Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 496

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 496

10 minuten leestijd

16 MEI 1986

INFO aard toetsbaar? Zijn concrete inter­ pretaties dat? Maar ook anderszins: welke inhoud zou aan de notie van bij voorbeeld 'toetsbaarheid' gegeven moeten worden, willen we niet gecon­ fronteerd worden met een heel be­ perkt residu van toetsbare, weten­ schappelijk verantwoorde uitspraken. Reeds een summiere bespreking van dit soort kwesties staat, theoretisch bezien, wel borg voor enkele scher­ mutselingen.

In het afgelopen voorjaar heeft het Studium Generale een cursus georganiseerd waarin aandacht werd besteed aan de verschillende wijzen waarop diverse wetenschappen de metho­ den van verklaren en interpreteren, benaderen. In aansluiting hierop organiseert het Studium Generale eind mei een tweetal activiteiten waarin het wetenschappelijk verklaren en interprete­ ren in de psychoanalyse aan bod komt.

Woensdag 28 mei ­ 16.00 uur ­ zaal 2A­00 hoofdgebouw.

Psychoanalyse debat Onder voorzitterschap van dr. A. Mooij zullen dr. A. H. van Dantzig en dr. G. H. E. Russelman debatteren over de wetenschappelijk pretentie van de psychoanalyse.

Uitgangspunten De psychoanalyse is zowel een theo­ rie als een praktijk. Als theorie heeft ze, algemeen gesproken, beuokklng op tussenmenselijke verhoudingen en meer specifiek op een zeer bepaalde menselijke verhouding, namelijk de psychoanalytische therapiesituatie. Beiden, de theoreticus en de practi­ cus, doen uitspraken over die verhou­ dingen. 1. In hoeverre heeft de psycho­ analytische theorie tot nog toe de pretentie waargemaakt, dat ze we­ tenschappelijk geldige uitspraken doet over haar domein van interes­ se'' Wat is daarbij de methode van veri­ ficatie? Heeft daarbij de libido­ontwikkeling niet een dermate centrale plaats (wellicht hooguit cultuur­historisch nog te rechtvaardigen), dat daar­ door het hele domein ernstig verte­ kend raakt? 2. Als de psychoanalytische theorie er niet in zou slagen bovengenoem­ de pretentie waar te maken, hoe is dan haar praktijk nog te legitime­ ren? De psychoanalytische praktijk wordt soms omschreven als het interpreteren door de therapeut van het verhaal van de dient. Hoe slaagt de psychoanalyticus als practicus erin zijn aanspraken op geldige interpretaties waar te ma­ ken?

reeks van opvattingen omtrent het psychisch functioneren van mensen. Deze drie zaken hangen samen: de behandelingsvorm is tegelijkertijd de methode van onderzoek, de methode weerspiegelt de theoretische opvattin­ gen en deze bieden weer een leidraad bij de behandeling. Zo gesteld is de psychoanalyse kwetsbaar. Gangbare wetenschapsleer pleit immers voor het gescheiden houden van onder­ zoek dat hypothesen tracht te vinden, onderzoek dat geformuleerde hypo­ thesen naderhand toetst, en theoreti­ sche reflectie. De psychoanalyse wordt dan ook vaak verweten niet wetenschappelijk te zijn. De theorieën heten niet ge­ toetst of, wat natuurlijk erger is, niet toetsbaar. De praktijk is dan hoog­ stens een 'kunst' zonder wetenschap­ pelijke stelselmatigheid, die een vast fundament van getoetste hypothesen ontbeert. De centrale vraag hierbij is uiteraard: wetenschappelijk c.q. on­ wetenschappelijk naar welke maat­ staven van wetenschappelijkheid? Duidelijk is geworden dat een weten­ schapsleer die een strakke scheiding tussen observatie en theorie, tussen de context van het vinden en de con­ text van het toetsen van hypothesen enz. voorstaat, niet onweersproken bleef. Men stelt dan dat feitelijk empi­ risch onderzoek ook vaak een verwe­

Zeven stellingen contra de psychoanalyse (van Dr. G. H. E. Russelman, in 1983 gepromoveerd op het proefschrift ,,Van James Watt tot Sigmund Freud", de opkomst van het stuwmo­ del van zelfexpressie).

