder. Van 1955 tot 1963 zat hij op het farmacolo­ gisch l a b in Groningen, d a a r n a tot 1969 o p het gelijknamige l a b in Utrecht. Ondertussen w a s hij gepromoveerd (1959) e n tot lec­ tor benoemd (1965). In 1968 k r e e g hij v a n d e Leidse univer­ siteit d e S. E. d e Jonghpenning voor zijn farmacologisch werk. Sinds 1969 is hij hoogleraar a a n d e VU. „Ik b e n niet zo bezeten als die' m o n o m a n e w e t e n s c h a p p e r bij wie ik dot bijvak deed, m a a r ik h e b v a n h e m wel geleerd dot je i n d e r d a a d over gedrevenheid e n geduld moet beschikken als je w e t e n s c h a p bedrijft," aldus

,,Nee, ik b e n niet zo carrière­ minded geweest. Het is n a a r mij toegekomen allemaal. Ik b e n g e v r a a g d e n als je denkt d a t je er geschikt voor bent d a n d o e je het. Toen ik lector werd bijvoor­ beeld . . . Nee, ik h e b nooit het gevoel g e h a d mij m bochten te moeten wringen om ergens te komen. Ik denk dat voor alles in het leven geldt dat je je fatsoen­ lijk hebt te g e d r a g e n , ook als je carrière wilt maken, w a t ik g e e n vies woord vind. Als je daarbij met je ellebogen a n d e r e n n a a r b e n e d e n werkt, is dat fout." De g e d a c h t e om voor e e n hoger inkomen d e universiteit te ver­ ruilen voor d e industrie is nooit in h e m opgekomen. „Nee, d a a r moet je inleveren. Werkelijk w e ­ tenschappelijk werk d o e n is bij­ n a niet mogelijk. Er is natuurlijk e e n heel garnituur met e e n ge­ zond stel hersens d a t zoiets a a n ­ trekkelijk vindt e n niet n a a r h o g e wetenschappelijk presta­ ties streeft. We zitten nu enigs­ zins in d e golf v a n d e toegepas­ te wetenschappelijke technolo­ gie. Dat is wel begrijpelijk, m a a r volgens mij komt m e n d a a r g a u w v a n terug. Immers d e hele wetenschappelijke technologie drijft op d e kurk v a n d e funda­ mentele w e t e n s c h a p . Dat is d e fonds w a a r je op teert. Je kunt miljoenen stoppen in d e eerste­ lijns gezondheidszorg of d e g e ­ rentologie, m a a r d a a r worden die gebieden niet door gestitnu­ léerd. D a a r h e b je g o e d e weten­ schopfjers voor nodig e n die zijn er op d e korte termijn niet vol­

doende. Daarom moet je op d e l a n g e r e termijn denken." „Mijn leermeester zei: d e uni­ versiteit is d e enige plaats w a a r je ,freie und zweckfreie Wissen­ schaft' kunt beoefenen. Als je probeert om v a n d e universiteit e e n nuttige e n toegepaste zaak te maken, d a n g a a t het ver­ keerd. Ik verwacht dat d e w a l het schip binnen enkele jaren zal keren. M a a r ik vind die typi­ sche golfbeweging heel begrij­ pelijk als je bedenkt dat er heel wat m e n s e n a a n d e universiteit m a a r wat zaten te a m a t e u r e n op belastinggelden e n weinig presteerden. D a a r moest d e zweep d a n m a a r e e n s over. Dat vind ik heel terecht."

Onzin In 1983 werd prof. Smelik onder d e „top 95 v a n d e medische hoogleraren in Nederland" ge­ rangschikt als enige VU­hoogle­ r a a r . Als w e dat ter sprake brengen, glimlacht hij, trekt e e n frons e n zegt: „Ja, die Science Citation Index (wetenschappe­ lijk kwaliteit v a n onderzoekers gemeten n a a r het a a n t a l malen dat iemand in internationale vaktijdschriften is geciteerd, red.) zegt in concreto niet veel. De opstellers n a m e n alleen hoogleraren, m a a r op d a t mo­ ment h a d ik hier medewerkers die veel vaker d a n ik geciteerd w a r e n . D a n vind ik het onzin om mij o p die lijst te zetten." Wel hecht hij w a a r d e a a n d e pluim die zijn vdkcproep datzelf­ d e j a a r kreeg in het RAWB­on­ derzoek als e e n v a n d e beste in ons land. „Ze gebruikten e e n stuk of zeven, acht criteria e n het resultaat klopte ook a a r d i g als je naging wie er wel e n niet o p d e Ujst stonden. M a a r zo'n onderzoek bevestigt in feit al­ leen w a t iedereen eigenlijk al weet e n d a n nog met e e n hele­ boel werk: wie er g o e d is e n wie minder goed. Zoiets weet je in je eigen vakgebied natuurlijk vrij snel." A a n het eind v a n ons gesprek komt hij nog e e n keer terug op d e mentaliteit die e e n (funda­ mentele) wetenschapper vol­ g e n s hem moet bezitten, wil hij succesvol kunnen zijn. Hij moet beschikken over e e n overdosis a a n zelfkritiek („Derik a a n d e voorwaardelijke financiering. Het is heel moeilijk om m e n s e n die v a n zich zelf denken dat ze e e n geweldige prestatie h e b b e n geleverd te moeten zeggen dat het niet zo is"); hij moet toege­ wijd zijn a a n iets d a t tegelijker­ tijd zijn hobby is, m a a r met het duidelijke besef d a t zijn werk ten dienste v a n d e g e m e e n ­ s c h a p staat („Dat moet in d a t werk ergens ook h e r k e n b a a r zijn"); hij moet zeer systematisch e n daarbij ook creatief kunnen denken. „Dus wat e e n weten­ s c h a p p e r nodig heeft is e e n h e e l pakket v a n eigenschappen. Als er e e n a a n ontbreekt, schort er wat a a n , " aldus prof. Smelik.

»te«,ï

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985

Ad Valvas | 568 Pagina's

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 147

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985

Ad Valvas | 568 Pagina's