Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 423

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 423

14 minuten leestijd

11 APRIL 1986 Voor studenten in d e g e n e e s ­ k u n d e is tijdens klinische vak­ ken als chirurgie e n interne ge­ neeskunde de zogenaamde pa­ tiéntendemonstratie e e n regel­ matig terugkerend genot. Men­ sen met de meest verschrikkelijke kwalen worden door d e hoogleraar geronseld om voor e e n goed gevulde col­ legezaal h u n ziekte ten toon te stellen. Het is d e bedoeling dot d e studenten a a n d e h a n d v a n dit levende materiaal e e n dui­ delijk beeld krijgen v a n e e n b e ­ p a a l d e ziekte of afwijking. Het leerproces wordt door het ge­ bruik v a n aanschouwelijke voorbeelden aanzienlijk ver­ sneld. Met dit g e g e v e n in het achter­ hoofd wordt d e laatste j a r e n bij onderwijs, voorlichting e n trai­ ning steeds meer gebruik g e ­ maakt v a n audiovisuele midde­ len. Het Audiovisueel Centrum (AVC) v a n d e VU bij voorbeeld maakt ongeveer dertig onder­ wijsprogramma's per jaar, v a ­ riërend v a n e e n serie over zelf­ hulp voor diabetespatiënten tot een die voor biologiestudenten het experimenteren met proef­ dieren moet g a a n vervangen. De tot n o g toe mogelijke pro­ gramma's, of ze nu b e s t a a n uit een dia­geluidsserie of uit e e n videoband, zijn volgens e e n vast patroon opgebouwd. Zij worden d a n ook lineair g e ­ noemd. Van begin tot eind ligt d e snelheid vast e n d e g e b o d e n informatie is nauwelijks a a n te p a s s e n a a n e e n wisselend pu­ bliek. Dat is e e n nadeel, want leren is e e n individueel proces. De student die tijdens hoorcolle­ ges niets in e e n keer oppikt, valt ook hier uit d e boot. De interactieve beeldplaat, w a a r v a n d e Didacdisc bij wijze van demonstratiemateriaal e e n scala v a n toepassingen toont, heeft dit n a d e e l niet. Zij is wat genoemd wordt e e n interactief medivmi, e e n leermiddel w a a r ­ bij e e n isrisselwerking b e s t a a t tussen leerling e n leerstof. De student k a n zelf zijn tempo be­ palen door sommige gedeelten wel e n a n d e r e niet door te n e ­ men. Als hij e e n fout maakt, r e a ­ geert d e computer als e e n g e ­ duldige, bijna hardnekkige, do­ cent. De ontwikkeling e r v a n is e e n gevolg v a n het n a a r elkaar toe­ groeien v a n video­ e n compu­ tertechnologie. Video kreeg in de loop der jaren computerstu­ ring om b e p a a l d e beeldfrag­ menten snel op te zoeken e n bij computerprogramma's werd beeldmateriaal gezocht. Com­ puterondersteund onderwijs be­

Interactieve beeldplaat voor hoger onderwijs komt eraan

Praatje met plaatje voor het intellect Leren gaat gemakkelijker met behulp van illu­ straties. Als het a a n de Stichting Film en Weten­ schap ligt, zullen saaie hoorcolleges deels tot het verleden gaan behoren. De door de stich­ ting in samenwerking met anderen, waaronder het Audiovisueel Centnmi van de VU, ontwik­ kelde interactieve beeldplaat is daartoe een eerste aanzet. Dank zij dit medium kan de stu­ dent binnenkort gaan genieten van door de computer gegeven onderwijs met bewegende beelden. Gisteren nam minister Deetman een demonstratieplaat, de Didacdisc, in ontvangst.

Een student fysiotherapie probeert met behulp v a n d e Didacdisc e e n d i a g n o s e te stellen. s t a a t al ongeveer vijftien jaar, m a a r door d e koppeling met e e n beeldplaat (zeg m a a r : e e n v i d e o b a n d in d e vorm v a n e e n LP, met het uiterlijk v a n e e n compact disc) is het nu mogelijk d e leerstof te verlevendigen met b e w e g e n d e fUmbeelden.

Levensecht Levensechtheid is d e grote winst die nu is geboekt o p d e traditionele computeronder­ steunde lesprogramma's, aldus Bene Swetter, m a n a g e r v a n d e interactieve mediagroep bij d e

Stichting Film e n Wetenschap (SFW) te Uti­echt w a a r d e Didac­ disc werd ontwikkeld. Als gezegd geeft d e Didacdisc e e n overzicht v a n d e toepas­ singsmogelijkheden. De pro­ grammatuurtrucs worden ge­ toond a a n d e h a n d v a n bijvoor­ b e e l d e e n cursus vingerspellen e n e e n registratie v a n nonver­ b a a l v e r g a d e r g e d r a g . Geïnte­ r e s s e e r d e docenten kunnen zo bekijken o p welke manier zij v a n het interactieve medium ge­ bruik kunnen maken. Het is ove­ rigens g e e n goedkope investe­ ring. De kosten v a n e e n pro­

