Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 315

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 315

13 minuten leestijd

7 FEBRUARI 1986 September 1983: minister Deetm a n lanceert d e beleidsnotitie ,,Advies- e n Overlegstructuur Hoger Onderwijs". Daarin stelt d e bewindsman dat het m a a r e e n s afgelopen moet zijn met d e verstrengeling v a n advies e n overleg zoals die tot d a n toe plaatsvond in d e Academische Raad. In d e Academische R a a d zaten - n a a s t tien onafhankelijke kroonleden - v a n iedere instelling voor wetenschappelijk onderwijs drie vertegenwoordigers. Die adviseerden d e minister over nieuw beleid op onderwijsgebied, m a a r n a m e n vervolgens doodleuk plaats achter d e onderhandelingstafel. Dezelfde club moest dus eerst adviseren e n d a a r n a over die adviezen onderhandelen. Deetman kon zich niet a a n d e indruk onttrekken d a t d e adviezen wel eens wat gekleurd op zijn bord konden komen. Dus moest d e ARHO opgericht worden, e e n onafhankelijk advieso r g a a n . De ARHO is het zusje v a n d e al langer b e s t a a n d e a d viesorganen voor a n d e r e sectoren v a n het onderwijs: d e ARBÖ (voor het basisonderwijs) e n d e ARVO1 e n ARV02, te z a m e n ten dienste v a n het voortgezet onderwijs. Voor overleg met d e minister kunnen d e universiteiten terecht in de w.o.-kamer, al of niet verenigd in e e n samenwerkingsverband, zo stelde Deetman in zijn beleidsnotitie voor. De uitsplitsing v a n d e Academische R a a d Dat is d e strekking v a n het allereerste advies dat d e ARHO (de nieuwe Advies R a a d Hoger Onderwijs, die vanaf 1 januari e e n deel v a n d e taken v a n d e Academische R a a d heeft overgenomen) deze m a a n d uitbracht. Misschien klinkt d e g e g e v e n r a a d op het eerste gezicht erg passief, m a a r er m a g zeker niet uit worden afgeleid dat d e ARHO tegenstander v a n samenwerking tussen WO e n HBO zou zijn. Alleen vindt d e r a a d nadrukkelijk dat d e universiteiten e n HBÓ-scholen zelf d e eerste stappen moeten zetten. En d e k a n s e n d a a r o p schat d e ARHO wat minder pessimistisch in d a n minister Deetman, die blijkens zijn a d v i e s a a n v r a a g b a n g is voor e e n verstarring v a n samenwerkingsexperimenten, nu zowel voor het HBO als het WO e e n periode v a n grotere autonomie aanbreekt.

Grensvlak Uit het eerste ARHO-advies spreekt e e n opmerkelijk frisse toon. Verwacht w e r d e n somberm a k e n d e voorspeUingen e n a a n m a n i n g e n a a n d e minister om er meer geld in te steken. Dat nu is niet het geval. Integendeel, op d e zorgelijke v r a g e n v a n Deetman wordt optimistisch geantwoord. De ARHO acht het risico v a n verstarring minder groot d a n d e minister kennelijk vreest. En d e suggestie dat met subsidies eigenlijk alleen d e verkeerde initiatieven worden uitgelokt zal e e n o p p a s s e n d e e n zuinige bewindsman als Deetm a n waarschijnlijk g r a a g ter harte nemen. Tussen d e regels valt wel te lezen dat d e r a a d zich enigszins in zijn wiek geschoten voelt, omdat d e minister bij zijn eerste a d v i e s a a n v r a a g niet meteen op d e proppen k w a m met e e n onderwerp dat om e e n b r e d e visie op lange termijn vraagt. De grote lijn, d a a r g a a t het om bij d e ARHO. M a a r met v r a g e n over de praktische detaUs moet e e n onderwijsminister niet a a n k o men. Dat Deetman d e eerste keer niet méér wüde weten d a n hoe hij het best d e samenwerking tus-

