Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 441
18 APRIL 1986 Het rapport is uiteindelijk e e n uitwerking v a n het eerste r a p port Wagner. Daarin staat dat d e fijnchemiéche ^industrie voor Nederlanjl é e n belangrijke sector v a n bediijvigheid is. In 1984 echter werd in het rapport „Toekomstig Chemisch Onderzoek e e n uitwerking v a n het rapport W a g n e r 1 voor d e chemie" g e e n a a n d a c h t besteed a a n d e farmacochemie. Dat werd gezien als e e n tekortkoming, want farmacochemie is onontbeerlijk voor d e farmaceutische industrie, e e n fijnchemische industrie volgens W a g n e r bij uitstek. De farmaceuten m a k e n g e n e e s middelen e n om steeds weer met nieuwe producten op d e markt te kunnen komen moeten ze doorlopend onderzoek doen. Dat is e e n probleem, want die research is erg duur. Volgens prof. H. Timmerman, hoogler a a r a a n d e VU e n voorzitter v a n d e commissie die het TOFrapport samenstelde weet hoe duur: ,,De Nederlandse farmaceutische industrie besteedt 10 20% v a n d e omzet a a n research. Veel geld a a n onderzoek bested e n k a n dus aUeen bij e e n goed e omzet e n die krijg je alleen als je g o e d e producten k a n maken. Innovatieve farmaceutische industrie k a n alleen overleven bij voldoende instroom v a n eigen nieuwe producten".
Farmaceutische industrie moet uit verdomhoekje Het is hoog tijd dat er e e n Wetenschappelijk Platform Farmacochemie komt met eigen geld om onderzoek voor nieuwe geneesmiddelen te stimuleren. D a a r n a a s t zouden universiteit en farmaceutische industrie n a u w s a m e n moeten werken op dit terrein. Dat staat in het rapport .Toekomstig Onderzoek Farmacochemie' (TOF), d a t staatssecretaris Van der Reijden v a n volksgezondheid afgelopen d i n s d a g m e d e n a m e n s d e minister v a n economische zaken en zijn ambtsgenoot v a n onderwijs en w e t e n s c h a p p e n in ontvangst n a m . Prof. dr. H. Timmerman v a n d e vakgroep Farmacochemie v a n d e VU is voorzitter v a n d e commissie v a n vertegenwoordigers uit d e farmaceutische industrie e n v a n d e universiteiten, die het rapport samenstelde. Wij spraken met h e m over samenwerking v a n d e universiteit e n d e farmaceutische industrie en het imago v a n die bedrijfstak.
Onder druk Wat dat betreft staat deze industrietak onder grote druk, aldus het rapport. De k a n s om nog e e n nieuw geneesmiddel te vind e n is in deze tijd tamelijk gering geworden: voor eenvoudig e ziekten zijn al middelen ontwikkeld, d e probleemgebieden, zoals d e tumoren e n d e immuunziekten blijven over. Daarn a a s t is het ontwikkelen v a n e e n geneesmiddel e r g duur, gemiddeld rond d e ƒ 120 miljoen en d e octrooileeftijd is eigenlijk te kort om die investering terug te verdienen. Volgens Timmerm a n b e d r a a g t d e effectief beschermde periode slechts e e n j a a r of zes. In Amerika is d e octrooileeftijd verlengd voor farmaceutische producten e n dat zou in Nederland, aldus d e hoogleraar, eigenlijk ook moeten gebeuren. Ook d e prijzen v a n geneesmiddelen e n dierproeven worden in Nederland zeer kritisch gevolgd e n d a a r b o v e n o p komt d a n n o g eens d e problematiek rond d e registratie v a n e e n nieuw middel. Die wordt steeds moeilijker e n d e overheid stelt steeds strengere eisen a a n d e werkzaamheid e n veiligheid v a n e e n nieuw product. G e v r a a g d of dat niet terecht is zegt Timmerman: „Het is wel terecht h o g e eisen te stellen a a n nieuwe middelen, m a a r regelmatig worden v o o r w a a r d e n opgenomen die overdreven zijn e n g e e n extra veiligheid g a r a n d e ren. Het bewijs v a n veiligheid e n werkzaamheid berust h a a s t altijd op statistische p a r a m e ters. Er ontstaat d a n e e n discussie over werkzaamheid, m a a r in feite is het e e n statistisch gevecht". „De eisen voor registratie zijn in alle l a n d e n verschUlend e n n a Zweden is Nederland e e n v a n d e strengste l a n d e n ter wereld. Dat is prima, m a a r d e eisen moeten wel redelijk blijven. Je moet je afvragen of het risico dat je loopt met het introduceren van e e n nieuw middel groter of kleiner is d a n het niet-introduceren. Want dat k a n ook e e n heel groot risico zijn".
