Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 437
18 APRIL 1986 De juristen hebben door de stormachtige technologische evolutie flink wat nieuw voer in de ruif gekregen. Denk bij voorbeeld a a n de computerfraude, de bescherming van persoonsgegevens, de bewijskracht van computergegevens. En a a n de vraag hoe de gemakkelijk en goedkoop te kopiëren, maar voor soms aanzienlijke sommen geproduceerde software beschermd moet worden. Of ook aan de vraag wie er aansprakelijk is voor door gebrekkige computers aan derden toegebrachte schade: computers worden gebruikt voor het ontwerpen van tal van produkten, zoals auto's, bruggen. „Het was de uitdaging die mij naar dit nieuwe veld trok," zegt de van origine Vlaamse prof. Vandenberghe. De nog jonge jurist werd in 1983 - toen 29 jaar oud - als eerste en totnutoe enige hoogleraar Informatica en Recht in ons land aan de VU benoemd. Op zijn werk a a n de Gentse school voor management kreeg hij als jurist die ook iets afwist van informatica allerlei vragen naar zich toegeschoven, raakte meer op het terrein thuis en bleef er. „Ik werd geboeid omdat het vragen waren waarop geen voor de hand liggende antwoorden waren te geven." Mevr. mr. Anja Oskamp raakte geïnteresseerd toen zij tijdens haar studie a a n de Rotterdamse Erasmusuniversiteit op het keuzevak strafrecht en systeemtechnologie had ingetekend. Zij werd er student-assistent bij en ging na het afstuderen eerst voor een jaar verdere studie naar het Norwegian Research Center for Computers and Law.
Pril k e u z e v a k Informatica e n Recht trekt stroom s t u d e n t e n
Computer] urist wordt vak waar muziek in zit Als je straks thuis met de computer je normale boodschappen kunt doen, is dat op zichzelf een zorg minder. Maar je staat wel raar te kijken als een ander op jouw code bestellingen heeft ged a a n en die jou wil laten betalen. Je zegt tegen de winkelier: „Ik heb helemaal niets besteld. Dat ga Ik niet betalen." Maar je kan het niet bewijzen. Maar de winkelier toont zijn computerpapier . . . Dit is een eenvoudig voorbeeld van de vele, vaak ingewikkelde praktijkproblemen w^aarvoor de nog prille sectie Informatica en Recht a a n de VU juridische oplossingen bedenkt. Ook bestudeert de sectie hoe de computer bijvoorbeeld rechters en advocaten kan helpen. Een gesprek over een voor studenten attractief blijkend keuzevak met prof. Guy P. V. Vandenberghe en wetenschappelijk medewerker mevr. mr. Anja Oskamp.
Jan van der Veen anders gezegd: hij kan de mens bijstaan bij de verantwoording van zijn subjectiviteit. Een voorbeeld. In Caüfomië is een commissie bezig de strafmaten die rechters opleggen met de computer te evalueren. Wanneer een rechter een straf bepaalt voor een niet unieke zaak, kan hij die te hoog stellen. De commissie kan dat met haar analyse aantonen en hem vragen die zaak opaiieuw te bekijken. Maar als de rechter bij zijn hogere straf blijft, is er altijd het Supreme Court nog, die zal bepalen of de rechter in dat speciale geval terecht zo handelde. Dat Supreme Court heeft inmiddels al in een zaak uitgesproken dat de rechter de hoogste baas blijft.
