Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 517

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 517

18 minuten leestijd

30 MEI 1986 De laatste keer stond hij o p d e zesde plaats, het j a a r daarvoor o p d e elfde plaats v a n d e va­ d e r l a n d s e top­40 voor econo­ m e n die elk j a a r in het blad In­ termediair gepubliceerd wordt. Dr. G. v a n der L a a n (34), m e d e ­ werker v a n d e interfaculteit a c ­ tuariële w e t e n s c h a p p e n e n eco­ nometrie, zit dus duidelijk in d e lift. Hij publiceert regelmatig in v o o r a a n s t a a n d e internationale v a k b l a d e n e n dat is w a t telt bij deze hitlijst. Hoe voornamer het tijdschrift, hoe meer punten d e auteur krijgt toebedeeld. Van der La a n houdt d e lijst goed in d e gaten. Toen top­40 s a m e n ­ steller A.D.S. d e Schuite, e e n nom d e plume v a n twee Neder­ l a n d s e economen die n a a r ver­ luidt zelf in d e hoogste regionen v a n d e ranglijst staan, per on­ geluk e e n artikel v a n hem over het hoofd zag, meldde hij dat direct. "Ach, zo'n notering is leuk, m a a r je moet er niet teveel w a a r d e a a n hechten", zegt hij beschei­ d e n glimlachend. Wiskundig georiënteerde economen, zoals Van der L aan, zijn door d e a a r d v a n hun onderzoeksgebied n a ­ melijk in het voordeel. A a n g e ­ zien d e geldigheid v ^ n h u n re­ search n a a r economische mo­ dellen e e n a l g e m e n e strekking heeft; publiceren ze bijna uitslui­ tend in b l a d e n die world­wide verspreid worden. Economen die zich bezig h o u d e n met toe­ g e p a s t e w e t e n s c h a p in d e sfeer v a n het beleid publiceren eer­ der in Nederlandse tijdschriften e n komen d a a r d o o r minder snel in deze hitlijst terecht. "Wanneer je niet in die top­40 voorkomt, betekent het dus al­ lerminst dat je g e e n belangrijk economisch onderzoek doet." Het omgekeerde g a a t volgens Van der L a a n wel op. Publice­ ren in internationale v a k b l a d e n betekent dat d e auteur e e n goed stuk werk heeft afgeleverd. Om d e kwaliteit te h a n d h a v e n wer­ ken internationale tijdschriften met e e n z o g e n a a m d referee­

schrijven en publiceren;

Een veelschrijver is geen binnenvetter Al enkele jaren staat econometrist dr. G. van der Laan genoteerd in een top­40 van Nederlandse economen. We spraken met hem over zijn succesvolle schrijverschap, over uitgevers die dik geld vragen en over de voordelen van informele circuits.

­

Foto Peter Wolters, AVCAfU

systeem. Daarbij legt d e uitge­ ver v a n het blad het a a n g e b o ­ d e n artikel ter beoordeling voor a a n e e n of m e e r d e r e referees: deskundige, m a a r voor d e au­ teur anonieme vakgenoten. De beoordelingscriteria liggen vrij hoog. Vooral bij Amerikaanse b l a d e n g a a t het merendeel v a n d e binnengekomen kopij weer retour afzender. Een toptijd­ schrift als Econometrica heeft bijvoorbeeld e e n plaatsingsper­ c e n t a g e v a n slechts 15 procent. Door deze scherpe selectie is het h e e l normaal dat auteurs hun produkten bij diverse b l a d e n te­ gelijk a a n b i e d e n . Wordt d e pu­ blikatie niet geaccepteerd d a n houdt d e auteur er tenminste

e e n beoodelingsrapport a a n over w a a r hij verder zijn voor­ d e e l m e e k a n doen. Sommige prestigieuze tijdschrif­ ten werpen tegenwoordig n a a s t inhoudelijke ook financiële drempels op. Auteurs die d a a r i n h u n v e r h a a l gepubliceerd wil­ len krijgen, dienen d a n e e n fors b e d r a g op tafel te leggen. Wij h e b b e n b e d r a g e n gehoord v a n 35 doUar e n meer per bladzijde. Van der L a a n heeft soortgelijke geluiden ook vernomen m a a r heeft er zelf g e e n ervaring m e e . "Ik zou d a a r ook nooit accoord m e e gaan", zegt hij gedeci­ d e e r d . "Zoiets neicft n a a r het ko­ p e n v a n bladruimte. Als tijd­ schriften e e n v e r h a a l v a n mij

Wim Crezee willen publiceren, moeten ze dat d o e n op inhoudelijke gronden e n niet omdat ik daarvoor zou willen betalen."