Aad Meijer g r a m m a variëren, al n a a r ge­ l a n g d e ingewikkeldheid, tussen 50.000 e n e e n half miljoen gul­ den, aldus e e n SFW­medewer­ ker. De SFW werkte ervoor s a m e n met tal v a n organisaties, w a a r ­ v a n vooral d e afdeling Toege­ p a s t e Onderwijskunde v a n d e TH Twente e e n grote rol speelde bij het m a k e n v a n d e educatio­ nal designs, d e ontwerpen v a n d e lesprogramma's. Het AVC v a n d e VU leverde s a ­ m e n met d e Amsterdamse Aka­ demie voor Fysiotherapie e e n voorbeeldprogramma: Patiën­ tensimulatie in d e fysiotherapie, e e n oefening in observatie e n diagnostische praktijk. Dr. J. T. Goldschmeding, hoofd v a n het AVC, w a s Ud v a n d e advies­ groep die aUe p l a n n e n s a m e n ­ bracht e n comprimeerde tot wat nu o p d e Didacdisc staat. Vol­ g e n s hem is het gebruik v a n beeldplaten e n interactieve me­ dia op zich niet nieuw. Er is d e laatste drie j a a r druk m e e geëx­ perimenteerd, vooral in d e Ver­ enigde Staten e n in het bedrijfs­ leven hier. Nieuw is echter wel dat d e beeldplaat nu toepas­ b a a r is g e m a a k t voor het hoger onderwijs. Het is eenvoudig om beeldpla­ ten te m a k e n als het om gemak­ kelijk te omschrijven v a a r d i g h e ­ d e n gaat, zoals het monteren v a n e e n auto. De leerling wordt d a n stap voor stap door d e leer­ stof gevoerd. Moeilijker is het, als het niet om e e n puur prakti­ s c h e vaardigheid g a a t . D a n moet d e leerstof opgedeeld wor­ d e n in e e n deel dat d e computer k a n e n e e n deel dat d e docent moet onderwijzen. J uist op dat gebied is volgens Goldschme­ ding binnen het Nederlandse onderwijs n o g heel weinig g e ­ d a a n e n is d e Didacdisc e e n g o e d e aanzet.

Eigen tempo Het voordeel v a n d e beeldplaat is voor d e student dat hij zelf het tempo k a n bepalen, maar

De taakstelling die d e juridische iaculteit v a n het College v a n Bestuur meekreeg, w a s om 25 a 30 formatieplaatsen onder te irengen in voorwaardelijk gefi­ nancierd onderzoek. Dat verliep moeizaam: eind 1984 w a r e n er oij voorbeeld n o g g e e n 17 plaat­ sen doorgestuurd om H a a g s e bescherming uit te lokken. In d e loop v a n 1985 e n in het begin van 1986 is m e n er toch in ge­ slaagd om a a n d e taakstelling !e voldoen. Men zit nu o p 27 plaatsen. Dat is weliswaar iets minder d a n het m a x i m a a l ge­ wenste aantal, m a a r d a a r m e e komt men toch niet in d e proble­ men. Er mocht namelijk e e n on­ dergrens v a n 80% v a n 30 forma­ tieplaatsen g e h a n t e e r d worden w a a r a a n m e n minimaal moest voldoen. Die ondergrens is in­ middels ruimschoots overschre­ den.

Juristen matig tevreden over hun taakaanpassing

Ook is er birmen d e juridische faculteit e e n consensus bereikt over d e richting v a n het onder­ zoek. Een landelijke verken­ ningscommissie zal nu e e n oor­ deel moeten uitspreken of m e n zich kan vinden in d e zwaarte­

Een punt v a n onrust is dat som­ migen op d e faculteit m e n e n d a t in d e nieuwe situatie te weinig tijd voor onderzoek is uitgetiok­ ken, terwijl a n d e r e n juist m e n e n d a t het onderwijs tekort g e d a a n wordt. Volgens Van Witteloos­

Aan de juridische faculteit is enige weken gele­ den de taakaanpassing afgerond. Die taakaan­ passing hield bij de juristen niet in dat er fors in­ gekrompen moest worden, maar wel dat de structuur van het onderzoek danig gereorgani­ seerd is. Dat leverde aanvankelijk nogal wat problemen op omdat de juristen hun formatie­ ruimte te klein achtten om a a n de taakstelling te voldoen. Men is er uiteindelijk toch uitgekomen. puntenfilosofie v a n d e faculteit. De rust lijkt hiermee terugge­ keerd op d e faculteit e n men k a n a a n d e uitvoeringsfase be­ ginnen. ƒ. van Witteloostuyn, secretaris v a n d e faculteit, wijst er echter op dat die rust m a a r e e n betrekkelijke z a a k is. „We zitten wel boven d e ondercfrens v a n 80% v a n d e taaksteUing, m a a r d a a r m e e zijn w e nog niet uit d e

g e v a r e n z o n e . Er hoeft m a a r iets te gebeuren of je schiet door e e n b e p a a l d e b a l a n s heen."

