Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 87
27 SEPTEMBER 1985 Van Peursen, in 1920 geboren in Rotterdam, is e e n m a n met wei nig zitvlees. Na zijn studies rech ten e n filosofie bezette hij leer stoelen in Utrecht, Groningen, Leiden e n a a n d e VU. Daar n a a s t gaf hij in d e loop der jaren gastcolleges in Gent, Munchen, Lausanne, Wenen, Rome, Kaapstad, Oxford, Berkeley (Calif.), Delhi, Yogyakarta, Ma nüla, Tokio, Seoul e n diverse a n d e r e steden. Deze filosofische trektochten legde hij af vanuit d e overtuiging dat tegenwoor dig alleen e e n interculturele benadering van wijsgerige vraagstukken nog zinvol is. Veel v a n zijn boeken zijn vertaald: in het Engels, Duits, I ndonesisch, Koreaans e n het Japans. De belangstelling die men in het buitenland voor zijn werk heeft, verklaart Van Peursen uit het feit dat hij altijd getracht heeft d e v a n oudsher uiteenlopende e n onderling concurrerende fi losofische standpunten e n b e grippen met elkaar te vergelij ken e n zo mogelijk te verzoenen. Bovenal vindt Van Peursen het reizen leerzaam: „Je ontmoet e e n a n d e r e manier v a n denken en v a n onderwijzen." Hij geeft e e n a a n t a l voorbeelden: „I k h e b gemerkt dat in het onder wijs in Indonesië d e goeroever houding sterk speelt. Het feit d a t ik als docent iets beweer, is voor d e studenten d a a r belangrijker d a n het zakelijk argument. D a a r moet je als docent zeer alert op zijn. I n J a p a n moet je bij het doceren duidelijke, esthetische voorbeelden geven. Studenten leven d a a r immers meer esthe tisch. Ze schrijven niet zomaar een karakter neer, m a a r ze kal ligraferen! A a n d e manier w a a r o p ze e e n karakter teke nen, kun je hun aard, hun g e e s telijke status herkennen." Toch moeten w e d e verschillen tussen het füosfieonderricht hier e n in d e n vreemde niet overschatten, zegt Van Peursen. Per slot v a n rekening heeft Eu ropa in d e loop der geschiede nis drie zaken geëxporteerd: d e staat, de organisatiekunde e n . . . d e universiteit. En boven dien heeft het Europese wijsge rige g e d a c h t e n g o e d zich over d e gehele wereld verspreid. „I k w a s vorig j a a r in Marokko. De studenten spraken Frans, som migen h a d d e n in Parijs gestu deerd en ze h a d d e n allemaal d e laatste argumenten v a n Ri coeur e n Foucault p a r a a t . "
Reizende filosoof Van Peursen zet punt achter loopbaan Zijn colleges trokken doorgaans volle zalen. Voor veel studenten was hij een begenadigd spreker; iemand die in een onderhoudende ver teltrant en met de nodige humor wijsgerige pro blemen voor het voetlicht kon brengen. Van d a a g zal prof. dr. C. A. van Peursen zijn laatste college geven (15.30 uur in de aiola) en daar mee een punt zetten achter zijn 30jarige loop b a a n als hoogleraar filosofie. Een portret van een reizende denker.
«,* .^ .* *> ..: '
Riskant In 1948 provomeerde Van Peur sen op het proefschrift Riskante filosofie, e e n karakteristiek v a n het h e d e n d a a g s e existentiële denken. Hierin breekt hij e e n lans voor een,,wijsgerige atmo sfeer" dat Ucht wü werpen op dat wat a a n g e n e zijde v a n het tastbare en het direct w a a r n e e m b a r e Hgt. De filosoof die zich in deze ,,gevaarvolle zone" begeeft, onderkent, aldus d e toen 28jarige auteur, ,,het won derlijke knooppunt tussen on vermoede verten buiten h e m en ter n a u w e m o o d bevroede diep ten birmen hem." Met recht: e e n nogal riskante onderneming. Aan d e h a n d v a n vooral Hei degger e n Sartre probeert Van Peursen thema's als dood, angst, vrijheid, geborgenheid, walging e n extase binnen d e horizon v a n het denken te be trekken* |Iij laat in dit boek zijn sympathieën met d e z o g e n a a m de fenomenologische methode n a a r voren komen. Het is e e n methode die oproept tot wijsge rige bescheidenheid. I n plaats van filosofische problemen op het procrustusbed v a n begrip pen en starre schema's te leg gen, moet m e n d e z a a k die b e studeerd wordt, laten voor wat zij is, deze in ogenschouw ne men om zo het bestudeerde ver
Prof. Van Peursen: „I k vind reizen leerzaam. Je ontdekt e e n a n d e r e manier v a n d e n k e n e n v a n onderwijzen." Foto Bram de Hollander schijnsel zelf a a n het woord te laten komen, zoals ze voorzich zeUopzichzeUis. De streepjes tussen d e woorden, veelvuldig a a n te treffen in het proefschrift, moeten n a a r toenmalig fenome nologisch gebruik als het w a r e e e n extra lading a a n het be w e e r d e meegeven. Van Peursen, nu: „De existentie filosofie vond ik in mijn jonge j a r e n erg boeiend. Ze doorbrak het onpersoonlijke, puur weten schappelijke, neutrale denken. Het is e e n verdienste v a n Sartre geweest dat hij d e filosofie op straat heeft gebracht ook in d e meest letterlijke zin m a a r dat vind ik niet zijn meest glorieuze periode. Hij bracht d e filosofie in het theater v a n het g e w o n e le ven. I n zijn toneelstukken, m a a r ook in d e voorbeelden uit het dagelijks leven die hij in zijn filosofische boeken gaf, wist hij e e n s n a a r te raken. Toch h a d ik het gevoel d a t het existentialis m e d e hele wereld die zich a a n het verwetenschappelijken w a s , in d e kou liet s t a a n . Toen b e n ik in a a n r a k i n g gekomen met positivistische stromingen.