Wiskunde V a n der L a a n s notering in d e economen­top­40 is g e b a s e e r d o p slechts e e n klein gedeelte v a n zijn produktie. Het meeste publiceert hij namelijk in tijd­ schuriften op het gebied v a n d e wiskunde, zijn oorspronkelijke discipline. Publiceren op dat terrein g a a t gemakkelijker is zijn indruk. Een wiskundig v e r h a a l is goed of fout ­ er is nauwelijks e e n mid­ d e n g e b i e d met subjectieve a a n ­ n a m e n . W a n n e e r e e n auteur e e n artikel opstuurt n a a r e e n wiskundig b l a d b e v a t het van­ zelfsprekend e e n g o e d e oplos­ sing v a n e e n b e p a a l d probleem ­ denkfouten natuurlijk d a a r g e ­ laten. De zelfselectie is dus door d e a a r d v a n het vak groter d a n in d e economie. De g e d a c h t e dat het tijdschrift altijd e e n sneller communicatie­ medium is d a n het boek behoeft enige correctie vindt Van der L a a n . "Als je veel gelukt hebt d a n wordt je artikel binnen e e n j a a r geplaatst. Maar het gemid­ delde ligt toch op zo'n twee jaar. Reken m a a r n a : d e editor stuurt het v e r h a a l eerst n a a r d e refe­ rees; die n e m e n er soms uitge­ breid d e tijd voor om e e n beoor­ delingsrapport op te stellen; ver­ volgens wordt je g e v r a a g d het artikel te reviseren e n d a n moet het soms weer beoordeeld wor­ d e n . Is het artikel e e n m a a l ge­

Rijke armoede van de nieuwe piano Als e e n columnist h e l e m a a l niets meer weet om over te schrijven, schrijft hij e e n column over het schrijven v a n columns. Uit pure a r m o e d e ontstaan zo soms toch n o g heel aardige, sympathieke stukjes, stukjes die d e columnist geschreven moet h e b b e n om e e n volgende keer niet alleen d e sympathie m a a r ook het enthousiasme v a n zijn trouwe lezers weer deelachtig te worden. Hoewel ik g e e n columnist ben, heeft d e redactie v a n Ad Valvas mij g e v r a a d e e n column te schrijven over schrijven e n pu­ bliceren. Een verzoek om vrijwi­ lige a r m o e d e dus eigenlijk. En als e e n werkelijk a r m columnist die g e e n woord v a n zichzelf heeft, begin ik d a a r o m met e e n citaat uit d e laatste colvimn v a n een v a n mijn favoriete schrij­ vers, Gerrit Krol. Krol citeert zelf ook weer, in de Volkskrant v a n 17 mei j.1., e n wel uit d e docto­ raalscriptie Gedichten feiten v a n filosofiestudent Willem F. Wiersma: „Feiten b e s t a a n niet, totdat je er d e woorden voor ge­ vonden hebt." Ik hoor instem­ mend gejuich v a n binnen, alsof ik deze zin zeU bedacht heb; vooral als blijkt dat Wiersma zijn constatering zowel voor we­ tenschappelijk onderzoek als voor gedichten laat gelden. Zulk gejuich welt vaker in mij op, w a n n e e r ik iemand in ernst d e overeenkomst tussen poëzie en wetenschappelijk onderzoek uit d e doeken zie doen. Ik hoef daarvoor niet e e n s e e n hele scriptie te lezen; é é n zin voldoet, omdat het precies d e zin is die

