Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 468
25 APRIL 1986 Tnriig^iiiigpPFïïgriTmni Dromen van de revolutie vranneeris de tijd eens rijp engagement met het lot der zwakke vanuit een stoel en met een pijp. Een vers uit het „jubileumlied d a t volgens zijn collega's h e m ten voeten uit typeert. O p d e v r a a g wat hij onder revolutie verstaat," ants70ordt hij „O pko m e n voor d e minst b e d e e l d e n in d e samenlevmg." Studenten behoren volgens Bob ook tot die groep. „Ontspanning e n vor ming zijn noodzakelijke dingen v a n het leven," vindt Bob Lykle m a . „Dat soort activiteiten g e v e n e e n stuk ontwikkeling a a n je persoonlijkheid. De mogelijk heid d a a r t o e is voor studenten belangrijk e n het is d e t a a k v a n d e universiteit d e voorzieningen d a a r v o o r a a n d e studenten te verschaffen." Zijn betrokkenheid met het lot v a n d e student wortelt in d e roerige jaren zestig. Als ik het democratiseringsproces op d e universiteit in d e jaren zestig aanroer, g a a t Bob Lyklema op zijn praatstoel zitten. Stond hij d e journalist tot nu toe nog w a t verlegen e n onzeker te woord, nu begmt hij vol overgave over 'die goeie ouwe tijd' te vertel len.
Bob Lyklemc^ b e h e e r t het geld bij s t u d e n t e n v o o r z i e n i n g e n
'Studenten hebben mij links gemaakt' In de tweeëntwintig jaar dat hij bij het Bureau Studentenvoorzieningen van de VU werkt heeft Bob Lyklema roerige tijden meegemaakt. Tijdens de democratiseringsstrijd van de jaren zestig heeft hij weliswaar niet op de barricades gestaan, maar hij stond er weLgchter. Zijn betrokkenheid bij het wel en wee van de student gaat veel verder dan de financiële ad ministratie van studentenvoorzieningen. Bob Lyklema is vijfentwintig jaar in overheidsdienst. Pas toen zijn collega's hem verrasten met een feest, kwam hij er achter dat hij jubilaris was.
„Ik zot er in die jaren heel dicht bij. We w a r e n gevestigd in d e SRVUbarak. Dat w a s het actie centrum e n d e mensen die d a a r zaten d e d e n net zo h a r d m e e a a n d e voorbereiding v a n d e acties. Dat w a s heel hartver w a r m e n d . Af e n toe h a d ik het wel b e n a u w d e n vroeg m e af of ik dat wel allemaal kon maken. M a a r d e stnjd voor meer in s p r a a k v a n studenten w a s e e n g o e d e zaak e n ik werkte d a a r om mee." Foto Kees Keuch AVCWU
Niemand weet wat er nu gaat gebeuren ,,De jaren zestig w a r e n turbu lente tijden," g a a t Bob Lyklema verder. „Het k w a m nogal als e e n storm over m e heen. M a a r je werd zelfbewuster g e m a a k t e n je ging m e e d e n k e n met d e studentenbeweging. Ik k w a m tot d e ontdekking dat ik niet passief tegenover die vernieu wingsdrang kon blijven staan, ook niet als personeelslid. Dat gaf voor mezelf best wel s p a n ningen, je bent tenslotte in dienst v a n d e universiteit. Je g a a t je afvragen in hoeverre je bij d e acties betiokken m a g worden. Maar w e sympathi s e e r d e n e n steunden d e stu dentenacties. Als ik door e e n b a r r i c a d e h e e n wüde, kon dat ook. Ik h a d gewoon t o e g a n g bij d e bezettingen. Door d e univer siteit b e n ik nooit op mijn vin gers getikt in die tijd. Wel merk te ik, als ik d e heer Hoogenkamp tegen kwam, dat hij het niet leuk vond." ,,Die studentenbeweging v a n toen heeft bij mij ook e e n per soonlijk proces op g a n g ge bracht." Bob Lyklema zoekt ge concentreerd n a a r woorden. ,,Je g a a t bewuster n a d e n k e n over wat er in d e maatschappij a a n d e h a n d is, hoe w e moeten samenleven en samenwerken. Je werd g e d w o n g e n n a te den