Samenwerking Voordat e e n nieuw geneesmiddel op d e markt gebracht k a n worden moet er dus heel wat
Prof. dr H. Timmerman: altijd al groot voorstander v a n samenwerking tussen imiversiteit e n bedrijfsleven. Foto Kees Keuch, AYcnru r e s e a r c h verricht worden. De samenstellers v a n het TOF-rapport vinden dat het onderzoek n u niet gestructureerd g e n o e g gebeurt. De industrie houdt zich e r m e e bezig, m a a r universiteiten ook. Hier moet samenwerking e n overleg tot stand g e bracht worden, vindt d e commissie. Hoe moet dat d a n in het vat gegoten worden, moeten d e universiteiten him onderzoeksp r o g r a m m a ' s d a n afstemmen o p d e industriële behoefte? „Nee, dat is niet d e bedoeling," repliceert Timmerman, „de universiteit is er om wetenschappelijke kennis te ontwikkelen, heeft het doel dingen te doorgronden. M a a r d e nationale, e n voor mijn p a r t ook d e internationale in-
dustrie zou toch gebruik moeten kunnen m a k e n v a n d e wetenschappelijke voortgang die op d e universiteit wordt geboekt. Ik z e g niet: nu moet d e universiteit komen met programma's w a a r d e industrie b e l a n g bij heeft. Ik zal wel gek zijn, wij h e b b e n e e n h e e l a n d e r e doelstelling. Ik zeg wel dat d e industrie er goed a a n doet in d e g a t e n te houden w a t e r op d e universiteit gebeurt. Stelt ze vast dat het universitair onderzoek interessante g e g e v e n s k a n opleveren, d a n moet ze dat financieel ondersteunen. M a a r d e universiteit voert het onderzoek autonoom uit. Het profijt v a n d e industrie is dat ze als eerste n a a r bruikbare resultaten m a g kijken e n die eventu-
Reina P a s m a eel m a g kopen. Niet krijgen. Kopen". Ook in het TOF-rapport is a a n d a c h t besteed a a n d e relatie industrie-universiteit. Als wezenlijke aspecten voor samenwerking beschouwt d e commissie: ,,Een p r o g r a m m a met duidelijke doeleinden; e e n interactief samenwerkingsverband, wederzijds begrip v a n wetenschappelijk/t 3chnologische aspecten; duidelijke communicatielijnen, vast rapportageschema; mogelijkheid tot octrooieren voorafg a a n d a a n vrije pubHcatiemogeUjkheid". Naast deze contactresearch ziet m e n d a n ook n o g mogelijkheden voor zogeh e t e n contactresearch, waarbij e e n gezamenlijk studie-object gekozen wordt. De universiteit voert d a n d e fundamentele e n d e industrie d e toepassingsgerichte a s p e c t e n uit. Wij v r a g e n Timmerman of met n a m e d e eerste optie niet als e e n industrieel dictaat gezien moet worden e n hoe het nu moet met d e vrije, creatieve wetenschapsbeoefening. Hij heeft er g e e n problemen mee: „De w e tenschappelijke vrijheid vind ik hier volstrekt in terug. Niemand k a n mij dwingen om wat d a n ook te doen. Een land als Zwed e n is voor mij het voorbeeld v a n e e n uitstekend geregelde relatie tussen universiteit e n industrie. Mijn collega's d a a r h e b b e n allemaal zeer n a u w e contacten met d e farmaceutische industrie. Dat heeft ertoe geleid dat het wetenschappelijke peü v a n d e Zweedse universiteiten in het medisch-biologisch g e - ' bied bijzonder hoog is e n dat d e Zweedse industrieën toonaang e v e n d zijn in d e wereld. Vesticfingen v a n farmaceutische bedrijven s t a a n d a a r n a a s t d e universiteit. M a a r toch h e b b e n d e onderzoekers e e n grote m a t e v a n vrijheid. Zo'n voorbeeld toont toch a a n dat met g o e d e afspraken d e vmiversiteit zijn vrijheid k a n behouden, terwijl d e industrie het onderzoek toch profijtelijk k a n exploiteren. Samenwerking k a n voor beiden positief zijn". Timmerman zegt zelf altijd al e e n cfroot voorstander te zijn geweest v a n samenwerking tussen universiteiten e n bedrijven, ook toen d e financiële noodz a a k n o g niet direct voelbaar w a s , m a a r meent dat veel a n d e r e onderzoekers e e n groot wantrouwen koesteren jegens d e industrie. „De universiteiten o p e n e n nu d e o g e n n a a r het bedrijfsleven, m a a r d e mentaliteit is n o g steeds: die jongens zijn uit op onze h e r s e n e n e n ons kapitaal. Alsof d e industrie er alleen op uit zou zijn zoveel mogelijk geld v a n d e maatschappij in hun zakken te laten roUen e n zich zou g e d r a g e n als e e n soort misdadiger. Als er voldoende geld uit d e eerste geldstroom zou komen, zouden veel onderzoekers g e e n belangstelling meer h e b b e n voor samenwerking met d e industrie. Ze vinden dat ze d a n meer vrijheid hebben, m a a r ik vind dat e e n drogreden".
