Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 131

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 131

16 minuten leestijd

Moderne kunst als erfgename volksfeest ,,Das Passagen-Werk behoort tot d e belangwekkendste boek e n op het gebied v a n - ja v a n wat? De filosofie? De literatuur? De geschiedschrijving? Moeilijk te zeggen." De aarzeling die Cyrille Offermans hier voelt om Walter Benjamin in e e n vakgebied onder te brengen, kun je ook op zijn eigen werk v a n toep a s s i n g verklaren. Offermans b e w e e g t zich precies op boveng e n o e m d e terreinen. Het woord ,,bewegen" is bovendien e e n indicatie v a n zijn manier v a n werken. Historicus, filosoof, letterkundige; het zijn g e e n rollen die strict v a n elkaar gescheiden worden waarbij hij bij toerbeurt in e e n a n d e r e huid kruipt. Het vloeit allemaal veel meer in elk a a r over. Werkend buiten d e muren v a n het gevestigde academisch lev e n heeft CyriUe Offermans weinig te m a k e n met vastgelegd e grenzen e n toegestane grensoverschrijdingen. Op d e universiteit vind je d o o r g a a n s e e n veel sterkere afbakening v a n vakdisciplines, die ieder h u n eigen specifieke deskundigheid opbouwen. Voor zover er uitstapjes g e m a a k t worden zijn die v a a k direct al geïnstitutionaliseerd in multi-disciplinaire samenwerkingsverbanden. Het interessante v a n zo'n meer omvattende b e n a d e r i n g is dat e e n a a n t a l zaken op e e n niet zo voor d e h a n d liggende wijze met elkaar in v e r b a n d gebracht kunnen worden. In d e essaybundel ,De mensen zijn mooier dan ze denken'zijn twee hoofdthema's a a n te wijzen: d e volkscultuur e n d e moderne kunst. Voor zover die thema's wel e e n s n a a s t elkaar besproken worden, gebeurt dat meestal om a a n te tonen dat er g e e n ver-

BOEKEN

Koos Neuvel b a n d tussen beide bestaat. Er zou e e n kloof b e s t a a n tussen het eenvoudig voLksvermaak en d e ingewikkelde moderne kunst die slechts b e g r e p e n k a n word e n door e e n kleine intellectuele elite. Offermans d a a r e n t e g e n noemt d e moderne kunst d e erfg e n a m e v a n het volksfeest. In é é n v a n d e essays over traditionele volkscultuur behandelt Offermans d e geschiedenis v a n d e tatoeage. Op jaarmarkten in d e vorige e e u w w a s het heel gebruikelijk dat mensen hun w^onderbaarlijk versierde lic h a a m ten toon stelden. Daarbij vertelden ze d a n fantastische verhalen over avonturen in d e wildernis, over heroïsche gevechten e n liefdesgeschiedenissen. Die versierde lichamen functioneerden volgens Offerm a n s als e e n stom protest tegen d e disciplinering v a n d e licham e n in d e fabrieken. Deze niet in é é n of a n d e r e nuttigheid p a s s e n d e activiteit riep d e verontw a a r d i g i n g op v a n d e burgerij. Lombroso verschafte die verontw^aardiging ook een ,,wetenschappelijk" fundament. Zijn stelling w a s dat morele defecten af te lezen w a r e n a a n uiterlijke kenmerken. Het jachtseizoen w^erd d a a r m e e geopend; éénieder die er iets a n d e r s uitzag d a n , normaal' werd d a a r m e e in principe tot misdadiger verklaard. In zijn algemeenheid moesten d e jaarmarkten e n d e kermissen het ontgelden. G e d u r e n d e d e traditionele volksfeesten werd d e hele statische m a a t schappelijke orde op zijn kop

gezet. Men gaf zich over a a n ongebreidelde uitspattingen v a n e e n mateloze lichamelijke activiteit. Bij e e n burgerij voor wie berekening e n matigheid centraal stonden, werd dit in t o e n e m e n d e m a t e e e n steen d e s aanstoots.

Dit betekent niet dat Offermans het verleden verheerlijkt. De keerzijde v a n die ongebreideld e uitspattingen is het geweld dat ze met zich meebrachten. Het is op dit punt dat d e modern e kimst, in het bijzonder het boek Ulysses v a n James Joyce, ten tonele wordt gevoerd. Het werk v a n Joyce is ,,een niet aflatende kritiek op alles wat het statische representeert, d e officiële cultuur v a n staat e n christendom e n d e gecodificeerde taal die daarbij hoort." Bij Joyce wordt die gecodificeerde taal omgesmolten tot e e n permanent v e r a n d e r e n d e taalstroom, e n hij sluit d a a r m e e volgens Offerm a n s a a n bij d e volksfeesten, met uitsluiting v a n d e negatieve aspecten ervan. Ironisch g e n o e g is ook het werk v a n Joyce ten prooi gevallen a a n d e georganiseerde m a s s a cultuur. Velen g a a n d e ingewikkeldheid v a n het boek uit d e w e g en m a k e n liever in het voetspoor v a n Leopold Bloom e e n g e h e e l verzorgde wandeUng door Dublin. Offermans g a a t niet m e e op die weg. In e e n uitvoerige e s s a y biedt hij e e n soort leeswijzer voor iedere beCfinnende Joyce-lezer. Hij ontdoet Ulysses d a a r m e e v a n d e s t o ü a a g die e e n boek bedekt zod r a het is opgenomen in d e c a non v a n heilig verklaarde boeken, w a a r d o o r je het dus niet meer hoeft te lezen. Zelf b e n ik door dat e s s a y inmiddels al weer enige tijd a a n het grasduinen g e r a a k t in Ulysses. Niet langer vanuit d e loden last v a n het cultureel plichtsbesef, maar vooral omdat het besef nu p a s tot me door begint te dringen

