Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 187
15 NOVEMBER 1985 „ W a a r o m zouden wij d e oplei ding v a n dominees betalen? We betalen toch ook niet het oplei d e n v a n astrologen, scientolo gen, magnetiseurs e n vliegende schotelaars?" In e e n bijdrage a a n het d e b a t over d e bezuini gingen a a n d e universiteit d e e d Piet Grijs d a a r o m ooit in Vrij Ne derland e e n eenvoudig doch ra dicaal voorstel: schrap d e theo logische faculteit in zijn geheel. Zijn argumentatie: „Theologie is d e enige w e t e n s c h a p die iets bestudeert w a t niet bestaat, n a melijk God. Zeker: d e theologen b e w e r e n wel d a t G o d bestaat, m a a r ondanks miljarden subsi die h e b b e n ze dat n o g nooit kunnn a a n t o n e n . Als God b e s t a a t moet hij verder m a a r zelf voor d e financiering v a n zijn a a n b i d d e r s zorgen." Men k a n schouderophalend voorbijgaan a a n het s a r c a s m e v a n e e n erkend christenhater, m a a r het wordt w a t a n d e r s w a n n e e r er theologen zijn die zich in ongeveer gelijkluidende termen uitlaten. Zo sprak d e a a n d e Universiteit v a n Amsterdam w e r k e n d e pro f. Mónnicli bij zijn afscheid: „De theologie is g e e n w e t e n s c h a p om d e eenvoudige r e d e n d a t G o d g e e n object v a n kennis is." Monnich vindt dat d e theologie hooguit wijsheid k a n zijn, of d w a a s h e i d voor wie het geloof minder cfunstig gezind is. De v r a a g n a a r het wetenschap pelijk karakter v a n d e faculteit der godgeleerdheid wordt tel kens weer gesteld. De laatste j a r e n heeft op diverse plaatsen e e n fundamentele bezinning plaatsgevonden o p d e uit g a n g s p u n t e n v a n het theolo gisch bedrijf. Dat g e b e u r d e met n a m e tegen d e achtergrond v a n de taakverdelingsoperatie (TVC). A a n d e VU moet bij voor beeld d e theologische faculteit terug in formatie v a n 54 n a a r 35 plaatsen, uitgesmeerd over bij n a tien jaar. "Het ziet er echter niet n a a r uit d a t op 1 januari 1988 bij d e afronding v a n d e TVCoperatie, alle leed geleden zal zijn. In e e n rapport dat d e curatoren v a n d e theologische hogeschool te Kampen enige m a a n d e n geleden a a n d e g e nerale synode uitbrachten wordt d e verwachting uitge sproken dat in d e jaren negen tig het a a n t a l opleidingsplaat sen door d e overheid verkleind zal worden. Momenteel zijn er zes protes tantse theologische faculteiten: Groningen, Amsterdam, L eiden e n Utrecht, e n bovendien Kam p e n e n d e VU. Er zijn ongeveer 1800 studenten bij deze instellin gen. Men verwacht d a t dit a a n tal zal d a l e n tot ongeveer 1300, w a a r v a n 500 gereformeerd e n 800 hervormd. Deze getallen g e v e n a a n d a t heel weinig stu denten verspreid zitten over re latief veel theologische facultei ten. Bovendien komt daarbij ook n o g d a t d e gezamenlijke vergadering v a n d e hervormde e n gereformeerde synode al en kele malen gesproken heeft over wederzijdse erkenning v a n d e theologieopleidingen. In het licht v a n die belangrijke veranderingen is het niet ver wonderlijk d a t a l enige tijd g e sproken wordt over d e mogelijk h e d e n tot samenwerking tussen verschillende theologische fa culteiten. Dit heeft tot nu toe geresulteerd in bestuurlijke con tacten met d e Katholieke Uni versiteit Nijmegen over bij voor beeld d e opleiding tot gods dienstleraar. Ook wordt regel matig overleg gevoerd tussen d e VU, d e UvA e n de katholieke theologische hogeschool Am sterdam, w a t uitmondde in é é n studiegids voor drie instellin gen. Ten slotte voert m e n over leg met Kampen over d e oplei ding tot predikant in d e gerefor m e e r d e kerk.
