Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 419
11 APRIL 1986 O m niet h e l e m a a l duidelijke re d e n e n heeft Puchinger nooit het h o o g l e r a a r s c h a p uitgeoefend. Dat wekt verbazing, al w a s het alleen al v a n w e g e d e kwantiteit v a n zijn produktie. Hij heeft e e n gigantische serie boeken op zijn n a a m staan. D a a r horen vele interviewbundels bij, meestal gericht op e e n b e p a a l d thema: zending e n ontwikkeling, chris t e n e n e n kunst, ontmoetingen met historici etc. D a a r n a a s t is hij bij voorbeeld d e auteur v a n twee dikke pülen over kabinets formaties in d e j a r e n dertig. O n l a n g s werd hij n o g allerwegen geprezen voor d e uitgave v a n d e briefwisseling tussen Kuyper e n Idenburg die hij s a m e n met dr. J. de Bruijn (ook werkzaam o p het instituut v a n Puchinger) verzorgd h a d . M a a r misschien moet d e VU e n in zijn algemeenheid het gere formeerde volksdeel zich wel gelukkig prijzen met e e n g e schiedschrijver die e e n relatie v e buitenstaander w a s in d e universitaire wereld. Het laat zich moeilijk voorstellen dat e e n solist als Puchinger goed zou kunnen a a r d e n in e e n vak groepssysteem met collectieve onderzoeksprogramma's en langdurige vergaderingen. Ze ker is wel dat Puchinger niet veel o p h a d met d e g a n g b a r e a c a d e m i s c h e geschiedenisbe oefening. Hoewel hij over d e meeste mensen e e n tamelijk nuld, g e n u a n c e e r d oordeel vel de, d e e l d e hij a a n d e historici nogal e e n s e e n flinke optater uit.
Kleurrijke historicus dr. G. P u c h i n g e r (65) n a m afscheid v a n VU
Het mierenwerk van een genietende calvinist Dinsdag 1 april werd dr. George Puchinger 65 jaar. O p die datum nam hij ook afscheid van het Historisch Documentatiecentnim voor het Nederlands Protestantisme, waarvan hij vijftien jaar lang het hoofd was geweest. Hoezeer zijn werk gewaardeerd werd bleek on der andere uit de onderscheiding die hij op zijn afscheidsdag door de secretarisgeneraal voor het hoger onderwijs, dr. R. J. In 't Veld, kreeg opgespeld. Vanaf dat moment was de heer Pu chinger ridder in de orde van Oranje Nassau. Hij bleek ermee verguld. Met zijn vertrek is de VU ongetwijfeld één van haar meest kleurrijke persoonlijkheden kwijtgeraakt. Daarom hierbij een profiel van een ouderwets calvinistisch his toricus die in contact heeft gestaan met alle gro te Nederlanders op het terrein van de politiek, de theologie, en de geschiedenis.
Eigenlijk is Puchinger ook nooit e e n puur vakmatig historicus geweest. Zijn belangstelling is veel breder. Voor hem is het e e n onmogelijkheid om theologie zonder literatuur te bestuderen of geschiedenis zonder psycho logie. In e e n interview in d e HP heeft hij ooit zijn belangstel lingssfeer als volgt aangeduid: „Ik b e n g e e n kenner v a n poli tiek, w e t e n s c h a p e n kunst, m a a r e e n liefhebber, e e n genieter, e e n toeschouwer. Theologie e n letterkunde zijn voor mij d a a r om d e meest muzische weten s c h a p p e n e n dus d e hoogste, plus d e muziek. Ik logeer iedere week dicht bij het Concertge bouw in Amsterdam, dat vind ik erg fijn." Bij deze laatste opmer king v o e g d e Puchinger er wel a a n toe, dat hij h e l a a s g e e n tijd h a d om er ook n a a r toe te g a a n .