Sociologie, de slippendrager van de politiek De sociologie zit in Nederland in e e n p a r a d o x a l e positie. A a n d e e n e kant k a n vastgesteld word e n d a t d e sociologische wijze v a n stellen doorgedrongen is tot d e rethoriek v a n onze tijd. Sociologische kernbegrippen zoa l s sociale rol, status, groepsconflict, emancipatie, mobiliteit zijn g e m e e n g o e d g e w o r d e n in het a l l e d a a g s e spraakgebruik. A a n d e a n d e r e kant klagen veel sociologen over het feit dat het maatschappelijk nut v a n hun discipline steeds m a a r weer betwijfeld wordt e n ter discussie staat. En dat heeft weer alles te m a k e n met het gebrek a a n identiteit v a n deze discipline: er b e s t a a t binnen het vak n a u w e lijks overeenstemming over het te bestuderen object e n over d e manier w a a r o p dat zou moeten gebeuren. Zo kon het g e b e u r e n d a t het populaire boek v a n d e Amsterdamse hoogleraar J. Goudsblom, Balans van de sociologie, werd geafficheerd als ,,tegelijk e e n inleiding en e e n belangrijke bijdrage tot d e wetenschappelijke discussie". Dat geeft toch te denken. Nu k a n m e n a a n deze belabberd e situatie op een wetenschapstheoretische manier sleutelen: proberen criteria te formuleren

Wim Crezee w a a r sociologisch onderzoek a a n moet voldoen. Het is echter d e v r a a g of m e n met dergelijke n o r m e r e n d e regels e e n stap vooruit komt. De feitelijke onderzoekspraktijk blijkt immers v a a k sterker d a n d e mooi geformuleerde wetenschappelijke idealen. Een a n d e r e a a n p a k is die welke Marja Gastelaars in h a a r recent verschenen proefschrift volgt. Ze probeert hierin e e n beeld te g e v e n v a n d e ontwikkeling v a n d e Nederlandse sociologie tegen d e achtergrond v a n d e h a a r omringende m a a t schappelijke omgeving. In d e periode die ze beschrijft, 1925 tot 1968, h e b b e n volgens h a a r drie paradigma's, of beter bedrijfsstijlen, d e sociologie gedomineerd, d e sociografie, d e cultuursociologie e n d e moderne sociologie. De overgang v a n d e e n e n a a r d e a n d e r e bedrijfsstijl analyseert G a s t e l a a r s niet als logisch uit elkaar voortvloeiende ontw^ikkelingen, m a a r als steeds a n d e r e oriënteringen v a n d e sociologie op ontwikkeling in d e

sociale politiek. Want precies d e opkomst v a n wat later d e verzorcfingsstaat is g a a n heten, verschafte het sociologisch onderzoek bestaansrecht. De stelling die G a s t e l a a r s probeert te onderbouwen is dat sociologen zich d a a r b e v o n d e n w a a r in het sociale beheer, in het,,geregeld leven", zich crisisverschijnselen voordeden. Toen in d e jaren dertig d e Zuiderzeepolders w e r d e n drooggelegd, w a r e n het sociografen die onderzochten hoe het nieuwe gebied op e e n uitgebalanceerde w j z e v a n bewoners kon worden voorzien. Dergelijk onderzoek strookte met hun pretentie e e n wetenschappelijke grondslag te leveren voor d e „sociale planning" en bevolkingspolitiek. De cultuursociologische traditie, die n a d e oorlog terrein won, l e g d e zich in het kader v a n d e verzuiling toe op het behoud v a n traditionele w a a r d e n en d e versterking v a n d e m a a t s c h a p pelijke integratie e n samenh a n g . Het losraken v a n d e traditionele verbanden, als gevolg v a n e e n versnelde industrialisatie, werd geëtiketteerd als „ontworteling" e n ,,massaficatie", w a a r nodig ,,iets" a a n g e d a a n zou moeten worden. Vooral d e opvattingen e n g e d r a g i n g e n