ken over w a a r je nu eigenlijk m e e bezig w a s . Ik w a s bezig met het registreren v a n finan ciële gegevens. Dat w a s mijn v a k e n dat d e e d ik plichtsge trouw. Het werd mij echter dui delijk dat ik niet alleen cijfers o p e e n rijtje zette, m a a r dat a a n d e h a n d v a n die cijfers beleid w e r d gemaakt. De cijfers g e v e n e e n beeld, a a n d e h a n d w a a r v a n je keuzes kunt maken. Ik h e b met mijn cijfers altijd heel dicht bij d e m e n s e n gestaan." Tijdens ons gesprek haalt Bob Lyklema plotseling e e n krante knipsel tevoorschijn. Het blijkt d e advertentie te zijn w a a r o p hij in 1963 solliciteerde als boekhouder bij d e VU. „Je wilt natuurlijk weten hoe ik hier be g o n n e n ben," v r a a g t hij zonder mijn antwoord af te wachten. ,,Ik h e b 't n o g even opgezocht. Ze vroegen e e n boekhouder met verenigingservaring. Je moest met m e n s e n om kunnen g a a n , want ik k w a m terecht bij d e Civitasraad. Die h a d toen dertijd d e collectieve studenten voorzieningen onder h a a r b e heer. Dat k w a m toen eigenlijk n e e r op d e coördinatie v a n d e activiteiten v a n studentenvere nigingen. De administratieve organisatie w a s nogal romme lig toen ik er kwam. We h e b b e n d a a r e e n grote achterstand in moeten halen. We zaten in die tijd nog a a n d e Keizersgracht, in het achterhuis. AUes w a s n o g heel kleinschalig, niet zo for meel e n het w a s d a a r erg ge zellig. Iedereen k e n d e elkaar." Aanvankelijk viel d e boekhou ding v a n d e Civitasraad onder d e centrale adminisfratie v a n d e VU. Daar gingen d e cijfers n a a r toe e n w e r d e n d e beslis singen genomen. Totdat Bob Lyldema e e n kleine coup pleeg
d e . „Langzamerhand gingen w e zelf jaarrekeningen maken. Ik dacht: die organisatie v a n d e voorzieningen kurmen w e zelf ook ter h a n d nemen. We gin g e n steeds zelfstandiger wer k e n e n d a t werd a a n v a a r d . Zo h e b b e n w e d e studentenvoor zieningen tot e e n zelfstandig b u r e a u kunnen maken." Het Bureau Studentenvoorzie ningen heeft nooit e e n plaats gekregen binnen het uitgebrei d e a p p a r a a t v a n d e studenten administratie in het hoofdge bouw. Nu n o g is het b u r e a u g e vestigd in het combinatiege bouw o p Uilenstede, dicht bij h a a r voedingsbodem: d e stu denten. „We zijn altijd e e n beetje a p a r t gezet," vertelt Bob Lyklema. „Misschien wilde d e studentenadministratie zich niet d e drukte v a n in e n uiüopende studenten in huis halen. Je kunt e e n beetje het gevoel h e b b e n e e n stiefkind te zijn, m a a r het voordeel is d a t je lekker zelf standig kunt werken." In d e afgelopen twintig j a a r heeft Bob Lyklema meegewerkt a a n d e structurele opbouw v a n d e studentenvoorzieningen. Met d e groei v a n d e universiteit w e r d e n ook d e voorzieningen laitgebreid. O p het ogenblik heeft Bob zo'n 1,4 miljoen crul d e n te verdelen. Het rijk d r a a g t ruim 550 duizend gulden bij. De rest komt v a n d e eigen bijdra g e n v a n studenten, bijvoor beeld in d e vorm v a n contribu ties e n d e a l g e m e n e studenen bijdrage. Maar d e studenten voorzieningen dreigen d e hel ling w a a r o p ze parkeren, af te glijden. O p het onderwijsminis terie ligt d e beruchte notitie, die d e rijksbijdrage voor vrijwel dUe studentenvoorzieningen ..V ^«J'W.Tiyt'.Tr».
