Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 128
18 OKTOBER 1985 Zijn opvoedkundestudenten dommer d a n studenten in d e psychologie? Volgens W. K. B. Hofstee, hoogleraar psychologie te Groningen, is dat e e n onomstotelijk feit: psychologiestudenten zouden hoger scoren bij IQ-tests. Bescheiden erkent hij wel dat er studierichtingen zijn w a a r v a n de studenten nog hoger scoren: d e wis- e n natuurkundestudenten zijn het slimste. Ook het wetenschappelijk personeel bij pedagogische en a n dragogische wetenschappen krijgt e e n veeg uit d e p a n . Hofstee veronderstelt dat bij PAW vooral afgestudeerden in d e psychologie en sociologie werkz a a m zijn die e e n universitaire carrière ambieerden. In d e tijd d a t er nog e e n grote expansie plaatsvond w a s voor h e n PAW e e n tweede keus, met het gevolg dat men d a a r te maken kreeg met e e n afgeroomd a a n bod.
Koos Neuvel Men ziet, in het debat over d e integratie v a n d e sociale wetenschappen, is niet iedereen even kieskeurig in zijn argimienten. Een flinke stoot onder d e gordel g g a t men niet uit de weg. De nood moet hoog zitten voor wie zijn toevlucht zoekt in dergelijke argumenten. W a a r g a a t het eigenlijk om? Binnen d e Taakverdelingscommissie (TVC) kwam enige jaren geleden de gedachte op om autonome subfaculteiten binnen d e faculteit sociale wetenschapp e n organisatorisch te integreren. In eerste instantie school hierachter vooral het bezuinigingsmotief, m a a r er w e r d e n ook inhoudelijke gronden a a n gevoerd: d e grote overeenkomsten die binnen d e subfaculteiten v a n d e sociale wetenschapp e n zouden b e s t a a n met betrekking tot object en methode. Door het ministerie v a n onderwijs e n d e coUeges v a n bestuur werd e e n integratie toegejuicht en krachtig ter h a n d genomen. Dit leidde in Nijmegen tot e e n reorganisatieplan waarbij d e b e s t a a n d e siibfaculteiten volledig werden opgeheven e n waarbij aUe vakgroepen op interdisciplinaire basis s a m e n g e steld moesten worden. Het onderwijs en onderzoek zou georganiseerd moeten worden niet langs d e lijn v a n d e disciplines, m a a r langs d e lijn v a n objectgebieden: cultuur, arbeid e n organisatie, communicatie e n media etc. Inmiddels is dit plan al weer ingetrokken. In Utrecht is men wel overgeg a a n tot e e n ver doorgevoerde reorganisatie: d e subfaculteiten opgeheven, interdisciplinaire vakgroepen, instelling v a n e e n gemeenschappelijke ganamapropadeuse en v a n e e n experimentele studierichting sociale wetenschappen. Op a n d e r e universiteiten g a a t men minder ver met d e reorganisatie. In Leiden h e b b e n d e psychologen en p e d a g o g e n toenadering tot elkaar gezocht, w a t zal resulteren in enkele interdisciplinaire vakgroepen. Ook a a n d e VU ziet het er n a a r uit dat d e p e d a g o g e n en psychologen é é n one edeelde faculteit zullen vor-
Status Niet iedereen heeft deze ontwikkeling luidkeels bejubeld. Het w a r e n vooral d e psychologen geweest die zich d e afgelopen twee j a a r soms zeer fel en agressief tegen d e integratiegedachte gekeerd hebben. Gerenommeerde hoogleraren als Hofstee, Van Strien en Vroon gooiden zich met hun voUe gewicht in d e discussie. Andere
D
sociale wetenschappers, zoals p e d a g o g e n en sociologen, bleven tamelijk zwijgzaam e n in sommige gevallen lieten ze zich voorzichtig positief uit over d e integratieplannen. De psychologen voelen zich e e n beetje e e n buitenbeentje in d e faculteit sociale wetenschappen. Deze faculteit die begin jaren zestig gesticht werd omvat d e volgende disciplines: psychologie, p.a.w., sociologie, ciüturele antropologie en politicologie. Door d e psychologen wordt er herhaaldelijk op gewezen w a t voor e e n willekeurige constructie deze faculteit eigenlijk is. Behalve a a n d e sociale wetenschappen ziet m e n zich evenzeer gelieerd a a n d e n a tuurwetenschappen en a a n d e geneeskunde. Door d e psychologie onder te brengen in e e n geïntegreerd sociaalwetenschappelijk kader zou het g e v a a r dreigen dat juist d e vakken die nauwelijks e e n sociaalwetenschappelijk karakter hebben, functieleer e n psychonomie bijvoorbeeld, het loodje leggen. De verwantschap tussen psychologie e n d e natuurwetens c h a p p e n is voor sommige psychologen ook aanleiding om zichzelf e e n hoger plaatsje toe te denken in d e wetenschappelijke hiërarchie. Behalve op d e verschillen in intelligentie tussen psychologie- en p e d a g o giestudenten heeft Hofstee gewezen op e e n verschil in status. Psychologie is in 1982 als discipline opgenomen in e e n prestigieus orgaan: International Councü of Scientific Union. Hierm e e is in feite d e psychologie erkend als e e n 'echte' wetenschap, e e n status die d e a n d e r e sociale wetenschappen nog niet h e b b e n kunnen bereiken. Hofstee vreest dat door integratie d e factor v a n het p a s verworven wetenschappelijk g e z a g verloren zal g a a n ten gunste v a n d e macht v a n het getal. In het Nederlands Tijdschrift voor d e psychologie 39 (1984) gaf d e orthopedagoog ƒ. Rispens e e n snedig antwoord op d e bekommernissen v a n Hofstee: 'Dat statusverschillen Hofstee nogal d w a r s zitten, is duidelijk. Wellicht k a n d e hogere status v a n sommige vakgroep e n zichtbaar g e m a a k t worden, bijvoorbeeld door e e n v a n rijksw e g e te verstrekken pet. (Uitblinkers krijgen d a n é é n of meer sterren op d e klep).'