Column Ad Zuiderent

Foto Bram d e Hollander

zo nu e n d a n in mijn eigen hoofd rondzoemt. Rond dat ijle zoem­ geluid ­ dat a n d e r e n niet kun­ n e n horen, e n ik zelf ook v a a k nauwelijks ­ heeft Wiersma nu e e n klankkast gebouwd. Het ge­ zoem is nu net zo z w a a r e n net zo w a a r als d e voUe, zuivere toon v a n e e n nieuwe piano. Zo zit het dus met schrijven e n publiceren: je creëert er feiten m e e . En ik k a n nu rustig over mijn nieuwe piano schrijven. Vaak zit ik achter d e piano stiik­ k e n te spelen die te moeilijk zijn. Soms denk ik daarbij a a n d e buren. Zeker zo dikwijls v r a a g ik mij af of ik werkelijk m e e n ooit alle sonates v a n Beethoven fouüoos te kunnen spelen. Speel ik e e n a n d e r e keer eenvoudiger stukken ­ L iedbegeleiding bij voorbeeld. Schuberts Winterrei­

se ­ d a n g a a t dat redelijk, tot ik begin te zingen; prompt raken mijn vingers vertrouwde sporen bijster. Met Singing in the rain net zo. Nee, ik zal nooit e e n Al­ fred Brendel worden, nog min­ der e e n Dietrich Fischer Dies­ k a u a n n e x Brendel, m a a r ook g e e n Fats Domino. Randy New­ m a n , dat is d e enige die mij n o g wel e e n s wü lukken; m a a r dat komt waarschijnlijk doordat die ook professioneel zo slecht zingt: e e n beetje m i s g a a n hoort erbij. Dat is d e enige kant v a n mijn probleem. De a n d e r e is dat mijn piano steeds slechter g a a t klin­ ken: nog voordat d e stemmer zijn hielen heeft gelicht, begin­ n e n d e brutaalste s n a r e n zich w e e r wat los te wrikken. En zo g a u w hij d e voordeur achter zich dichttrekt, klinkt er al e e n onzuiver akkoord. Een nieuwe piano, e e n vleugel liever nog, als ik die e e n m a a l heb, zal het met spelen wel beter g a a n . Wat ik speel, zal d a n niet alleen zui­ verder e n voller klinken, ik zal er ook minder fouten in maken. Uiteindelijk zal uit mijn Blüthner d e w a a r h e i d e n niets d a n d e w^aarheid klinken. Terug nog e v e n n a a r poëzie e n w e t e n s c h a p . Want ik m a g d a n e e n uur per d a g achter d e piano zitten, in d a t veelal gestolen uur speel ik louter a n d e r m a n s com­ posities. Ooit h e b ik namelijk, n a e e n periode v a n veel gerammel ten koste v a n familie e n buvirt­ genoten, vastgesteld dat mijn improvisatietalent beperkt is: ik geloofde zelf niet in wat ik be­ dacht. Van zulk fundamenteel

ongeloof h e b ik bij het schrijven g e e n last. Ik b e n er later m e e b e g o n n e n d a n met pianospe­ len, m a a r ik h a d sneUer het idee dat ik er mijn omgeving niet m e e zou hinderen. Honderden gedichten h e b ik ge­ schreven tussen mijn achttiende e n mijn twintigste, soms wel tien op e e n avond. Vooraf wist ik niet w a t er in zo'n gedicht zou komen te staan; het w a r e n pure impro­ visaties. P a s op papier, met d e v a n her e n der gekomen woor­ den, werd het iets, werd het iets ongewoons, iets w a t ik nog niet eerder gezien h a d . Het werd dus v a a k niets. Om d e inspiratie bij te sturen, b e g o n ik schema's te maken. Woorden e n begrippen uit d e O p e n b a r i n g v a n Johannes, het Gügamesj­epos, uit d e sfeer v a n d e Zeven Provinciën e n n o g zo het e e n e n ander, verspreidde ik over e e n a a n t a l bladen. Het echte schrijven stelde ik d a a r ­ m e e uit. Ik b o u w d e als het w a r e eerst e e n flipperkast, voordat ik d e knikker v a n emoties cum a n ­ nexis losliet: met d e woorden die a l op papier stonden, flip­ p e r d e ik mijn emoties langs tel­ kens a n d e r e b a n e n ­ zo kreeg ik zeven gedichten met eenzelfde grondtoon, m a a r in verschillen­ d e woorden. Die gedichten za­ g e n eruit als iets w a a r v a n ik niet wist dat het bestond. Nieuwsgierigheid. Dat moet mijn drijfveer zijn geweest. Ik w a s benieuwd n a a r mijn ge­ d a c h t e n e n emoties, en dat h e b ik n o g steeds. Ik b e n vooral be­ nieuwd n a a r d a t g e n e wat nog g e e n g e d a c h t e geworden is.