venheid vertoont van reflexieve, theo­ retische, empirische, sociaal­psycho­ logische factoren. Bovendien blijken wetenschappen ­ althans disciplines die een dergelijke claim voeren ­ zoals literatuurwetenschap en geschiedwe­ tenschap zich ook niet zo gemakkelijk voegen naar de strakke eisen van een bepaald soort wetenschapsleer. Men kan zelfs de rollen omdraaien, waarbij ook de psychoanalyse opge­ voerd kan worden. In dat geval ver­ schijnt de psychoanalyse niet in het beklaagdenbankje van een empiristi­ sche wetenschapsleer, maar fungeert zij als aanklager die de beperktheden van bepaalde maatstaven van weten­ schappelijkheid signaleert. Door zo'n soort van rolwisseling kan een discus­ sie over de wetenschappelijkheid van de psychoanalyse nog spannend wor­ den. Het gaat dan met per definitie om een uit­wedstrijd waarbij de psychoa­ nalyse gedoemd is te verliezen, maar kan de bal in het andere doel terecht­ komen, al is dat bepaald met zeker. De vragen zijn immers nogal ingewik­ keld. Zegt een behandelingseffect iets over de juistheid van een daaraan ten grondslag liggende theorie? Van wel­ ke aard is eigenlijk de (of: een) psy­ choanalytische theorie? Zijn psychoa­ nalytische hypothesen van algemene

Psychoanalyse en wetenschap

1. In zijn theorieën en bij het interprete­ ren van de levensgeschiedenis van zijn cliënten maakte Freud voortdu­ rend gebruik van mechanistische ver­ klaringswijzen (psychische mechanis­ men, libidotheorie, het 'Es', enz.). Deze waren gebaseerd op het begrip zenuwenerige, dat omstreeks 1850 in de neurofysiologie werd geïntrodu­ ceerd en omstreeks 1917 (door het werk van L ucas en Adrian) weer van het toneel verdween. Met het wegval­ len van hun fysiologische basis wer­ den deze verklaringswijzen onhoud­ baar. Het gaat niet aan ze, alsof er niets gebeurd is, te blijven gebruiken. Ook niet als 'model'. 2. Staat het deel van Freuds theorieën waarin het begrip zenuwenergie een essentiële rol speelt wetenschappelijk gezien zwak, met het andere deel is het nauwelijks beter gesteld. In meer­ derheid zijn deze theorieën hetzij aan­ toonbaar onjuist, hetzij verregaand speculatief. Dit geldt o.a. voor zijn (acht) theorieën over het ontstaan van angst, zijn theorie van het oedipus­ complex, zijn theorie van de doods­ drift en de psychologische theorieën die voortkwamen uit zijn liberaal­indi­ vidualistische mensvisie. 3. De laatste tientallen Jaren is er een uitgebreide literatuur ontstaan waarin allerlei moderne opvattingen in Freuds werk worden ingedragen. Zo tracht men aan te tonen dat hij niet liberaal­individualistisch maar sociaal heeft gedacht, dat bij hem de relatie tussen arts en dient een 'dialogisch' karakter heeft bezeten, dat hij tussen de regels door veel diepere dingen heeft bedoeld dan er staan, enz. Dit leidt tot een historisch onjuiste beoor­ deling van zijn werk. 4. Freud heeft niet alleen een aantal theorieën ontworpen, maar ook een organisatie opgebouwd om deze te verbreiden. Deze organisatie voert zo­ wel intern (o.a. via de leeranalyse) als extern een machtspolitiek. Een derge­ lijk machtapparaat hoort in de weten­ schap niet thuis. Dubieus is ook dat de psychoanalytische tieweging zich vooral uitbreidt via hulpzoekenden.

(Een bijdrage van dr. A. Mooij, als zenuwarts verbonden aan het Pieter Baan Centrum te Utrecht). Onder 'psychoanalyse' worden sedert Freud drie zaken verstaan: een me­ thode van onderzoek van psychische processen, een behandelingsvorm van neurotische stoornissen en een

Dit is een Info­deel. Info­pagi­ na's kunnen door VU­instanties tegen betaling worden benut voor publicatie van informatie die wegens uitvoerigheid en gedetailleerdheid niet in de Me­ dedelingenrubriek thuishoort. Publicatie geschiedt buiten ver­ antwoordelijkheid van de re­ dactie voorde inhoud. De voor­ waarden waaronder van Info­ pagina's gebruik kan worden gemaakt zijn ter redactie ver­ krijgbaar. Aanvragen voor Info­pagina's richten aan: Redactie Ad Val­ vas, Hoofdgebouw kamer OD­ 01. Tel. 4330 of 6930.