diende te erkennen dat vanuit verschillende disciplines licht g e w o r p e n kon worden op m a a t schappelijke problemen. Daarom zou interdisciplinaire samenwerking zo belangrijk kunn e n zijn. In d e jaren zeventig e n tachtig s l a a g d e d e overheid erin om h a a r invloed op het wetenschappelijk onderwijs e n onderzoek a l s m a a r te vergroten. Met d e TVC-operatie en d e voorwaardelijk gefinancierde onderzoeksprogramma's kreeg d e bureaucratisering v a n d e universiteit h a a r beslag. Tegelijk oefende ook d e overheid kritiek uit op d e relevantie v a n d e sociale wetenschappen. In beleidsnota's werd gesproken over d e grote betekenis v a n d e sociale wetenschappen voor het ver antwoord begeleiden e n TSij stu ren v a n maatschappelijke ont wikkelingen. Instituten en on derzoekers werden aange m a a n d tot het leveren v a n beter bruikbare resultaten. De invloed v a n d e overheid op het wetenschappelijk onder zoek hield in dat e e n a a n t a l sti muleringsgebieden a a n g e w e zen werden. Over het a l g e m e e n betreft het dringende m a a t schappelijke problemen die om e e n oplossing v r a g e n zoals: et nische minderheden, proble m e n v a n jongeren, vrouwen, b e j a a r d e n e.d., gezondheids vraagstukken, milieuvraagstuk ken. Kenmerkend voor deze on derzoeksgebieden is dat ze over het a l g e m e e n grootschalig v a n opzet en disciplineoverschrij d e n d zijn.
'Laat ons el 60616
p^ycs
£Afc-*-«^t
SociAAt NSCHAP 'NTECRAI
Nononsense Maatschappelijk relevant, pro bleemgeoriènteerd, interdisci plinair onderzoek. In zekere zin k a n je zeggen dat d e beweging v a n d e jaren zestig e e n eclatant succes heeft geboekt. Kan het mooier? En toch zijn er nog men sen die mopperen. De antropo loog Bob Scholte schreef in 1983 in het tijdschrift Grafiet, nr. 4: 'In d e zestiger jaren schreef ik teza m e n met vele a n d e r e antropolo g e n herhaaldelijk pleidooien voor e e n maatschappelijk rele v a n t e culturele antropologie. Nu, in het begin v a n d e tachti ger jaren, heeft dit pleidooi g e e n kritische uitwerking meer, m a a r e e n conserverende. Het leidt tot flikflooien met d e overheid e n het bedrijfsleven.'
