Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 133

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 133

9 minuten leestijd

18 OKTOBER 1985 Vervolg van pag. 12 - de spreiding van vrouwen binnen de VU • bij wp: grote verschillen tussen de verschillende disciplines, • bij tas: grote verschillen tussen functiecategorieen; - verhoudingsgewijs weinig vrouwen In hogere functies c.q. salarisschalen; - een procentueel groter aantal vrouwen met een tijdelijk dienstverband (circa 50% van het vrouwelijk wp); - een groter aantal deeltijdmedewerksters met een gemiddeld lagere deeltijdfactor. De verschillen in de man-vrouw verhouding binnen de VU zijn niet zoveel anders dan bij andere werkorganisaties, met name ook bij andere instellingen van WO, ook daar is sprake van afwezigheid of sterke ondervertegenwoordiging van vrouwen in bepaalde functie-typen. De verschillen zijn ten dele een afspiegeling van de maatschappelijke verhoudingen.

3. Bestaand Beleid Formele barrières voor vrouwen om te solliciteren of benoemd te worden ontbreken. De huidige selectieprocedure (Handleiding selectie commissies) maakt op geen enkel punt onderscheid tussen mannen en vrouwen. In alle advertenties wordt door middel van de afkorting m/v aangegeven dat zowel mannen als vrouwen kunnen solliciteren.

4. Te voeren beleid

Gelet op de maatschappelijke ontwikkelingen vinden wij het van belang een actief op vrouwen gericht wervlngsen selectiebeleid te voeren. Dit beleid is enerzijds gericht op het geleidelijk doen toenemen van het aantal vrouwen in die functle-typen/op die functieniveaus waar zij thans ondervertegenwoordigd zijn. Anderzijds is het gericht op het uitbannen van thans wellicht nog voorkomende ongelijke behandeling van vrouwen tijdens de selectieprocedure. Uiteindelijk doel is het bereiken van een evenwichtiger verdeling van vrouwen over de verschillende functie-categorieën. Beoordelingspunten hiervoor zijn de personeelsopbouw van de eenheid waar de vacature is en het aanbod van vrouwen op de arbeidsmarkt. Een actief op vrouwen gericht wervings- en selectiebeleid impliceert met dat concessies moeten worden gedaan aan de geschiktheid van de sollicitant(e). Ook niet in het geval een voorkeur voor een vrouw expliciet wordt uitgesproken. De geschiktheid moet worden vastgesteld aan de hand van de funtie-eisen. Omdat in het algemeen de functieeisen worden afgestemd op de kennis en ervanng van het zittend personeel (voor het merendeel dus mannelijk) moeten deze kritisch worden bezien. Onderscheid zal moeten worden gemaakt tussen voor de functie absoluut noodzakelijke eisen ten aanzien van opleiding en ervaring en daarboven

uitgaande wensen. Ervaring van vrouwen in niet betaalde werkzaamheden dient nadrukkelijk te worden meegewogen. Als uitwerking van het beleid staat ons, naast enkele meer concrete maatregelen, voor ogen het bevorderen van een actieve opstelling binnen de werkeenheden zelf om waar mogelijk bij een vacature, een vrouw te benoemen. Met name wanneer sprake is van een, (sterke) ondervertegenwoordiging van vrouwen binnen de werkeenheid/per functie-type. Een uitgebreide registratie van gegevens over bestaande verhoudingen en overwegingen tijdens de selectie achten wij niet het meest geëigende Instrument om dit te bereiken. Evenmin het dwingend opleggen van een aantal maatregelen. Het verstrekken van informatie - o.a. in een brochure over de werving- en selectieprocedure voor selectiecommissies - en een alerte houding van de adjunctsecretaris/beheerders en personeelsfunctionarissen bij vacatures die daarvoor in aanmerking komen achten wij doeltreffender. Bij de selectie blijken maatschappelijke opvattingen over de rol van de vrouw in het arbeidsproces, haar ambities, mogelijke combinatie van werk en gezin/samenlevingsvorm maar ook over de rol van de man in dit geheel mee te spelen. Eveneens spelen ervaringen ten aanzien van de functievervulling tot nog toe een belangrijke rol. Deze zijn grotendeels gebaseerd op de wijze waarop mannen deze functies vervulden.

Veelal zal dit onbewust gebeuren. Door het verschaffen van informatie trachten wij de leden van selectiecommissies van dit soort oordelen bewust te maken opdat de vrouw in de selectieprocedure Inderdaad een gelijke behandeling krijgt.