Koos Neuvel tuyn houd je dat altijd omdat d e hoeveelheid middelen kleiner is d a n d e faculteit voor redelijk houdt gezien d e landelijke situ­ atie. „De faculteit is v a n oordeel dat h a a r d e duimschroeven bij voortduring sterk zijn aangezet, sterker d a n redelijkerwijs mocht worden verwacht." O p d e juridische faculteit heeft m e n d e zware taakstelling ge­ zien het toermialige, sterk nor­ matieve als enigszins onrecht­ v a a r d i g e r v a r e n e n m e n verwijt dat tot op zekere hoogte het CvB e n d e universiteitsraad. Voor e e n faculteit met e e n groot a a n ­ tal studenten e n e e n beperkte formatie w a s het niet eenvoudig om a a n het gewenste onder­

Goldschmeding noemt het e e n n a d e e l dat d e student niet meer achter zijn medestudenten k a n wegschuilen als hij e e n ant­ woord niet weet. De computer koppelt steeds terug. Na e e n d a g ploeteren k a n d a t i e m a n d behoorlijk opbreken. M a a r in d e praktijk blijkt dat het verwerven v a n keijnis op deze manier in het a l g e m e e n sneUer g a a t . Voor d e docent k a n e e n voorde­ lig gevolg zijn, dat hij zijn les­ progranuna beter overziet. Wie e e n gedeelte v a n d e lessen a a n d e computer over wü laten, moet het lesprogramma grondig analyseren. Improviseren is veel minder mogelijk. Zo heeft d e beeldplaat e e n duidelijk on­ derwij skwaliteitverbeterende werking, aldus Goldschmeding. Voor d e docent betekent het wel dat hij zijn energie op e e n a n d e ­ r e manier g a a t gebruiken. Als d e computer het routinematige deel onderwijst, blijft voor d e docent alleen over wat d a a r n a komt. Voor hoogleraren is dit misschien aantrekkelijk, m a a r voor g e w o n e medewerkers e e n stuk minder. Van h e n zal ver­ wacht worden dat zij zich voor­ namelijk g a a n bezighouden met d e ontwikkeling v a n beeld­ plaatprogramma's. De precieze gevolgen voor d e onderwijsor­ ganisatie moeten n o g bestu­ deerd worden. 'Jeetje kind ­ nu al thuis v a n school? Juf is toch niet ziek? Nee, d e Micro is kapot' (Bescheurka­ l e n d e r a g e n d a . Van Kooten e n De Bie, 7 april 1986). Kan het b a n e n g a a n kosten? Gold­ schmeding denkt dat dit niet het geval zal zijn. Eerder g e m a a k t e (üneaire) programma's bleken ongeveer vijf j a a r gebruikt te worden voordat zij verouder­ den. De ontwikkeling v a n e e n p r o g r a m m a duurt ook vijf jaar, dus zou er volgens h e m precies quitte gespeeld kunnen worden. De inspanningen v a n d e docen­ ten worden dUeen verlegd. Minister Deetman steimt d e nieuwe ontwikkelingen. De Di­ dacdisc k w a m tot stand d a n k zij e e n subsidie v a n het ministerie v a n Onderwijs e n Wetenschap­ pen. Onlangs zei Deetman in e e n toespraak het mogelijk te a c h t e n d a t door invoering v a n nieuwe media belangrijke ver­ beteringen in het onderwijs ge­ realiseerd worden. Een betere afstemming v a n het onderwijs op d e individuele behoeften v a n leerling e n student n o e m d e hij als voorbeeld. De interactieve beeldplaat ligt op deze lijn.

zoeksvolume te voldoen. Voor faculteiten met dalende studentenaantallen ligt zo iets eenvoudiger. De verschUlende uitgangsposities w e r d e n nog geaccentueerd, doordat e e n worst werd uitgeloofd: gunstiger formatieperspectieven g e g e v e n voor faculteiten die hun taak­ stelling zouden overtreffen e n voor faciliteiten die daarbij ach­ terbleven. De juristen h e b b e n zich ook d a a r o m a a n dit beleid geërgerd omdat in d e jaren dat d e VU nogal moeüijk zat met h a a r stu­ dentenaantallen d e juridische faculteit voor e e n flinke tegen­ stroom zorgde. Doordat d a a r flinke aantallen studenten bin­ nenkwamen, kon d e VU als ge­ heel d a a r v a n profiteren. Van Witteloostuyn: ,,Door dat a a n d r a a i e n v a n d e duim­ schroeven, dreigden er oneven­ wichtigheden. Die sfeer w a a r i n dat gebeurd is, is niet in é é n d a g weg. Als je nu d e geconsoli­ d e e r d e situatie bekijkt w a a r i n toch n o g enige s p a n n i n g heerst, d a n zeg ik: er is wel enige reden tot optimisme, m a a r er is ook enige reden tot zorg."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985

Ad Valvas | 568 Pagina's

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 423

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985

Ad Valvas | 568 Pagina's