S a m e n w e r k i n g theologische faculteiten lijkt n o g niet te vlotten
'Lot v a n theologie nauw verbonden met lot VU' Het aantal theologieopleidingen in Nederland is zeer talrijk. Het is niet verw^onderlijk dat in een tijd van bezuinigingen getracht wordt het aantal opleidingsplaatsen te reduceren. Facul teiten en hogescholen verzetten zich graag te gen zulke plannen door te wijzen op het vol strekt unieke karakter van hun opleiding. De theologische faculteit a a n de VU gaat er bij voorbeeld prat op de enige protestantchristelij ke universitaire opleiding in Nederland te zijn. Ad Valvas onderzocht of zulke argumenten nog wel legitieme gronden zijn om vergaande sa menwerking of fusie tegen te gaan. D e voorstellen tot samenwer king lijken tot nog toe niet al te d i e p g a a n d , in het onderwijs is e r bij voorbeeld n o g bijna niets v a n te merken. Pro f. dr. K. U. Gabler, d e c a a n v a n d e faculteit d e r godgeleerdheid a a n d e VU, meent ook d a t d e samenwer king ook niet veel verder door gezet k a n worden: ,,Wij h e b b e n e e n b e p a a l d e opvatting over w a t theologie is e n die opvatting wordt gedeeld door het univer siteitsbestuur. De opvatting v a n theologie als godgeleerdheid willen wij g r a a g houden. Dat is d e garantie voor d e identiteit v a n d e faculteit in d e jaren n e gentig. Samenwerking is op zichzelf g e e n w a a r d e , het is goed noch slecht. Maar het is slecht w a n n e e r je eigen identi teit erdoor in h e t geding raakt, e n dat g e v a a r bestaat."
d e w e t e n s c h a p geacht om d e w a a r h e i d v a n kerkelijke leer stellingen a a n het Hcht te bren g e n e n te verdedigen. Voor vak k e n als dogmatiek e n praktische theologie zou in zo'n nieuwe fa culteit g e e n plaats ingeruimd moeten worden. Dat w a s niet erg n a a r d e zin v a n d e meer traditionele theologen. In e e n diesoratie over dit onder w e r p uit 1982 brengt pro f G. E. Meuleman het verschü als volgt onder woorden: ,,Terwijl d e Leidse moderne theologen het e e n 'vergrijp' tegen het weten schappelijk karakter der godge leerdheid achtten h a a r te b a s e ren op 'een geloof dat immers eerst nog te bewijzen is' zien hun rechtzinnige tijdgenoten het als e e n conditio sine q u a non voor aUe w a r e theologie uit te g a a n v a n het geloof in Gods
De wetenschapsinhoudelijke discussie over w a t theologie nu eigenlijk is, wordt al heel lang gevoerd e n is niet alleen rele v a n t geweest voor d e faculteit zeU. Het ontstaan v a n d e Vrije Universiteit als geheel is voor e e n belangrijk deel g e b a s e e r d o p e e n stellingname in d a t d e bat. Het breukpunt is d e wet op het hoger onderwijs v a n 1876. Voor a f g a a n d e d a a r a a n h a d er a l e e n langdurige discussie plaats g e v o n d e n over het karakter v a n e e n faculteit der godgeleerd heid. Het w a r e n met n a m e en kele moderne L eidse theologen die e e n krachtig standpunt ver kondigden. Zij wensten e e n fa culteit die e e n strikt weten schappelijk karakter zou d r a g e n . Het object v a n d e theologie zou d e godsdienst moeten zijn. In d e opvatting v a n d e L eidse theologen moest theologie dus e e n godsdienstwetenschap zijn. Dat hield in d a t m e n zich streng behoorde te houden a a n d e principes v a n het vrije onder zoek. Het werd niet d e t a a k v a n