D a a r v a n b e n ik nooit fervente a a n h a n g e r geweest, m a a r wel door beïnvloed. I k h e b e r v a n geleerd dat je je niet moet laten m e e s l e p e n door d e charme v a n woorden."
Hermans In 1965 schreef Van Peursen e e n boek over Ludwig Wittgen stein, e e n v a n d e meest curieuze vertegenwoordigers v a n het neopositivisme bij wie Van Peursen in 1946 enkele colleges heeft gevolgd. Het boek werd z w a a r onder vuur g e n o m e n door literator W. F. Hermans. Deze vond d e wijze w a a r o p Van Peursen met Wittgenstein om springt respectievelijk ,,opper vlakkig", „dubbelslachtig", ,,tendentieus" e n „misleidend". Vooral het feit dat Van Peursen probeert Wittgenstein mystieke denkbeelden toe te dichten e n h e m vervolgens in e e n theologi sche hoek drukt, d e e d Hermans in toorn ontsteken. Natuurlijk, Hermans is e e n que rulant e n e e n w a r e verzamelaar v a n vijanden. Maar heeft Van
Wim Crezee Peursen nooit d e behoefte ge voeld te r e a g e r e n op diens kri tiek? „Nou nee, d e a a n v a l w a s nogal fel e n d a n b e n ik altijd geneigd niet te r e a g e r e n . I k b e n niet zo strijdbaar v a n karakter. Misschien voelde ik m e ook e e n beetje beledigd. Bovendien w a s Hermans' v e r h a a l nogal emo tioneel e n weinig wetenschap pelijk. Hij w a s boos dat ik nooit gezegd h a d dat hij, Hermans, d e eerste w a s die in Nederland over Wittgenstein geschreven had." Meer in het a l g e m e e n h e b b e n wij d e indruk dat enige vorm v a n polemiek ontbreekt binnen het Nederlandse füosofenwe reldje. ,,Inderdaad, m e n behandelt el k a a r netjes, m e n argumenteert, m e n scheldt niet. Kijk, bij wis kundigen k a n ik m e g e e n feUe polemieken voorstellen. Bij n a tuurkundigen ook nauwelijks. Bij historici e n sociologen is het wèl d e n k b a a r . Nou, d e filosofen zitten ongeveer halverwege dat spectrum." En a a n d e VU? „ D a a r zijn d e füosofen v a n oudsher sterk po lemisch. Ze verweten a n d e r e fi losofen dat ze onchristelijk w a ren. Ook mijn proefschrift werd indertijd door Zuidema afge kraakt als e e n typisch verval verschijnsel v a n het christen dom. Existentiefüosofie, de mens centraal stellen dat kon natuurlijk niet." Volgens Van Peursen is het discussieklimaat a a n d e VU sinds d e jaren ze ventig verbeterd. „Er wordt iets meer pluriformiteit toegelaten, m a a r n a a r mijn s m a a k nog te weinig. "Even leven wij in d e veronderstelling dat d e hoogle r a a r pleit voor d e aanstelling v a n ook nietchristeHjke filoso fen. M a a r nee, het g a a t Van Peursen om vergroting v a n d e pluriformiteit binnen d e kring v a n christelijke wijsgeren al w a a r d e wijsbegeerte der wets idee n o g altijd e e n domineren d e positie heeft.