5. Maatregelen 5.1 Aan ons algemene uitgangspunt ,,het streven naar een evenwichtiger man-vrouw verhouding in de personeels opbouw" zal intern en extern bekendheid worden gegeven. 5.2. In de brochure voor de selectiecommissies zal aandacht worden besteed aan de Wet Gelijke Behandeling en met name aan vaak onbewust meespelende (voor)oordelen. 5.3. In de personeelsadvertenties zal standaard de volgende zin worden opgenomen: ,,De VU streeft naar toeneming van het aantal vrouwelijke personeelsleden, teneinde een evenwichtige man-vrouw verhouding in de personeelsopbouw te bereiken". 5.4. Wanneer een werkeenheid uitspreekt aan een vrouw de voorkeur te willen geven zal, in plaats van de hierboven genoemde standaardtekst, de zin worden opgenomen, ,,De voorkeur gaat uit naar het benoemen van een vrouw, gelet op de personeelsopbouw van de werkeenheid". 5.5. Aanbevolen wordt zo enigszins mogelijk, één of meer vrouwen te be-noemen in de selectiecommissie. 5.6. Aanbevolen wordt zoveel mogelijk vrouwen voor een sollicitatiegesprek uit te nodigen, tenzij deze op

grond van hun sollicitatiebrief niet aan de minimum functle-elsen voldoen. Bi) de beoordeling of voldaan wordt aan de minimum functie-eisen zal rekening worden gehouden met onbetaalde werkervaring. De functle-elsen zullen tevens kritisch moeten worden bezien vanuit de doelstelling meer vrouwen te benoemen. 5.7. Het aantal vrouwelijke sollicitanten voor een vacature zal bij de dienst PZ worden geregistreerd, zodat zicht kan ontstaan in de man-vrouw verhouding bij de sollicitanten. Tevens wordt geregistreerd of een man of vrouw is benoemd. Rapportage van de werkeenheid die de voorkeur voor een vrouw heeft uitgesproken kan eveneens bijdragen aan meer inzicht. Informatiemateriaal van het GAB over het aanbod van vrouwen op de arbeidsmarkt zal door PZ ter beschikking worden gesteld van selectiecommissies. PZ heeft tot taak daar waar gewenst c.q. nodig bij vacatures/ werkeenheden sturend op te treden. Dit zal het geval zijn wanneer uit de beschikbare gegevens Indicaties komen dat ondanks het aanbod van vrouwen toch aan mannen de voorkeur lijkt te worden gegeven. 5.8. Bij de invoering van de aio's zal per (sub/inter)faculteit een bepaald streefpercentage worden vastgesteld voor te benoemen vrouwen, afhankelijk van het aantal vrouwelijke afgestudeerden. De bovengenoemde maatregelen worden met ingang van 1 januari 1986 voorlopig van kracht. MG/co/24

Met het bovenstaande wordt dit Info-deel afgesloten

Nieuwe opzet bijvak vredeswetensciiap Als gasthoogleraar in de polemologie (vredeswetenschap) aan de VU is met ingang van 15 oktober j.l. benoemd prof. dr. Hakan Wiberg uit Lund (Zweden). Wiberg is de opvolger van Frank Barnaby die na afloop van zijn contract is teruggekeerd naar Engeland. Wiberg (geboren in 1942) was van 1971 tot 1980 directeur van de afdeling vredesvraagstukken van de universiteit van Lund. Sinds 1981 is hij er hoogleraar in de sociologie en het conflictonderzoek. De nieuwe gasthoogleraar, die bij zijn collega's bekend staat om zijn brede oriëntatie op het gebied van de vredeswetenschap, is een expert op het terrein van de conflicttheorie, bewapeningsprocessen en de internationale veiligheidsproblematiek. In de afgelopen jaren verbleef hij voor korte perioden in Denemarken, Noorwegen en Joegoslavië eveneens als gasthoogleraar in de polemologie. Gedurende zijn verblijf aan de VU van 15 oktober 1985 tot 15 februari 1986 verzorgt hij de colleges 'Inleiding in de vredeswetenschap' en geeft hij seminars over de nieuwste militair-technologische ontwikkelingen als SDI ('Star Wars), FORA (Follow-On Forces Attack) e.d. en een werkgroepcollege. Daarnaast zal hij betrokken worden bij de publicatiereeks VU-Studies Vrede en Veiligheid en de reeks Jaarboeken Vrede en Veiligheid, waarvan onlangs een tweede deel verschenen Is. Voor de werkgroep polemologie/vredesvraagstukken was de komst van Wiberg aanleiding tot een herziening van het bijvak polemologie (of vredeswetenschap). De werkgroep is een interfacultair samenwerkingsverband van een achttal vakgroepen van bijna alle faculteiten aan de VU. Het bijvak polemologie is dan ook in alle facultei-

De nieuwe gasthoogleraar vredeswetenschap aan de VU: prof. dr Hakan Wiberg (Zweden). ten als zodanig erkend en in principe kan iedere student colleges in de vredeswetenschap volgen in het kader van zijn/haar bijvak of keuzevak. Het bijvak of keuzevak omvat nu één verplicht onderdeel ('Inleiding In de vredeswetenschap') van vier eenheden wat overeenkomt met een studie-