Ivoren toren Aldus bekeken h e b b e n d e discussies over d e integratie v a n d e sociale wetenschappen veel vsreg v a n ordinaire burenruzies, of v a n e e n 'struggle for life' waarbij om het hardst geprob e e r d wordt het eigen hachje te beschermen. Toch k a n d e zaak d a a r m e e niet direct a f g e d a a n worden. Het begrip 'integratie' staat in n a u w e relatie met begrippen als 'interdisciplinariteit' en e e n 'maatschappelijk relevante w e tenschap'. Het w a r e n vooral studenten en sonmiige docenten in d e jaren zestig en zeventig die kritisch stonden tegenover d e g a n g b a r e praktijk v a n wetenschapsbeoefening die deze begrippen propageerden. De enorme hoeveelheid positivistische onderzoekingen zouden m a a r weinig bijdragen a a n e e n substantieel inzicht in d e 'grote' problemen w a a r onze maatschappij m e e worstelde. Ook het systeembevestigende karakter v a n dat onderzoek werd heftig aangevochten. De critici stonden e e n wetenschap voor die uit h a a r ivoren toren stapte e n zich oriënteerde op fundamentele maatschappelijke problemen. Vakidiotisme moest daarbij vermeden worden; men
De integratie en concentrati
Prof. dr. P. J. v a n S trien Foto Gerard Tü
Het is ook op dit punt dat d e misschien wel meest actieve b e strijder v a n d e integratiege dachte, d e Groningse hoogle r a a r in d e psychologie P. J. van Strien, in tal v a n publicaties zijn b e z w a r e n n a a r voren brengt. Hij constateert 'een desastreus monsterverbond tussen het link s e relevantie en veranderings d e n k e n en het d e laatste jaren opgekomen nieuwrechtse pragmatische "nononsense" denken.' (Psychologie en Maat schappij 1985, nr. 3)
//////>//jv'ii'j<iv'tó'y
De veranderingen in d e universitaire wereld volgen elkaar snel. Binnen d e sociale weten s c h a p p e n luidt het nieuwe modewoord: integra tie. Her en der in d e n l a n d e worden nieuwe sa menwerkingsverbanden tussen d e traditionele subfaculteiten tot stand gebracht. Met n a m e d e In d e visie v a n Van Strien heeft w e t e n s c h a p drie fimcties: prak tisch probleemoplossend ver mogen, kennisvermeerdering e n kritische reflectie. Wat hij ziet is dat d e eerste v a n d e drie func ties krachtdadig wordt gestimu leerd terwijl d e beide a n d e r e n dreigen te verkommeren. Door d e overheid wordt gestreefd n a a r e e n nieuwe structuur v a n het wetenschappelijk onder zoek die b e p a a l d is door object gebieden. Het is e e n visie w a a r bij d e wetenschap e e n b e p a a l d doel moet dienen; d e sturing vindt plaats vanuit wetenschap sexterne doeleinden. Van Strien spreekt over e e n 'functionalise ring' v a n d e wetenschap, e n zijn b e z w a a r is dat onrijpe concep ties ter ondersteiming v a n het overheidsbeleid toegepast wor d e n . Deze nadruk op d e toepas b a a r h e i d g a a t volgens h e m ten koste v a n meer fundamentele ontwikkelingen in d e weten schap. Het begrip 'maatschappelijke relevantie' is d a a r m e e praktisch synoniem geworden voor b e leidsrelevantie. De overheid werpt e e n a a n t a l vette kluiven toe w a a r o p d e sociale weten s c h a p p e n gretig toehappen. Door zich als beleidsweten s c h a p p e n te presenteren hoopt men d e bezuinigingsdreiging enigszins af te kuiuien wenden. Onderzoek d a t minder praktijk gericht is krijgt het moeilijker. Van S trien meent dat deze ten dens e e n uitvloeisel is v a n het 'nononsense' beleid v a n het
kabinet; dit betekent immers vooral: g e e n sociale onzin. In bredere zin is die tendens vol g e n s h e m e e n onderdeel v a n het afbraakbeleid ten a a n z i e n v a n d e w e t e n s c h a p e n cultuur in het a l g e m e e n en v a n d e soci ale w e t e n s c h a p p e n in het bij zonder. Interdisciplinariteit zou g e h e e l in deze probleemgerichte stijl van wetenschapsbeoefening p a s s e n . Die interdisciplinariteit heeft in d e afgelopen decennia vooral gestalte gekregen in d e oprichting v a n diverse 'kundes': bedrijfskxmde, vrijetijdskunde, bestuurskunde, onderwijskunde e n dergelijke. Deze 'kundes' wordt wel verweten d e nieuwe sociaaltechnologie v a n d e mo d e r n e maatschappij o p te leve ren. Vooral g e r e n o m m e e r d e so ciologen als Van Doorn, S chuyt e n Zijderveld h e b b e n nogal eens laten weten die belang stelling voor d e 'kundes' m a a r e e n griezelige ontwikkeling te vinden. Het niveau v a n d e op leiding zou erdoor dalen, er vindt g e e n kritische reflectie plaats e n d e 'kimdemensen' h e b b e n blinde vlekken voor wat zich in e e n samenleving af speelt, zijn enkele v a n d e argu menten die zij te b e r d e brengen. Betekent d a t d a t iedereen zich voortaan alleen m a a r weer moet g a a n bezighouden met d e knolgewassen in het eigen tuin tje, en d a t d a a r omheen e e n a a n t a l p a l e n met flink wat prik k e l d r a a d moet plaatsen? Van Strien g a a t in ieder geval niet zo
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985
Ad Valvas | 568 Pagina's