E
opheft. De behandeling v a n d e notitie wordt steeds m a a r uitge steld e n is tot op h e d e n n o g niet in d e kamer gekomen. „Ja, n i e m a n d weet wat er nu g a a t gebeuren," verzucht Bob Lyklema. „In februari zijn er lu dieke acties gevoerd tegen die notitie. Het belangrijkste effect d a a r v a n w a s denk ik, dat er meer bekendheid werd g e g e v e n a a n wat studentenvoorzie ningen zijn e n h o e belangrijk ze zijn. Het politieke effect is moei lijk te peüen. Je komt in d e pu ^ bliciteit, dat wel. Dat heeft mis schien toch enige invloed op d e politieke partijen." „De studentenvoorzieningen zijn niet zomaar op te heffen." Bob springt nu in d e bres voor zijn troetelkind, dat toevallig ook zijn werk is. „We h e b b e n in al die jaren a a n d e voorzienin g e n e e n structuur g e g e v e n die niet meer v a n d e universiteit is w e g te denken. Dot kun je niet opeens laten verdwijnen e n dat wil m e n op d e VU ook niet. Uit gesprekken e n discussies h e b ik b e g r e p e n dot d e universiteits r a a d e n het college v a n bestuur die voorzieningen toch erg be langrijk vinden." „ M a a r h o e d a n ook, wü je met d e a a n k o m e n d e bezuinigingen d e studentenvoorzieningen in stand houden, d a n moet je toch m a a t r e g e l e n nemen. Dat bete kent in ieder geval dat d e con tributies omhoog moeten. O ok zullen verschUlende onderdelen kritisch bekeken moeten wor denJfiermee zijn w e o p het ogenblik druk bezig." Als d e p l a n n e n zoals ze er nu liggen d o o r g a a n , haalt Bob Lyklema in ieder geval zijn der tigjarig jubüeum niet meer. Dat g a a t h e m n a a a n het hart. Bob
mm
„iajSlSiiSi?""'jïüiï
m mÊiÊk
p r a a t over het Bureau Studen tenvoorzieningen als over e e n levenswerk, w a a r m e e hij sa m e n is opgegroeid e n w a a r a a n hij zijn persoonlijke ontwikke ling heeft te d a n k e n . „Ik h e b er mijn hart e n ziel a a n g e g e v e n . Mijn werk is e e n uitdaging voor mezelf. Het is zo vernieuwend, steeds nieuwe contacten met a n d e r e studenten. Dat is soms bedreigend. Elke vernieuwing komt op je af, dat moet je ver werken. M a a r je groeit ervan." Voor Bob Lyklema houdt het werk niet om vijf uur 's middags op. Het is volgens h e m belang rijk om o p e n te s t a a n voor ont moetingen met studenten, ook buiten d e kantooruren om. Hij m a a k t n o g wel e e n s tijd vrij om d e contacten met studenten w a r m te houden. Bob schetst in zijn v e r h a a l over deze contac ten e e n jaositief beeld v a n d e student. Een beeld dat l a n g niet door iedereen wordt gedeeld. Vooral het w e r k e n d e deel v a n d e mensheid bestempelt stu denten g r a a g als 'lui e n werk schuw'. Ze zouden buiten d e maatschappij s t a a n e n slechts teren op d e belastingcenten v a n het ijverige volksdeel. Bob Lyklema veert geprikkeld o p bij deze typering v a n d e gemiddel d e student. ,,Je ziet v a a k dat ook d e m e n s e n o p d e VU n e g a tief over studenten praten. Dat vind ik onzin. Ik denk dot ze d a n niet echt in contact komen met studenten. Ze weten ook absoluut niet w a t het betekent om student te zijn. Wij zitten als Bureau Studentenvoorzienin g e n juist heel dicht bij d e stu denten. Ze lopen in e n uit e n w e werken uitstekend met ze sa men." Bobs medeleven met het lot v a n het universiteitsvolkje k a n d e student misschien weer w a t rustiger d o e n slapen. Er zijn toch nog m e n s e n die zich zorgen m a k e n over hun wel e n w e e . Bob Lyklema is e r v a n overtuigd dat studenten e e n slecht b e d e e l d e groepering in onze maatschappij zijn, die steun nodig heeft. A a n het eind v a n ons gesprek leest Bob mij voor uit e e n tekst v a n studen tenpastor Huub O osterhuis. Be w o g e n citeert hij d e regels over het proces v a n het menswor den. „Dat is w a t mij diep raakt. Mijn werk hier op d e VU, mijn contacten met d e m e n s e n e n al les w a t ik hier h e b m e e g e m a a k t is b e p a l e n d geweest voor mijn menszijn," besluit Bob Lykle ma.
Advertentie
The liiiuulottlic World! ^r
Alleen bij de KShoe Shop 10% korting op vertoon van college kaart
,SHOES
^l^hoeShop Beethovenstraat 100-102, Heihgeweg 5-7, AMSTERDAM '^ML^^^^^
.^la^^feisd
Wim
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985
Ad Valvas | 568 Pagina's