Hoe onafhankelijk is de nieuwe adviesraad ARHO? De Academische Raad is niet meer. De eerbiedwaardige en invloedrijke raad die onder dr. Brenninkmeyer onlangs haar testament uitbracht in de vorm van een pleidooi voor kwaliteitsbewaking van het wetenschappelijk onderwijs, is per 1 januari dit jaar formeel opgeheven. Dat wil niet zeggen dat de rol van Brenninkmeyer volledig is uitgespeeld. Integendeel, hij is in een keer doorgestoten als adviserend lid van de ARHO, de Adviesraad Hoger Onderwijs. Die geeft de minister advies over het lange termijn beleid op het gebied van hoger onderwijs. Over alles wat met hoger beroeps- en wetenschappelijk onderwijs te maken heeft dus. in e e n advies- en e e n overlegorg a a n zou volgens d e minister niet alleen verhelderend werken, d e bureaucratie zou er ook door afnemen. De nieuwe structuur betekent i n d e r d a a d e e n forse besparing op het ministeriele budget: w a s er vroeger ƒ11,5 miljoen voor d e Academische Raad, d e ARHO moet toe met ƒ 1,3 müjoen. Voor d e nieuw e overlegstructuur heeft het ministerie verder 6,6 müjoen over, dus in totaal heeft Deetm a n 3,6 miljoen bezuinigd. Het

door Deetman voorgestelde samenwerkingsverband tussen d e universiteiten fungeert overig e n s al weer e e n jaar, e n wel in d e vorm v a n d e bekende, overactieve Vereniging v a n Samenw e r k e n d e Nederlandse Universiteiten,, d e VSNU. De ARHO is nu ook formeel gestart. In hoeverre is die r a a d i n d e r d a a d onafhankelijk? Voorzitter drs. C. de Hart heeft e e n fuU-time betrekking, evenals secretaris mr. A. Hazewinkel. Die kunnen dus wel onafhankelijk

Frans Janssen/UP worden geacht, ondanks d e voorgeschiedenis v a n De Hart als Ud v a n het college v a n bestuur v a n d e TH Delft. Onafhankelijk zal ook beroepsadviseur Brerminkmeyer wel zijn. Hoe zit het echter met d e a n d e r e leden? Het merendeel v a n d e acht leden tellende r a a d heeft e e n part-time nevenbetrekking binnen e e n instelling v a n hoger onderwijs: zo is dr. H. Pinkster h o o g l e r a a r klassieke talen a a n d e universiteit v a n Amsterdam, doceert dr Engels Middeleeuws Latijn in Groningen e n is drs L. Prins verbonden a a n het Instituut voor Hoger Beroepsonderwijs (IHBO) in Eindhoven. Hij is er zelfs bestuurslid v a n geweest. Voorzitter De Hart heeft evenwel niet zo'n h a r d hoofd in d e v e r m e e n d e afhankelijkheid v a n zijn mede-adviseurs. In Folia, het blad v a n d e universiteit v a n Amsterdam zei hij onlangs: „De ARHO p r a a t niet over instelling X of y, m a a r over het hele veld v a n het hoger onderwijs. De uitwerking v a n het beleid n a a r b e p a a l d e instellingen komt p a s d a a r n a . Ik deel d e vrees voor

e e n mogelijk afhankelijke opstelling dus niet."

Adviesplan De ARHO moet zoals gezegd adviseren over l a n g e termijn beleid. D a a r m e e komt ze niet in d e knoop met d e Onderwijsr a a d , e e n a n d e r advieslichaam v a n het ministerie. Die bekommert zich namelijk vooral om d e problemen die spelen bij het in d e praktijk vertalen v a n het beleid. De ARHO heeft tijdens h a a r informele bestaan, eind vorig j a a r al e e n adviesplan opgesteld. Daarin staat met welke grote onderwerpen d e r a a d zich d e komende vier j a a r g a a t bezighouden. Dat zijn er vier: d e relatie w.o.-h.b.o., d e onderwijsvisie uit d e HOAK-nota, d e versterking v a n d e bestuursstructuur v a n d e universiteiten - niet alleen moeten d e coUeges v a n bestuur ieder twee leden inleveren, belangrijker is volgens De Hart dat universiteiten meer marktgericht g a a n besturen e n tenslotte d e internationale positie v a n het Nederlandse hoger onderwijs. De r a a d m a g overigens tussendoor op eigen initiatief best met adviezen op a n d e r e terreinen komen. Het eerste advies v a n d e ARHO Ugt er inmiddels. Het g a a t over ,,enkele aspecten v a n d e samenwerking tussen het hoger beroeps- e n het w e t e n s c h a p p e lijk onderwijs", aldus De Hart.

Eefste A R H O - a d v i e s m a a n t minister tot a f w a c h t e n

WO en HBO moeten zelf initiatief nemen voor samenwerking Een minister van Onderwijs en Wetenschappen zal zich terughoudend moeten opstellen als hij met succes wü trachten om het wetenschappelijk onderwijs en het hoger beroepsonderwijs dichter bij elkaar te brengen. In principe zal hij zelf geen initiatieven moeten nemen en slechts bij hoge uitzondering zou een minister mogen proberen om via subsidies de lust tot samenwerkingsexperimenten te vergroten. En mocht hij daar toch een onbedwingbare behoefte toe voelen, dan moet de premie tijdelijk zijn en a a n voorafgestelde voorwaarden worden gebonden.