Trekker
Nadat ze in 1983 de nodige' voorbereidingen hadden getroffen werd in januari 1984 de start gemaakt met het keuzevak Informatica en Recht. De VU was een van de eersten die het introduceerde. AUeen in Rotterdam bestond er toen een soort workshop op dit terrein. „Hier a a n de VU is men er institutioneel mee begoimen. De andere universiteiten volgden spoedig daarna," aldus prof. Vandenberghe. „Het was enerzijds de belangstelling die ervoor bestond, die dat veroorzaakte. Van het begin af volgden 150 studenten ons keuzevak, waaronder ook studenten van andere universiteiten. Anderzijds werd het mogelijk om via de herbezettingsgelden het keuzevak - ook elders in te voeren." Overal blijkt het bijvak, dat in verschillende gradaties wordt gegeven, een trekker voor studenten. En dat niet voor niets, want er zal een goede boterham voor de (zich verder specialiserende) 'computerjurist' van straks kunnen zijn weggelegd. En wat nu nog 'bijvak' heet, kan in de nabije toekomst wel eens meer status krijgen. Er is een vereniging voor Informatica en Recht opgericht en ook via een fraai uitgevoerd blad - Computerrecht - onderhouden de wetenschappers in den lande een innig contact met elkaar. Daarnaast zijn er talrijke internationale contacten. De veranderingen voor het recht en de rechtspraktijk in het overgangstijdperk van industriële samenleving naar informatiemaatschappij waarin we leven zullen groot zijn. Vandenberghe: „Ik denk dat de veranderingen zich gaan afspelen op twee gebieden. Ten eerste het recht zelf. Dat moet evolueren om die informatiemaatschappij aan te kunnen. Bestaande rechtsregels kunnen misschien in sommige gevallen evolutief worden geïnterpreteerd. Nieu-
Mevr. mr. Anja Oskamp en prof. Guy Vanderberghe. we wetgeving zal zeker noodzakelijk zijn. In Nederland is men op drie gebieden daarvoor aan het werk. Met de privacybescherming is men al jaren bezig, maar er komt nu schot in de zaak nu het wetsontwerp op de bescherming van persoonsregistratie bij de Kamer is ingediend. Beoogd wordt dat de wet januari '88 van kracht wordt. Ten tweede is kort geleden de commissie-Franken ingesteld die de aanpassing van het strafrecht in verband met computermisbruik bestudeert. Collega Keijzer van de VU maakt deel uit van die commissie. Ten derde is vorige maand een commissie ingesteld voor de bescherming van chips. (Vandenberghe maakt er deel van uit, JvdV). Er zijn niet veel gebieden waarop zoveel commissies tegelijkertijd bezig zijn. Dat toont het belang wel a a n dat men a a n de zaak hecht." Mevr. Oskamp: „Wat de rechtspraktijk betreft, zit je op het terrein van wat wij de rechtsinformatica noemen (computermisbruik en dergelijke valt onder informaticarecht). Op advocatenkantoren en binnen de rechterlijke macht is de administratieve automatisering in voUe gang. Er worden juridische databanken opgezet en een derde aandachtsveld is het gebruik van de computer ter ondersteuning bij juridische beslissingen.
Bij dat laatste spreken we van expertsystemen. Zij vormen eigenlijk een integratie van de administratieve automatisering en de databanken."
Hulpmiddel
Wie mocht denken dat de taak van de rechter erdoor zal afkalven vergist zich. Mevr. Oskamp: „De computer zal aUeen kunnen dienen als hulp bij beslissingen. Het gaat bij een vonnis tenslotte steeds om ingrepen in het leven van mensen. Voorlopig zal het technisch niet mogelijk zijn de computer eindbeslissingen te laten nemen en ik denk dat je daar ook niet rafaar moet streven. Door de computer zou je bij voorbeeld wel gedwongen kunnen worden systematisch bepaalde vragen te stellen, maar of dat praktisch uitvoerbaar is?" Ze plaatst er de kanttekening bij dat zo'n systeem niet te star mag zijn, maar een hulp moet blijven. Volgens Vandenberghe zal de computer altijd een hulpmiddel met beperkingen blijven omdat hij voor specifieke omstandigheden van de individuele mens niet zal zijn af te stemmen. Het meewegen van redelijkheid en biUijkheidsoordelen voor het bepaalde geval blijft het werk van mensen. „De computer kan de mens a a n de andere kant in zijn subjectiviteit wel beperken of
Foto Kees Keuch, KVC/VV
maar zo is de computer wel een ondersteuning voor juiste beslissingen." De introductie van de computer in de rechtswereld kan betekenen dat vonnissen sneller en zuiverder geveld worden. De informatica kan tot snellere opsporing en vervolging van misdadigers leiden. Ook voor het wetenschappelijk onderzoek voor nieuwe wetten kan dat door toepassing van deze exacte methode gelden. Vaak worden bij voorbeeld op strafrechterlijk en fiscaal vlak wetten uitgevaardigd waarmee wat beoogd wordt niet trefzeker wordt bereikt. Meer rechtseenheid en -gelijkheid is een belangrijk voordeel. Wacht ons echter een saaie toekomst waarin de mazen in de weten grotendeels zijn gedicht en burgers die in de fout gingen efficiënt gepakt en berecht zullen zijn, wat uiteindelijk tot genormaliseerd 'fatsoenlijk' gedrag leidt? „In eerste instantie niet, denk ik," zegt Vandenberghe. „Maar in the long run? Daar is nog weinig over te zeggen." Volgens hem kan je je voorstellen dat er van een grotere pakkans een groter afschrikkingseffect uitgaat, bij voorbeeld bij sociale fraude. Maar een 'Big Brother is watching you'-samenleving ziet hij vooreerst niet opdoemen. „De informatica creëert trou-
wens en heeft ook al veel nieuwe delicten gecreëerd. De informatica maakt het mogelijk om delicten op de meest ongeziene wijze te plegen zonder sporen na te laten. Daarvoor beschikken we nog allesbehalve over de juiste technieken om mensen te pakken."