o p e n b a r i n g in Christus." De onderwijswet v a n 1876, zo als die uiteindelijk tot stand kwam, werd door zowel voor als tegenstanders geïnterpre teerd als e e n overwinning voor d e moderne richting. Men b a s e e r d e die overtuiging met n a m e o p het ontbreken v a n dogmatiek e n praktische god geleerdheid, twee vakken die voorheen wel verplicht w a r e n . Abraham Kuyper w a s d a a r o m d e mening t o e g e d a a n dat met deze wet d e oude theologische faculteit radicaal gesloopt w a s . In plaats d a a r v a n zou e e n fa culteit voor godsdienstweten s c h a p opgericht zijn. Deze interpretatie v a n d e wet wordt overigens n a ruim 100 j a a r door prof. Meuleman a a n gevochten. Zijns inziens wordt er in die wet niet zo duidelijk positie gekozen voor e e n b e p a a l d e opvatting over theolo gie, m a a r w a s het veel eerder e e n leeg kader dat ruimte bood voor verschillende richtingen in d e theologie. „Mijn standpunt is d a t w a n n e e r Kuyper e n d e rijks
Koos Neuvel universiteiten n a 1876 verder w a r e n g e g a a n op hun weg, d a t ze d a n niet in strijd zouden h a n delen met d e wetgeving," zegt Meuleman nu.
Bidden Niettemin is d e g a n g b a r e inter pretatie v a n d e wet v a n 1876 er é é n geweest met historische g e volgen. De stichting v a n d e VU is voor e e n belangrijk deel g e grond op d e afwijzing v a n theo logie als „neutrale" godsdienst w e t e n s c h a p . In meer actuele omschrijvingen v a n w a t onder theologie verstaan moet wor d e n klinkt d a t n o g altijd door. In e e n recente nota over het profiel v a n d e faculteit, wordt erover gesproken d a t d e theologie h a a r voorwerp in het Evangelie v a n Jezus Christus heeft. De theologie wordt omschreven als e e n normatieve w e t e n s c h a p die a a n moet geven w a t e e n chris telijke gemeente behoort te g e loven. Ook het profiel v a n d e theoloog wordt op vergelijkbare manier geschetst: „Een theo loog is iemand die weet h o e te bidden e n hij die bidt in geest e n waarheid is juist d a a r d o o r e e n theoloog." Nog scherper sprak enkele ja ren geleden d e L eidse hoogle r a a r A. van de Beek zich uit. In
zijn oratie p o n e e r d e hij d e stel ling: ,,Slechts d e gelovige die God kent, k a n theologische w e t e n s c h a p bedrijven. Slechts d e m e n s die overmand is door d e goddelijke Geest, k a n weten schappelijk meepraten over God. Ieder a n d e r is óf bezig met iets a n d e r s d a n theologie, bij voorbeeld psychologie of socio logie, óf hij p r a a t over dingen w a a r v a n hij g e e n verstand heeft. O p zijn gunstigst p r a a t hij i e m a n d n a die er verstand v a n heeft." Niet iedereen is er echter v a n overtuigd d a t d e fundering v a n d e theologie in het christelijk ge loof ook e e n wetenschap ople vert. Zou die b e n a d e r i n g niet juist belemmerend kunnen wer ken voor het vrije onderzoek? ,,Als je onder wetenschappelijk verstaat dat er eventueel ook uit k a n komen dat het christelijk geloof h e l e m a a l onzinnig is, d a n blijkt dat d e theologie niet kan," meent prof. Meuleman d a a r e n t e g e n . „De grote vooron derstelling v a n d e theologie is immers d a t G o d zich in Christus
g e o p e n b a a r d heeft. Als die vooronderstelling niet klopt, d a n is d e onderneming mislukt." Twijfel a a n het wetenschappe lijk gehalte v a n d e theologie blijkt in gesprekken met VU theologen e e n teer punt te zijn. Volgens d e godsdienstfüosoof dr. H. M. Vro o m is het niet een voudig om te zeggen wat weten schappelijke criteria zijn. „Het moet wel duidelijk zijn, je moet argumenten a a n v o e r e n e n a n d e r e m e n s e n moeten het er in principe m e e eens kunnen zijn. Toch bestaat juist over deze punten in d e wetenschapsleer e e n uitvoerige discussie."