Minister Deetman, hij zou niet te regelend moeten optreden. Foto Bram d e Hollander

sen WO e n HBO k a n bevorderen via samenwerkingsprojecten, zoals het gezamenlijk opzetten v a n nieuwe opleidingen op het grensvlak tussen WO e n HBO, valt d e ARHO tegen, want d a t is slechts e e n beperkt deelterrein.

De ARHO h a d d e problematiek g r a a g in e e n ruim k a d e r geplaatst, zo vermeldt d e adviesr a p p o r t a g e . Maar d a a r w a s gezien d e vraagstelling weinig aanleiding voor, en bovendien ontbrak d e tijd. Toch blijkt d e a d v i e s r a a d niet te beroerd om

Jos Speekman/UP alvast - in afwachting v a n e e n betere gelegenheid om nog e e n s uitgebreid op het onderw e r p terug te komen - wat ged a c h t e n in d e r a a d g e v e n d e sfeer op papier te zetten. Erkend wordt dat WO e n HBO momenteel ieder e e n eigen ontwikkeling doormaken, die wellicht, zoals Deetman vreest, eerder tot concurrentie d a n samenwerking zal leiden. De HBOscholen fuseren tot grote onderwijsinstellingen, die n a d e invoering v a n d e HBO-wet hogescholen zullen heten. En ook het WO zal, blijkens d e p l a n n e n die Deetman onlangs in d e HOAK-nota ontvouwde, binnenkort meer b a g s in eigen huis zijn. Beide worden sterker e n dus ook machtiger ten opzichte v a n elkaar. En d a a r n a a s t zijn er enkele gezamenlijke problemen - zoals d e afnemende studentenaantallen, d e noodzaak tot rendementsverhoging en bovenal d e voor beide gestadig t o e n e m e n d e druk op het budget - die evenmin n o d e n tot e e n gerichte a a n d a c h t op d e ontwikkeling v a n verdere samenwerking. Maar, aldus d e ARHO, d e instellingen kunnen zeU het beste beoordelen w a a r ze hun prioriteiten moeten leggen. Het eigenmeesterschap v a n d e instelling e n houdt ook in dat ze zelf beslissen over al d a n niet s a m e n w e r k e n e n d e overheid dient zich in beginsel terughoudend op te steUen. Vroeger w a s dat a n d e r s . De onderwijsministers v a n d e afgelo-

p e n vijftien j a a r n a m e n in tal v a n gevallen initiatieven om d e samenwerking WO-HBO te versterken. Maar dat streven heeft n a a r het oordeel v a n d e ARHO slechts e e n 'mager' resultaat opgeleverd. D a a r l a g e n e e n zekere rivaliteit e n het probleem h o e d e verschillen in cultuur e n organisatie te overbruggen a a n ten grondslag, m a a r belangrijker Ujkt dat 'een voedingsbodem' voor samenwerking ontbrak. 'Er w a s eerder sprake v a n intekenen op subsidies d a n v a n werken a a n vernieuwingen v a n het onderwijsaanbod,' stelt het rapport. Het meeste succes h a d d e n d e projecten w a a r v a n beide partners d e noodzaak duidelijk voelden e n w a a r v a n bovendien het ambitieniveau niet te hoog lag. 'Via d e meest lichte vormen v a n samenwerking ontstaat v a a k e e n voedingsbodem voor meer intensieve e n v e r d e r g a a n d e vormen v a n samenwerking. De verschillen in cultuur worden d a n minder sterk ervaren.' De conclusie die d e r a a d uit deze terugblik trekt is dat het roer dus m a a r beter om kan. Een minister moet g e e n algemen e 'maatregelen' vooraf n e m e n om d e b e o o g d e samenwerking te maximaliseren, m a a r rustig d e initiatieven uit d e instellingen zelf afwachten. En bij het verlokkend zwaaien met d e geldbuidel dient hij d e uiterste voorzichtigheid te betrachten. 'Naar het oordeel v a n d e r a a d wordt samenwerking eerder gestimuleerd door g e e n extra middelen in het vooruitzicht te steUen d a n door dit wel te doen,' aldus het ARHO-rapport.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985

Ad Valvas | 568 Pagina's

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 315

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985

Ad Valvas | 568 Pagina's