hoe geestig het boek ook is, hoe al die willekeurig Ijkende stijlveranderingen in het boek e e n parodiërend e n satirisch karakter hebben. De opzet v a n ,,De m e n s e n zijn mooier d a n ze denken" is zo dat eerst d e verhalen over volkscultuur komen e n d a a r n a d e verh a l e n over moderne kunst, behalve Joyce, ook Kafka, Cortdzar, Hugo Claus e n Jean Dubuffet. Het lijkt me niet toevallig dat precies op d e o v e r g a n g v a n die twee hoofdthema's, het e s s a y over Umberto Eco's ,,De n a a m v a n d e roos" geplaatst is. Je zou kunnen zeggen dat het e s s a y over Eco in het boek v a n Offerm a n s e e n schamierfunctie inneemt. ,,De n a a m v a n d e roos" is e e n modern literair werk. Tegelijk is é é n v a n d e thema's v a n v a n d e jeugd b a a r d e in die tijd veel zorgen. Het onderzoeksrapport Maatschappelijke verwildering der jeugd uit 1952 z a g in het m a s s a jeugdprobleem e e n symptoom v a n a l g e m e e n cultureel verval, v a n ,,het wegzakken uit het door traditie, door sociale gewoonte e n geloof geo r d e n d e leven v a n vroegere historische fasen". Zelfs d e jeugd met opleiding w a s tot deze k w a a l vervallen. Die hield er, aldus d e onderzoekers, e e n b a n a l e materialistische moraal op na, e n e e n vulgair hedonism e vormde h a a r hoogste levensdoel. Dit onderzoek is m a a r e e n voorbeeld v a n d e vele die in het proefschrift d e revue passeren. Met verve beschrijft G a s t e l a a r s vervolgens d e opkomst v a n d e m o d e r n e sociologie a a n het eind e v a n d e jaren vijftig. In d e welvaartsstaat die toen vorm kreeg, moesten traditionele, confessionele w a a r d e n uiteindelijk het loodje leggen. Van nu af a a n w a s er e e n moderne, flexibele e n tegelijkertijd individuele levensstijl noodzakelijk. Sociologen speelden hierop in door e e n nieuwe manier v a n d e n k e n te introduceren. Mensen moesten elkaar niet meer op hun afkomst beoordelen, m a a r op hun prestaties; d e totale persoonlijkheid w a s in het intermenselijk verkeer minder b e langrijk d a n d e zakelijk gedefinieerde rollen. Mensen moesten zich functioneel leren g e d r a g e n omdat d e v e r a n d e r e n d e omstandigheden dat vereisten.

het boek d e botsing tussen volkscultuur e n machthebbers. Als Offermans het heeft over ,,de moderne kunst als erfgen a a m v a n het volksfeest" weerspiegelt hij die opvatting ook in d e structurering v a n zijn essays. Tegelijk zou je inhoudelijk e n stilistisch v a n het werk v a n Offerm a n s zelf kunnen zeggen dat het e e n schamierfunctie heeft. Het is e e n vorm v a n beschouwing met sterke literaire kwaliteiten. Dat m a a k t het lezen v a n zijn e s s a y s tot zo'n g e n o e g e n . »

Cynlle Offennans - De m e n s e n zijn mooier d a n ze denken - De Bezige Bij, ƒ 39,50

Inhoudelijk w a r e n d e bewering e n v a n d e moderne sociologie zo bloedeloos e n leeg als m a a r mogelijk w a s . Maar op deze wijze produceerde ze wél e e n moderne, bij d e nieuwe kapitalistische consumptiecultuur p a s s e n de, individualistische a a n p a s singsmoraal. Door deze sterke oriëntatie op d e problemen die aangereikt w e r d e n door het sociaal b e h e e r v a n d e verzorgingsstaat h a d en heeft d e Nederlandse sociologie g e e n autonome, kritische traditie, is d e conclusie. P a s n a 1968 kon er een brede m a a t s c h a p p e lijke reflexie, g e b a s e e r d op d e actualisering v a n onder a n d e r e Marx, Durkheim en Weber, incidenteel tot ontwikkeling komen. Marja G a s t e l a a r s beschrijft d e geschiedenis v a n h a a r vak ,,zo vreselijk partijdig", schreef een criticus. Nu, dat lijkt me alleen m a a r e e n pré. Elke socioloog d r a a g t zijn of h a a r parti-pris met zich m e e en het is d a n het beste d a a r rond voor uit te komen. Juist door duidelijk een standpunt in te n e m e n e n hier e n d a a r e e n gevoelige tik uit te delen, laat G a s t e l a a r s zien dat e e n proefschrift allerminst s a a i hoeft te zijn.

M a n a Ga s telaar s , Een geregeld leven. Sociologie en s ociale politiek in Neder­ land, 1925­1968. Uitgevenj SUA Ams ter­ dam. ƒ 32,50. Op d o n d e r d a g 28 november wordt er v a n 2 tot 5 uur op het Binnengasthuisterrem {Gnmburgwal 10) n a a r a a n l e i d m g v a n dit proefschnlt e e n forumd e b a t g e h o u d e n over d e s a m e n h a n g tussen sociale w e t e n s c h a p p e n en sociale politiek n a d e oorlog. W.C

D.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985

Ad Valvas | 568 Pagina's

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 131

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985

Ad Valvas | 568 Pagina's