accepteerd, d a n k a n het n o g e e n poos op d e plank bij d e edi­ tor blijven liggen." Dit tijdverlies k a n k n a p verve­ lend zijn voor d e auteur, want d e ontwikkeling in economische berekeningstechnieken gaat v a a k behoorlijk snel. Om deze r e d e n benut Van der L a a n soms zijn eigen k a n a l e n om d e onder­ zoeksresultaten onder vakgeno­ ten te verspreiden. Bijvoorbeeld door het rapport al voor publi­ katie in e e n tijdschrift op te stu­ r e n a a n collega's die met dezelf­ d e thematiek bezig zijn. "Derge­ lijke informele kortsluitingen vind ik e r g v a n belang. Je krijgt d a n snel feed­back e n commen­ t a a r op je onderzoek." Zo'n in­ formeel circuit biedt n o g e e n a n d e r voordeel: doordat d e vakgenoten elkaar op d e hoog­ te h o u d e n v a n hun onderzoeks­ resultaten hoeven ze niet einde­ loze reeksen tijdschriften door te ploegen in d e angst iets v a n be­ l a n g te zullen missen. Een verklaring voor zijn succes­ volle schrijverschap heeft Van d e r L a a n niet direct voorhan­ d e n . Het Hgt niet a a n e e n bui­ tensporig l a n g e werkweek: het is zijn gewoonte niet om ook 's a v o n d s in d e boeken te duiken. Intensief contact houden met collega's acht Van der L a a n v a n groter belang. Zo b e w a a r t hij g o e d e herinneringen a a n d e periode w a a r i n hij s a m e n met e e n collega m a a n d e n l a n g in e e n kamer a a n e e n onderzoek w^erkte. "Dat w a s heel intensief e n vruchtbaar. We schreven als het w a r e om d e beurt e e n zin op." De publücaüe die uit deze samenwerking rolde, bleek e e n schot in d e roos e n werd veel geciteerd, e n stimuleerde tot d e produktie v a n e e n reeks vervol­ garükelen. "Je moet d e durf op­ b r e n g e n ook deelresultaten v a n je onderzoek in d e o p e n b a a r ­ heid te brengen. Het is e e n kwestie v a n jezelf enigszins bloot geven. Wat dat betreft moet je als schrijver g e e n bin­ nenvetter zijn."

w a t diep in mij (zo heet dat toch?) bijna onhoorbaar is: ge­ zoem. Dat b e n ik zelf niet meer, denk ik wel eens. Want ik kom er niet achter w a a r dat gezoem precies v a n d a a n komt. Uit mij­ zelf of v a n buiten af. D a n is er misschien toch wel verschil tussen e e n gedicht e n e e n wetenschappelijk artikel. Bij e e n gedicht is d e herkomst v a n het gezoem onbekend, bij e e n artikel komt het gezoem v a n buiten. Veel wetenschappers die d a a r ­ in heilig geloven, trekken uit dit laatste d e consequentie dat zij nooit het woord 'ik' in hun artike­ len gebruiken. Zij zijn d e p e n n e ­ voerders v a n d e anonieme af­ luister­ e n registratiedienst 'we­ tenschap'. H a d e e n a n d e r het niet ook kunnen schrijven, d a n is wat zij registreren niet w a a r . Denken zij. In h u n artikelen is het gezoem meestal onhoor­ b a a r geworden. Zulke artikelen zeggen wel h a r d o p dat zij ge­ zoem laten horen, m a a r d a a r ­ m e e hóór je het nog niet. Geef mij dus m a a r d e ik­vorm, d e persoonlijke leugen, het ver­ sterkte gezoem. Geef mij m a a r in plaats v a n d e anonieme in­ stantie 'muziek' Brendel n a a s t Murray Perahia, Fats Domino n a a s t Randy Newman; laat h e n alle vier Chopin spelen op mijn nieuwe piano ­ d a n stel ik zelf wel vast wie v a n d e vier d e ech­ te Chopin speelt. En als ze n a a r huis g a a n , g a ik zelf achter d e piano zitten. Oefenen. Geef mij dus m a a r e e n nieuwe piano. Ad Zuiderent is wetenschappelijk m e d e ­ werker m o d e r n e Nederlandse letterkun­ d e a a n d e VU. Als dichter publiceerde hij vier bundels, w a a r v a n d e laatste. Na­ tuurlijk evenwicht, m 1984 bekroond werd met d e Jan Campertpnjs.

19

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985

Ad Valvas | 568 Pagina's

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 517

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985

Ad Valvas | 568 Pagina's