Maffia
De voorzitter v a n d e commissie TOF begrijpt ook h e l e m a a l niet, h o e d e farmaceutische industrie
als weinig vervuilende, arbeidsintensieve, hoog-technologische bedrijfstak a a n e e n mafiaachtig imago komt. Het prikkelt h e m ook zeer: „Wat zou d e huidige maatschappij zijn zonder d e m o d e r n e geneesmiddelen? M a a r het beeld b e s t a a t dat geneesmiddelen altijd toxisch zijn e n dot ze niet werken. Bovendien zijn ze n o g duur ook". „De farmaceutische industrie zit altijd in het verdomhoekje. M a a r als e e n geneesmiddel niet werkt, k a n net zo goed d e diagnose niet goed gesteld zijn. Soms weet e e n arts ook niet w a a r e e n ziekte v a n d a a n komt e n probeert iets. Niet d e farmaceutische industrie moet e e n negatief imago hebben, m a a r onze kennis v a n het menselijk lichaam". „Ik wil er alles a a n doen om het imago v a n d e geneesmiddelenindustrie op te krikken, want ik weet dat die m e n s e n eronder Ejden. Dat d e e d ik zelf ook, toen ik n o g werkte bij Gist-Brocades, eerst als hoofd v a n d e afdeling farmacologie e n later als wetenschappelijk directeur v a n d e farmacadivisie. Als ik mijn werk zo goed mogelijk doe, zodat ik er plezier in h e b e n d e resultaten nuttig zijn e n m e n stelt het d a n voor alsof ik dat alleen doe uit winstbejag e n m e absoluut g e e n zorgen m a a k over mogelijke negatieve gevolgen voor d e medemens, d a n vind ik d a t verschrikkelijk. Om altijd afgeschilderd te worden als e e n boef, dat is afschuwelijk e n ook niet terecht. Wij h e b b e n v a a k beslissingen genomen, die financieel slecht w a r e n voor het bedrijf, als w e het gevoel h a d d e n dat bij d e ontwikkeling v a n e e n geneesmiddel onbekende factoren w a r e n binnengeslopen, die w e niet meer h e l e m a a l konden beheersen". Dat is echter e e n aspect v a n verbetering v a n d e positie v a n d e farmaceutische industrie e n het farmacochemisch onderzoek in Nederland dat niet in het TOF-rapport is meegenomen. Een belangrijke aanbeveling uit het rapport is wel, n a a s t e e n g o e d e samenwerking tussen universiteit e n d e bedrijfstak, dat een „Wetenschappelijk Platform Farmacochemie" moet worden ingesteld. Dit platform moet d e onderlinge coördinatie v a n d e verschillende onderzoeksgroepen in d e n l a n d e verbeteren e n eigen geld kunnen toewijzen a a n farmacochemische projecten. De commissie denkt a a n e e n structuur, die aanvankelijk d e vorm heeft v a n e e n stimuleringsprogramma e n op d e l a n g e r e termijn uitgroeit tot e e n volwaardige werkgem e e n s c h a p v a n SON of FUNGO, d e ZWO-stichtingen voor dit vakgebied. Ook voor d e invoering v a n computers moet geld beschikbaar komen, vinden d e opstellers v a n het rapport. Hoeveel het allem a a l g a a t kosten treffen wij in d e manuscripten niet a a n , m a a r dat w a s ook d e bedoeling niet v a n het rapport. Dat geeft slechts a a n welke m a a t r e g e l e n d e overheid zou kunnen n e m e n om e e n gunstige situatie te creëren voor e e n bedrijfstak in ons land, aldus Timmerman, die g o e d e hoop heeft dat deze a a n bevelingen nagevolgd zullen worden. Nu het mafia imago nog.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985
Ad Valvas | 568 Pagina's