Appelmoes Zijn b r e d e belangstelling kon Puchinger goed uitleven in zijn tnterviewbundels, meestal op gebouwd uit interviews met b e kende deskundigen o p e e n b e p a a l d terrein. Voor wie die inter views leest is het curieus te zien hoe v a a k melding wordt ge maakt v a n e e n gezamenlijk ge noten maaltijd. Dat is niet zo m a a r e e n wat buitenissig detail. Zo'n maaltijd vormde e e n on derdeel v a n het creëren v a n een g o e d e ambiance. De combinatie v a n eten e n wer ken is sowieso belangrijk voor Puchinger, dat beschrijft ook J. de Bruijn m e e n bundel die Pu chinger ter gelegenheid v a n zijn afscheid kreeg a a n g e b o d e n : „Ook als hij g e e n gesprekspart ner h a d kon m e n h e m 's a v o n d s in é é n v a n deze restaurants (Keyzer, Trianon e n d e O ester bar, kn) zien zitten lezen e n schrijven, liefst met twee kaar sen op zijn tafeltje (voor het licht) é n e e n grote k a n tonic met ijs (tegen d e dorst). D a a r zat hij d a n driftig te p e n n e n tot ontzag van d e obers, bij wie hij als ge regelde gast kleine privüeges h a d weten te bedingen, zoals een vast tafeltje bij het r a a m of een extra schaaltje appelmoes." In dit v e r b a n d is Puchinger ook door p rof M. C. Brands g e k a
Foto Bram de Hollander
rakteriseerd als e e n echte calvi nist, m a a r wel met e e n bourgon dische inslag; iemand die de monstreerde d a t e e n genieten d e calvinist g e e n contradictio in persona hoeft te zijn. Het is misschien wat gezocht om e e n direct c a u s a a l v e r b a n d te zoeken tussen iemands eetge woonten e n zijn opvattingen over politiek, geloof e n dergelij ke. Toch lijkt het moeilijk voor stelbaar dat e e n levensgenieter e r al te strenge, steüe, rechtlijni g e opvattingen op n a houdt. Pu chinger komt d a n ook nergens n a a r voren als iemand die streng dogmatische opvattin g e n koestert, m a a r meer als ie
m a n d die zich sterk probeert in te leven in d e gedachtenwereld v a n zijn gesprekspartner. Die inlevingswil g a a t zelfs zover dat Puchinger e e n voortreffelijk ver m o g e n heeft ontwikkeld om zijn geïnterviewden te imiteren. Hoe Puchinger zijn rol als inter viewer ziet, heeft hij ooit als volgt uitgedrukt: „De geïnter v i e w d e blijft d e priester die het alleenrecht der consecratie heeft, d e interviewer is zijn hem in aUes behulpzame koorknaap, a l is het d e ere v a n e e n priester d a t hij e e n koorknaap heeft." Van het kritische interview heeft hij nooit iets moeten weten. Hij vnlde voorkomen dat er e e n wat
Koos Neuvel vijandige sfeer zou ontstaan waarbij d e gesprekspartner dichtklapt. Die b e n a d e r i n g lijkt zowel e e n kracht als e e n zwakte te zijn. Puchinger slaagt er tel kens weer in om e e n sfeer te creëren w a a r i n d e gemterview d e openhartig over v a n aUes e n n o g wat vertelt. A a n d e a n d e r e kont wordt het echter zelden echt s p a n n e n d e n kabbelt het v e r h a a l m a a r e e n beetje voort.
Machthebbers Al wordt Puchinger nu door ve len geprezen om zijn tolerantie en verzoeningsgezindheid, daarbij moet wel bedacht wor d e n dat hij door d e jaren h e e n aanzienlijk v e r a n d e r d is. In d e j a r e n veertig e n vijftig hoorde hij wel tot d e orthodoxe stro ming binnen d e gereformeerde gezindte. Op scherpe e n polemi s c h e toon streed hij tegen alles e n iedereen die d e zuiverheid v a n d e klassieke, negentiende e e u w s e gereformeerde begin selen dreigde te verkwanselen. S a m e n met a n d e r e studenten voelde hij zich d e z a a k w a a r n e mer v a n grote voormarmen als Groen van Prinsterer e n Kuy per, hun traditie moest zorgvul dig b e w a a r d e n nagevolgd worden. Pas in d e jaren zestig werd zijn toon minder pole misch, e n schreef hij müder e n oecumenischer. Hoe hij in e e n a a n t a l opzichten ook v e r a n d e r d m a g zijn, w a t wel constant is gebleven is zijn belangsteUing voor „grote m a n nen". Zijn hele wijze v a n ge schiedschrijving is in feite altijd e e n reconstructie v a n het doen e n laten v a n enkele topfiguren. Met minutieuze nauwgezetheid verhaalt hij over het verleden waarbij vooral d e brieven die politici elkaar schreven e e n b e langrijke bron vormen. Juist in die brieven toonden politici zich v a a k minder terughoudend d a n in persoonlijke ontmoetingen, op schrift w a r e n zij niet te be roerd om zo nu e n d a n e e n colle g a e e n s flink over d e hekel te halen. Met deze a a n p a k wijkt Puchin ger af v a n d e werkwijze v a n veel moderne (buitenlandse) historici. Die proberen er mo menteel achter te komen wat er zich in d e s c h a d u w v a n d e grote gebeurtenissen heeft afge speeld. De a a n d a c h t is daarbij niet zozeer gericht op het uitzon derlijke, m a a r meer op het alle d a a g s e , op het leven v a n men sen die weinig zichtbare sporen h e b b e n achtergelaten. Tevergeefs zal m e n bij Puchin ger ook zoeken n a a r e e n analy s e v a n d e ontwikkelingsgang v a n e e n samenleving, v a n eco nomische processen of v a n klassenverhoudingen. Puchin ger zoekt d e s c h a d u w niet op, hij kijkt wat er in het volle licht zich afspeelt. Je zou h e m als d e historicus v a n d e (gereformeer de) machthebbers kunnen kwa lificeren. Dat is g e e n diskwalifi catie, het is e e n wijze v a n ge schiedschrijving die e e n eigen recht zeker niet ontzegd k a n worden. Het betekent wel dat zijn g e schiedschrijving v a n het Neder l a n d s protestantisme a a n e e n a a n t a l beperkingen onderhevig is. Toen d e NCRV 50 j a a r b e stond werd _ Puchinger ge
v r a a g d om e e n bijdrage te leve r e n a a n d e geschiedschrijving v a n die omroepverenicfing. De opdracht heeft hij weer terugge geven. Het zal immers duidelijk zijn dat d e geschiedenis v a n zo'n organisatie veel kleine ge beurtenissen omvat m a a r wei nig grote m a n n e n e n grote ge dachten. In feite is Puchinger niet echt geïnteresseerd in het wel e n w e e v a n d e „kleine luy den", m a a r g a a t zijn belangstel ling uit n a a r d e leiders ervan die zelf cdlang g e e n kleine jongens m e e r zijn.
Profeet Zowel in zijn interviewbundels als in zijn historische werken laat Puchinger zich g r a a g lei d e n door d e bewondering die hij voor personen koestert. De indruk daarbij ontstaat dat die bewondering h e m niet alleen zit in het karakter e n d e denk kracht v a n die personen, m a a r ook in d e positie die zij bekle den. Alleen het feit al dat men sen e e n machtspositie bekleden dwingt respect af e n m a a k t ze tot e e n interessante ficfuur. Puchinger heeft bij voorbeeld e e n hele serie geschreven over ministerpresidenten in deze eeuw. En om ons tot het h e d e n te beperken; er k a n v a n d e hui dige ministerpresident veel ge zegd worden, m a a r niet d a t hij e e n lucide e n spiritueel denker is. Diezelfde preoccupatie met het ministerpresidentschap als te ken v a n belangrijkheid liet Pu chinger onlangs zien in e e n in terview met het F n e s c h Dag blad. Daarin verwijt hij d e histo ricus Kossmann dat hij het a a n deel v a n d e gereformeerden in d e geschiedenis v a n d e negen tiende e e u w schromelijk onder belicht heeft. En als bewijs dat je d e gereformeerden niet zo m a a r kunt uitvlakken, zegt Pu chinger: „Want die gerefor m e e r d e groep bracht zes minis terpresidenten voort!" Omgekeerd lijkt iemand die g e e n macht heeft voor Puchin ger ook nauwelijks interessant te zijn. O ver d e meeste minister presidenten is hij tamelijk mild in zijn oordeel. M a a r e e n a n d e re calvinist als Mient Jan Faber zal n o g enige tijd op d e bewon dering v a n Puchinger moeten wachten. Niet zozeer d e inhou delijke ideeën v a n d e IKVse cretaris worden bekritiseerd, maar: ,,Mien Jan F a b e r pakt é é n z a a k op, dat is altijd het gemak kelijkst. D a n is m e n profeet, acti vist, m a a r g e e n regent, wat hij misschien best wel e e n s worden kan." O ok voor F a b e r zit er dus niets a n d e r s op d a n het minis terpresidentschap n a te stre ven. Dit alles neemt natuurlijk niet weg dat de werkzaamheden v a n Puchinger v a n grote bete kenis zijn geweest voor d e con servering v a n het protestant christelijke erfgoed. Daarbij is het eigenlijk onzin om in d e ver leden tijd te spreken alsof het e e n afgesloten tijdperk betreft. Voor iemand bij wie leven e n werk zo met elkaar verweven zijn, k a n e e n afscheid cdleen e e n formele betekems hebben. Bij leven e n welzijn mogen w e bij voorbeeld nog e e n biografie v a n A b r a h a m Kuyper verwach ten e n het derde deel over kabi netsformaties in d e jaren dertig. Zijn onuitputtelijke werkdrift zal hij d a a r i n bhjven uitleven, en d e dichtregels v a n zijn geliefde dichter Achterberg, die volgens h e m d e inspiratiebron v a n ieder archiefonderzoek moet zijn, zijn d a n ook bovenal op Puchinger zelf v a n toepassing:
Ik ben een mier en ren en ren in deze grote bogen rond, of ik nog iets van u hervond. M
s
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985
Ad Valvas | 568 Pagina's