Scheuren In 1963 werd Van Peursen a a n d e VU b e n o e m d als buitenge woon hoogleraar voor het vak kennis e n wetenschapsleer. Dit terrein in d e filosofie w a s in d e zestiger jaren volop in b e w e ging. De scheuren e n barsten in d e tot d a n toe h e e r s e n d e positi vistische wetenschapsleer wer d e n zichtbaar e n niet meer te dichten, e n nieuwe profeten als Thomas Kuhn, I mre Lakatos e n Paul F e y e r a b e n d d e d e n hun in trede. De ontwikkeling v a n d e w e t e n s c h a p is in hun visie niet e e n lineair e n cumulatief pro ces, m a a r e e n schoksgewijs ge beuren waarbij allerlei sociaal psychologische e n sociologi sche factoren in het spel zijn. ,,Dat w a s e e n enorme omwente ling in het denken," zegt Van Peursen. „Niet alleen binnen d e filosofie, m a a r ook in allerlei vakwetenschappen. Dat komt omdat m e n in d e jaren zestig zich, meer d a n voorheen, open stelde voor d e geschiedenis v a n die vakwetenschappen. Dat verschilde natuurlijk wel per vak: voor d e natuurweten s c h a p p e n e n d e wiskunde h a d d e bestudering v a n d e geschie
denis niet zoveel invloed op d e theorie." Het echec v a n het positivistisch wetenschapsbeeld w a s niet minder d a n e e n crisis verge lijkbaar met die welke plaats vond in d e tijd v a n Copernicus, zegt Van Peursen. Van d e irrationele reacties die door deze crisis w e r d e n opge roepen, moet hij weinig hebben. „Sommigen zochten hun toe vlucht in tegenculturele, mystie ke of religieuze bewegingen, waarbij d e w e t e n s c h a p over boord gezet werd. Het mondde v a a k uit in e e n idealisering v a n a n d e r e , vooral oosterse cultu ren, terwijl ik denk dat die cultu ren eerder complementair zijn a a n onze culturen en ook hun eigen rationaliteit kennen. Je kunt niet ijsschotsen springen v a n d e e n e n a a r d e a n d e r e cul tuur." „Ook in onze eigen cultuur is d e wijze w a a r o p je e e n stelling be wijst of iets probeert a a n n e m e lijk te m a k e n in d e loop der tijd sterk veranderd. Neem iemand als Augustinus. Hij h a n t e e r d e redeneermethoden die w e nu kinderlijk zouden vinden, m a a r ze pasten in d e rethorische figu ren v a n zijn tijd. Rationaliteit is voor mij dus g e b o n d e n a a n e e n b e p a a l d e cultuur e n e e n be p a a l d e tijd. Hetzelfde geldt voor d e waardevrijheid in d e weten schap. I n onze cultuur betekent het vooral d a t je iets kunt meten. D a a r m e e hangt s a m e n dat je beslissingen neemt: iets is groter d a n iets anders, óf niet. Ja óf n e e . Dergelijke besHselementen tref je in a n d e r e culturen veel minder a a n ; m e n streeft d a a r eerder n a a r harmonie in plaats v a n tegensteUing of uitsluiting. Ja è n n e e . Wij vinden d a t irratio neel, m a a r in a n d e r e culturen ziet m e n dat eerder als e e n ge voeligheid voor nuanceringen. Een dergelijke gevoeligheid h e b b e n w e in onze cultuur weg gestopt, omdat wij knopen moe ten doorhakken, beslissingen moeten n e m e n in organisaties, in het dagelijkse leven e n ook in d e wetenschap. Zo'n besUscul tuur is sterk door d e logica beïn vloed. Met d e invoering v a n d e computer is dat alleen m a a r toe genomen; m e n denkt in bits het is nul of één." ,,Japanners n e m e n op e e n heel a n d e r e manier beslissingen d a n wij. Voor ons doen gebeurt dat heel ondoorzichtig. Je kunt in h u n m a n a g e m e n t niet duide lijk a a n g e v e n wie d e beslissin g e n neemt. De chef die zijn handtekening onder e e n con tract moet zetten, kijkt eerst op welke manier zijn onderge schikten hun handtekeningen h e b b e n gezet. S t a a n ze e e n beetje scheef op het papier d a n trekt hij daaruit zijn conclusies. Men is d a a r erg gericht op con sensus. Dat geldt trouwens voor veel g e b i e d e n in ZuidOost Azië." Van Peursen verhaalt e e n anekdote. Een socioloog doet onderzoek op e e n v a n d e eilanden in I ndo nesië. Hij legt e e n enquêtelijst voor a a n e e n bewoner die tot zijn verbazing te k e n n e n geeft deze formulieren p a s overmor g e n te kunnen invuUen. Waar om? Hij moest er eerst met d e oom v a n moederszijde over praten. „Dergelijke overlegpa tronen lopen via m e n s e n die in onze ogen niet deskundig zijn, m a a r door leeftijd of door positie in d e familie e e n b e p a a l d e in vloed hebben." Van Peursen is door zijn bezoe ken a a n het buitenland aller minst e e n relativist geworden. ,,In dat geval zou ik g e e n e e n s met mensen uit d e Derde We reld kunnen communiceren. Er moet rationaliteit zijn, in d e zin dat je e e n discussie moet kun n e n voeren. M a a r ik h e b wel geleerd dat rationaliteit meer dimensionaal is."
B
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985
Ad Valvas | 568 Pagina's