INFO Dit Is een Info-deel. Info-paglna's kunnen door VU-instanties tegen betaling worden benut voor publicatie van informatie die wegens uitvoerigheid en gedetailleerdheid niet in de Mededelingenrubriek thuishoort. Publicatie geschiedt buiten verantwoordelijkheid van de redactie voorde Inhoud. De voorwaarden waaronder van Infopagina's gebruik kan worden gemaakt zijn ter redactie verkrijgbaar. Aanvragen voor Info-pagina's richten aan: Redactie Ad Valvas. Hoofdgebouw kamer OD01. Tel. 4330 of 6930.

belasting van 170 uur en een aantal keuzeonderdelen van een of twee eenheden, tot een totaal van ten hoogste 10 eenheden. Voor de cursus 19851986 gaat het om de volgende colleges: 1. Inleiding In de vredeswetenschap: omvat 13 hoor- discussiecolleges door prof. dr. Hakan Wiberg en een tentamen; studiebelasting: 170 uur, periode: 22 oktober '85 tot 11 februari '86. 2. Werkgroepcollege o.l.v. prof. Wiberg, waarbij de deelnemers discussieren over een paper dat door een van hen is gepresenteerd; studiebelasting: 85 duur, periode: 23 oktober tot 22 jan. 3. Seminar over SDI („Star Wars ") door prof. dr. Wiberg, waarbij aan de hand van van te voren bestudeerde literatuur uitvoerig wordt Ingegaan op ontwikkeling, mogelijkheden en betekenis van het SDIproject; studiebelasting: 42 uur, periode: november'85. 4. Seminar over de militaire, strategische en politieke Implicaties van de nieuwste conventionele wapentechnologie o.l.v. prof. dr. Wiberg; studiebelasting: 42 uur, periode: februari '86. 5. College over oorlogsrecht en wapenrecht door prof. dr. P. de Waart; studiebelasting: 42 uur, periode: maart '86.

Programma bij- of keuzevak 1. Inleiding in de vredeswetenschap Docent: Hakan Wiberg, Studiebelasting: 170 uur. Tijd: Dinsdag van 11-13 uur. Periode: 22-10-85 tot 11-2-86. Programma: 22/10 Introduction: A History of Peace Research, zaal 12A-04 29/10 The Meaning of Peace: A Matter of Culture and Politics, zaal 8A-04 5/11 Violence as Structure: Imperialism in West and East, zaal 8A-04 12/11 Violence as Action: Theories of Aggression, zaal 3A-06 19/11 Violence as Process: Theories of War, zaal 2A-06 26/11 Causes of War: The State of the Art, zaal 3A-06 3/12 Roads to Peace: Deterrence and its Problems, zaal 3A-06 10/12 Roads to Peace: Disarmament and its Problems, zaal 2A-06 14/1 Peace through Peace: Non-Violent Action 21/1 Making Peace: Changing the Minds of Men 28/1 Making Peace: Changing the States of States 4/2 Making Peace: Changing International Interaction 11/2 The Threats and the Roads to Peace: A Summary 2. Werkgroepcollege Vredeswetenschap Docent: Hakan Wiberg. Studiebelasting: 85 uur. Tijd: 's woensdags van 14-16 uur en wel op woensdag 23/10, 30/10, 27/11, 4/12,11 /12,15/1 /'86 en 22/1/'86. 3. Seminar over SDI („Star Wars") Docent: Hakan Wiberg. Studiebelasting: 42 uur. Tijd en periode: woensdagmiddag 6, 13 en 20 november van 14-16 uur. 4. Seminar over implicaties nieuwste conventionele wapentechnologie Docent: Hakan Wiberg. Studiebelasting: 42 uur. Tijd en periode: woensdagmiddag 29 januari en 5 en 12 februari 1986 van 14-16 uur. 5. College Oorlogsrecht en wapenrecht Docent: prof dr. P.de Waart. Studiebelasting: 42 uur. Periode: maart 1986. 6. Seminar over burgerlijke ongehoorzaamheid •ifM¥':t''^ Docent; dr. G. Manenschijn. Studiebelasting: 42 uur. Periode: april/mei 1986. Voor nadere informatie en aanmelding: Werkgroep Polemologie/Vredesvraagstukken VU, Koningslaan 31, 1075 AB Amsterdam, tel. 020718543.

6. Seminar over burgerlijke ongehoorzaamheid door dr. G. Manenschijn; studiebelasting: 42 uur, periode: april/mei 1986. Alle colleges worden gegeven In het

Met het txjvenstaande wordt het Info-deel afgesloten.

hoofdgebouw VU, de Boelelaan 1105. Voor informatie en aanmelding kan men terecht bij de werkgroep polemologie/vredesvraagstukken. Koningslaan 31, 1075 AB Amsterdam, tel. 718543.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985

Ad Valvas | 568 Pagina's

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 133

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985

Ad Valvas | 568 Pagina's