Eigenheid Waaruit b e s t a a t d a n d e supe rioriteit v a n d e christelijke theo logiebeoefening? v r a a g ik. De term „superieur" m a g ik echter niet gebruiken, m e n spreekt Ue ver over d e „eigenheid" v a n d e christelijke benadering. Prof. Gabler legt het verschü als volgt uit: ,,Je kunt zeggen dat in d e theologische faculteit verschil lende methodes gebruikt wor den. De h a m v r a a g is nu of e e n theologische faculteit niets a n ders is d a n e e n opeenstapeling v a n verschillende methodes of dat er zoiets als e e n theologi sche methode bestaat. Dat is het verschil met d e rijksuniversitei ten: wij zeggen dat er e e n beoe fening v a n d e w e t e n s c h a p b e staat in d e traditie v a n d e Bijbel se boodschap. Dat is g e e n supe rioriteit, m a a r e e n beslissing die w e genomen hebben. Binnen dat k a d e r wordt d a t wel op e e n wetenschappelijke manier ver antwoord." Toch zou je je kunnen afvragen of e e n w e t e n s c h a p die uitgaat v a n d e w a a r h e i d v a n het Evan gelie wel zo geschUct is om bij voorbeeld nietchristelijke gods diensten te bestuderen. In ant woord hierop verwijst Vroom n a a r pro f D. C. Mulder, die n o g niet zo l a n g geleden afscheid g e n o m e n heeft. Deze voormali g e voorzitter v a n d e vakgroep „godsdienstwetenschap" w a s volgens Vroom bij uitstek e e n voorbeeld v a n iemand die ook d e nietchristelijke religies se rieus n a m . Dat beeld wordt ook door Wim Davelaar, studentbestuurslid v a n d e faculteit, bevestigd. Zijn ervaring is dat d a a r heel zorg vuldig o m g e g a a n wordt met a n d e r e godsdiensten. Hij is zeer te spreken over d e wijze w a a r o p het v a k g e g e v e n wordt e n het vak zou wat h e m betreft wel w a t belangrijker mogen zijn. Toch denkt hij d a t er e e n sparmings veld zal blijven b e s t a a n : ,,Wie vindt d a t theologie e e n gods dienstwetenschap moet zijn, blijft moeite h o u d e n met e e n christelijke theologie. Andersom zal iemand die e e n christelijke theologie voorstaat niet erg w a r m lopen voor e e n 'neutrale' godsdienstwetenschap. Niette min denk ik dat het heel goed mogelijk is om a a n e e n christe lijke theologische faculteit e e n leerstoel godsdienstweten s c h a p te h a n d h a v e n . Dat hangt ook sterk af v a n d e m e n s e n die er zitten. Maar ik denk niet dat je v a n zo'n v a k e e n apologetiek v a n het christendom moet m a ken. Je zult ook niet moeten zoe ken n a a r d e w a a r h e i d s v r a a g in a n d e r e godsdiensten." Het is ook d e beleidsdoelstelling v a n prof. Gabler om e e n meer g e s c h a k e e r d e e n gevarieerde opleiding met e e n p a a r pro grarmna's tot stand te brengen. Hij wü niet dat het studeren v a n theologie alleen m a a r e e n b e roepsopleiding tot predikant is. In e e n verbreding v a n d e oplei ding ziet hij juist é é n v a n d e beste garanties om het verwijt
Vervolg o p pag. 4
B
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985
Ad Valvas | 568 Pagina's