5. Het is tegenwoordig bij de psychoa­ nalytici gebruikelijk geworden vrijmoe­ dig kritiek te leveren op Freuds theo­ rieën, maar tegelijkertijd te blijven spreken van zijn 'grootheid'. Kennelijk is voor hen Freuds 'grootheid' los ko­ men te staan van de juistheid van zijn theorieën. Dit leidt tot de conclusie dat het ondergaan van een psychoanaly­ se iemand brengt in een toestand van onderworpenheid aan Freud en diens beweging. 6. Freud heeft met zijn lange ontwik­ keling zijn volgelingen en het publiek voortdurend in spanning weten te houden. In zijn beginjaren wist hij de aandacht op zich te vestigen door zijn mechanistische verklaringen en zijn nadruk op seksualiteit. L ater wist hij opnieuw de aandacht te trekken door zijn vroegere mechanistische verkla­ ringen en zijn nadruk op seksualiteit te 'ovenwinnen'. Wanneer hij al zijn theo­ rieën op één en hetzelfde moment zou hebben gepubliceerd, zou het iedere lezer direct zijn opgevallen dat ze voor een deel tegen elkaar kunnen worden weggeschrapt. Freud was iemand met veel profetische allure en met weinig boodschap. Men moet niet de fout begaan deze profetische allure zélf voor een boodschap aan te zien. 7. Doordat Freud zijn theorieën ont­ wikkelde toen het begrip zenuwener­ gie nog geloofwaardig was en ver­ breidde via machtspolitiek en publici­ teitsmechanismen, zijn de psychoana­ lytici in een gevestigde positie geko­ men. Van hieruit trachten zij steeds de bewijslast te verschuiven naar de te­ genpartij. Het is echter niet de taak van de tegenstanders te bewijzen dat Freuds theoneen onjuist zijn, maar het is de taak van de Freudianen te bewij­ zen dat deze juist zijn. Om deze histo­ risch scheef gegroeide situatie te cor­ rigeren, zou men de psychoanalytici een periode van b.v. tien jaar kunnen geven om hun theorieën aannemelijk te maken en aan te tonen dat hun therapie nut heeft. Slagen zij hier niet in, dan verdient het aanbeveling deze therapie, zeker in betaalde vorm, te stoppen.

(Andere Info over Studium Generale staat op pagina 13).

Met het bovenstaande wordt dit Info­deel afgesloten

Vrouwelijke hoofddoc enten Vervolg van pag.

5

en gekwalific eerd mogelijk ie­ mand voor hebben met veel energie. Als je daar dan een dame voor krijgt, naast vijf ge­ schikte maimelijke kandidaten, die zegt dat ze missc hien mor­ gen nog wel kinderen wü en onderzoek wel leuk maar be­ trekkelijk vindt en een matige vooropleiding heeft gehad, dan is de keus gewoon zakelijk ge­ zien geen enkel probleem." Niets wil ze horen van verhalen dat academische vrouwen door

i

de maatsc happij zijn ac hterge­ steld. „Als een vrouw een ac a­ demische studie heeft gevolgd, zich in een relatie stort en ver­ volgens naïef doet over haar verkeken kansen, vind ik haar raar bezig. Als je ec ht iets wilt zoek je bij die wens een partner en niet omgekeerd. Een vrouw krijgt kinderen o.k., dan ben je een tijdje uitgesc hakeld. Maar het is niet alleen een proces van hormonen, maar ook van herse­ nen. Sommige vrouwen c reëren het rolpatroon zelf of zeggen dat hun man hen dat rolpatroon op­

legt, maar dan heb je toc h ge­ woon de verkeerde man uitge­ zocht? Een vrouw die een ac a­ demische opleiding heeft ge­ volgd, heeft alle kansen ge­ had." De erfenis uit het verleden is echter niet zo gemakkelijk af te schudden. Veel vrouwen heb­ ben een ac hterstand en hen wordt het niet makkelijk ge­ maakt die in te lopen. Veel man­ nen vinden het nog steeds niet normaal dat er vrouwen zijn die een hoge func tie vervullen, vooral niet als die functie hoger is dan die van henzelf. De emanc ipatiec ommissie op de VU wil dan ook een structure­ le aanpak van het personeels­

beleid. Ze pleit voor de reserve­ ring van een aantal besc hikba­ re UHD­placrtsen voor vrouwen, zodat met hen een loopbaanbe­ leid uitgestippeld kan worden om zodoende over een aantal jaren meer vrouwelijke UHD's te hebben. Maatregelen die in principe sekse­neutraal zijn kunnen het verschil tussen vrou­ wen en mannen nog vergroten als er geen rekening wordt ge­ houden met de achterstand van vrouwen. Als het inderdaad zo is dat het gaat om de „spelre­ gels", die via formeel en infor­ meel vastgestelde patronen en gedragsregels verlopen en door een universitaire instantie wor­ den gelegitimeerd, dan moeten

die regels aan de kaak worden gesteld, vindt de emanc ipatie­ commissie. Uit een onderzoek van Marlies Evers („Over vrouwen en hun loopbaan", RUU 1984) blijkt op­ nieuw dat in bestaande organi­ saties de wegen naar een loop­ baan wel voor iedereen open­ staan, maar in de praktijk toc h weer degenen die zich het best hebben aangepast aan de ei­ sen van de organisatie de eer­ sten zijn die geselec teerd wor­ den. En die eisen zijn vaak weer nauw verweven met de opvat­ tingen over de maatsc happelij­ ke taakverdeling tussen vrou­ wen en mannen. Een vic ieuze cirkel?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985

Ad Valvas | 568 Pagina's

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 496

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985

Ad Valvas | 568 Pagina's