Computerwet
Prof. Vandenberghe is een man die het praktisch wil zien. Hij opteert beslist niet voor een allesomvattende computerwetgeving. „Een mega^ of mastodontwet lijkt me niet realistisch. Een staatscommissie zou zich er misschien wel twintig jaar mee bezighouden en dan zal blijken dat er veel al achterhaald is. Vergelijk de tijd die het heeft gekost om het nieuwe burgerlijk wetboek voor te bereiden. Verder vind ik eenvoudig dat veel van de specifieke informaticawetgeving die men al in het buitenland heeft opgesteld van slechte makelij is en dat die wetgeving niet aansluit bij de realiteit van de snelle ontwikkeling van alles wat met informatica te maken heeft." Veel beter is het probleemgericht te werken, vindt Vandenberghe. Je kunt veel sneller inspelen op nieuwigheden en zo de evolutie beter bijhouden. Je kunt dat bovendien preciezer doen omdat je dan met een klein deel van het veld bezig gaat. Wat die evolutie betreft kijkt hij graag naar de Verenigde Staten waar 'alles tien jaar eerder gebeurt'. Een vraag is ook of de bestaande wetgeving soms niet kan worden toegepast op nieuwe problemen zoals computermisbruik (de zogenaamde extensieve interpretatie). Kan je bij voorbeeld uit de voeten met het huidige Nederlandse strafrecht? Op 22 april organiseert de VU met het ministerie van justitie er een symposium over bij de herdenking van 100 jaar wetboek van strafrecht. Vandenberghe, die het symposium zal inleiden, vindt het 'zeer gevaarlijk' te proberen computercriminaliteit onder de vigerende regels te vatten. „Als men dat voor een bepaalde criminele praktijk doet, is er het gevaar van orüaedoelde neveneffecten die men zich niet voldoende heeft gerealiseerd. Ik ben daar schuw voor. Bij de keuze voor extensieve interpretatie en nieuwe specifieke wetgeving zal ik uiteindelijk wel kiezen voor dat laatste, hoewel je bij het opsteDen daarvan weer moet oppassen dot het niet te amateuristisch wordt." Prof. Vandenberghe sluit niet uit dat er over misschien pas decennia een soort wetboek op de införaiatica zal moeten komen waarin allerlei specifieke regelingen worden bijeengebracht. „Velen denken dat de tijd langzamerhand wel rijp is voor een grote informaticawetgeving, maar ik stel vast dat de eerste discussies a a n het thema van het komende symposium gewijd al dateren van 1960. Nu zijn we 26 jaar verder en de vragen van toen zijn nog verre van opgelost. Ik geloof ook niet dat ze dat binnen de komende vijf jaar zullen zijn."
Tegenstanders
Niet iedereen is het eens met de ontwikkeling van computerrecht, zoals het informaticarecht populair wordt aangeduid. „De uitvinding van de auto, hoe opwindend dan ook indertijd, kon toch niet leiden tot een automobielrecht," schreef de mediarechtdeskundige prof. H. Cohen Jehoram (Universiteit van Amsterdam) vorig jaar juli in het
Vervolg van pag. 6
B
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985
Ad Valvas | 568 Pagina's